vrijdag 17 maart 2017

De naam is Van Dam, Marc-Jan van Dam


Mesje

‘Hoe gaat het nu met je?’ Ze zit in haar gemakkelijke draaistoel en kijkt mij aan terwijl ze haar handen gevouwen op haar notitieblok laat rusten. Ik zit tegenover haar en haal mijn schouders op. ‘Goed.’ ‘Vind je het goed als ik je pols even bekijk?’ Ik steek mijn polsen voorzichtig naar haar uit. Ze bedoelt het immers allemaal best goed. ‘Je bent weer bezig geweest,’ zegt ze. Ze veinst teleurstelling. In werkelijkheid is ze vooral moe. Moe dat ik maar niet luisteren wil. Moe dat ik maar niet ‘breek’.

Eerst deed het pijn maar nu voelt het als een opluchting. Vroeger deed ik het omdat deze pijn de andere overstemde. Nu doe ik het echter omdat het de pijn voor even laat wegvloeien. Letterlijk en figuurlijk. Met mijn bloed vloeit de pijn. Zie het als een moderne manier van aderlaten. Zowel mijn rechter als linker pols laten het toe. Ook zij vinden het fijn.

Mij is gezegd hulp te zoeken. Volgens mijn psycholoog is het snijden enkel een tijdelijke uitweg. Een tijdelijke vluchtroute… Gelukkig weet ik dat zij daarin absoluut geen gelijk heeft. Het snijden is eigenlijk net als roken. Men weet best dat het schade toebrengt aan je lichaam –longkanker bij roken en littekens bij snijden – maar toch gaat men door. Enkel omdat het lekker is. Enkel omdat het als een opluchting voelt.

En toch is er wel degelijk een verschil tussen deze twee ‘verslavingen’. Roken is dodelijk en snijden niet –zolang je het goed doet. Ik snijd aan de binnenkant van mijn pols horizontale sneetjes. Dit kan niet echt kwaad. Er vloeit bloed uit en even doet het pijn, voor er na verloop van tijd een litteken ontstaat. Wanneer je echter een lange verticale snee maakt, kan het helemaal verkeerd lopen. Bij roken weet je het echter nooit. De een krijgt wel longkanker en de ander niet, hier kun je geen invloed op uitoefenen. Hiermee kun je stellen dat roken dus veel dodelijker is dan snijden. Ik ga dan ook met tegenzin naar mijn psycholoog. Dat doe ik alleen om mijn moeder tevreden te stellen. Eigenlijk zou het echter beter zijn als zij naar de psycholoog zou gaan. Zij is hier namelijk degene die rookt en daarmee met een sneltreinvaart haar einde naar zich toe trekt. Niet ik!

Ik loop nu al zo’n lange tijd bij deze psycholoog. Ze doet gewoon haar werk en ontvangt haar loon, maar volgens mij heeft ze nu wel door dat ik niet wil
veranderen. Ik snijd mij nu al zo’n vijf jaar en ik voel mij gelukkiger dan daarvoor. Als ik zou zeggen dat ik nog steeds snijd om de pijn te vergeten, zou ik liegen. Begrijp mij niet verkeerd, vroeger deed ik dit wel. Nu is het gewenning en voelt het alleen maar goed. Papa verdwijnt stukje bij beetje uit mijn gedachten. Zijn gezicht kan ik mij niet meer voor me halen. Ik was zeven, tien jaar geleden, toen hij onder die vrachtwagen belandde. Met het vervagen van de herinnering aan papa, verdwijnt ook de pijn steeds meer... 

‘Er is iets met je,’ zucht ik dan, ‘hoe dacht je mij te helpen als je zelf ook niet helemaal in orde bent?’ Mijn psycholoog regeert niet. Boos sta ik op waarbij mijn kuiten ervoor zorgen dat mijn stoel een stukje naar achter schuift. 
‘Jij bent degene die het altijd heeft over vertrouwen in deze kamer!’ roep ik gefrustreerd. Ik weet niet wat er met mij aan de hand is. Dit gebeurt soms, lang niet altijd en vaak zonder reden. Ik word dan boos. 
‘Wat hier besproken wordt, blijft hier! Dat staat notabene op dat tegeltje dat daar aan de muur hangt!’ roep ik, waarna ik op mijn knieën zak en fluisterend vervolg: ‘Waarom zou je voor jezelf een uitzondering maken? Vertel het mij. Wat hier besproken wordt, blijft hier!’ Ze duwt haar handen tussen haar benen op de stoel en kijkt me even aan. 

‘Goed. Ik vertel je dit omdat ik je vertrouw.’ Ze doet hier geen goed aan, dat weet ik best. Praat met een cliënt nooit over je eigen problemen, een van de vuistregels. Maar ik weerhoud haar niet haar problemen met mij te delen, blij dat ik haar nu eens kan helpen. 
‘Hij is bij mij weg!’ zegt ze dan met een zucht. Ik zucht ook. 
‘Net als papa. Papa is ook weg,’ zeg ik toonloos. Ze knikt gretig. Blij dat ze eindelijk op de goede weg lijkt te zitten. 
‘Ga door,’ moedigt ze aan. Ik sta op en pak uit mijn zak een scheermesje. 
‘Ik weet een oplossing voor je probleem.’ Snel leg ik mijn hand om haar pols en met één beweging maak ik een diepe snee in haar pols. Met diezelfde snelheid –wat mij verbaast, zo snel ben ik namelijk anders nooit – doe ik hetzelfde bij haar andere pols. Gillend springt ze op, om meteen voor mijn voeten op de grond te vallen.
‘Lekker hè! Even de pijn weg voelen vloeien.’ Ik glimlach.

Marc-Jan van Dam

Elke maand rond de 15e zal er een kort verhaal van dit jonge talent op deze blog verschijnen. Maar je kunt Marc-Jan ook op Facebook, op Instagram en op Twitter @marcjanvandam volgen! Dat vind ie leuk ;-) 

Geen opmerkingen: