donderdag 13 september 2018

Boek van de maand 'Reflectie' - Bookflash en WIN actie !!






Lees & Win - zie onderaan het leesfragment onze winactie!
  
Dit was de eerste keer dat ze iemand levend gingen begraven.
‘Oké, ik ben er klaar mee.’ Tiago gooide zijn spade op de berg aarde naast het gat in de grond. ‘Dit zal toch wel diep genoeg zijn?’ Met zijn handpalm wreef hij het zweet van zijn voorhoofd. Zijn shirt plakte aan zijn rug en zijn lichaamsgeur vermengde zich met die van zijn drie vrienden. Het was zo penetrant dat het de odeur van het bos vrijwel compleet overstemde.
Nuno vond het blijkbaar ook welletjes. Hij deed een stap naar achteren en keek goedkeurend naar het gat in de grond.
Hoewel ze gezamenlijk hadden besloten te wachten tot het nacht was, viel het gebrek aan licht Tiago zwaar. Afgezien van de duisternis werd de naargeestige sfeer mede veroorzaakt door de mist en de vreemde geluiden uit het bos. Ze gaven hem de kriebels. Vlak achter hem schoot iets door het kreupelhout. Het krassen van een raaf deed andere vogels verschrikt opvliegen uit de bomen om hen heen. De takken zagen er in dit duister uit als benige vingers die hen met de seconde verder insloten. Hij voelde zich allerminst op zijn gemak. Maar dat hoefden zijn vrienden niet te weten.
‘Sta je al te trillen op je benen?’ vroeg Nuno.
‘Nee,’ zei hij. ‘Maar we hoeven toch niet naar China te graven?’
Alonso grinnikte en smeet zijn spade op het hoopje grond. ‘Dan moeten we nog even doorgraven. We zitten verdomme bijna op twee kilometer hoogte.’ ‘Daarom is het hier ook zo fucking koud.’ Carlos deed een paar stappen achteruit en viste zijn mobiel uit zijn broekzak. ‘Laten we hier ook even een shot van maken.’
Carlos Munez was altijd de natuurlijke leider van hun groepje geweest. De aanstichter. Degene met het meeste lef. Hoewel Nuno en Alonso soms ook met ideeën kwamen, waren die in vergelijking kinderspel. Iets stelen, rokken van meisjes naar beneden trekken, dat soort dingen. Ging het verder dan dat, dan was het vaak ontsproten aan het brein van Carlos. Zo ook het idee om een van hen levend te begraven. En alles werd altijd vastgelegd. Dit zodat hun volgers konden meegenieten, wat hopelijk weer resulteerden in nog meer volgers en – nog belangrijker – sponsoren.
‘Hoe absurder het idee, hoe meer mensen naar je kanaal gaan,’ had Carlos hen telkens maar weer op het hart gedrukt. ‘Je moet out of the box denken.’
Tiago kwam zelf nooit met goede ideeën. Daar was hij niet creatief genoeg voor. Maar dat maakte niet uit. Hij was meestal degene die al die plannen uitvoerde. Het gezicht van hun kanaal. En hopelijk binnen niet al te lange tijd een bekende YouTuber.
Daarom ben ik degene die op het punt staat onder de grond te gaan.
Tiago leerde Carlos vorig jaar kennen, vlak voor de zomervakantie. Nuno en Alonso kwamen er een paar weken later bij. Sindsdien deden ze niets liever dan grappen bij elkaar en anderen uithalen. Eigenlijk zouden ze nu, als zojuist afgestudeerden, op zoek moeten zijn naar een baan, maar daar waren ze totaal niet mee bezig. Om eerlijk te zijn hoopte Tiago dat hun vlogs genoeg zouden aanslaan om daar geld mee te verdienen. Het zou toch vet zijn als ze de grootste bloggers van het eiland konden worden? De bekendste Portugezen van de wereld.
Carlos richtte zijn mobiel op zichzelf. ‘Yo, allemaal. Welkom bij de eerste aflevering van een nieuwe serie Extreme Truth or Dare. In de komende paar weken zullen we stunts gaan uithalen. Met anderen, maar ook met onszelf. Als jullie een extreem idee hebben, laat dan een reactie achter onder dit filmpje. En uiteraard wordt het gewaardeerd als jullie het filmpje een duimpje geven en jullie je abonneren op ons kanaal.’ Carlos draaide zijn mobiel en richtte hem op het gat in de grond. ‘We bevinden ons ongeveer op zeventienhonderd meter hoogte. Als we de weg verder omhoog volgen, komen we uit op de Pico do Arieiro. Voor degenen die hier niet vandaan komen: dat is met meer dan achttienhonderd meter de derde hoogste berg van Madeira. De reden dat we deze locatie hebben gekozen voor deze stunt heeft alles te maken met efficiëntie. Hierna gaan we namelijk nog iets anders doen op deze berg, maar dat zien jullie in een ander filmpje.’ Carlos richtte het mobieltje op Tiago. ‘Deze held gaat voor jullie ondervinden hoe het is om levend begraven te worden. We hebben zojuist een gat gegraven en staan op het punt de doodskist uit het busje te halen.’
Alonso ging in beeld staan en grijnsde. ‘En geen paniek mensen, die kist hebben we zelf gebouwd, niet gestolen.’
‘Klopt,’ viel Nuno hem bij. ‘Ook dát filmpje zullen jullie later zien. De Making of, zullen we maar zeggen.’
Carlos ging verder. ‘Tiago zal vierentwintig uur opgesloten zitten, met niet veel meer dan een zaklamp, een portofoon en zijn eigen mobiel, zodat hij alles kan filmen. Doordat we zo hoog zitten en hij straks diep onder de grond, gaan we ervan uit dat zijn mobiel geen signaal zal geven, vandaar de porto. Daarnaast krijgt hij wat te eten en een dekentje mee. O, en een paar flesjes water, die hij ook weer kan gebruiken om te pissen. Zwaai eens even naar de camera, Tiago.’ Tiago deed wat hem werd gevraagd. Hij glimlachte, maar zijn mondhoeken trilden, net als de rest van zijn lichaam. Het wolkendek zweefde nog geen twee meter boven hun hoofd. Het doorkliefde de bomen en slokte de bovenkant op. Dus het was koud en vochtig, maar het trillen had daar allemaal niets mee te maken.
Kom op, verman je.
Dat was lastiger dan gedacht. Hij haalde diep adem, kneep zijn vuisten samen en liep in de richting van de twee voertuigen, die een paar meter verder geparkeerd stonden. Hij hoopte dat zijn vrienden zijn angst niet zouden zien. ‘Gaan we dit nog doen, of wat?’
Tiago herpakte zijn grip op een van de vier riemen van de kist en spande hem aan. ‘Jezus,’ zei hij. ‘Ik was even vergeten hoe zwaar dit ding was.’
Gevieren, ieder een eigen riem aanspannend, liepen ze met de kist in hun midden zwalkend door het bos, terug naar het gat in de grond. Takjes braken knerpend onder hun voeten. De koude wind sneed fluitend langs hun heen.
‘Stel je niet aan,’ antwoordde Alonso. ‘Het valt best mee.’
‘Voor jou misschien,’ viel Nuno Tiago bij. ‘Wij gaan niet zoals jij elke dag naar de sportschool.’
‘Misschien wordt dat dan eens tijd.’ ‘Waarom? Jij wordt er in ieder geval echt niet knapper op. Daarnaast helpt het niet echt bij de vrouwtjes, of wel? Wanneer heb je ook alweer voor het laatst geneukt?’
‘Bek houden, Nuno.’
‘Oh, dat is waar ook. Dat heb je nog nooit gedaan.’
‘Ik meen het. Kappen.’
‘Inderdaad, Nuno. Kappen,’ reageerde Carlos. ‘Het is niet alsof jíj wordt bedolven onder de vrouwtjes.’
‘Nee, maar ik sloof me tenminste niet elke dag uit.
Ik heb niets te compenseren.’ Hij grijnsde. ‘De lengte van mijn grote kleine vriend is voldoende.’
‘Zak,’ zei Alonso, maar het was duidelijk te horen dat hij het niet meende. Dit hoorde erbij. Elkaar treiteren en voor lul zetten paste immers bij de groepsethiek. Dat was gewoon zo.
‘Wat ben jij stil, Tiago,’ ging Carlos verder. ‘Doe je het al in je broek?’
‘Dat zou je wel willen, hè?’ antwoordde Tiago. ‘Houd je smoel nou maar en loop een beetje door, wil je?’
Vijf minuten later lag de kist in het gat: niets meer dan een paar houten planken, gevuld met kussens, een dekbed en een deken. De deksel stond schuin tegen de hoop aarde.
Nuno liep terug naar de auto’s en kwam even later terug met twee plastic tasjes. Hij gaf er een aan Tiago. ‘Hier zit alles in. Ik heb er ook nog wat extra batterijen in gedaan.’
‘Top.’ Tiago kon de trilling in zijn stem nauwelijks maskeren. Hij wierp een blik in de kist. Meteen vernauwde zijn blikveld. Alles om hem heen verdween: het bos, zijn vrienden… Moest hij daar echt vierentwintig uur in gaan liggen? Het plan was tof, ooit, toen ze het hadden verzonnen. Maar nu het zover was, sloeg de twijfel toe.
Een hand op zijn schouder bracht hem terug. Bijna medelijdend keek Nuno hem aan. ‘Gaat het?’
Tiago knikte, rechtte zijn rug en forceerde een glimlach. ‘Tuurlijk.’
‘Ben je er klaar voor?’ Carlos haalde zijn mobiel weer tevoorschijn en richtte hem op Tiago.
Tiago knikte opnieuw, graaide in het plastic tasje, haalde de portofoon eruit en toonde hem aan de camera. ‘Hiermee zal ik in constante verbinding staan met de jongens,’ legde hij uit. ‘Als ze langer dan een uur niets van me horen, komen ze me halen. We hebben een buisje geplaatst dat ver boven de grond zal uitsteken. Dit zal zorgen voor voldoende zuurstof.’ Indirect probeerde hij zichzelf moed in te praten. Het werkte nauwelijks. ‘Doe dit niet na,’ ging hij verder. ‘Wij doen deze stunts, zodat jullie ze niet hoeven te doen.’ Hij liet zich in de kist zakken. Het dekbed veerde iets in onder zijn gewicht. Hij ging liggen, haalde alles uit het plastic tasje, legde het aan weerskanten naast zijn zij, net als zijn mobiel, en trok het dekentje over hem heen. Als voedsel had hij een paar broodjes, chocoladerepen en een pak cake. Meer dan genoeg.
Carlos, Nuno en Alonso torenden boven hem uit. Drie schimmen in het duister van de nacht.
‘Hoe ligt het?’ vroeg Nuno. Uit het tweede tasje haalde hij drie andere portofoons. Hij gaf er een aan Carlos en Alonso.
‘Knus. We hadden hem wel wat breder mogen maken. Ik kan mijn armen nauwelijks bewegen.’
‘Niet zeiken. Het is maar voor een paar uur.’ ‘Op welk kanaal staat je porto, Tiago?’ vroeg Alonso.
Tiago pakte het toestel op. ‘Op zes.’
‘Prima. Die van mij nu ook. En de batterij in je mobiel is voldoende opgeladen, toch?’
‘Tot de nok.’
‘Top.’
Carlos’ stem galmde. Hij had zijn mobiel weer op Tiago gericht en sprak hun toekomstige kijkers toe. ‘Daar ligt hij dan, mensen.’ Vervolgens richtte hij zich tot de twee jongens naast hem. ‘Nuno. Alonso. Willen jullie zo vriendelijk zijn?’
‘Natuurlijk,’ antwoorden ze gedwee in koor. Ze verdwenen even uit het zicht en kwamen een paar tellen terug met de deksel van de kist.
‘Nou, daar ga je, jongen,’ zei Nuno.
Zweet liep over Tiago’s slapen. Hij voelde hoe adrenaline door zijn lichaam pompte en haalde diep adem.
Kalm blijven.
‘Tot over vierentwintig uur.’ Met die woorden plaatsen Nuno en Alonso de deksel op de kist.
Meteen slokte de duisternis hem op. Hij rook de geur van hout en lijm, evenals de muffigheid van het dekbed en de kussens.
Tiago haalde adem door zijn neus diep en deed een poging de opkomende paniek de baas te blijven. Zijn hand gleed naar zijn linkerzij. Hij vond de zaklamp en klikte hem aan. Het licht nam zijn angst slechts gedeeltelijk weg.
‘Gaan we hem echt dichtschroeven?’
Zodra Tiago deze woorden hoorden, bevroor hij. Nee. Dat heb ik verkeerd verstaan. Dat kan niet anders.
Het antwoord van Carlos liet hem happen naar adem. ‘Natuurlijk, anders kan hij er toch uit klimmen?’ Zo kalm. Zo zelfverzekerd. Zo venijnig. Vooral die sadistische ondertoon deed Tiago in woede ontsteken. Dat, en het gegrinnik dat er achteraan kwam. Carlos had hier plezier in – het was als de voorpret van een kind dat zich erop verheugt om met een vergrootglas in zijn handen het bos in te gaan om een hele mierenkolonie uit te roeien. Het verbaasde Tiago niet. Hij kende zijn vrienden. Iedereen had zo zijn eigen positie binnen de groepsethiek. Voor zijn geestesoog zag hij hoe Nuno Carlos nu onzeker aankeek en hoe Alonso, met – Wat? Een accuboor en wat schroeven? – in zijn handen Carlos vragend aankeek, alsof hij hem om goedkeuring vroeg. Waarschijnlijk zou het bij de leider van hun groepje voor een euforisch onderbuikgevoel zorgen. Tiago balde zijn vuist. De gore klootzak. Hij wist dat Carlos ervan hield om de leiding te nemen, dat hij kikte op zijn talent om overwicht op mensen uit te oefenen. Hij zou alles doen om ervoor te zorgen dat ze meer abonnees zouden krijgen.
Maar dit had Tiago niet zien aankomen. Hij sloeg zichzelf voor zijn hoofd. Sukkel dat ik ben.
‘Eum, jongens?’ stamelde hij. ‘Geintje toch zeker?’ Zijn stem klonk bedompt.
Een schroevend geluid gaf hem het antwoord.
‘Ook vullen we het gat weer met aarde.’ Carlos sprak luid, en zette zijn zware stem op, waardoor Tiago besefte dat hij nog aan het filmen was.
‘Eikel. Dat is niet wat we hadden afgesproken!’ schreeuwde hij.
Natuurlijk, Tiago had ingestemd met het feit dat hij “levend begraven” zou worden. Maar ze hadden hem alleen weten te overtuigen door te zweren dat het meer ging om het feit dat hij voor vierentwintig uur in een gesloten kist zou liggen. Er zou wel aarde op worden gegooid – anders hadden ze natuurlijk ook geen gat hoeven graven – maar hooguit een centimeter of vijf. Dit zodat, als er iets mis zou gaan, hij simpelweg de bovenkant van de kist omhoog zou kunnen duwen om zichzelf te bevrijden. Net als bij het maken van een film was het belangrijk wat je in beeld bracht. Ze zouden filmen hoe ze het graf dolven, de kist erin legden en hoe ze, nadat Tiago er eenmaal in lag, er een paar scheppen aarde op zouden gooien. Meer niet. Daar zouden later de beelden van Tiago in de kist achter gemonteerd worden. Op deze manier zouden ze bewerkstelligen dat het brein van een kijker van het YouTubefilmpje zou aannemen dat ze heel het gat weer met aarde hadden gevuld. Zo was het afgesproken, zo zou alles veilig en gecontroleerd blijven. Die portofoons waren er meer voor de show, zodat ze met elkaar in contact konden blijven, slap konden ouwehoeren en voor het geval er echt iets mis mocht gaan. Tiago wist dat ze af en toe de grens van dingen opzochten, maar veiligheid stond altijd hoog in hun vaandel. Als het om henzelf ging, tenminste. Maar als ze heel het gat weer met aarde zouden vullen, kon hij er onmogelijk zelfstandig uit, laat staan als ze de deksel ook nog eens zouden vastschroeven.
Tiago sloeg woest tegen de bovenkant.
Er was geen beweging in te krijgen.
Paniek begon te overhand te krijgen. De ruimte waarin hij lag was al niet groot, voor zijn gevoel begon het nu met elke seconde, met elke ademteug, te krimpen. Het hout schuurde tegen zijn schouders, benen, voeten, hoofd. Wat als de kist straks onder het gewicht van de aarde in elkaar zou klappen, hem zou pletten?
‘Laat me eruit!’ smeekte hij, happend naar adem.
Tranen gleden over zijn wangen.
Het schroeven ging door.
Zachtjes hoorde hij het laatste stukje van Nuno’s reactie. ‘… heeft wel gelijk, jongens.’
Carlos. Onverschrokken. Zakelijk. ‘Pech voor hem.’
‘Jongens,’ zei Alonso. Het schroevende geluid stopte. ‘Luister eens?’
‘Wat?’ vroeg Carlos, duidelijk ongeïnteresseerd.
‘De vogels.’
‘Wat? Ik zie of hoor niets.’
‘Precies,’ antwoordde Alonso. ‘Het is doodstil. Geen geritsel van struiken, niet het huilen van de wind. Niets…’
‘Dus?’
‘Raar toch?’
‘Wat kan mij die vogels nou schelen,’ zei Carlos.
Tiago was het roerend met hem eens. Hij lag hier verdomme half dood te gaan van paniek. Hoe konden ze het nu in godsnaam over vogels hebben? ‘Laat me er uit!’
In plaats van een antwoord, volgde er een stilte.
‘Je hebt gelijk,’ zei Alonso.
Een paar tellen later hoorde Tiago een bonkend geluid, alsof er iets op de kist werd gegooid. Hij hoefde geen geleerde te zijn om te beseffen wat dat was.
‘Nee, niet doen. Haal me hier uit! Ik heb me bedacht. Ik wil hier niet mee doorgaan.’ De planken, ze kwamen nog altijd dichterbij. Het hout knerpte, lachte hem uit. Hij wist dat het zijn verbeelding was, maar dat deed niets af aan hoe hij het beleefde. ‘Ik ben het trouwens met Carlos eens, Nuno,’ zei Alonso. Opnieuw werd er een hoopje aarde op de kist gedeponeerd. Zijn vrienden negeerden hem. ‘Het enige nadeel is dat we hem morgenavond er ook weer uit moeten graven.’
‘Interesseert me niets,’ antwoordde Carlos. ‘We gaan geen half werk afleveren.’ Hij richtte zich vervolgens blijkbaar op Nuno. ‘Kom op, jongen. Een beetje vaart maken, alsjeblieft. Mijn ballen vriezen er bijna vanaf.’
‘En jij dan?’ vroeg Nuno.
‘Iemand moet toch filmen?’
‘Dat kan ik ook wel doen. Dan kan jij je handen ook eens laten wapperen. Wij hebben verdomme het meeste werk gedaan.’
‘Ik ben de cameraman, Nuno. En niemand komt aan mijn mobiel behalve ik.’
‘Dit kunnen jullie niet maken, jongens.’ Tiago beukte nogmaals tegen de kist. ‘Laat me eruit!’
Zijn vrienden negeerden hem domweg.
‘En waar heb jij verdomme opeens last van, Nuno?’ ging Carlos doodleuk verder. ‘We hebben dit toch besproken?’
‘Niet dat we de kist zouden vastschroeven en hem zouden bedelven onder zo veel aarde.’
‘Natuurlijk niet, antwoordde Carlos. ‘Dan hadden we hem nooit zover gekregen. Denk nou eens na.’
‘Maar moet je hem nu eens horen. Wat als er nu iets met hem gebeurd?’
‘Wat kan er daarbeneden nu in godsnaam met hem gebeuren? Hij moet gewoon niet zo zeuren!’ Hij verhief zijn stem. ‘Hoor je me, Tiago? Stop met zaniken en gedraag je als een vent.’
Fuck you, Carlos,’ antwoordde Tiago. Carlos lachte. ‘Geef mee die spade eens, Alonso.
Dan help ik wel. Dan kan Nuno ook niet meer zeiken.’
De wanden kwamen niet langer op hem af. Een paar keer diep ademhalen en zijn best doen rust te vinden hielp. Iets. Maar als een wezenlijk beest bleef paniek op de loer liggen, zijn wonden likkend en zijn kans afwachtend. Lang zou hij ongetwijfeld niet hoeven te wachten. Tiago voelde zich als geplet. Zijn vuisten deden pijn van het slaan tegen het hout. Zijn adem zat hoog. Hij moest oppassen dat hij niet ging hyperventileren.
‘Stelletje eikels.’
‘Niet zo zaniken, Tiago.’ Alonso lachte. ‘Je wilt toch niet als watje overkomen? Dit komt op YouTube, weet je nog?’
Zijn stem werd gevolgd door het geroffel van aarde dat op de kist viel, en nog meer, en nog meer. Uiteindelijk stopte ook dat en hoorde hij alleen nog vaag Carlos’ stem.
‘Het gat is weer gevuld, Tiago. Het pijpje steekt er ruim bovenuit. Tot morgen.’
‘Nee, wacht!’ Gillend sloeg Tiago opnieuw tegen het hout. Zijn ademhaling ging steeds sneller. Een golf van misselijkheid kwam over hem heen. ‘Ik wil dit niet. Haal me er godverdomme uit!’
Stilte. Eindeloos. Verstikkend. Het duurde minuten. Toen: gekraak.
De portofoon.
Carlos’ stem: ‘En? Hoe voelt het om levend begraven te zijn?’
Tiago griste naar de porto en drukte de spreekknop in. ‘Lul.’ 
Carlos lachte. ‘Vergeet niet te filmen.’ 


We mogen een exemplaar weggeven van 'Reflectie' !! 


Vraag: Hoelang zal Tiago opgesloten zitten en waarin?

Stuur een mail met je antwoorden naar perfecteburen@gmail.com met in het onderwerp de titel van het boek.

Lees dit ook even door:

- Mail het antwoord voor 20 september middernacht
- Vermeld in je mail - buiten je eigenlijke naam - je gebruikersnaam op Facebook en je adresgegevens
- Zorg dat je lid bent van onze besloten groep, want enkel dan ding je mee
- Nog geen lid? Gefikst in een KLIK 



Geen opmerkingen: