maandag 10 april 2017

Bookflash 'Maurice' – Anne-Laure Van Neer en WIN !!








‘Wil de eigenaar van de zwarte BMW x6 met nummerplaat lorenzo-1 zijn auto verplaatsen zodat de lijkwagen voor de deur kan parkeren?’ De stem van de priester weergalmt door de kerk.
De begrafenisondernemer loopt naar de kist waarin mijn moeder ligt. Hij legt zijn handen op het deksel en aanschouwt plechtig doch geërgerd het publiek. Als hij met zijn vingers gaat trommelen, hak ik ze eraf.
In een poging om de sfeer te redden, zet de priester het Ave Maria op.
Lorenzo, de nieuwe vriend van Alexandra, haalt zijn hand van mijn dochters dijbeen af en loopt naar buiten. Niet discreet via de zijbeuk, nee. Hij schrijdt door de hoofdgang alsof het allemaal om hem draait. Rond zijn wijsvinger bengelt een sleutelhanger met het BMW-logo erop.
Omdat ze te laat toekwamen op de begrafenis, werden we nog niet officieel aan elkaar voorgesteld. Ik zie hem vandaag voor het eerst en wat mij betreft voor de laatste keer.
Hij houdt zich niet aan parkeerregels, komt te laat op de begrafenis en bepotelt mijn dochter. Reden genoeg om hem om te leggen.
Maar het mag niet.
Niet meer.
‘Beloof me, Maurice, dat je ophoudt met moorden,’ zei moeder op haar sterfbed. 
Ik was in shock. Die vraag had ik niet verwacht.
‘Je bent te oud. Bovendien kan ik je niet meer helpen. Zodra ik hierboven ben, bespreek ik het met God. Jouw tijd als Verlosser is voorbij. Ik zorg ervoor dat hij een nieuwe Gezante stuurt.’ Hoewel mijn taak als Verlosser van de Mensheid nog niet volbracht was, heb ik haar mijn woord gegeven. Wat moest ik anders, zo aan haar sterfbed?


Slechts één voorwaarde heb ik gesteld: nog één laatste moord. De verdwijning van mijn tweede echtgenote stond al zo lang op de planning dat moeder hiervoor een uitzondering toestond. Simones oorverdovende ademhaling moest ooit eens ophouden. Alexandra buigt zich naar Simone en mij toe. Haar lange blonde haren legt ze met een delicaat gebaar weer over haar schouders. ‘Er was geen parkeerplaats waarin Lorenzo’s auto paste,’ fluistert ze. ‘We hadden geen andere keuze dan voor de deur te parkeren.

’ Simone zucht afkeurend en hervat haar ademhaling. Dat doet ze de hele dag door. Luid ademen. Het contrast met mijn moeder kan niet groter zijn.
Zij is stil. Voor altijd.
Het leven is oneerlijk, maar de dood is arbitrair en dus bloedstollend.
De assistent van de begrafenisondernemer duwt de kerkdeuren open, waardoor een lichtstraal van de vroege ochtendzon op de kist valt. Met een breed gebaar gebiedt de priester ons om op te staan. De begrafenisondernemer duwt de kar met de doodskist door het gangpad naar buiten. De wielen piepen.
Ik loop een laatste keer achter mijn moeder aan. Alexandra’s vingers verstrengelen zich in de mijne. Ze snikt. Mijn hart breekt. Simone volgt ons, zwaar ademend door de neus.

Voor zover ik het me kan herinneren is het de derde keer dat Alexandra huilt. Ze is altijd zo beheerst en stil. Haar eerste tranen zag ik op de dag dat haar echte moeder stierf. De keer erna had de overbuurjongen haar hart gebroken. En vandaag begraaft ze haar oma. Twee handen op één buik waren ze. Ik slenter de kerk uit, een ultieme daad van verzet tegen het definitief karakter van deze ceremonie. Het daglicht verblindt me.
Aan de overkant van de Sint-Benedictuskerk wacht Lorenzo, leunend tegen zijn weer onreglementair geparkeerde BMW. Met zijn linkerhand omklemt hij een plastic beker waarin een groene substantie zit. Tussen de duim en de wijsvinger van zijn andere hand zit een sigaret. Hij zuigt diepe halen rook naar binnen, alsof zijn leven ervan afhangt. Met zijn donkerblonde haren die glimmen van de brillantine en een zwart maatpak, lijkt hij op een maffiabaas uit een film van de jaren zeventig. ‘I’ll make him an offer he can’t refuse,’ spookt het door mijn hoofd. Lorenzo glimlacht met één mondhoek. Spottend, zo lijkt het wel. Dat spreekt, net als de rest van zijn minutieus geboetseerd uiterlijk, niet in zijn voordeel. De wagen, de arrogantie, het gedrag tegenover mijn dochter. Er is geen twijfel mogelijk. Lorenzo is een Alfa. Ik spoor dat soort mannen al mijn hele leven op. Lang heb ik niet nodig om er eentje te herkennen.
De kist wordt in de lijkwagen geduwd, de bloemen herschikt.

Lorenzo dooft zijn peuk in de beker, die hij vervolgens in de goot werpt. Hij steekt de straat over en wandelt naar ons toe. ‘Ben je klaar?’ richt hij zich tot Alexandra. Hij legt zijn arm bezitterig om haar schouders. Instinctief laat ik haar hand los en zet een stap achteruit.
Afstand scheppen. Niet omleggen. Het mag niet. Ik heb het beloofd.
‘We volgen haar nog tot aan de begraafplaats,’ antwoordt Alexandra. Haar blauwe ogen zijn rood doorlopen. Lorenzo kijkt op zijn horloge. ‘Ik heb nog een afspraak straks, maar ik kan die wel uitstellen als het moet.’ Alsof hij iemand daarmee een gunst bewijst.
Alexandra glimlacht naar hem. Ik word er misselijk van.
In stilte lopen we achter de lijkwagen tot aan het kerkhof. De begrafenisondernemer schuift twee linten onder de kist. Simone snikt. Tranen van blijdschap, vermoed ik. Mijn vrouw en mijn moeder, dat heeft nooit goed geklikt.
Lorenzo steekt weer een sigaret op. Hij bestudeert de tekening van de aansteker en laat hem dan weer in zijn binnenzak verdwijnen. De as die hij van zijn sigaret aftipt waait tegen de doodskist aan. De put eronder is diep. Mits wat gepuzzel moet het mogelijk zijn om er een tweede lichaam in te verbergen. Mijn hand duikt in mijn rechterjaszak. De vertrouwde vorm van het houten handvat van mijn tourniquet brengt me tot rust. Eén keer het touw rond de nek draaien, aanspannen en tot 400 tellen. Meer is er niet nodig om van hem af te zijn.
Zwijg! roep ik mezelf innerlijk tot de orde. Moeder zou mogelijk begrijpen dat Lorenzo eraan moet, maar het idee dat ze haar laatste rustplaats moet delen met een vreemde man, dat lijkt me ongepast. Een Alfa bovendien.

Moeder wist alles. Over het Kwade dat uitgeroeid moet worden. Over mijn taak om de wereld te verlossen van Alfa’s en hun giftige mentaliteit. Zij zijn het pure Kwade. De macht van de ene mens over de andere. Alfa’s die anderen onderdrukken waardoor ze hun medemens in een Omega-positie dwingen. Je ziet het overal: mannen die simpele regels negeren zoals bijvoorbeeld richtingaanwijzers gebruiken, BMW-rijders die bumperkleven, managers die anderen ‘klein’ houden om zichzelf groter te doen lijken. Snoevers die de tredmolen van de ratrace steeds sneller laten draaien omdat ze het fijn vinden wanneer iemand neergaat met een burn-out.
Mijn theorie is simpel: geen Alfa’s, geen Omega’s.
Geen machtswellustelingen, geen onderdrukten.
Alfa’s zijn een denkfout in de evolutietheorie.
Een bloedvlek op een schoon wit hemd.
De kist wordt naar beneden gelaten terwijl de priester nog een laatste Weesgegroet opzegt. ‘Gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van uw lichaam, Jezus. Heilige Maria… ’
‘…gezegend is de vrucht van uw lichaam, Maurice. Heilige Gerda, moeder Gods, bid voor ons…’ prevel ik mijn versie van het gebed met de priester mee.

Mijn moeder heet Gerda en ik ben Maurice. De vorige editie dateert van tweeduizend jaar geleden. Wat mij betreft is de wereld stilaan toe aan verandering. Een mens moet met zijn tijd meegaan. Mijn vertolking klinkt alvast moderner, hoewel de tekst wat stoffig aandoet.
Ik begrijp nog steeds niet wat mijn Voorganger probeerde te bereiken met zijn theorie. De wereld mooier maken door Liefde te prediken. Iedereen moet iedereen graag zien en lief doen tegen elkaar. Hij moet niet erg lang hebben nagedacht voor hij aan zijn pad als Verlosser begon. Het heeft ook bijzonder weinig opgeleverd. Naar mijn mening schortte er wat aan zijn aanpak. Hij predikte over allerlei deugden die het samenleven aangenamer zouden maken, maar zelf het goede voorbeeld geven, dat bleek te moeilijk.
Het is niet omdat je je hele leven op sandalen kuiert dat je bescheiden bent. Neem nu bijvoorbeeld de mirakels die hij heeft verricht. Zoiets doe je toch alleen maar om op te vallen? Een huwelijk zonder wijn is niet erg feestelijk, dat begrijp ik wel, maar om daar nu water in wijn te gaan veranderen? Dat ruikt meer naar een goedkoop trucje om je populariteit op te krikken, als je het mij vraagt.
Uiteraard liep er na een tijdje een horde groupies achter hem aan. Mirakels zijn nu eenmaal indrukwekkend. En iemand die water in wijn kan veranderen, die zal wel veel vrienden verzamelen. Ik vermoed dat hij stiekem graag in de schijnwerpers stond. Als ik mijn theorie ontspin, valt het niet uit te sluiten dat God zijn Gezant zo snel heeft teruggeroepen wegens Alfa-gedrag.

De kist ligt op de bodem van de put. De priester gooit er een handvol zand op. Er klinkt een holle plof wanneer het neerkomt. Mijn maag keert om.
Ik wil dit niet zien. ‘Ik kom mee naar huis.’ Alexandra neemt mijn hand weer vast. Lorenzo komt naast haar staan. Ik hoop dat hij niet meegaat. Simone schuifelt onze richting uit. ‘Komen jullie maar een koffietje drinken bij ons.’ Ze duwt haar grijze haren weer in de plooi, wat gezien haar dagelijks verbruik aan haarlak een volstrekt onnodig gebaar is. Het kapsel is even onbuigzaam als haar karakter. Ze haakt haar arm in die van Lorenzo en sleept hem mee over het kiezelpad.
Ik staar weer naar de put. Zouden er twee plus één kist in geraken?



Wil jij kans maken om deze thriller van Anne-Laure Van Neer te winnen en erachter komen hoe dit verder gaat aflopen? We mogen van Uitgeverij Kramat twee exemplaren verloten.

Het enige wat je hoeft te doen is antwoord geven op de volgende vraag:

"Wat prevelt Maurice mee met de priester? "

Weet je het? Mail dan je antwoord voor a.s. zondag 30 april 00.00 uur naar perfecteburen@gmail.com o.v.v. winactie ‘Maurice’ en je gebruikersnaam op Facebook.

  
Let wel, je dient lid te zijn van onze besloten Facebookgroep om kans te maken op dit spannende boek. Ben je dat nog niet? Meld je dan snel aan, het is zo gepiept via deze link. Je bent van harte welkom!

De winnaar wordt bekend gemaakt op 1 mei!

Kun je niet wachten en wil je het boek bestellen? Dat kan natuurlijk ook en heel gemakkelijk via onderstaande link.





Geen opmerkingen: