donderdag 14 september 2017

Boek van de maand Bookflash 'Liefde met gebruiksaanwijzing' en WIN!




1

Juni

‘Mag ik hier zitten?’
Kun je tegenwoordig niet gewoon in de zon van je rosé en een boek genieten zonder dat zo’n knap atletisch exemplaar je lastigvalt?
‘Ik kan het natuurlijk niet verbieden, maar daar verderop is nog een tafel vrij.’ Die zal hij wel nodig hebben met al die tassen: hij heeft goed gebruikgemaakt van de koopzondag.
‘Niet gezien,’ zegt hij met een valse grijns. ‘Ik blijf liever hier. Lekker dicht bij het water.’
Hij maakt het zich gemakkelijk op een stoel tegenover me en zet zijn aankopen op twee andere stoelen neer. Geërgerd sla ik een bladzijde om. Knappe mannen… Ze denken dat de hele wereld hun privéterrein is en dat vrouwen niet anders kunnen dan en masse aan hun voeten neervallen.
‘Gevalletje mannenhaat?’ klinkt het sarcastisch.
‘Gevalletje lekker van mijn rust willen genieten. Alleen,’ zeg ik zonder op te kijken.
‘Daar kies je geen openbare plek voor.’
‘O, ik wel. Ik lees mijn boek en drink mijn wijn waar het mij uitkomt.’ Ik sla mijn boek dicht en ontmoet zijn geamuseerde blik. ‘Maar nogmaals, je kunt ergens anders gaan zitten, plek zat.’
‘Nee hoor. Het bevalt me hier uitstekend.’ Hij pakt de wijnkaart van de houder en slaat hem open. ‘Ik heet trouwens Luke Skywalker.’ Zijn ogen twinkelen boven de drankenkaart. Nu is het mijn beurt om hem geamuseerd aan te kijken.
‘Vast.’
‘Het kan je toch niet schelen hoe ik heet.’
‘Klopt.’
‘Mag ik jouw naam weten?’
‘Nee.’
‘Wil je een vredesdrankje van mij?’
‘Nee. En ik zal het je makkelijk maken, zodat je je niet verplicht voelt om een gesprek te voeren.’ Met een vernietigende blik zijn kant op stop ik mijn boek in mijn tas en loop naar de bar om af te rekenen. Zijn teleurgestelde gezichtsuitdrukking doet me goed. Hij kan me tenminste niet bijschrijven op het lijstje van zijn veroveringen. Wat een nietige wezens zijn mannen eigenlijk. Vooral de knappe.



2

Augustus

Wat een rotdag. Na mijn gesprek met Petra is naar HarborHouse gaan waarschijnlijk niet zo’n goed idee. Als ik niet snel een nieuwe opdrachtgever vind, zeker niet: dan zal ik elk dubbeltje moeten omdraaien. En vooral geen koffie gaan drinken buiten de deur.
Koffie? Na al dat gedoe lust ik eerder een flinke borrel. Waarom ook niet? Als ik straks nog een artikel over wasmachines moet schrijven dat ik al dagen voor me uit schuif, kan ik wel een borrel gebruiken – voor de inspiratie.
‘Wat een lichtpuntje na een enerverende dag! Een tweede kans op een vredesdrankje!’ Een knappe man ploft neer op een stoel tegenover me terwijl het restaurant bijna leeg is. Bloedirritant.
Wacht even, is dit niet die Star Wars-fanaat? Ja, het is hem, en ook deze keer heeft hij een paar tassen bij zich. Het zijn eerder koffers: twee zwaar ogende zwarte koffers die hij voorzichtig op de grond zet.
‘Luke Starwalker,’ zeg ik met een zure glimlach. Zelfs een halfuurtje rust is mij vandaag niet gegund.
‘Eigenlijk is het Skywalker.’ Zijn gezicht klaart op. ‘Maar nog eigenlijker is het Maximus Augustus Nero d’Oliveira. Noem me maar Max; ik zal het je niet kwalijk nemen als je de andere voornamen niet kunt onthouden. Net als de rest van de mensheid. Dat krijg je als je een zoon bent van een stel historici.’
Iets in zijn blik zegt me dat het geen grap is. Maar allemachtig, wat is dit grappig! Wat is nou één rotdag in vergelijking met een reeks ongelofelijke voornamen waarmee je ouders je hebben opgezadeld, levenslang. Het zal wel de stress van vanmiddag zijn, maar ik kan er niks aan doen: ik schiet in de lach.
‘Ga vooral je gang, lach me maar uit,’ zegt Max pseudoverdrietig. Zijn ogen twinkelen. ‘Wat is jouw naam dan?’
‘Robin,’ adem ik uit tussen de lachsalvo’s door. ‘Gewoon Robin.’ Ik had altijd van alles op mijn moeder aan te merken in mijn puberteit, maar wat ben ik haar nu vreselijk dankbaar voor mijn eenvoudige naam.
‘Mooi en makkelijk,’ bevestigt Max. ‘Een tweede kans op dat vredesdrankje, Robin? Wat wil je drinken?’ vraagt hij als ik knik.
‘Een glaasje wijn zou ik nu goed kunnen gebruiken. Waarom had jij zo’n enerverende dag?’ Nu ik hier toch zit met dit slachtoffer van de Romeinse geschiedenis, kan ik hem net zo goed uithoren.
‘Tja, waar zal ik mee beginnen?’ Hij denkt even na, pakt dankbaar een zojuist neergezet glas wijn op en tikt het tegen het mijne. ‘Het begon vanochtend al. Ik ben fotograaf en ging voor een klusje bij Van der Valk naar binnen. Een deel van mijn fotoapparatuur liet ik in de auto op de parkeerplaats. Niet bar slim natuurlijk, maar het was klaarlichte dag en ik zou niet lang wegblijven. Nou, toen ik terugkwam was mijn auto opengebroken en de fotoapparatuur gejat. Twee uur verspild met aangifte doen bij de politie en dus niet op tijd kunnen zijn bij een evenement in Amsterdam. Zodoende nog een klusje misgelopen. Is het wel genoeg zo of zal ik nog even doorgaan?’
‘Ach, als je toch bezig bent…’ Ik schaam me dood, maar ik moet eerlijk toegeven dat het aanhoren van andermans ellende voor een beetje opluchting zorgt. Dat, en hij heeft een prettige stem.
‘Oké dan. Toen ging ik naar de supermarkt om een zak snoep te halen als troost. Bij het afrekenen bleek dat ik onvoldoende saldo had: een onverwachte afschrijving. Toen ik dat had geregeld en eindelijk een Chokotoff in mijn mond had gestopt, brak er een stuk van mijn kies af. Hierzo.’ Hij wijst naar een plekje op zijn wang. Ondertussen rollen de tranen over mijn wangen van het lachen. Gelukkig lacht Max ook mee.
‘Dat je er zelf nog om kunt lachen,’ zeg ik terwijl ik mijn tranen met een zakdoekje dep.
‘Waarom ook niet? Ik heb nu geen pijn. Morgen bij de tandarts misschien wel. Maar dat is het risico van een Chokotoff-verslaving.’ Hij lacht ondeugend.
‘Ben je verslaafd aan Chokotoff?’
Max knikt bevestigend. ‘Zelfs meer dan aan dit.’ Hij proost weer en neemt een flinke slok. ‘Zo, dat lucht op.’
En dat klopt als een bus. Ik volg zijn voorbeeld en bedenk dat ik ondertussen aardig wat van hem weet: een waanzinnig aantrekkelijke fotograaf met drie bezopen voornamen plus een exotische achternaam, onvoldoende saldo op zijn bankrekening en een Chokotoff-verslaving. Mijn eigen zorgen zijn ergens naar de achtergrond verdwenen.
‘En jij, Robin, heb jij een betere dag gehad?’ Hij kijkt me geïnteresseerd aan en even overweeg ik mijn eigen ellende met hem te delen, maar dan besluit ik om het niet te doen. Een verbroken contract met een jarenlange opdrachtgever is niets in vergelijking met zijn reeks ongelukken. Zelfs het vooruitzicht om te moeten schrijven over een wasmachine lijkt best oké in vergelijking met de tandartsafspraak die hij morgen heeft.
‘Ja, stukken beter,’ zeg ik alleen.
‘Ik ben zo blij dat ik jou weer ben tegengekomen. Nu kan ik je tenminste vragen waarom je wegliep, de vorige keer dat ik je hier aansprak.’
‘Omdat ik een boek aan het lezen was en de behoefte had aan rust,’ verklaar ik mijn gedrag. Dat is een deel van de waarheid.
Het andere deel is dat ik geen zin had in zijn versierpogingen, die zo opzichtig waren dat je er een kerstboom mee kon optuigen.
Maar ik zal zijn dag niet nog rottiger maken dan die al is.
‘Jammer. Ik had toen een heel leuke opdracht voor een blad. Ik wilde je vragen als model.’
O.
‘Wat doe je voor werk?’ Alweer die geïnteresseerde blik.
‘Ik ben tekstschrijver. Freelance.’ Een model dus. Oké…
‘Is dat hetzelfde als journalist?’
‘Zo ongeveer.’ Ik neem een slokje wijn en bekijk de mogelijkheden om ervandoor te gaan. ‘Ik schrijf eigenlijk van alles: artikelen voor bladen, reclamestukjes voor bedrijven, gastblogs…’
Aan zijn voorovergebogen houding gezien, vindt hij het reuze interessant. Ik gooi een laatste slok wijn naar binnen. ‘Maar nu we het erover hebben, ik moet vandaag nog een artikel afmaken. Deadline, je weet wel. Bedankt voor het drankje. En succes morgen bij de tandarts.’ Met een allervriendelijkste glimlach sta ik op en pak mijn tas van de stoel.
‘Wil je anders een hapje eten voordat je gaat?’ Zichtbaar overdonderd veert Max op van zijn plek.
‘Nee, bedankt.’
‘Je moet toch eten.’
‘Dat doe ik thuis wel. Dag, Max.’
‘Dan hou je een etentje van mij te goed. Neem mijn kaartje mee. Alsjeblieft. Dan kun je me altijd bellen wanneer het je uitkomt.’
Aarzelend pak ik zijn visitekaartje aan en stop het in de zak van mijn jasje. Dan knik ik beleefd en loop weg. Bij de deur van het restaurant werp ik nog een steelse blik naar binnen. Max is naar de bar gelopen om af te rekenen.
Het gemak dat deze extra functie van de wasmachine oplevert…
Goh, wat een ontzettend mooie zin. Ik voel me zo uitgewrongen en inspiratieloos. Eén glas witte wijn met Max was werkelijk niet voldoende voor inspiratie voor een stukje over deze nieuwe wasmachine. Het zou fijn zijn om er een eind aan te breien. Dat moet ook wel, want voor morgen negen uur moet het stuk verstuurd zijn naar mijn opdrachtgever.
De knipperende cursor op het beeldscherm werkt me op de zenuwen. En hoe langer ik ernaar staar, hoe minder woorden er in mijn hoofd achterblijven. In elk geval niet veel bruikbare.
Vreemd. Niet dat ik altijd sta te stuiteren om artikelen over witgoed te schrijven, maar meestal schud ik ze met gemak uit de mouw.
Niet alleen heb ik een totaal gebrek aan inspiratie, nu komt ook mijn maag in opstand: het is al zeven uur in de avond en op een kop Cup-a-Soup na heb ik de hele dag niks gegeten.
Met een zucht sla ik een paar geschreven zinnen op en loop naar de keuken in de hoop iets in de koelkast te vinden wat nog niet bedorven is. Ik weet al dat het valse hoop is: ik heb een week geen boodschappen gedaan en nu kijken een zakje geraspte kaas met schimmel en een geopende fles witte wijn mij plagerig aan.
Ook goed.
Ik schenk een glas tot de rand toe vol en neem het mee terug naar de woonkamer. Mijn mooie kleine woonkamer, die ik met zo veel liefde heb ingericht. Wat zou ik het verschrikkelijk vinden om dit huis kwijt te raken. Alleen bij die gedachte al krijg ik het gevoel alsof iemand mij vol in de buik schopt. Allemachtig, Robin, het is nog niet zover en het hoeft helemaal niet zover te komen. Het kwijtraken van één opdrachtgever betekent niet direct dat ik mijn hypotheek niet meer kan betalen.
Ik zet mijn laptop weer op schoot, maar in plaats van door te gaan met de lofzang over die wasmachine, klik ik de website van Petra aan bij mijn favorieten. Dat dacht ik al: een nieuw artikel. Geschreven door een concurrent tegen wie ik het helaas niet kan opnemen – in financiële zin.
‘Robin, je weet dat je voor mij meer bent dan alleen een tekstschrijver,’ zei Petra vanmiddag. ‘Je hebt vanaf het prille begin voor mijn site geschreven. In die zin hebben we een geschiedenis samen. Ik vind het verschrikkelijk, echt. Maar ik moet nu eenmaal op de kosten letten. Het spijt me zo…’
Ik geloof heus wel dat het haar spijt en dat ze behalve de financiële geen andere reden had om met mij te stoppen. Maar het steekt wel. Een geschiedenis samen, inderdaad. Voor Petra was ik de eerste tekstschrijver die ze inhuurde. Voor mij was zij de eerste opdrachtgever in mijn nieuwe freelancebestaan. En na zes jaar fijne samenwerking begon ik haar te zien als een vriendin.
Het klikte ook zo goed tussen ons. Ik begreep meteen haar ideeën, zij liet me vrij in de uitwerking ervan. We vulden elkaar aan. Het artikel van het nieuwe meisje dat net is gepubliceerd, is geschreven in een stijl die verdacht veel op de mijne lijkt. Maar het is niet hetzelfde. En dat zal haar nooit lukken ook.
Verdorie, dat kind heeft het zo makkelijk. Ze woont nog bij haar ouders, dus ze kan haar tarieven zo laag houden als ze wil. Ze kan andermans klanten inpikken. Met de beste wil van de wereld kan ik mijn tarieven niet verlagen. Niet met mijn vaste lasten. En niet met al mijn ervaring en de tijd die het heeft gekost om die ervaring op te bouwen. Maar ik neem het Petra wel kwalijk dat ze die mogelijkheid met mij niet heeft besproken. Dat neem ik haar nog het meest kwalijk, besef ik nu.
‘Als mijn budget het weer toestaat, wil ik je graag terug,’ zei Petra. Dat meent ze waarschijnlijk ook, dat geloof ik. Maar ik kom bij haar niet meer terug. Ik heb geen ruzie met haar gemaakt en ooit terugkomen zou wel mogelijk zijn, maar ik ben nu eenmaal afgewezen en dat is iets waar ik niet overheen kom, in geen enkele relatie. Met mannen niet en met opdrachtgevers ook niet. Vergeven is niet mijn sterke punt.
Het idee dat ik mijn huis zou moeten verkopen is ondraaglijk, daar kan geen wijn tegen op. En toch schenk ik nog een beetje bij. Het zijn toch calorieën. Ik kan nu wel wat calorieën gebruiken.
Was ik maar op het voorstel van die Max ingegaan om een hapje met hem te eten. Hij is toch wel erg aantrekkelijk. En best grappig, dat geef ik toe.
Waarom doe ik nou niet eens een keer gek? Een onenightstand met zo’n man zou me goeddoen. En hij is daar best toe bereid. Hij vindt mij leuk. Dat kan ik in ieder geval wel: zien of een man mij aantrekkelijk vindt. En Max vindt mij aantrekkelijk, dat weet ik zeker.
Al die bezopen namen van hem… Hoe ging het ook alweer? Maximilian Caligula Noga? En ik het mijn moeder nog kwalijk nemen dat ze me een uniseksnaam heeft gegeven.
De fles is leeg. Ik geloof niet dat het vandaag nog wat wordt met die wasmachine. Morgen weer een dag. Ik zet mijn wekker op zeven uur en loop naar de keuken in de hoop dat er ondertussen wel iets in de koelkast ligt. Helaas, nog steeds niets eetbaars. Met een zucht trek ik een fles rode wijn uit het rek en draai het open. Dan maar nog meer vloeibare calorieën.
De gekke namen van die leuke man laten me niet met rust. Ik kan het vooral niet uitstaan dat ik niet meer weet hoe hij nou precies heette. Zijn kaartje! Zijn visitekaartje in de zak van mijn jasje. Met een glas in de hand wankel ik naar de hal. Verdorie, mijn tas staat in de weg. De rode wijnspetters op de witte muur zijn misschien met een tube tandpasta weg te werken. Morgen.
Max d’Oliveira. Fotograaf. Nou, dat helpt niks. Misschien staan die gekke voornamen voluit op zijn website? Terug naar de woonkamer dan maar. Dezelfde tas op de vloer zorgt bijna voor een gebroken nek. Gelukkig zat er geen wijn meer in mijn glas.
Zijn website levert weinig informatie op. Zijn mysterieuze voornamen staan nergens bij vermeld, wat ik op zich heel begrijpelijk vind. De website is verdeeld in twee delen: betaald werk en kunstzinnige foto’s. Feesten, partijen en portretfotografie is zijn dagelijkse kost, daar scrol ik snel doorheen. Het kunstgedeelte is stukken interessanter. Vlinders, vogels, bomen, ruïnes, insecten in het gras, karakteristieke gezichten… Dit is leuk. Dit behoeft meer onderzoek. En meer wijn.
Twintig minuten later en nog een glas wijn verder heb ik het internet doorzocht op zoek naar informatie over Max. Er valt niet veel te vinden. Een foto van hem op de netwerkborrel bij de gemeente vorig jaar, die ik toen vanwege een vakantie heb gemist. En nog een foto op een gezamenlijke tentoonstelling van meerdere fotografen ergens in het Gooi. Op beide foto’s kijkt hij glimlachend in de camera: donkerbruine ogen, kortgeknipt donker haar, een bruin jasje dat als gegoten zit, een glas wijn in de hand. Ik blijf op de ‘volgende’ klikken in Google, maar mijn nieuwsgierigheid blijft onbevredigd. Er is niks meer te vinden over Max.
Ik vergroot de foto op de netwerkborrel uit en bestudeer minutenlang zijn gezicht. Lachrimpeltjes in zijn ooghoeken. Brede wenkbrauwen. Rechte neus. Strak afgetekende lippen. Zijn naam zegt het al: hij heeft iets zuidelijks in zijn oorsprong. Een bijzonder aantrekkelijk exemplaar. Voor elke dag van de
week heeft hij waarschijnlijk een andere vriendin. Plus nog een paar op reserve. Ik ken zijn soort.
Het geluid van de intercom verbreekt de stilte in mijn woonkamer.
Alix. Zij is de enige die zonder aankondiging langskomt.
Zo laat nog? O, het is pas acht uur, zie ik rechtsonder in mijn scherm. En dat terwijl ik nu al behoorlijk aangeschoten ben. Zuchtend strompel ik naar de deur en schuif met mijn voet de tas op de vloer eindelijk uit de weg.
‘Uw persoonlijke pizzabezorger!’ klinkt het vrolijk door de intercom.
Ik zit op dit moment niet op het geklets van Alix te wachten, maar haar pizza is wel goed getimed.
Een minuutje later stapt Alix heupwiegend mijn hal binnen. Ze draagt haar rode haar in een strakke knot, maar met een vrijgevochten lok die kunstzinnig langs haar gezicht hangt. Een grijs rokje tot net boven de knie zit te strak om haar heupen en het bijpassende grijze jasje is iets te kort om dat te verbergen.
Het roze topje stelt een indrukwekkend decolleté tentoon: een goede push-up beha doet wonderen. Al bij al ziet Alix eruit als een sexy zakenvrouw. En dat is precies hoe ze het bedoelt.
‘Met mozzarella, zoals jij het lekker vindt.’ Alix geeft me een knuffel in het voorbijgaan en beent rechtstreeks naar de woonkamer. De pizza laat een sleep van geur achter in de hal. Met mozzarella… Precies zoals Alix het graag lust. Op de een of andere manier heeft ze het ooit in haar hoofd gehaald dat het juist mijn favoriet is. En als Alix ergens van overtuigd is, is ze daar niet meer van af te brengen. Maar je hoort mij niet klagen: op dit moment lust ik alles.
Vlug haal ik een paar borden uit de kast en een tweede glas.
‘Waarom zit je naar Max d’Oliveira te kijken op je computer?’ roept Alix vanuit de zithoek.
Pardon?
‘Eh… Ik kwam hem toevallig tegen op internet,’ stamel ik.
‘Ken je hem?’
‘En of ik hem ken! Een superlekker ding!’
De toon waarop Alix dat zegt, spreekt boekdelen. Natuurlijk kent ze hem. En natuurlijk op die manier. Als er ergens een lekker ding in het wild rondloopt, weet Alix hem altijd te vangen – een aangeboren talent.
Met afkeer klap ik de laptop dicht en verdeel de pizza over twee borden.
‘Ik heb vandaag een ongelooflijk leuke opdracht binnengehaald,’ vertelt Alix enthousiast. ‘Een sprookjesbruiloft. Letterlijk. Gekostumeerd! Niet alleen het bruidspaar zelf, alle gasten krijgen een middeleeuwse outfit – op kosten van het bruidspaar. Een behoorlijk vermogend stel. Ze is zwanger, niet helemaal gepland. Maar ze wil nog met een slanke taille in een droomjurk passen. Ik moet alles binnen twee maanden geregeld hebben, en: geen restricties! Ze willen het mooiste van het mooiste, no matter what. Heerlijk!’ Alix kennende, weet ik dat ze nog uren door kan tetteren over haar succes. Stug op mijn pizza kauwend luister ik maar half. De pizza smaakt me niet en dat ligt niet alleen aan de mozzarella.


Nieuwsgierig geworden naar ‘Liefde met gebruiksaanwijzing’ en wil jij een exemplaar winnen?
Waag dan zeker je kans door het antwoord op onderstaande vraag te mailen naar perfecteburen@gmail.com en dit vóór 17 september middernacht.

Welke pizza brengt Alix naar Robin?   



Vergeet niet onderstaande ’spelregels’ even door te nemen en uit te voeren.


- Like onze Frontpage HIER
- Nog geen lid van onze BESLOTEN groep, klik dan HIER  
- Zet in onze BESLOTEN groep onder deze post ‘Liefde met gebruiksaanwijzing’
- De winnaar worden bekend gemaakt bij het verschijnen van het interview dat we met Aline van Wijnen hadden.
Enkel in onze besloten groep wordt de winnaar bekend gemaakt
- Bij ontvangst van je gewonnen exemplaar post je een foto openbaar op je tijdlijn en op onze Facebook-groep met #liefdemetgebruiksaanwijzing @Aline van Wijnen @Uitgeverij Zomer & Keuning VBK Uitgevers @Boeken&Leesclub De Perfecte Buren 

Geen opmerkingen: