zondag 19 maart 2017

Charles over onze taal in beweging.


VEELPARTIJENDEMOCRATIE



Rond de verkiezingen van 15 maart van dit jaar doken enkele “nieuwe” steeds terugkerende woorden op. Het alom bekende wollige, nu eens onbegrijpelijke en dan weer nietszeggende politieke jargon dat nooit gaat vervelen –althans bij de gebruikers ervan, bij de toehoorders is dat wel degelijk vaak anders- is al jaren in zwang.

Toen was er dit jaar ineens het vreselijke “gamechanger”, absoluut kandidaat voor het politieke woord van het jaar. Zie daarover het vorige Kuijpje.

En ziedaar, plotseling dook een woord op dat niet eens op het Scrabblebord van 15 x 15 past, zelfs niet op het bord van Superscrabble dat 21 x 21 vakjes heeft.
Het woord “veelpartijendemocratie” werd een enkele maal in de media gebruikt. De betekenis ervan is natuurlijk glashelder. Het woord lijkt nieuw, verspreidt althans die geur, maar uit een korte zoekopdracht op Google blijkt verrassenderwijs dat het woord al vele jaren wordt gebruikt. Er is zelfs een overtreffende trap van: heelveelpartijendemocratie.




Een woord als “tweepartijenstelsel” klinkt vertrouwd en staat ook al lang in de Van Dale. De meest bekende voorbeelden daarvan zijn natuurlijk de Verenigde Staten (hoewel het daar niet meer helemaal zo is) en Engeland. Ook het woord “meerpartijenstelsel” is ingeburgerd hoewel het niet veel wordt gebruikt.
Een “veelpartijenstelsel” heeft Van Dale nog niet gehaald, maar er moet worden aangenomen dat de verbrokkeling van ons politieke landschap ertoe gaat bijdragen dat zulks anders wordt.


En zo zien we maar weer dat de taal voortdurend in beweging is. De ene beweging is de andere niet. Sommige zijn voor puristen lastig te verteren, zoals de opmars van “hun hebben”. De vorming van nieuwe samengestelde woorden is iets meer aanvaardbaar. Wel verdient opmerking dat grote samengestelde zelfstandige naamwoorden tongbrekers kunnen worden. En wat ook opvalt is dat het een tendens is die zou kunnen duiden op Duitse invloeden op de taal. Duitsers zijn immers meesters in het vormen van dit soort lange samenstellingen. Het gaat te ver om te gaan spreken over Germanismen, maar hoe groot is de afstand tussen dat begrip en het gesignaleerde verschijnsel?
De overgevoeligheid van vele taalpuristen kent geen grenzen, en daaraan ontlenen de Kuijpjes soms ook hun reden van bestaan.

Charles Kuijpers

Geen opmerkingen: