vrijdag 21 april 2017

'Laatste halte' door Marc-Jan van Dam


Twee voeten zet ik op de witte, geribbelde streep tegels die speciaal voor blinde en slechtziende mensen is neergelegd. Niet wetend dat mensen als ik eigenlijk andere hulp zouden moeten krijgen. Een ander middel om niet op het spoor te belanden.
Mijn mobiel trilt in mijn broekzak. Snel trek ik het apparaatje tevoorschijn. Hij is het. Mijn beste vriend. Langzaam schuif ik het groene telefoontje naar het midden van het scherm waardoor er een verbinding ontstaat tussen hem en mij. ‘Tom?’ klinkt zijn stem vragend. ‘Ja,’ fluister ik na een korte stilte. Regen heeft zich inmiddels losgemaakt van de wolken en de wind die er deze avond al stond maakt het gesprek, zo het kan, nog moeizamer. ‘Waar ben je? Waarom bel je midden in de nacht vijf keer?’ vraagt hij. Ik haal mijn schouders op. Een minuut lang hangt de stilte tussen ons in. ‘Bij onze plek,’ zeg ik dan, antwoord gevend op zijn eerdere vraag. Een diepe zucht klinkt aan de andere kant. ‘Blijf daar. Ik kom.’ De verbinding wordt door hem verbroken en ik laat mijn mobiel op het spoor vallen. Een barst verschijnt in het scherm als het apparaat de stenen tussen de rails raakt. Door de onverwachte klap licht het scherm op. 02:13 geeft het digitale klokje aan. Ik sluit mijn ogen en wacht…

Ratelend –door de slappe ketting – komt hij aan fietsen. Zijn fiets gooit hij neer voor hij de trap op rent. Even kijkt hij zoekend om zich heen, voor hij voorzichtig mijn kant op komt lopen. ‘Wat doe je Tom?’ Ik antwoord niet en kijk naar de barst in het scherm van mijn mobieltje. ‘Een barst maakt het kwetsbaar. Vanuit die ene barst ontstaan al snel andere barsten, tot het op een gegeven moment helemaal uit elkaar klapt…’ Ik spreek de woorden zacht uit en vraag me af of hij ze gehoord heeft. Stilte heerst enkele minuten op het station. ‘Soms zijn gevoelens al anders vanaf het begin. Soms zijn ménsen anders vanaf het begin. Ik ben anders vanaf het begin…’ ‘Tom,’ zijn stem kinkt breekbaar, ‘ik weet niet wat je bedoelt. Ik begrijp je niet!’ Stilte. ‘Tom? Wat doe je hier? Wat bedoelde je met wat je net zei?’ Stilte. Ik huil. Niet dat hij dat kan zien. Regendruppels en tranen zijn immers niet te onderscheiden in weersomstandigheden zoals deze, waarin het zo hard waait dat alle gel al uit mijn haar verdwenen is. ‘Sommige dingen zal ik nooit kunnen uitleggen! Sommige dingen zullen jij, papa, mama en de anderen nooit snappen! Jullie zouden het niet begrijpen… Jullie zouden het nooit begrijpen…’ Ik sluit mijn mond. Ik hoor mijn laatste halte aankomen. Het is voorbij. Hij hoort en ziet het pas wanneer de Intercity vlakbij is. Met grote sprongen probeert hij naar mij toe te rennen. Maar het is te laat. Met een zucht spring ik op de rails. Naast mijn gebroken mobiel en voor de razende Intercity.

2 opmerkingen:

Marjolein van der Molen zei

Luguber maar zeer beeldend verhaal.....

marcjanvandam zei

Bedankt voor het compliment Marjolein!