maandag 3 april 2017

In gesprek met......Bronja Hoffschlag legt Jelmer Jepsen het vuur aan de schenen


Op verzoek van De Perfecte Buren ging Bronja Hoffschlag (winnaar Hebban Debuutprijs 2014 en auteur van de psychologische thrillers 'De dode kamer', 'De Skinner methode' (resp. eerste en tweede deel Project X trilogie), 'Snuff') met een van haar favoriete auteurs in gesprek. Zojuist is zijn derde roman verschenen en dus het ultieme moment om eens te babbelen met Jelmer Jepsen.



Wie is Jelmer Jepsen?
'Bedoel je dit filosofisch of concreet?'

Filosofisch, hoewel feitjes voor de lezers ook leuk zijn. Zelf ben ik vooral benieuwd hoe jij jezelf ziet als mens en als auteur.
'Hmm, jeetje. Moeilijk. Ik ben niet zo van het reflecteren op mijzelf, vind dat altijd een beetje gênant of zo. Maar als ik dan toch iets moet noemen, is het denk ik dat ik als mens erg trouw ben aan de mensen om mij heen, en dat ik sterk conflict vermijdend ben. Dure omschrijving voor: ik haat ruzie, ik maak liever lol. Verdere feitjes als mens: 40 jaar, getrouwd met Evert, ik sport niet en vind friet met heel veel mayonaise het allerlekkerste eten.'                                                                            
foto: Daan Brand

En als auteur?
'Als een einzelgänger. Nu ik er weer een boek van mij in de winkels ligt, merk ik dat weer. Plichtmatig meld ik me dan altijd weer aan bij allerlei facebookgroepen voor auteurs, schrijversfora, netwerkborrels, ga zo maar door, maar ik ben daar altijd ook weer heel snel weg. Ik ga dit jaar ook niet naar het Boekenbal. Heb ik een keer gedaan, maar ik hoef er niet meer heen. Ik ben na drie goed ontvangen romans nog steeds geen deel geworden van de literaire inner of zelfs outer cirkel wanneer het bijvoorbeeld gaat om contacten met andere schrijvers en dergelijke, en dat vind ik eigenlijk wel heel erg prima. Laat mij maar kliederen in mijn eentje. Een paar jaar terug ben ik van de Randstad naar een plaatsje in het bos in het oosten van het land verhuisd, en dat geeft misschien al wat aan. Laat ze maar lekker rellen daar in Amsterdam in al die literaire cafés. Dan pak ik de hond nog even voor een wandelingetje over de hei.'

Na ‘Vallen Als Het Heet Is’ en ‘De Circusvrouw’ is ‘Amanda’ je derde roman. Hoe ziet jouw schrijfproces eruit en is dat voor ieder boek hetzelfde?
'O, wist ik maar hoe dat proces eruit zag! Maar ik kan het misschien nog wel het best omschrijven als The Exorcist. Zodra ik mijn laptop open, word ik overgenomen door iets anders, een hogere macht of zo. Ja, lach maar, het is echt zo! Ik heb het al vaak aan mensen verteld, maar ze geloven het gewoon niet. Hoe zal ik het eens omschrijven? Mijn vingers verbinden zich met een bepaalde hersenkwab lijkt het wel, en zodra die connectie gelegd is, gaan ze van start. Als ik een pagina dan vervolgens teruglees, komt de tekst echt als nieuw voor me over. Echt heel raar. Maar natuurlijk zit er ook wel concreet denkwerk in een boek. Ik heb vaak een heel duidelijk begin en een soort van plot. Het begin bij zowel De Circusvrouw als bij Amanda werd getriggerd door een beeld dat ik opeens tegenkwam.
Bij De Circusvrouw was dat een stiekem geschoten filmpje van een wat onverzorgde, ongelukkige vrouw van middelbare leeftijd die in de regen wacht bij de bushalte. Ze heeft een walkman op, en ondanks dat alles in het filmpje 'miserabel!' schreeuwt, danst deze vrouw mee met de muziek die in haar oren klinkt. Mensen blijven staan en wijzen naar haar.

Bij Amanda was het een foto van een Amerikaans meisje van elf jaar dat in een kinderbadje staat en een sigaret rookt. Een echt bestaand meisje. Niets in scène gezet. Dit meisje heette Amanda, dat stond in het onderschrift. Bij beide beelden sloeg mijn fantasie meteen op hol. Wie waren deze mensen? Waar kwamen ze vandaan, waar ging hun leven naartoe?' De dansende vrouw is Margriet alias 'De Circusvrouw' geworden, Amanda is 'Amanda' geworden.


Amanda, het rokende meisje

Je debuutroman is semi-autobiografisch. De keuze voor een jonge man als hoofdpersoon is dus logisch. Met ‘De Circusvrouw’ koos je voor een vrouwelijk hoofdpersonage en voor ‘Amanda’ kroop je in de huid van een elfjarig meisje. Was het lastig voor jou om je in te leven in de gedachtenwereld van Amanda?
'Ja heel lastig, en voor het eerst heb ik bij dit boek dan ook gebruik gemaakt van meelezers, in verschillende stadia. Mijn hoofdvraag aan hen was telkens: geloof je dit kind? Is ze realistisch? Ik heb flink moeten schaven en slijpen om haar te krijgen zoals ze nu is.'

Amanda is elf en rookt als een schoorsteen. In een blog op Hebban schreef je dat dat je boze e-mails had opgeleverd. Trek je je van dergelijke kritiek iets aan bij een volgend boek? Heeft een schrijver een voorbeeldfunctie?
'Het is tot nu toe bij één mail gebleven, van iemand die de foto van de echte rokende Amanda in het kinderbadje op mijn Facebookpagina voorbij had zien langskomen. En ik trek me er niets van aan. Een schrijver heeft geen voorbeeldfunctie. Als ik daarmee rekening zou moeten houden… Schrijvers moeten juist uitdagen, prikkelen. Bevalt het boek je niet, dan gooi je het toch lekker weg.'

Amanda komt door het overlijden van haar vader in een bizar avontuur terecht. Ze redeneert en handelt niet altijd even logisch. Hoe ben je erin geslaagd om met deze hoofdrolspeelster toch een realistisch verhaal te schrijven?
'Vind je het echt realistisch? Ik vind het namelijk een mooi compliment, maar durf het nog niet aan te nemen. De eerste recensies komen inmiddels binnen, en daarin wordt deze constatering ook vaak gedaan, dat het realistisch is. Grappig toch? Blijkbaar willen mensen het toch even zeggen. Zou men dat bij een gemiddelde andere roman ook doen? "Ik vond de nieuwe Connie Palmen erg realistisch." Desondanks… Ik probeerde het verhaal laatst aan iemand te vertellen die het boek nog niet gelezen had, en dat werd een regelrechte ramp. Hij vroeg of ik aan de drugs zat. Maar goed. Dat mensen die het boek gelezen hebben na het laatste hoofdstuk het gevoel hebben een waarachtig verhaal te hebben meegemaakt, beschouw ik vooral als een heel groot compliment!'




Misschien dat mijn hang naar realisme voortkomt uit het thrillergenre, waar je snel uit de bocht kunt vliegen of verzandt in een aaneenschakeling van toevalligheden. Als lezer wil ik geloven dat een verhaal echt gebeurd zou kunnen zijn en dat de personages echt bestaan (Harry Potter en Frodo even daargelaten). Wat vind jij als lezer belangrijk in een boek?
'O ja, dat is inderdaad wel een logische verklaring, zo had ik het nog niet bekeken. En wat ik belangrijk vind in een boek… Tja…Ik ben nu bezig in Vrijheid van Jonathan Franzen, en wat ik daar geweldig aan vind is het uitwaaieren van de verhaallijn naar allerlei zijlijnen. Normaal gesproken erg vertragend en storend, maar Franzen doet dit op een manier dat ik het steeds bijna weer jammer vind wanneer we weer bij de hoofdlijn zijn aanbeland. Iedere zijlijn zou een roman op zich kunnen worden.'

'Amanda’ speelt zich af in Florida. Wat heb je met Florida en waarom koos je voor deze setting?
'Florida is de leukste streek op aarde! Ik ben er inmiddels meerdere malen geweest. Echt alles eraan vind ik fantastisch. De grote steden zoals Miami en Tampa, de prachtige natuur van de Everglades, de eilanden van The Florida Keys, de pretparken, het heerlijke klimaat… Het gaat gewoon maar door daar.
Maar ik koos het vooral als decor voor Amanda omdat ikzelf de tegenstellingen in Florida altijd erg heftig vind. Wanneer je door downtown Miami loopt kan er zomaar ineens een alligator door het water naast je zwemmen. Het ene moment is het prachtig zonnig weer, een volgend moment kan er een geweldig onweer losbreken. Arm en rijk liggen er ook heel dicht naast elkaar. In South Beach staan de prachtigste art deco villa's, maar het stikt er ook van de junks en zwervers. Het leek mij een fascinerende omgeving om een onwetend meisje van elf doorheen te jagen. Ik heb heel erg geprobeerd te spelen met dingen die de lezer wel ziet, maar die Amanda ontgaan. Dat je als lezer eigenlijk constant wilt roepen: 'Pas op, achter je!'

Zou je ooit een boek in een ander genre willen/kunnen schrijven?
'Hmm, grappig dat je dat vraagt. Ik speel momenteel met het idee om een literaire roman te gaan schrijven voor kinderen tussen de 12 en 17 jaar. Een roman in de geest van Jan Terlouw of Tonke Dragt, zeg maar. Maar dan niets met de middeleeuwen, koningen of wonderen. Ik ben er nog over na aan het denken. Ik twijfel heel erg. Maar ik denk wel dat ik het ga doen.'



Jelmer en Bronja, dank jullie wel! Dit was een hele leuke variant op 'In gesprek met....' en zeker voor herhaling vatbaar. Hopelijk hebben jullie het leuk gevonden, wij weten nu in ieder geval waar we Jelmer niet gaan tegenkomen 😉 
Allebei heel veel succes met jullie schrijven! We wachten in spanning af op wat gaat komen. 

Binnenkort op dit blog de recensie 'Amanda' van Patrice.

Geen opmerkingen: