dinsdag 4 juli 2017

Gewoon Anne-Laure


Onlangs hoorde ik van een collega auteur dat hij af en toe een paar weken in afzondering gaat om te kunnen schrijven. Een afgelegen huisje op een berg.
Eten, schrijven en to-ta-le rust.
Walhalla!
Sindsdien overweeg ik om een week alleen ergens op een berg te gaan zitten. Ergens knaagt mijn geweten. Kan ik mijn gezin wel achterlaten? Anderzijds is de combinatie schrijven/gezin/huishouden niet altijd makkelijk voor mijn chaotisch brein.

Laat me even schetsen hoe het er aan toe gaat, wanneer ik op een doordeweekse dag probeer te schrijven:

7u30:
Biepbiepbiep. Klop! Mijn wekker krijgt een stevige tik. Opstaan. Te laat gaan slapen, te weinig geslapen. De kinderen moeten naar school, dus loop ik als een mambie (tamelijk veel voorkomende kruising tussen een moeder en een zombie, te herkennen aan de wallen, het gegrom en de sloten koffie die ze naar binnen giet) naar beneden.

8u30: Boterhammen smeren, kinderen aan school afzetten. In de supermarkt zoeken naar een gerecht dat gezond is, geen vijf uur voorbereidingstijd vergt en groenten bevat die iedereen lust. In het kort: Mission impossible. Er zal vanavond weer geklaagd worden. De vleesafdeling herinnert me aan mijn schrijfopdracht voor vandaag. In hoofdstuk 6 moet er een lijk verdwijnen.

10 uur: Ik zit achter mijn computer, die overigens zo traag opstart dat ik makkelijk twee kopjes koffie kan drinken vooraleer er iets op het scherm verschijnt. Op de tafel liggen de boterhammen van dochterlief. Terug naar school. Het kind mag niet verhongeren.
Eén lijk per dag, daar trek ik de grens.

11 uur: Ik heb het nieuws gelezen, koffie gedronken, Facebook gecheckt waardoor ik een half uur kwijt ben gespeeld door een YouTube filmpje over één over ander schattig kind uit een talentenshow. Uiteraard moest ik weten of dat wonderkind de finale heeft gehaald.

12 uur: Verdorie, al zo laat… Ik moet schrijven. Nu!
Daar denkt mijn maag anders over: honger.

12u30: Ik eet en denk terwijl na over hoe ik dat verdomde lijk nu ga laten verdwijnen.

13 uur: Ik moet schrijven. Eerst snel een wasje draaien. Onderweg van de wasmachine naar mijn computer nog even de vaatwasser leegmaken en weer vullen. En het afvoerputje van de gootsteen moet dringend gepoetst worden.

14 uur: Ik moet schrijven. NU. Ik schrijf. De kat springt op mijn toetsenbord en eist aandacht. Ik geef haar eten. Terug naar computer. Het stoffelijk overschot wordt deels weggewerkt.

14u45: Ik vertrek naar school om dochterlief op te halen. Het lijk is nog niet opgelost, maar er is al vordering, denk ik terwijl ik tussen de lieve mama’s aan de poort sta.

15u30: Terug thuis.
‘Mama, mag ik een koek?’
‘Ja’
‘Heb je huiswerk?’
‘Rekenen.’
Sh*t.
Twee minuten later, open ik Google. ‘Hoe een breuk vermenigvuldigen.’ Misschien moet het slachtoffer uit mijn boek een wiskundeleraar worden.

16 uur: De breuk werd succesvol vermenigvuldigd. Waar was ik gebleven? Ah, ja, dat lijk moet weggewerkt worden. Ik herlees wat ik daarstraks geschreven heb om er even ‘terug in te komen’.

16u30: Zoonlief komt thuis.
‘Er zijn geen koeken meer.’
‘Neem dan wat chips.’ Waarna een kleine schermutseling volgt omdat dochterlief de lievelingskoeken van zoonlief heeft opgevreten waardoor er enkel nog ‘vieze’ koeken overblijven.
‘En waarom mag hij chips en ik niet?’ vraagt dochterlief.
Ik neem me voor om geen koeken meer te kopen.
’Heb je huiswerk?’ vraag ik aan zoonlief.
‘Ja. Wiskunde.’
Sh*t. Weeral.
Ik zoek op Google hoeveel kubieke centimeter er nu weer in een kubieke meter gaan. Het slachtoffer in mijn boek wordt een wiskundeleraar, weet ik nu wel zeker.

17 uur: Weer achter mijn computer. Dus… die dode… Ik weet niet meer wat ik ermee wilde doen. Ik denk na. Verdorie. De was. Die moet ik nog ophangen, anders gaat het stinken. Net als dat lijk als ik me niet haast.

17u30: Was opgehangen. Terug achter mijn werktafel. Eureka. Ik weet weer wat er met het kadaver moet gebeuren.
‘Wat gaan we eten?’ Naargelang het antwoord/kind komt er gemor of gejuich. Ik negeer het.
Dus, waar was ik… Ik schrijf.

18u15: Dochterlief: ’Mama, ik heb honger.’
Ik blik naar de klok. Sh*t, is het al zo laat?
Naar de keuken, het avondeten klaarmaken.

19 uur: Eten, geklaag aanhoren over de foute groenten, afruimen, afwassen.

19u30: De kinderen vijf keer vragen of ze zich aub willen wassen.

20u30: Dochterlief in bed leggen. Knuffel en onderdekken. Dochterlief moet nog naar de wc. Tweede knuffel en tweede maal onderdekken. Naargelang de avond volgt er nog ‘dorst’, ‘te warm/te koud’, ‘en wat je ook maar kan verzinnen om niet te gaan slapen’, gevolgd door knuffel en onderdekken.

21 uur: Terug naar beneden. Manlief zit samen met zoonlief naar tv te kijken. Ik kan niet schrijven met geluid op de achtergrond. Noodgedwongen ga ik erbij zitten.

21u30: Zoonlief moet naar bed. Hij rekt het afscheid zo lang redelijkerwijs kan, omdat hij van mening is dat het veel te vroeg is om naar bed te gaan.

22 uur: Met manlief naar een reeks op Netflix kijken, terwijl ik me schuldig voel omdat ik nog niet veel heb geschreven. Eigenlijk moet ik nu werken, maar het is net spannend en ik ben moe.

23u30: Manlief: ‘Ik ga slapen.’

23u45: Rust…Ik ben moe, maar het is stil. ik ga achter mijn computer zitten en ik schrijf. Het lijk wordt eindelijk netjes weggewerkt.

02 uur: Geeuw. Is het al zo laat?

02u01: Naar boven sluipen, die vervloekte wekker weer opzetten, wetende dat ik morgen weer met een jetlag zal opstaan. On the bright side: het lijk is verwerkt. Dat pakken ze me al niet meer af. Maar hoe ga ik de sporen wissen, vraag ik me af…

02u25: Net voor ik in slaap val, krijg ik een schitterend idee. Als ik het niet opschrijf is het morgen weg, weet ik uit ervaring. Ik graai naar mijn ipad en stuur een mail naar mezelf.

02u26: Slaap.

07u30: Biepbiepbiep. Klop!

Dus ja… ik en dat lijk, samen in het huisje op de berg, daar droom ik van.

2 opmerkingen:

Charles Kuijpers zei

Dat zijn gepolijste dagen met een mooi ritme.
En is het de wiskundeleraar geworden?

Anne-Laure zei

Ik twijfel nog... ;)