donderdag 20 juli 2017

Inge dichtbij


Contrast

Een joekel van een haas kijkt ons aan. Stevige achterpoten, ruige peper-en zout vacht die bij zijn buik wat lichter is en daardoor zachter lijkt. Zijn voorpoten hangen iets in de lucht en zijn oren wijzen recht omhoog. We staan voor het stoplicht, kijken verbaasd naar dit machtige dier dat voor een torenhoog gebouw zit waarvan de ramen spiegelen in de zon, omgeven door wegen, stoplichten en kantoren zover het oog rijkt. Het  is alsof de haas ons met zijn glanzende kraalogen wat verschrikt aankijkt en ook niet goed weet wat hij hier doet. Hij hupst weg, onder een slagboom door. Het mooie aan dit beeld is dat de haas in de natuur thuishoort, niet op een industrieterrein, we verwachten hier geen haas en daarom trekt het dier direct onze aandacht. Het zegt zoveel over onze samenleving, die verdwaalde haas, misplaatst in het beton. 

Dat is wat ik als schrijver ook probeer te doen. Ik zoek naar contrasten waardoor ik de aandacht van de lezer pak. Zo werk ik momenteel aan een scene waarin de Marokkaanse Mariam op fietsles gaat en voor het eerst van haar leven probeert te fietsen. Het is een leeg terrein waarop welgeteld één vlaggenmast staat, de fietsleraar rent al een tijdje met haar mee, houdt haar zadel vast zodat ze niet valt. Maar Mariam is bang, ze leunt te veel en blijft maar naar haar voeten kijken in plaats van voor zich uit. Dan roept de leraar in een wanhoopspoging dat ze moet focussen op de mast. Mariam’s blik fixeert zich op de mast, ze moet en zal -net als de andere vrouwen die al wel los kunnen fietsen- zelf de fiets in balans houden. Het lijkt te lukken, ze zet haar tweede voet bij, trapt en trapt, de leraar vraagt hijgend of hij haar los mag laten. Mariam knikt zonder haar ogen van de mast af te halen. 

Ja, denk ik, dit is een mooi beeld. Maar het contrast moet scherper. Wat heb ik daarvoor nodig. In Marokko schijnt de zon, in Nederland regent het. En laat ik ook maar een Nederlandse vlag aan de mast hangen, nee wapperen, maar niet voor lang. Donkere wolken trekken samen boven Mariam’s hoofd. Als de andere vrouwen juichen omdat Mariam alleen fietst, komt de vlaggenmast mét die wapperende vlag steeds dichterbij. Mariam heeft wel handremmen maar ze vergeet ze te gebruiken, en als de leraar roept dat ze van de paal weg moet sturen, een bocht moet maken, kan ze alleen maar denken dat ze dat nog niet heeft geleerd. Er is geen ontkomen aan. De hemel barst open, het regent pijpenstelen, Mariam knalt recht tegen die ene mast aan, valt en krijgt de fiets over zich heen. De Nederlandse vlag hangt er nat en verslagen bij.

Ik vind het heerlijk als dit lukt, als ik in een scene iets  uit kan drukken dat meer zegt dan hetgeen er letterlijk staat. Dat gaat niet een heel boek lang en dat is ook niet de bedoeling, maar een paar goed geplaatste contrasten brengen je verhaal tot leven en het mooie is dat je ze vaker dan één keer kunt toepassen. Het schept herkenning bij de lezer en deze zal weer in het gevoel schieten dat je de eerste keer opriep. In mijn tweede boek speel ik met contrast; contrast tussen culturen, tussen mensen, tussen leven en dood. Ik geniet met volle teugen van het schrijfproces hoewel ik het veel spannender vind dan bij mijn debuut. Ik had gehoopt dat ik mijn nieuws over boek twee in deze blog al had kunnen delen, maar het laat nog even op zich wachten. Ook ik lig op koers richting iets nieuws en hopelijk eindigt het niet met een val maar met een mooi boekcontract. Intussen hups, fiets en schrijf ik vol vertrouwen door……

Geen opmerkingen: