vrijdag 22 juni 2018

Gewoon Anne-Laure





De bloggersblock.


Eerst en vooral, sorry. Ik heb al een hele tijd geen blog geschreven. Hoe dat komt? Een bloggersblock, denk ik.

De laatste maanden werkte ik aan mijn volgend boek. Dat ging moeizaam, zoals gewoonlijk. Ondertussen zag ik iedere maand op mijn kalender dat ik een blog hoorde in te leveren. Iedere keer opnieuw vroeg ik me af waarover ik zou kunnen schrijven.

Begrijp me niet verkeerd, er zijn tonnen dingen die ik wil vertellen. Het probleem ligt vooral aan de toon. Meestal probeer ik in mijn blogs (en in mijn boeken) een grappige relativerende kijk op de wereld te bieden.

De laatste maanden keek ik naar de wereld en kon niets grappigs vinden om over te schrijven.

Wereldleiders die hun nucleaire knoppen vergelijken en uitspraken doen als ‘ik heb de grootste’. Hoewel het op een of andere manier grappig zou kunnen zijn, kon ik er niet om lachen.

Kleuters die op stranden aanspoelen terwijl er verderop toeristen, cocktail in de hand, vanop hun strandstoeltjes toekijken. Nee, ik zie daar de humor niet van in. Kinderen gescheiden van hun ouders en opgesloten in kooien? Mijn hart breekt.

Het kapsel van een Belgische voetballer is de headline van een krant terwijl die kinderen daar in die kooi zitten. Ik wil van de wereldbol afspringen.

We kijken toe, maar ondernemen niets. Zitten we vastgeroest in het ‘bystanderseffect’, waarin iedereen wel ziet wat er gebeurt, maar niemand reageert omdat men denkt dat een ander het wel zal oplossen. Ondertussen wordt de ellende alleen maar erger.





U hoort het, de toon is niet te vergelijken met wat ik meestal schrijf. Dat wilde ik jullie oorspronkelijk besparen, want de gemiddelde mens wordt al genoeg lastiggevallen met berichten waar hij niet vrolijker van wordt.

Welk verschil kan ik als kleine Belgische schrijfster maken door een blogje de wereld in te sturen, vroeg ik me dus af. Ik ging twijfelen aan mezelf, aan het nut van wat ik doe als auteur. Kan ik een steen in de rivier verleggen, zodat het water anders gaat stromen? Kan ik met mijn woorden iets veranderen?

Ik dacht na over wat mijn oorspronkelijke doel was. De situatie was toen niet veel anders. Overal rondom was miserie en ik werd gek van de nieuwsberichten. Ik wilde met mijn woorden de mensen weer laten lachen. De grijze werkelijkheid weer wat kleur geven met salvo’s -zwarte- humor. Lezers meenemen naar een maffe wereld, ver weg van de harde realiteit. Hoe dan ook, depressieve blogs schrijven waardoor mensen zich spontaan van een brug zouden gooien, stond niet in mijn plan.

Uiteindelijk besef ik dat het steentje dat ik bijdraag klein is, maar misschien, als ik hard probeer, kan ik het beekje wat vrolijker laten kabbelen. Een glimlach op iemands gezicht laten verschijnen is niet veel, maar het is iets. In mijn volgende blog. Beloofd.

Anne-Laure Van Neer

In gesprek met ... Niklas Natt och Dag






Roelant ging in gesprek met Niklas Natt och Dag, auteur van de roman 1793.
Een boeiend tweespraak. Lees je mee?


Niklas Natt och Dag, de bejubelde auteur van de roman 1793, was enkele dagen in Nederland. In Zweden is zijn boek bestempeld als het debuut van het jaar. Inmiddels verschijnt het in 30 landen. Hierbij wil ik uitgeverij Prometheus bedanken voor de uitnodiging om deze bijzondere schrijver te interviewen. We bevinden ons in het Ambassade hotel te Amsterdam. De voertaal is Engels.

Roelant: “Een opvallende quote uit uw boek is de zin: ‘In de loop der tijd wordt hij zich ook bewust van iets anders wat hij nooit had kunnen vermoeden. Dat er ergere dingen zijn dan klappen krijgen en dat eenzaamheid een van die dingen is.’ Was u eenzaam als kind?”

Niklas: “De eerste zeven jaar van mijn leven ben ik opgevoed samen met een halfbroer, die negen jaar ouder was. Daar kreeg ik geregeld klappen van. Toen mijn ouders uit elkaar gingen, was ik enig overgebleven kind. Ik was best een angstig kind. Ik was bang voor het donker. Bang voor geesten en spoken. Bang ook om alleen achtergelaten te worden. Verlatingsangst. Sinds kort heb ik zelf een gezin met twee zoontjes van twee en vier. Zij zullen nooit alleen zijn.”

“Het ironische van die eenzame kindertijd is, dat ik daardoor wel heel veel heb gelezen, wat uiteindelijk heeft geresulteerd in het schrijven van dit boek. Dat was het voordeel van al die eenzaamheid. Ik herinner me uit mijn jeugd die eindeloze vakanties waarin ik niemand had om mee te spelen. ‘Ga je Donald Duck maar weer lezen’, kreeg ik dan te horen. Dat deed ik dan voor de 150-ste keer. Dat is ook meteen het magische van boeken: ze staan altijd voor je klaar. Die imaginaire wereld maak je uit jezelf. Dat is fascinerend. Ik sta voor de taak om mijn eigen kinderen zover te krijgen dat ze later ook gaan lezen in plaats van al die computerspelletjes te doen. Mijn vrouw en ik lezen uitgebreid aan ze voor. Een moeilijk moment zal komen als ze op een dag beseffen, dat ze heel dat alfabet en al die moeilijke woorden niet hoeven te kennen als ze zo’n game gaan spelen. Want dat is gemakkelijk en grappig vanaf het begin, zonder dat je daar al die moeite vooraf voor hoeft te doen. Lezen heeft nu eenmaal een drempel. Daar moet je overheen komen, maar dan is het fijn.”

“Mijn boek, 1793, is lastig in een hokje te plaatsen. Het is tegelijkertijd een historische roman en een crime story. Ik was eerst een beetje bang dat het teveel historisch zou zijn voor een thriller en tegelijkertijd te veel crime fiction voor een historische roman. [we lachen beide]
Uit de reacties van pers en publiek blijkt dat ik me daar geen zorgen over hoef te maken. Voor je boek gepubliceerd is, staat iedereen aan jouw kant en roept hoe goed het wel niet is. Maar als het eenmaal in print is, moet je het helemaal loslaten. Iedereen kan er iets over zeggen. Je kunt dan niks meer doen; niet meer zeggen dat ze het verkeerd begrepen hebben of zoiets.”

Roelant: “U hebt eens gezegd dat de mensheid bestaat uit domme en egoïstische mensen.”

Niklas: “Ja, dat klopt. Mijzelf niet uitgezonderd! Met name tot mijn 20-ste was ik niet anders.”

Roelant: “Nu zou je kunnen zeggen dat er voor het eerste punt, de domheid, scholen bestaan, en voor het tweede punt, het egoïsme, zijn er religies.”

Niklas: “In mijn boek komt inderdaad school niet ter sprake. In die tijd was die er voor het gewone volk ook niet. Voor de adel waren er privéleraren. Maar voor de gewone man en vrouw bestond dat allemaal gewoon niet. Hooguit dat ze iets over de bijbel hoorden. Helaas zie je, dat het schoolsysteem in Zweden tegenwoordig kwalitatief achteruit holt. Een tijd lang behoorde ons systeem tot de beste van de wereld. Maar daar is een groot verval gaande. Angstig om te beseffen dat die generatie op een dag de wereld en de macht zullen erven. Zonder goede opleiding dus. De algehele tendens is dat tegenwoordig niet meer de leraren vertellen en gaan uitleggen hoe het zit, maar dat de leerlingen zelf de feiten moeten ontdekken en analyseren. Dat werkt dus niet, want studenten zijn van nature lui. Ze willen gewoon leukere dingen doen dan leren. De leraar moet tegenwoordig de leerlingen respecteren en niet autoritair optreden. Maar ik beschouw feiten als de enige manier om dingen te leren. Op die leeftijd kun je echt niet zelf feiten analyseren. Ik kon het zelf ook niet. Ik was ook een gewone idioot in mijn jeugd. Zeker tot ik een jaar of 20 was. Pas daarna kon ik me dingen uit mijn schooltijd herinneren en in een breder verband plaatsen. Toen kon ik nadenken over hoe dingen tot stand kwamen en kreeg ik een eigen mening over bepaalde zaken. Maar om zover te komen, moet je wel eerst bepaalde basisfeiten en vaardigheden aangeleerd krijgen.”





“Wat betreft het tweede punt, het geloof als middel tegen het egoïsme. Tja, het geloof was een groot goed. Het hield de zaken bij elkaar. Ik ben zelf atheïst en geloof niet in God. In de tijd waarin mijn boek zich afspeelt, stellen steeds meer mensen vragen over het Godsbesef. Het is de tijd van de verlichting, van de filosofen. Die zochten naar iets anders. Tot die tijd kon je elke diepere vraag beantwoorden met: het is de wil van God. En als je dat niet geloofde, kwam je op de brandstapel terecht. Daar kwam langzaam een einde aan. Frankrijk was de grote voortrekker in die beweging van verlichting. Toen na de Franse revolutie zelfs de koning en later ook de koningin op het schavot belandden, vreesde de koning van Zweden, Gustav, voor zijn hachje. Hij begon een uitgebreid netwerk van spionnen in te zetten. Dat heb ik in mijn boek verwerkt. Allemaal historisch!”

“Mensen zijn dom en egoïstisch en ik ben zelf net zo. Terwijl ik mijn boek schreef, dacht ik alleen maar: als ik het maar gepubliceerd kan krijgen; dat zou geweldig zijn. Verder hoef ik niets meer in het leven. En dan wordt je boek gepubliceerd. Vervolgens wil je dat je boek echt succesvol wordt. En als het dat wordt, wil je daarna ook dat de critici het goed ontvangen. Een stapje verder wil je, dat je boek nóg succesvoller wordt. Zo zie je dat de utopie van gisteren erg snel overgaat in de status quo van vandaag. En dan wil je meer. En dat is de reden dat deze planeet is zoals hij is. We willen altijd meer en meer omdat we egoïstisch en dom zijn en het grote geheel niet kunnen zien. Als mensen eerder zouden beseffen wat ze hebben en daarmee tevreden zouden zijn, zou dat veel ellende kunnen voorkomen op de wereld.”

Roelant: “Een algehele tendens in de Scandinavische misdaadliteratuur is het alcoholisme. In jouw boek is dat niet anders. Het overmatig drankgebruik spat van alle pagina’s af.”

Niklas: “Ja, dat klopt. Zweden zit in de zogenaamde wodka golf. De Zweedse manier van drinken is binge-drinking. Door de week, als er gewerkt wordt, valt het mee, maar op vrijdag begin je zo’n 14 glazen bier en een fles wodka te drinken en ben je het weekend helemaal van de wereld. Dat escaleert. In de tijd van 1793 was dat al zo. De dichter Carl Michael Bellman heeft daar in die periode al veel over geschreven. Ik laat in mijn boek ook een van de personages daar iets over zeggen: ‘Ik vind geen vreugde in dronkenschap, maar het is te verkiezen boven nuchterheid.’ Zelf ben ik nu al bijna 15 jaar nuchter. Ik heb hetzelfde probleem als alle Zweden, realiseerde ik me. Ik ging ook altijd helemaal out. Wanneer ik ’s ochtends wakker werd, waren er zeker vijf á zes uur weg. Compleet uit mijn herinnering. Waarschijnlijk gevuld met de ergste shit die je je kunt voorstellen. Dan moest ik anderen opbellen om te vragen wat er gebeurd was. Dan kwamen er verhalen van op de tafel dansen en vechten met wie dan ook. Dan vroeg ik me af of ik mijn verontschuldigingen aan iemand moest aanbieden. Dat ging mijn hele studententijd zo door, tot ik me realiseerde dat dat zo niet door kon gaan. Je verdooft jezelf, maar bereikt verder niks. Ik sta nu al 15 jaar ‘droog’. In de tijd van ‘1793’ was de dronkenschap al een groot probleem. Het was ook vaak het enige lichtpuntje in een verschrikkelijke wereld. Als je dronken bent, voel je jezelf goed. Dat is de reden van de populariteit van alcoholmisbruik. Maar het veroorzaakte ook veel sterfgevallen in die tijd.”

Roelant: “Op een andere plek in het boek laat je een personage het volgende zeggen: ‘Niemand wordt misdadiger zonder eerst slachtoffer te zijn geweest.’ Dat is ook jouw privé overtuiging?”

Niklas: “Ja, zeker. Nu ik zelf kinderen heb, word ik me van dat principe nog sterker bewust. Wanneer ik boos word, ga ik met dingen gooien. Dan smijt ik iets tegen de muur bijvoorbeeld. Als ouder word je natuurlijk wel eens boos op je kind. Je hebt die nacht maar drie uur geslapen en je kind probeert je op allerlei manieren uit. Dan kun je boos worden. Dan gooi ik iets tegen de muur. Op zich is dat goed. Niemand raakt gewond en achteraf kan ik dan tot rust komen. Op een gegeven moment merkte ik dat mijn oudste zoon ook begon met dingen te gooien. Toen kwam het besef dat ik hem dat had geleerd. Dat dat een normale gang van zaken was als je kwaad werd. Ik begreep dat ik een beter voorbeeld moest zijn voor hem. Niet meer met dingen gooien, maar kalm blijven. Dat is waar het eigenlijk om gaat. Als je wilt dat jouw kind een monster is, wees dan gemeen tegen het kind; behandel hem slecht en maak hem bang en ongelukkig. Dan zal dat kind later ook andere mensen bang en ongelukkig maken.”

Roelant: “Aan het eind van het boek staat de hoofdpersoon voor een groot moreel dilemma. Ik moest daarbij denken aan het boek van Leif Persson ‘Het laatste Woord’.”

Niklas: “Grappig dat je die naam noemt. Ik heb dat boek pas 4 weken geleden gelezen, maar ik begrijp wat je bedoelt. Het is een buitengewoon spannend boek, terwijl er nauwelijks iets in gebeurt. Ik was verbijsterd hoe Persson dat geflikt had. Om ook zo’n effect te bereiken, had ik een heel scala aan gebeurtenissen en actie nodig. [we lachen uitgebreid] Leif Persson is in Zweden een grote media-bekendheid. Hij heeft zijn eigen TV-show waarin hij crime-boeken bespreekt. Toen mijn boek uitkwam was dat in een kleine oplage, zo’n 2000 stuks. De verkoop verliep redelijk, maar niet spectaculair. Toen kwam het onder de aandacht van Leif Persson. Hij besprak het boek zeer lovend in zijn rubriek en meteen daarna vlogen de verkoopcijfers omhoog. Ik ben hem zeer dankbaar. Binnenkort ga ik hem voor het eerst ontmoeten en de hand schudden. Dan kan ik hem bedanken voor de enorme boost die hij mijn carrière gegeven heeft.’

Dank aan Niklas Natt och Dag voor dit bijzonder interessante interview.

Roelant de By - onze vliegende reporter

Lees hier de RECENSIE van '1793'






'1793' - Niklas Natt och Dag




Genre: roman
ISBN: 978 90 446 3681 9
Uitvoering: hardcover
Aantal pagina’s: 400
Verschijningsdatum: 18 mei 2018

Achterflap: 1793. Stockholm is in de greep van paranoia en samenzweringen. En dan wordt er een gruwelijk verminkt lichaam opgevist. Een romp en een hoofd, zonder ogen. Onderzoek wijst uit dat er maandenlange martelingen aan vooraf hebben moeten gaan. Voormalig jurist Cecil Winge staat voor de ogenschijnlijk onmogelijke taak om de identiteit van de romp én van de moordenaar te achterhalen. Het zal zijn laatste zaak worden, want door tuberculose nadert het einde van zijn dagen.

1793 is het jaar waarin alles in het boek zich afspeelt. Het is opgebouwd uit 4 delen. Deel 1 speelt zich af in het najaar als dat lichaam, of wat ervan over is, gevonden wordt. Cecil Winge, die bekend staat als een onkreukbaar man, krijgt de taak om deze zaak op te lossen. Hij roept de hulp in van de stadswacht Mickel Cardell, een beer van een kerel met een houten arm die het orde bewaren in de kroegen wel erg letterlijk neemt: hij vecht en zuipt zich elke avond in een coma. Samen proberen ze de zaak op te lossen. In een tijd zonder moderne technische hulpmiddelen absoluut geen sinecure. Via vage ooggetuigen en een stukje stof waarin het lijk lag komen ze langzaam verder. Ondertussen wordt het toenmalige Stockholm en het harde leven daar prachtig beschreven.

‘Cardell heeft in de oorlog geleerd dat er in strijd geen eer bestaat… Als de eerste klap valt begrijpen ze niet wat er gebeurt. De linkerhand komt vanaf zijn middel omhoog en omdat het hout gesneden is in de vorm van een geopende hand ziet het er bijna uit alsof hij het dichtstbijzijnde gezicht een oorvijg geeft… De pijn brandt in zijn ontbrekende arm, omdat zijn hersenen weigeren de afwezigheid ervan te accepteren.’


Deel 2, de zomer, gaat terug in de tijd en vertelt de levensloop (in dat jaar) van een 17 jaar oude knaap die de beschrijving van zijn belevenissen afwisselt met brieven die hij aan zijn zuster schrijft. Als een soort Tijl Uilenspiegel liegt en bedriegt hij zich door het leven. Pas veel later wordt zijn rol in het verhaal duidelijk. Net als de rol van het hoofdpersonage Anna Stine in deel 3, het voorjaar. Door middel van deze Anna Stina schetst Natt och Dag het leven van vrouwen in die tijd. Overleven is misschien een beter woord. Als zij opgepakt wordt en in een zogenaamd spinhuis te werk wordt gesteld, worden de gebeurtenissen bijzonder spannend en beeldend beschreven. De uitbuiting, straf, misbruik en diverse ontsnappingspogingen geven het verhaal diepte en vaart. Ook krijg je enorme sympathie voor Anne Stine. Ondanks haar positieve inslag is zij ook cynisch:

Anne Stine heeft in Johanna een andere overlever herkend. Hier [in het spinhuis] te hechte banden aangaan is als het leggen van een basis voor verdriet en teleurstelling. Ze nemen genoegen met wederzijds respect.’

In het slotdeel, de winter, keren we terug naar de wetsdienaren Winge en Cardell. Ondanks alle tegenwerking komen de speurders steeds dichterbij de oplossing. Het verhaal neemt een onvoorziene wending en er dient zich een boeiend moreel dilemma aan. Een buitengewoon ontroerend slot zorgt ervoor dat je dit boek in je hart sluit. Vijf sterren zijn een passende bekroning voor dit meesterwerk.

Roelant de By – recensent De Perfecte Buren

donderdag 21 juni 2018

‘Schrijnend Contrast’ – Wiene


Genre: thriller
Uitgever: Wiene Uitgevers
ISBN: 9789082237825
Uitvoering: paperback
Aantal pagina's: 256
Uitgave: 2018

Met dank aan uitgeverij Wiene Uitgevers voor dit recensie-exemplaar

Korte inhoud

Sabine, eindejaar studente marketing en sales, doet haar stage op Curaçao voor een vastgoedbedrijf. Haar stageopdracht bestaat eruit om een bouwproject in de kijker te zetten. Dit bouwproject bestaat uit een aantal nog te bouwen villa’s, die men aan rijke Nederlanders probeert te verkopen. Ze heeft tal van ideeën die zeer lovend worden onthaald door haar werkgever. Wanneer deze worden uitgevoerd, blijken die effectief ook zeer succesvol te zijn.

Sabine ontvangt ook de eerste potentiële kopers, Miep en Jaap, die zij begeleidt bij de aankoop van hun villa. Al snel blijkt ze een goede band opgebouwd te hebben met Miep, die haar in vertrouwen neemt…

Ook privé heeft Sabine het er goed, ze leert er Simone kennen en al snel is er een bijzondere band tussen deze twee vrouwen. Sabine geniet ook enorm van de vele uitstapjes die ze maakt op het eiland in haar vrije tijd.
Maar dan komt Sabine dingen te weten en wordt er iets van haar verwacht waar zij niet achter staat. Niets is wat het lijkt.

Conclusie

Dit is het derde boek van Wiene, en ik heb het samen in een pakket ontvangen met ‘Snakkend naar adem’Ook hier in dit boek houdt de auteur een eenvoudige schrijfstijl aan, wat zorgt dat het boek toegankelijk is voor een breder publiek en iemand die wat van Curaçao kent, zal veel herkennen. De liefde van de auteur voor dit eiland is ook hier duidelijk merkbaar.

In het begin van het verhaal heeft het toch wel een chicklit gehalte, een jong vrouwelijk hoofdpersonage, grappig, romantiek, aandacht voor liefde, seksualiteit en relaties, … en vlot leesbaar. Pas naar het einde toe is te merken waarom het de categorie van thriller heeft gekregen. Net als in ‘Snakkend naar adem’ komen ook hier enkele sociale thema’s aan bod.

Het hoofdpersonage Sabine is goed uitgewerkt, maar bij andere personages had ik graag wat meer diepgang gezien, zoals bijvoorbeeld Simone. Zij lijkt mij een interessant personage om meer van te weten te komen. Af en toe waren er ook kleine slordigheidjes, maar over het algemeen was het een aangename leeservaring.

Wiene is zeker origineel te noemen, af en toe is het boek wat voorspelbaar, vooral omdat er op de achterflap te veel verklapt wordt. Zonder deze achterflap had ik de plot minder snel zien aankomen.

Bij dit boek behoort net als bij ‘Snakkend naar adem’ een app, de ‘Wiene-app’. Wanneer je deze downloadt, kan je tijdens het lezen de locaties terugvinden en er foto’s, video’s, … over bekijken. Onderaan de pagina’s staan verwijzingen naar de app. Dit is zeker een leuk hebbedingetje en maakt het boek specialer. Ikzelf zoek nogal eens wat op terwijl ik een boek lees en dit vereenvoudigt het wel. Ook is er in de app een battle ingebouwd, hier kan je vragen beantwoorden over het boek en je score vergelijken met deze van andere lezers. Ik scoorde vrij goed want ik eindigde bovenaan, op de tweede plaats.


Voor mij hebben de boeken van Wiene zeker potentieel, mits hier en daar enkele aandachtspuntjes opgepakt worden. Van mij krijgt dit boek dan ook een 3.5 sterren.

****

Het pakket

De boeken ‘Schrijnend contract’ en ‘Snakkend naar adem’ heb ik gekregen in een mooi boekenpakket. De doos waarin deze bezorgd werd, is een verzorgde zwarte box, die netjes openklapt. Eenmaal geopend staat je als lezer een leuke verrassing te wachten. Niet alleen zijn de boeken op een toepasselijke manier verpakt, er steekt ook nog eens een klein flesje whisky in van Jack Daniels. Aanvankelijk vraag je je af wat dit flesje erbij doet, maar wanneer je de boeken hebt gelezen snap je de link naar de twee personages Jack en Daniel uit ‘Schrijnend contrast’.

Er zat ook een kaart bij die als handleiding dient voor de app welke ervoor zorgt dat je een 4D ervaring hebt bij het lezen. Deze kaart heeft een handig formaat en kan bovendien als bladwijzer gebruikt worden.

Deze box is toch een meerwaarde. Indien ik het totaalpakket zou beoordelen, de twee boeken ‘Schrijnend contrast’ en Snakkend naar adem’ en ook de box, scoor ik deze toch een 4 sterren.

Silke Wimme - recensent De Perfecte Buren






Lees hier de RECENSIE van 'Snakkend naar adem'

Boek van de maand - 'De dood heeft blauwe ogen' van Karin Hazendonk







Uitgever: LetterRijn
ISBN: 978 94 918755 7 1
Uitvoering: paperback
Aantal pagina's: 285
Uitgave: 30 juni 2018

Mijn dank gaat uit naar Theo van Rijn en Uitgeverij LetterRijn omdat ik het boek mocht recenseren nog voor uitgave.

  
Jes de Bruin is de eigenaar van Partyanimals. Sinds kort organiseert zijn bedrijf ook schuurfeesten. Daarvoor heeft hij wat extra mankracht nodig. Gerald en Dennis lijken de aangewezen types voor deze job.

Hannah van Dijk is helemaal weg van DJ Xander. Als hij in haar buurt optreedt op een schuurfuif, besluit ze - hoewel ze nog geen 16 is - samen met haar vriendin Ilse naar zijn optreden te gaan. Haar ouders maakt ze wijs dat ze naar een verjaardagsfeestje van een klasgenoot gaan. Haar moeder - die vrij streng is - vindt het geen goed idee, maar van haar vader mag ze - zoals gewoonlijk - wel naar het 'feestje'.

Voor Hannah is het de eerste keer dat ze naar een echte fuif gaat. Al vrij snel is ze in de drukte Ilse kwijt, maar om niks te missen van het optreden van haar favoriete DJ blijft ze vooraan bij het podium staan. Als er iemand op haar schouder tikt, is ze blij verrast.

Als Jan van Dijk - Hanna’s vader - 's nachts wakker schiet en merkt dat zijn dochter niet in haar bed ligt en haar mobieltje niet opneemt, weet hij direct dat er iets mis is. Nadat zijn zoektocht naar Hannah niets oplevert, gaat hij - samen met zijn vrouw Martine - aangifte doen bij de politie. Die doet dat in eerste instantie af als een geval van een weggelopen puber, die wel weer zal opduiken. Maar dat blijkt toch anders te lopen.

Loes de Koning is familierechercheur bij de recherche, maar deze functie wordt haar niet in dank afgenomen door Roelofs, haar teamchef. Hij negeert haar door haar niet te betrekken bij lopende zaken, maar als hij niet verder kan zet hij Loes op de zaak van de verdwenen Hannah. Samen met collega Rob de Vries onderzoekt ze de verdwijning. Het onderzoek stagneert, maar als er kort na elkaar twee toegetakelde lichamen gevonden worden, komt alles in een stroomversnelling.

Hazendonk weet in een paar pagina's een goede karakterschets neer te zetten van de belangrijkste personages. Bovendien schrijft ze erg beeldend, zodat het geen enkele moeite kost om meegezogen te worden in het verhaal. Het thema dat ze aanhaalt in De dood heeft blauwe ogen, is de nachtmerrie van elke ouder: je kind komt na een feestje niet meer thuis. Je mag er niet aan denken! 

De verhaallijn op zich heeft niets vernieuwends, er zijn immers meerdere boeken op de markt met dit thema, maar Hazendonk voegt er een extra dimensie aan toe door het verhaal te vertellen vanuit verschillende invalshoeken en karakters. De personages zijn fascinerend, jammer dat ze vrij oppervlakkig blijven. Bovendien heb je als doorgewinterde lezer al snel door hoe een en ander in elkaar zit. De ingrediënten daarvoor zijn van in het begin aanwezig. Gelukkig ondermijnt dit het leesplezier niet, maar je gaat wel op een andere manier lezen, op bepaalde zaken letten en dat is best jammer.

Het verhaal draait niet enkel om de verdwijning van Hannah. Het schuldgevoel van Jan – had ik haar maar niet naar dat feestje laten gaan - en het vluchten uit de werkelijkheid door Martine geven de lezer een goede kijk op de relatie tussen het koppel. Het passieve gedrag van Martine is funest. De zoektocht naar de daders die Jan voert is beklemmend. Voor Jan was Hannah een Godsgeschenk, maar voor Martine..... Hoever ga je als ouder als het om je kind gaat? Hoe obsessief kan de liefde voor je kind zijn?

Hazendonk heeft met De dood heeft blauwe ogen een vlot geschreven verhaal neergezet, geen moeilijke dialogen en een goede opbouw naar de plot toe. Het verhaal zit vernuftig in elkaar, maar tenenkrommend spannend is het niet. Wel is er steeds een latente spanning aanwezig, waardoor je verder wil lezen. Het boeit zeer zeker! Toch kwam het - zonder spoilers weg te geven - soms onaannemelijk over en zijn er nog wel wat zaken die een onvervuld gevoel geven en die mijns inziens iets meer uitgewerkt konden worden. Drie dikke sterren!


Karin - Team De Perfecte Buren



woensdag 20 juni 2018

GROTE Win actie Karin Slaughter !!







GROTE WINACTIE !

We hadden het beloofd en belofte maakt schuld :-)

Afgelopen week was KarinSlaughter in Nederland en in Vlaanderen om haar nieuwe thriller voor te stellen.
Van HarperCollinsHolland / Agorabooks mogen wij een pakket met maar liefst drie GESIGNEERDE boeken van Karin verloten.
Als dat geen mooi cadeau is !!

Hoe kun je winnen?

in de zijbalk staan drie covers van Karin’s boeken
- weet je de Nederlandse titels van deze boeken stuur dan als de bliksem je antwoorden naar perfecteburen@gmail.com
- zet in het onderwerp ‘Karin Slaughter’
- zet onder deze winactie in onze BESLOTEN groep op Facebook ‘Deze wil ik wel’
- na ontvangst van je pakket plaats je een foto op sociale media met @Karin Slaughter @HarperCollins Holland @Agora @Boeken&Leesclub De Perfecte Buren

Let op: 

- je dingt enkel mee als je aan de voorwaarden hierboven hebt voldaan
- nog geen lid? Dat FIKS je in één klik
- deze actie loopt tot woensdag 27 juni middernacht










In gesprek met ... Ingrid Oonincx







Ingrid Oonincx is een van de Moordwijven!
Roelant ging met haar in gesprek - onder meer - over ‘Pretty Boy’, haar vijfde boek dat onlangs verscheen.
Lees je mee?



“Tilburg is een mooie stad. De schoonheid zit ‘m vooral in de mensen. De Tilburgers zijn ook een beetje chagrijnig; ze klagen graag, mauwen noemen ze dat hier. Maar het zijn goede mensen, echte aanpakkers ook. Een beetje vergelijkbaar met Rotterdam, vanuit een underdogpositie overal de mogelijkheden in zien. Ook op cultureel gebied is er veel te beleven. Het is hier geweldig wonen. Ik betrap mezelf erop dat ik een promotie praatje voor Tilburg zit te houden, maar dat is heel vaak nodig voor mensen die Tilburg niet kennen.”

Aan het woord is Ingrid Oonincx. We zitten in een café in Tilburg vlak bij het station. We drinken cappuccino. Het is een kleine week voor haar boekpresentatie. Zojuist is ze nog bij de boekhandel geweest waar deze plaats gaat vinden om verdere details door te nemen. Een proefexemplaar heb ik vorige week van haar uitgever , De Crime Compagnie, gehad om alvast haar nieuwe boek, ‘Pretty Boy’, te lezen. Als Ingrid mijn positieve geluiden daarover hoort, is ze daar zichtbaar blij mee.







Ingrid: “Dank je, dat vind ik fijn om te horen. Het is heel spannend hoe je nieuwe boek ontvangen wordt. Wat de mensen ervan gaan vinden. Dat jij, als man, er ook van genoten hebt, is goed om te horen. Het is een geweldig verhaal voor vrouwen, maar ook voor mannen. Fijn dat jij zo positief bent. Tof!”

“Ik ben geboren in Baarle-Nassau. Een fascinerend gebied. Een soort enclave in een vrij leeg gebied. Elke andere stad is zo’n 20 kilometer verderop. Vroeger voelde het als een plek waar je weg moest komen, nu als volwassene zie ik het meer als een exotische plek. Een typisch grensdorp. Smokkelen en prostitutie waren van oudsher belangrijke dingen daar. Regelmatig waren er moorden, maar ook ongelukken. Jonge mensen moesten een stuk rijden om naar de disco te gaan. Destijds vaak met een slok op al die kleine weggetjes in. Ook gebeurden er allerlei ongelukken met landbouwwerktuigen, tractoren, haksel-machines. Genoeg inspiratie voor een nieuw boek.”

“Ik heb één drie jaar oudere zus en ouders met wie ik een goede band heb. Maar toch heb ik een wilde puberteit gehad. Niemand had grip op me. Uiteindelijk wilde ik niet meer naar school. Later besef je dat je wel diploma’s nodig hebt. Toen heb ik volwassenenonderwijs gevolgd en staatsexamen gedaan. Vanaf mijn 21ste heb ik fulltime gewerkt. Tijdens dat werk zei een baas tegen me; "Ingrid, je kunt veel meer, ga een HBO-opleiding volgen."
Toen bedacht ik: wat zou ik willen en besloot ik om de School voor Journalistiek te doen. Ik was 29 toen ik aan de (deeltijd) opleiding journalistiek begon; naast mijn volle baan. Dat was heel pittig, maar ik was heel erg gemotiveerd. Ik heb alles ervoor opzijgezet. Gestopt met de band waarin ik speelde, gestopt met uitgaan, gestopt met roken. Ik ben wel (weer) gaan sporten. Atletiek is mijn sport; vooral hardlopen vind ik heerlijk. Daar op die atletiekvereniging heb ik Anton leren kennen. We zijn nu achttien jaar samen en hebben twee kinderen (zonen van 12 en 13 jaar). Na vier jaar journalistiek was ik afgestudeerd met goede cijfers. Vervolgens ben ik van baan gewisseld. Bij die organisatie werk ik nu nog steeds, alleen in een andere functie, nu als communicatieadviseur. Dat doe ik drie dagen in de week. Heel erg leuk werk in een inspirerende en creatieve omgeving. Die andere twee dagen van de werkweek zijn gereserveerd voor het schrijven. Die heb ik voor mijzelf ook echt ingepland als werkdagen. Structuur is belangrijk. Ik heb ook 2,5 jaar een wekelijkse column geschreven voor het Brabants dagblad. Dan kwamen vaak de avonduren of het weekend in beeld. ”

Terwijl we een nieuwe ronde cappuccino bestellen, informeert Ingrid belangstellend of de opname apparatuur het wel doet. Haar journalistieke achtergrond is ook te merken in de talrijke wedervragen die ze mij stelt.

“Een journalist is van nature nieuwsgierig. Ik heb jou ook van tevoren gecheckt. Ik moet toch wel een beetje weten wie er tegenover me zit. [Lacht hartelijk] Schrijven is een eenzaam beroep. Ik ben erg blij met het schrijversclubje waar ik in zit, de Moordwijven. Want naast de publieke dingen die we samendoen, hebben we een chatgroep en veel contact met elkaar. Echt een hechte groep is het nu. Het gaat dan niet zozeer inhoudelijk over je boek, maar wel over allerlei randzaken waar je tegen aanloopt. Dat is erg fijn. Met Anton ga ik regelmatig wandelen, want dan kan ik goed brainstormen met hem als ik vast zit in een verhaal.”







“‘Pretty Boy’ is mijn vijfde boek. Ik heb mijn eigen schrijfstijl inmiddels wel gevonden. Daar heb je toch tijd voor nodig. Als schrijver heb ik mijzelf wel ontwikkeld, vind ik. ‘Medicijn’, mijn vierde boek, is echt een actiethriller. Dat vond ik ook leuk om te doen. Ik wil gewoon lekker doen waar ik zin in heb. Ik denk dat ‘Pretty Boy’ weer een stapje verder is. Het is het eerste boek voor mijn nieuwe uitgever, de Crime Compagnie. Die samenwerking voelt erg goed. Ze geven me alle vrijheid, ze steunen me en hebben alle vertrouwen. Ik hoop een groot publiek te bereiken met dit boek.”

Roelant: ”Dat verdient jouw boek zeker. Het is spannend en mooi opgebouwd. Wat ook zo leuk is in ‘Pretty Boy’, is dat je laat zien dat een knap uiterlijk niet alleen maar voordelen heeft.”

Ingrid: “Ja, precies. Je zal maar zo knap zijn als de mannelijke hoofdpersoon! [Lacht hartelijk] Iedereen wil wat van hem. Zelf vindt hij uiterlijk helemaal niet belangrijk. Hij begrijpt niets van al die belangstelling, vindt het vooral ongemakkelijk. Sommige knappe mensen krijgen heel wat gedaan door hun uiterlijk. Als zij ouder en lelijker worden, krijgen ze het moeilijk. Dan moet je het meer van je karakter hebben. Ben ik toch blij dat ik een flink karakter heb opgebouwd in al die tijd. [We lachen uitbundig] Het was interessant om over zo’n knappe jongen te schrijven. En afkomst, hè, wat heeft dat voor een invloed op je. Kun je daaraan ontsnappen? Dat heeft te maken met je zelfvertrouwen, je persoonlijke ontwikkeling. Mijn hoofdpersoon heeft iets vreselijks meegemaakt in zijn jeugd en heeft te weinig zelfvertrouwen en basis meegekregen om daar goed mee om te gaan. Zeker op het moment dat er allerlei dingen gebeuren die aan vroeger doen denken, gaat hij zich raar gedragen. Dan komt hij in een neerwaartse spiraal terecht waar alles zich tegen hem keert. Je krijgt met hem te doen. De vraag is natuurlijk of dat terecht is.”

Roelant: ”Autistische kinderen spelen ook een belangrijke rol in dit verhaal.”

Ingrid: “Ik wou in dit verhaal vertellen dat die kinderen ook heel bijzonder en mooi zijn. Dat wordt niet altijd gezien door de omgeving, zeker bij jongens. Als ze klein zijn, zijn ze nog schattig, maar als ze ouder worden zie je die afwezige blik en dat gebrek aan sociaal inlevingsvermogen. Dan wordt het gewoon zwaar. Mensen die weinig van autisme weten, reageren vaak vreemd; denken dat zo’n kind niet wil en alleen maar lastig is. Maar ook daar zijn heel mooie en bijzondere kinderen bij. Ik wou daar iets over zeggen en gelukkig paste dat heel goed in dit verhaal.”

Dank je wel, Ingrid, voor dit fijne interview.

Roelant de By - onze vliegende reporter

Lees hier de RECENSIE van 'Pretty Boy' 





'Pretty Boy' - Ingrid Oonincx



Genre: thriller
Uitgever: de Crime Compagnie
ISBN: 978 94 6109 315 8
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s: 340
Uitgave: 31 mei 2018

Hartelijk dank aan de Crime Compagnie voor de e-book versie die ik vooruit mocht lezen.

Meteen op de eerste bladzijden van Ingrid Oonincx’ nieuwste boek, Pretty Boy, staat de zaak op scherp. Er is een kind vermist, het zoontje van goede vrienden, tevens het beste vriendje van de zoon van Hannah en Jack. Dan springt het verhaal van het hedendaagse Noord-Brabant naar een klein plaatsje in Amerika 23 jaar eerder. In een trailerpark woont een alleenstaande vrouw, Allison, met haar twee zonen, Billy en Bird. We bevinden ons hier aan de onderkant van de (witte) Amerikaanse samenleving. ‘White Trash’ noemen ze zichzelf. Allison is als alcoholiste alleen met zichzelf bezig. Billy, een aantrekkelijke jongen, zadelt ze op met de zorg voor zijn kleine autistische broertje, Bird. Schrijnend zijn de beschrijvingen van deze kansarme mensen. Omdat Billy er zo goed uitziet, vallen de meisjes bij bosjes voor hem. Zo ook Jennifer, een mooi en verwend meisje uit een rijke familie. Zij is helemaal niet in een relatie met Billy geïnteresseerd, maar wil hem gewoon veroveren, als een trofee. Billy is naïef en ziet mogelijkheden om zich te ontworstelen aan het armzalige milieu waar hij in zit. Hij zet alles opzij om met Jennifer af te spreken. Maar zijn kleine broertje is als een blok aan zijn been. Dan gebeurt er iets verschrikkelijks waar Billy slechts ten dele schuld aan heeft, maar wel voor opdraait. Hij belandt in de gevangenis en wordt daar, als knappe jongen, een prooi voor zijn medegevangenen. Ook hieraan probeert hij zich te ontworstelen. In alles wat hij doet, staat zijn overlevingsinstinct en drang om zichzelf te verheffen uit zijn abominabele bestaan bovenaan.

Oonincx switcht razendsnel in korte hoofdstukken van de gebeurtenissen in het Amerika van toen naar het heden in Brabant. In Nederland gaat de zoektocht naar het jongetje onverminderd door. Jack gaat zich echter steeds vreemder gedragen. Die vermissing brengt hem uit balans. Wanneer hij stuit op een belangrijke ontdekking, gaat hij daar niet mee naar de politie, maar stopt die diep weg. Wat heeft hij te verbergen en waar is hij zo bang voor? Zijn vrouw Hannah weet niet veel van zijn verleden. Ze weet alleen wat Jack haar verteld heeft: dat hij uit Canada komt, dat zijn ouders al lang zijn overleden en dat hij zielsveel van haar houdt. Vond ze het eerst wel handig dat ze niet met een lastige schoonfamilie opgescheept zat, nu begint ze steeds meer vraagtekens te zetten bij het verleden van haar geliefde echtgenoot. Wat is er toch met hem aan de hand en waarom gedraagt hij zich steeds vreemder?

Het duurt niet lang voordat de link tussen deze twee verhaallijnen voor de lezer duidelijk wordt. Dan treedt het zogenaamde Hitchcock effect op: de kijker, cq. lezer, weet meer dan de (zoekende) hoofdpersonages. Als lezer leef je enorm mee. Dat is een grote verdienste van de schrijfster. Zelfs als je denkt dat je alle informatie hebt, blijkt het toch weer anders te zijn. Ook het einde is verrassend. Opvallend is hoe Oonincx kwetsbare, autistische kinderen in het verhaal een plaats geeft. Bijzonder functioneel en prachtig invoelbaar beschreven.

De titel, Pretty Boy, is zeer goed gekozen. De hoofdpersoon heeft niet alleen voordelen van zijn mooie uiterlijk. Dat laat Oonincx duidelijk uitkomen. Talrijke mensen, vooral vrouwen, jagen op hem; willen iets van hem. En hij maakt vaak, bedoeld of onbedoeld, verkeerde keuzes. Kortom Pretty Boy is een prachtig boek over vertrouwen, verraad en over in hoeverre je je kunt ontworstelen aan je milieu en afkomst. Vier dikke sterren zijn hier op zijn plaats.

Roelant de By – recensent De Perfecte Buren

dinsdag 19 juni 2018

‘De afdeling’ – Tammy Cohen



Genre: thriller 
Uitgever: Boekerij
ISBN: 9789025114046 
Uitvoering: paperback
Aantal pagina's: 352 
Uitgave: mei 2018 

Met dank aan uitgeverij Boekerij voor het beschikbaar stellen van dit recensie-exemplaar. 

Wat als degene die je onvoorwaardelijk hoort te kunnen vertrouwen tegen je liegt?

Hannah heeft een heel gewoon leven, met een liefhebbende echtgenoot en een fijne baan. Daar komt abrupt een einde aan als ze iets volkomen onverwachts doet. Haar handelingen hebben verstrekkende gevolgen en zorgen ervoor dat haar leven volledig op z'n kop komt te staan. Ze belandt op de gesloten afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis – een plek waar ze veilig zou moeten zijn. Alleen sterven er patiënten...

De artsen houden vol dat het elke keer om zelfmoord gaat, maar Hannah weet dat ze liegen. Hoe kan ze ervoor zorgen dat iemand haar gelooft na de afschuwelijke daad die zij zelf heeft gepleegd? En misschien nog belangrijker: hoe kan ze ervoor zorgen dat iemand haar gelooft voordat de moordenaar weer toeslaat?

Wat een interessant boek heeft Cohen hier neergezet. Hoewel de lijken je niet om de oren vliegen, hangt er toch een constante spanning in het verhaal.
Stukje bij beetje leer je Hannah kennen en daarbij ook wat zij heeft gedaan. Wat dit boek veel goeds doet, is dat je leest vanuit verschillende personages. Dit geeft een interessante draai en het zorgt voor verdieping. Vaak ben ik bang voor een slecht te volgen verhaal wanneer een schrijver hier voor kiest maar Cohen heeft in de vingers hoe ze dit goed toe kan passen.
Naast Hannah lees je ook vanuit Corinne, de moeder van Hannah, en vanuit Laura, een begeleidster binnen het psychiatrisch ziekenhuis. Hierdoor raak je ondergedompeld in de connecties tussen de personages.

Hannah heeft in korte tijd veel meegemaakt. Helaas heeft ze een deel van deze gebeurtenissen voor zich gehouden. Haar zus die hier wel vanaf wist, nam geen blad voor de mond waardoor deze relatie verstoord raakte. Hoewel hun moeder Corinne er langzaam achter komt en zich enigszins gepasseerd voelt, staat ze onvoorwaardelijk achter haar dochter. Met terugwerkende kracht kom je achter het verhaal van Hannah maar tegelijk speelt ook haar huidige leven binnen het psychiatrisch ziekenhuis.

Het is een redelijk dik boek maar dankzij de vlotte pen van Cohen en de korte hoofdstukken, blijf je aan het boek gekluisterd en lees je er snel doorheen. Je wordt zo meegenomen in het verhaal dat het erg jammer is wanneer het boek uit is.

Helaas heb ik van de schrijfster vernomen dat er, in ieder geval voorlopig, geen vervolg komt op dit boek waardoor je toch echt afscheid moet nemen van de personages. Ik had hier wel een moment voor nodig voordat ik weer in een volgend boek kon beginnen dus dat zegt wel iets over de manier waarop Cohen de personages onder je huid kan laten kruipen.

Ik heb genoten van dit boek, van mij krijgt het een dikke 4 sterren!

Annelien Kruithof – recensent De Perfecte Buren 


‘Die ene plek onder de zon’ – Nora Roberts


 
Genre: roman
Uitgeverij: HarperCollins
ISBN 9789402700916
Aantal pagina’s: 382
Uitvoering: paperback
Verschijningsdatum: mei 2018

Met dank aan HarperCollins voor het recensie-exemplaar.

‘Die ene plek onder de zon’ is een bundel van twee boeken die al eerder (2003) in een Nederlandse vertaling zijn verschenen. Het eerste boek heet ‘Verrukkelijke verrassing’ en het andere ‘Explosieve gevoelens’. Deze uitgave leent zich perfect voor een zorgeloze zomerdag van luieren en genieten.

In ‘Verrukkelijke verrassing’ wordt Nathan Powell onaangenaam verrast bij zijn terugkeer na een zakenreis. In zijn prachtige huis treft hij namelijk een onaangekondigde gast aan: Jackie McNamara, een beginnend schrijfster. Jackie heeft het huis in goed vertrouwen gehuurd van haar neef Fred, maar neef Fred blijkt niet te vertrouwen te zijn! Met de smoes dat het huis van Nathan een paar maanden wegens zijn afwezigheid bewoond kon worden, heeft hij Jackie fiks laten betalen voor die paar maanden. En nu blijkt de eigenaar helemaal niet van plan te zijn geweest om zo lang weg te blijven. Neef Fred is uiteraard in geen velden of wegen meer te bekennen.

Nathan wil Jackie eigenlijk meteen uit zijn huis verbannen maar dat laat Jackie niet gebeuren. Ze weet hem over te halen om haar een paar weken te laten blijven om aan haar manuscript te werken. In ruil voor het bereiden van alle maaltijden. Met tegenzin aanvaardt Nathan dat aanbod. Al snel blijkt dat de twee zich erg tot elkaar aangetrokken voelen maar Nathan is niet van plan dat tot uitdrukking te laten komen. Hij is namelijk een pietje precies, alles moet georganiseerd en gepland worden. Voor een vrouw is al helemaal geen ruimte in zijn leven, hij vindt zichzelf niet geschikt voor een relatie. Jackie houdt van onverwachte dingen, het kan haar niet gek genoeg zijn. Een georganiseerd leven: nooit van gehoord! Ze heeft vele talenten, begint dan ook aan veel dingen maar maakt nooit iets af. Het is voor haar erg belangrijk dat ze haar manuscript afkrijgt en kan verkopen. Ze heeft, vindt ze, iets aan haar familie te bewijzen, of aan Nathan?

***

In ‘Explosieve gevoelens’ reist de beste vriend en compagnon van Nathan, Cody Johnson, af naar Phoenix, Arizona. Daar, midden in de woestijn, wordt een schitterend vakantiecomplex gebouwd. Cody is net als Nathan architect, hij heeft het complex ontworpen en gaat in Phoenix controleren of de werkzaamheden naar verwachting verlopen. Dat blijkt zo te zijn want daar is Abra Wilson de verantwoordelijke ingenieur voor. Zij werkt voor Thornway Construction, een bedrijf dat geleid wordt door Tim Thornway. Abra werkte eerst voor zijn vader maar na zijn overlijden werkt hij voor Tim. Dit wordt haar laatste klus voor Thornway Construction, na deze grote klus gaat ze voor zichzelf werken. 

Tussen Cody en Abra knettert het voortdurend, ze zijn het nooit met elkaar eens en het geruzie is niet van de lucht. Maar ja, van wrijving komt glans en soms ook vuur. En dat vuur laait hoog tussen hen op! Vooral Abra wil hun prille relatie zo zakelijk mogelijk houden. Ze heeft bij haar moeder gezien dat lange relaties geen standhouden, daarom wil ze liever ook niet aan een serieuze relatie beginnen. Alles wordt echter op scherp gezet wanneer blijkt dat er gesjoemeld wordt op de bouwplaats van het vakantiecomplex. Cody en vooral Abra zijn hun leven niet meer zeker!

Conclusie
De twee boeken vormen samen een luchtig geheel wat prima past bij een zomerse dag ter ontspanning. De boeken zijn los van elkaar te lezen. De schrijfstijl van Nora Roberts is zoals altijd vlot en onderhoudend. De plot is in het tweede boek wat origineler dan in het eerste boek, maar beide boeken zijn prima geschreven, er wordt een vlot tempo gehanteerd in de verhaallijn. Al met al twee vermakelijke boeken om op een luie zomerdag van te genieten. En genoten heb ik, vier sterren derhalve.

Jeannie Bertens - recensent De Perfecte Buren