zondag 7 mei 2017

In gesprek met Wil van Bree


Onze jongste DPB-telg ging in op de uitnodiging van Godijn Publishing om aanwezig te zijn bij de feestelijke presentatie van Boek10, Hij ging daar in gesprek met Wil van Bree, auteur van de roman 'De handen van geliefden'.


Gisteren maakte ik, Marc-Jan, kennis met Wil van Bree. Eén van de tien nieuwe auteurs van Godijn Publishing die gisteren tijdens Boek10-2017 hun boeken lanceerden. Ik sprak een poosje met deze energieke en goedlachse vrouw over haar boek ‘De handen van de geliefden’ en over haar zelf en haar bewogen leven.

De psychologische roman “De handen van de geliefden” vertelt over de wanhoop en pijn van een moeder als haar kind zich onder invloed van zijn vader van haar afwendt. In een herstellingsoord onderzoekt Elsa haar verleden. Haar handen staan in brand. Niet alleen door een burn-out en RSI, maar ook door wat ze haar zoontje heeft aangedaan. Hoe heeft het zover kunnen komen, dat ze haar kind niet meer in de ogen kan kijken? De vriendschappen tussen de groepsgenoten en de liefde die zich tussen Elsa en een andere patiënt ontwikkelt, lijken veelbelovend. Maar mensen met een burn-out zijn kwetsbaar en misbruik ligt op de loer. De draaikolk van gebeurtenissen waar Elsa ongewild in verzeild raakt, dwingen haar een keuze te maken die verstrekkende gevolgen heeft voor haarzelf en haar gezin.


Hoe zou u uzelf in het kort omschrijven? 
Als een kind van acht… Mijn oudste zoon zegt altijd: ‘Jij kan zo goed spelen mama.’ We hebben altijd ook erg veel plezier. Hij complimenteert mij met mijn creativiteit. Hij zegt altijd: ‘Jij bent zo creatief, je bent een kunstenares, alleen verkoop je nooit wat.’
Hoe zou u uw boek in het kort samenvatten?
Dat is wel heel lastig. Eigenlijk wel wat er op de achterflap staat. Het is semi-autobiografisch. Ik héb in een herstellingsoord gezeten en ik héb een kind van acht dat opeens niet meer tegen mij wilde praten. En dat heeft natuurlijk vergaande gevolgen gehad, voor ons leven, ook voor mijn andere zoon. Maar het boek heeft een heel eigen wending gekregen, echt een heel eigen plot.

Hebt u altijd al geschreven?
Ik heb wel altijd al geschreven. Vanaf mijn twaalfde ben ik dagboeken gaan bijhouden en dat heb ik eigenlijk wel zo in periodes van mijn hele leven gedaan. Toen ik dit boek ging schrijven heb ik mijn VIJF volgeschreven dagboeken uit die moeilijke periode in mijn leven er ook bijgenomen. Daar heb ik een korte samenvatting van gemaakt en daar heb ik veel uit gehaald. Over hoe het ging in het herstellingsoord, over wat ik er van vond, enzovoort. En dat is allemaal van achttien jaar geleden. Dus dat is best lang en dan heb je veel aan zulke dagboeken. Ook heb ik op het internet onderzoek gedaan en zijn mijn man en ik teruggereisd naar het herstellingsoord, dat bleek niet meer te bestaan. Ik ben op internet gaan zoeken waarom het niet meer bestond en toen kwam ik er achter dat de arts de mij ook behandeld heeft geroyeerd was. Dat wil zeggen dat ze uit haar ambt gezet was en toen dacht ik: ‘Geen wonder.’ En als je mijn boek leest snap je ook waarom ik dat dacht. Dus dat soort echte dingen heb ik er wel in verwerkt. Ik ben toen ook de rechtbankverslagen gaan lezen over het waarom en dat soort dingen zijn dus ook in het boek verwerkt.



In een interview heeft u eens gezegd dat deze roman deels is gebaseerd op verdrietige gebeurtenissen in uw leven, maar dat het deels ook een verzonnen plot is. Tot hoever is het verhaal gebaseerd op een ware gebeurtenis, als ik vragen mag? We lezen op de achterflap bijvoorbeeld het volgende zinnetje: ‘De psychologische roman De handen van de geliefden vertelt over de wanhoop en pijn van een moeder als haar kind zich onder invloed van zijn vader van haar afwendt.’ Kunnen wij als lezer er dan van uitgaan dat dit op waarheid is gebaseerd of dat dit toch bij de verzonnen plot hoort?
Ja. Maar wat bijvoorbeeld een verschil was, was dat in het boek het hoofdpersonage samenwoont, die zit in een huwelijk. Maar in realiteit was ik al gescheiden toen dit allemaal gebeurde. Maar mijn kinderen zullen zeker in de echtgenoot van Elsa (de hoofdpersoon) hun vader herkennen. Dus dat is dan wel weer heel autobiografisch. Ik heb gewoon heel akelige en bizarre dingen in mijn leven meegemaakt. Sommige dingen zijn geschikt om in en boek te gebruiken, maar sommige dingen waren zo erg dat ik ze niet in het boek gebruiken kon.

Het verhaal is dus deels autobiografisch. Hoe hebt u dit kunnen omzetten naar een verhaal dat geschikt is voor een groot publiek? Want het is vrij persoonlijk.
Ik heb theaterschool gedaan, dus ik ben actrice en regisseur van achtergrond. En ik heb het boek samengesteld als een Griekse tragedie. Ik had vroeger een eigen jeugdtheaterschool en daarvoor heb ik vroeger kinderboeken verwerkt, dus het schrijven zit er altijd al een beetje in. En ik heb natuurlijk heel veel toneelstukken geanalyseerd en later ook geïmproviseerd, geschreven en gemaakt met een groep acteurs. Toen ik het boek ging schrijven heb ik ook eerst een draaiboek geschreven. Dus met alle scénes, alle hoofdstukken, al helemaal beschreven. Dus zoals je een toneelstuk zou schrijven of analyseren, zo heb ik mijn hele boek eerst opgezet. Daar deed ik drie weken over en toen ben ik echt het boek gaan schrijven. Toen bleek echter dat de personages een andere wending wilden nemen en dus afweken van het draaiboek, maar die uiteindelijk wel weer terug naar de lijn kwamen. Maar het was heel verrassend dat twee personages, de mannen, hun eigen hoofdstukken wilden hebben terwijl ik die er niet in had zitten, maar die wilden echt hun eigen deel in het boek hebben. En dat heb ik dus gedaan. En uiteindelijk, als je het van veraf na het lezen bekijkt, is het echt opgebouwd als een Griekse tragedie. Na die drie weken heb ik het hele verhaal in tien weken geschreven. Dat is vrij vlot. Want zoals al eerder gezegd, kon ik niet meer stoppen toen ik eenmaal begonnen was. Maar daarna heb ik natuurlijk nog eindeloos herschreven en dergelijke, maar het verhaal stond. De tiende week schreef ik de laatste zin op. En die laatste zin stond al vanaf het begin vast!

In het eerder genoemde interview werd u ook gevraagd welke persoonlijke kant van u zelf terug komt in het schrijven. U vertelde dat in ‘De handen van de geliefden’ vooral de donkere, kwetsbare en pijnkant terug komen. Hoe voelt het dan om deze donkere, kwetsbare en pijnlijke kant te delen met de wereld? Dat lijkt mij verschrikkelijk moeilijk.
Ja, dat vond ik ook. Ik heb ook echt wel stress gehad en slapeloze nachten. Ik vond het doodeng. Ja, heel eng, maar het is ook een signaal naar mijn zoon, dus dat kind dat niet meer tegen mij praten wilde. Hij is dus aan de andere kant van de wereld gaan wonen en wil mij nog steeds niet zien. Dit boek heb ik ook opgedragen aan hem en misschien dat hij ooit nog wil praten met mij.

Ik kwam twee uitspraken van u tegen tijdens de voorbereiding van dit interview. Namelijk: ‘Als ik niet schrijf, ga ik twijfelen en kan ik onzeker worden.’ en ‘Als ik niet schep, word ik ongelukkig.’ Hieruit maak ik op dat u graag creëert. Wil dit ook zeggen dat dit ook één van uw basisbehoeften is geworden?
Ja. Schilderen, schrijven… Een lekkere maaltijd maken. Ik kan goed koken en daar is mijn man heel blij mee. Er is nog wel een ding dat ik kwijt wil, want daar ben ik wel heel trots op. Wij wonen in Spanje. En in het dorp waar wij wonen was het enkele weken geleden culturele week en toen heb ik met schilderen de eerste prijs gewonnen. Dat vond ik wel heel leuk! In België heb ik ook ooit een prijs gewonnen voor een gedicht. Dit gedicht heet ‘In het huis van mijn vader’ en won een prijs in de kunstkring van het plaatsje Halen. En mijn gedicht kun je dan ook vinden op de poëzie route. Het gedicht is daar op een groot bord gegraveerd en daar kunnen mensen een wandeling naast maken.


Wil van Bree schreef: ‘De handen van de geliefden’ dat deels autobiografisch is. Later vandaag komt er een verslag online van het volledige schrijf-event waarop dit allemaal plaatsvond. Binnenkort start de leesclub rondom het boek van Wil.


Marc-Jan

Geen opmerkingen: