donderdag 20 september 2018

Boek van de maand - In gesprek met ... J. Sharpe







Interview J. Sharpe

Wanneer ik Dordrecht binnen rijd op zoek naar het (tijdelijke) adres van J. Sharpe (Joris) kom ik uit bij een reusachtige boot. Het lijkt wel een cruiseschip. Joris komt me al tegemoet en springt in de auto op weg naar een restaurantje in de binnenstad. De locatie van zijn keuze is gezellig en druk. Iets minder handig voor mijn opnameapparatuur, maar Joris praat veel en gemakkelijk zodat alles er redelijk goed op komt te staan.

Joris: ‘Ik kom uit Rotterdam. Tussen mijn achtste en tiende levensjaar woonde ik op Madeira. Ik werd daar op een school gezet waar niemand iets anders sprak dan Portugees. Zelfs de leerkrachten spraken geen woord Engels. Mijn oma stuurde me dan een stuk of vijf boeken tegelijk op, maar die had ik in een week uit. En dan moest ik weer een paar maanden wachten tot er een nieuwe boot met een pakje voor me aankwam. Toen ben ik zelf maar verhaaltjes gaan schrijven. Het duurde ruim een half jaar voordat mijn Portugees dusdanig was dat ik mee kon komen op school. Gelukkig was ik een klas teruggezet en was de lesstof een herhaling voor me. Achteraf gezien heb ik wel een kleine taalachterstand opgelopen. Maar er waren ook heel veel leuke dingen daar. Ik heb veel gevoetbald, ik was keeper, zelfs een keer tegen Ronaldo. Die komt uit Madeira. Hij was toen al zo ontzettend goed. Ik bleef de bal maar uit het doel halen bij hem, hahaha.’

‘Daarna terug naar school in Rotterdam. Na mijn middelbare school ben ik naar Wageningen gegaan voor de 4-jarige opleiding tot banketbakker. Die heb je in Rotterdam ook natuurlijk, maar ik wou lekker op kamers. Wageningen is een echte studentenstad. Heel erg gezellig. Gelukkig woonde ik niet in zo’n druk studentenhuis, maar zat ik bij een oudere dame op de zolderkamer. Heerlijk om je na die drukte even te kunnen terugtrekken. In die tijd was ik een verlegen, stille jongen die niet zo heel veel uitging en zo. Ik vind het leuk om onder de mensen te zijn, maar ook om op mijzelf te zijn. Ik schreef al wat verhaaltjes, maar in die tijd begon ik echt serieus met schrijven. Mijn allereerste boek heb ik daar geschreven. Dat is nooit uitgebracht trouwens, maar het is wel de tijd geweest dat ik het schrijven wat serieuzer ging nemen, workshops ging volgen en mee begon te doen aan schrijfwedstrijden.’






‘In het laatste jaar van mijn opleiding als banketbakker zat ik in de pauze toevallig naast twee klasgenoten die aan het mailen waren met iemand uit Amerika. Die wou daar een banketbakkerij opzetten en vroeg daarvoor een paar studenten uit Nederland om daar enkele maanden te komen werken. Hij vroeg ze: weten jullie niet een derde persoon? Meteen zei ik: ja, ik wil dat wel. Dat was het begin van een groot avontuur. We hebben er drie maanden gewerkt met z’n drieën en al het verdiende geld gespaard om er achteraf een rondreis door de USA van te maken. We gingen eerst naar Miami. Na twee weken moesten we het land uit, want we hadden een werkvisum van drie maanden. Helemaal naar Nederland terug was erg ver, want we wilden zo snel mogelijk verder door Amerika reizen. We zijn toen naar Curaçao geweest; Nederlands grondgebied. Na een week konden we onze reis door Amerika voortzetten. Met een camper het hele land door. Geweldig was dat; echt een jongensdroom.’

‘Terug in Nederland moest ik een baan zoeken. Ik heb toen onder meer in Voorschoten gewerkt waar ik de patisserie afdeling op me moest nemen. Maar de eigenaar zei: hier wordt niet overgewerkt. Ik dacht: Top! Dat zou een hoge uitzondering zijn in de banketbakkerswereld.’

Roelant: ‘Hij bedoelde natuurlijk: overwerk betalen we niet!’

Joris: ‘Precies! De overuren werden maar voor 70% betaald. En je kreeg zoveel op je bord geschoven. Dat was niet leuk meer. Op een gegeven moment kreeg ik een mailtje van een man uit Mexico. Die man heeft onder meer een bedrijfje dat ervoor zorgt dat Mexicanen op een legale manier in Amerika kunnen wonen en werken. Hij had zelf geen enkel idee van bakken, maar wist wel dat er een hoop zoetkauwen rondlopen. Hij wilde een bakkerij opzetten in Mexico met Nederlandse lekkernijen. Hij zocht iemand om dat op te zetten. Na mijn Amerika trip zweefde mijn cv nog rond op het internet. Toen hebben we contact met elkaar gehad. Hij is naar Nederland gekomen en vroeg aan mij om dat in een jaar tijd op te zetten. Dat was in 2010. Hij bood me een leuk salaris, auto van de zaak, gratis verblijf, enz. Ik zag dat wel als een mooie kans, een uitdaging. Ik was toen weer vrijgezel dus niets hield me tegen. Maar twee weken voordat ik naar Mexico zou gaan, kreeg ik (opnieuw) verkering met mijn huidige vrouw, Marijke. Dat was wel lastig; vond ze minder leuk. Ik heb toen afgesproken dat ik maar een half jaar zou gaan. Met de opdrachtgever kwam ik overeen dat de bakkerij klaar moest staan als ik eraan kwam: locatie, ovens, apparatuur en een paar mensen om mij te helpen aan wie ik het kon leren zodat ze het konden voortzetten als ik weer terugging.’

Roelant: ‘Klinkt goed! Strak plan.’

Joris: ‘Maar zo liep het dus niet. [hilarisch gelach alom] Dat was het plan. Het enige wat er was toen ik in Mexico aankwam, was het pand. Maar daar was ook alles mee gezegd. Het was een ruïne. Alleen de vier muren rondom stonden er nog. In Mexico kun je niet alles even makkelijk krijgen als bij ons of als in de USA. Dat was een heel gedoe voordat alles er stond. Ook met grondstoffen voor mijn patisserie. Ik heb heel veel moeten experimenteren. Uiteindelijk is het allemaal gelukt en liep het allemaal toen ik terug naar Nederland ging. Helaas is kort daarna de boel in elkaar gestort. Ik mocht van de eigenaar maar aan één iemand de kneepjes van het vak doorgeven. Hij was misschien bang dat de rest weg zou gaan als ze alles geleerd hadden en om de hoek eenzelfde zaak zou beginnen. De vrouw die na mij de leiding kreeg wist alles, die had ik helemaal ingewerkt. Het liep heel erg goed: rijen voor de deur. Echter, die vrouw kreeg na een paar weken al ruzie met de eigenaar en is weggegaan. Toen kon hij de tent sluiten. Erg jammer. Het is in Mexico geweest dat ik mijn allereerste boek heb geschreven dat gepubliceerd is, toendertijd uitgegeven als Gevaarlijk Spel. Mooie avonturen heb ik daar beleefd. Mooi land ook.’





Roelant: ‘Het klinkt wel heel avontuurlijk allemaal.’

Joris: ‘Na mijn Mexico avontuur ben ik in rustiger vaarwater gekomen. In Nederland bij diverse bakkerijen gaan werken, onder meer Het Vlaams Broodhuis. Maar uiteindelijk was het wereldje van de banketbakkers toch niet echt iets voor mij. Ik heb me omgeschoold tot rij-instructeur en dat doe ik nu de laatste jaren met veel plezier. Het fijne daarvan is dat je toch een beetje eigen baas bent, ondanks dat er natuurlijk leiding is vanuit de rijschool. Als je slagingspercentage en de klanttevredenheidscijfers maar goed zijn, mag je zelf bepalen wat je doet. Daarnaast blijft er tijd over om te schrijven. Die combinatie van rij- instructeur en schrijver is heerlijk. Ik heb het leukste beroep dat er bestaat. En fantasy schrijven doe ik het allerliefste. Helaas is dat ook het minste commercieel aantrekkelijk.’

Roelant: ‘Bij je nieuwe boek, Reflectie, staat er geen genre vermelding op de omslag.’

Joris: ‘Ja, dat klopt. Wat ik schrijf is moeilijk in één enkel genre te vatten. Het is omvattender dan alleen fantasy. Het is geen makkelijk boek. Er zit heel veel in, heel veel lagen. De plot is ook niet simpel en is op meerdere manieren interpreteerbaar. Ik wil ook steeds een ander soort boek schrijven. Ik wil de lezer zoveel mogelijk mind-fucks toestoppen zonder ongeloofwaardig te zijn. Ik wil de lezer naar die grenzen brengen en dan op het moment dat ze er net af dreigen te vallen, ze weer terug te halen. Mijn vorige boek Syndroom was een groot succes; voor veel prijzen genomineerd en toekomstige vertalingen in het buitenland. De plot van dat boek was wat simpeler dan die bij Reflectie.’






Roelant: ‘Als ik je even mag citeren. In je boek schrijf je onder meer: ”Een slecht verleden is net als een bloedvlek; moeilijk te verwijderen.” En “Het verleden komt uiteindelijk altijd voor je.” Op diverse plekken in het boek ga je in op wat ze gedaan hebben vroeger en worden de personen daar ook op afgerekend.’

Joris: ‘Dat is ook het motto van het boek. Bepaalde dingen die je gedaan hebt in het leven zullen je altijd bij blijven; is niet uit te wissen. Ook voor mijn hoofdpersonen in Reflectie geldt dat. Hun gruwelijke daden uit het verleden achtervolgen ze. Ze moeten reflecteren over hun daden. En daar moeten ze rekenschap van afleggen. Want tot nog toe zijn de personages er mee weggekomen. Daar komt nu verandering in dat hotel op die rots in Madeira.’

Roelant: ‘Dat klinkt erg Protestants; ben jij Protestant?’

Joris: [lichtelijk verbaasd] ‘Nee, maar ik vind het geloof wel heel interessant; meerdere geloven. Ik ben helemaal niet gelovig opgevoed, maar ik snap dat je dat zou kunnen denken. Het universum zullen we zeggen, of noem het God, staat het simpelweg niet toe dat mijn personages ermee weg komen. Nu ze allemaal bij elkaar zijn gekomen, zijn de negatieve krachten zó sterk dat er daar op die bergtop iets gebeurt.’

Roelant: ‘Je hebt ook samen met Melissa Skaye pasgeleden een boek geschreven. Dat kwam uit bij uitgeverij Letterrijn, al je andere boeken bij uitgeverij Zilverspoor. Beviel dat om samen met iemand anders een boek te schrijven?’

Joris: ‘Die samenwerking met Melissa was erg leuk. Ik ken haar al jaren. Regelmatig stonden we samen op festivals om boeken te signeren. Haar fantasy boeken gaf ze ook uit bij Zilverspoor. Voor de gein zeiden we tegen elkaar dat we samen eens een boek zouden moeten schrijven. Dat duurde een tijdje. Zo’n vier jaar geleden ben ik begonnen op mijn eigen manier; dat wil zeggen, niks plannen gewoon beginnen en kijken waar het heengaat. Dat ging niet en liep vast. Dat heeft een tijdje stil gelezen. Op een gegeven moment bekeken we het samen en waren enthousiast. Dat is Meedogenloos geworden. Dat was echt een thriller; een ander soort boek dan wat ik alleen zou schrijven. Letterrijn geeft echt thrillers uit; Zilverspoor geeft vooral fantasy en horror uit. Vandaar die tijdelijke wisseling. Schrijven is gewoon heerlijk om te doen. Ik kan er niet van leven, maar wel een keer extra op vakantie gaan of zo. Geweldig om zo met je hobby om te kunnen gaan.’

Dank je wel, Joris, voor dit gezellige gesprek.

Roelant de By – vliegende reporter van De Perfecte Buren.

Jullie kunnen nog altijd meedoen met de win actie om een exemplaar te winnen van 'Reflectie'



Geen opmerkingen: