dinsdag 24 april 2018

Jackie's lampje ... even voorstellen






***
Lampje 1
Oké. Oké. Ik heb dus nog nooit geblogd, dus geen idee wat er nu gaat gebeuren. Laat ik eerst even de naam van dit blog uitleggen: wat is in godsnaam mijn lampje? Het kwam zo: Karin vroeg op Facebook of ik zin had om dit te doen en ik aarzelde veel te kort ten opzichte van de berg werk die me dagelijks in het gezicht staart, want ik kan nu eenmaal slecht nee zeggen als mensen mij iets vriendelijk vragen. Maar goed, voordat ik het goed in de gaten had zaten we te overleggen over de naam van deze blog.

Karin stelde voor: ‘Jackie’s visie’.
Nou heb ik nooit visie, ik heb een bril. En met name als het nacht is heb ik een visie van lik-me-vessie; ik rij zo de sloot in als ik niet oppas, want ik zie geen diepte in het donker. Ik ben al blij als ik aan het eind van een drukke dag mijn huis weer terug kan vinden, zo weinig visie heb ik. Ik doe maar wat, echt. Ik frutsel naar beste eer en geweten de boel aan elkaar en hoop met kromgetrokken tenen in mijn schoenen op de goede afloop.
Geen goede naam voor mijn blog dus.
Nou stuurde Karin me een lampje-emoticon, toen ze het idee had voor de titel ‘Jackie’s visie’, dus uit klierigheid riep ik toen (voor zover je kunt roepen in een Facebook chat) : Kan je het niet Jackie’s Lampje noemen?
Nou, en toen zat ik er dus aan vast.






Nu moet ik dus af en toe iets lampigs zien te verzinnen om op te schrijven; ergens mijn licht over schijnen, of iets verluchtigends opmerken. Nou, ga er maar aan staan; ik heb het oninteressantste en gewoonste leven ter wereld. Man, zoon, rommel in huis; c’est ça. En een baan die zo vol zit met technische nerdneuzeldetails dat als ik daarover zou beginnen te vertellen, iedereen huilend, misschien zelfs wel stuiptrekkend, deze webpagina zou verlaten. Waar moet ik het dan in godsnaam over hebben???

Je zou denken dat een schrijver a.) Altijd wel iets te zeggen heeft b.) Dolgraag over zichzelf leutert. Nou is het in mijn bijzondere geval wel zo dat, als ik schrijf, er altijd bijna als vanzelf een verhaal uit mijn vingers rolt, maar dat is natuurlijk fictie. Ik had altijd -- misschien wel abuis, wie zal het zeggen -- het idee dat zo’n blogpost meer over het echte leven moest gaan.
Gauw door op punt b.) Het is heel erg NIET zo dat ik dolgraag over mezelf leuter. Ik vind mezelf namelijk geen onderwerp. Sterker nog, ik vind eigenlijk dat een schrijver gewoon aan de slag moet: laptop open en tikken maar, en idealiter het gekakel eromheen tot een minimum beperken. Nóg ietsje sterker: ik was afgelopen weekeind in Amsterdam in Pages, de Syrische pop-up bookstore, om een beetje muziek te maken met mijn twee lieve vrienden Victor (die prachtige gedichten en heel literair proza schrijft) en Bertram (die met name non-fictie over muziek op zijn schrijverskerfstok heeft staan). Victor was ook ingeboekt voor een gesprek met een Syrische schrijfster, wat een interessante situatie opleverde omdat Victor en de Syrische schrijfster elkaars werk niet kunnen lezen.

Gaandeweg het gesprek werd duidelijk dat de Syrische schrijfster gedreven werd door een immense urgentie om te documenteren -- niet zo raar natuurlijk, gezien de afschuwelijke dingen die er in haar land gebeuren -- maar ze had ook een ongelooflijke drang om over zichzelf als auteur te praten. Haar innerlijke beweegredenen, haar proces, het belang van waar ze mee bezig was, voor haarzelf, voor de wereld in het algemeen en voor de geschiedschrijving van de mensheid. Als de gespreksleider er niet een beetje de schaar in gezet had, dan was ze nu nog aan het woord geweest en hadden we nog zitten wachten tot we een keertje een beetje muziek mochten maken.

Wat nu het gekke was: ik kan me ontzettend goed voorstellen dat zij zich voelt zoals ze zich voelt; dat de gruwelen van de oorlog in haar land haar tot het uiterste motiveren om alles vast te willen leggen en dan ook nog zo veel mogelijk over al dat vastleggen te willen praten. Maar toch voelde ik me plaatsvervangend ongemakkelijk. Ik wist na een tijdje nauwelijks meer waar ik kijken moest. Het duurde een even voordat ik bij mezelf vanbinnen door had waar dat ongemak vandaan kwam: het kwam dus doordat ik eigenlijk vind dat als je wilt schrijven, je moet gaan schrijven, en dat je dan niet moet praten over schrijven.

Niet lullen maar poetsen.
Of, omdat ik nu eenmaal ook muzikant ben, niet lullen maar spelen.
Gelukkig ging dat spelen na afloop van het lullen ontzettend goed en was het al met al een enorm gezellige middag...

*****
xx
J.


Geen opmerkingen: