maandag 3 december 2018

Jackie's lampje 4 ... Een lampje met een primeur!








Het is een tijdje stil geweest aan het Lampjesfront. Dat komt doordat ik in mei van dit jaar zo dom ben geweest om, toen mijn uitgever vroeg ‘ En wat ga je nu doen?’, tegen haar te zeggen: ‘Nou, zeg jij het maar.’ Toen zei zij: ‘In dat geval, doe mij dan maar fijn een boek voor januari of februari 2019.’

Op dat moment had ik alleen een titel ‘De meisjesmagneet’ en een nog vrij vaag idee, namelijk dat ik wilde schrijven over een mannelijke hoofdpersoon van vroeg in de twintig die op een levensbepalend kruispunt komt; die moet uitvinden wie hij nu eigenlijk is. Wat hij moet loslaten en wat hij moet behouden, wat hem als mens definieert. Doet hij wat anderen van hem verwachten of kiest hij voor zichzelf? Volwassen worden gaat over het algemeen niet zonder hindernissen, want als het niet schuurt, tenslotte, dan gaat het ook niet glanzen.

Januari, februari 2019 in de winkel, dat betekende dat het half oktober af moest zijn en vervolgens als door de duivel op de hielen gezeten, moest worden geredigeerd, persklaar gemaakt en gezet. Sowieso al een listige planning, maar toen ik eenmaal van iemand bij de uitgeverij had gehoord dat ze normaal gesproken geen boeken in de catalogus zetten als het manuscript nog niet binnen is, toen voelde ik de verantwoordelijkheid nog veel meer dan normaal en drukte de deadline op mijn schouders als zo’n Acme 10.000 tons gewicht uit een tekenfilm.

Veel tijd voor redactie was er niet, maar de reden dat ze het met mij toch maar hadden aangedurfd om een boek aan te bieden bij de boekhandel dat nog helemaal niet af was, is omdat ik blijkbaar de (dubieuze?) reputatie heb dat ik manuscripten aanlever waar niet zo veel aan hoeft te gebeuren. Behalve dan alle voltooid deelwoorden en hulpwerkwoorden die ik altijd verkeerd om zet; dat zal ik wel nooit leren.

Hoe dan ook: alleen nog maar meer druk op de ketel. Het moest niet alleen op tijd af, het moest ook nog meteen goed. En dat was nogal eng, want ik had verwacht dat ik fluitend in hetzelfde hoge tempo als de vier voorgaande, überluchtige boeken door zou schrijven. Ik was dus begonnen met het idee dat ik de deadline op mijn sloffen zou halen. Dus niet.

Ik schoot voor geen meter op. Het het viel me onverwacht zwaar. Het was me tot dan toe nog niet zo opgevallen, maar als ik over iets moois schrijf (zoals bijvoorbeeld verliefd zijn) dan schrijf ik blijkbaar als een sneltrein, maar als het over iets minder blijmoedigs gaat, zoals verwarring, dan komt het er toch echt een stuk minder rap uit. Net als dat altijd weer verrassende verschil in tijdsbeleving waarbij als je gelukkig bent de tijd voorbij vliegt, maar voel je je ellendig, dan kruipt hij als een nare, glibberige naaktslak met als je mazzel hebt één centimeter per minuut vooruit.

En net toen ik dacht dat het niet erger kon worden met al die gretverdriese schrijfstress kwamen er twee grote bladen die een kerstverhaal wilden, en aangezien dat meestal ook gratis promotieruimte voor de uitgeverij oplevert voelde ik me toch wel verplicht om mijn best ervoor te doen. Aiaiai.

Nog minder plek voor een Lampje. Patricia en Karin porden me intussen voorzichtig, maar ik moest hen hologig en schuldbewust bekennen dat het echt nog even niet ging lukken. Gelukkig maar dat ik heel zeker weet dat niemand er echt wakker van ligt als ik geen Lampje schrijf; er staat nou niet echt iets belangrijks in, nietwaar? Ja, ja, ik weet het; ik probeer al jaren wat zelfoverschatting te kweken, maar als de grond niet vruchtbaar is dan groeit het niet, ben ik bang.

Maar goed. Nu is alles af, op het zetsel van De meisjesmagneet na en heb ik geen excuses meer om me achter te verschuilen. Tijd dus voor een Lampje. Alleen: waar moet ik het nu toch over hebben? Ik weet meteen weer waarom ik niet moet proberen blogger te worden: ik heb niks te melden. Ik leid (lijd?) nu eenmaal een erg oninteressant leven: ik werk, zorg voor man en kind, zing af en toe een beetje en schrijf zo nu en dan een boek.

Als ik het over mijn werk heb, dat voornamelijk over digitale productinformatie over boeken, databases en websites gaat, dan valt de ene helft van de lezers meteen in slaap en de andere helft springt gillend door het (nog dichte) raam naar buiten.

Over het zingen kan ik ook niet zo veel zeggen; ik ben op het moment in between bands maar doe mee met een door dorpsgenoten geschreven musical over Claes Compaen, onze meest infame dorpsbewoner tot nu toe (Claes was een internationaal beruchte zeventiende-eeuwse zeerover met een rap sheet waar een Nigeriaanse piraat van nu nog iets van kan leren). Het wordt leuk. In april wordt het vier keer uitgevoerd; kom vooral kijken in het theater van Oostzaan, mocht je in de buurt zijn. Over de schrijverij heb ik het in het begin al gehad, dussss...
Waar moet ik dan over leuteren?

Bij ons aan tafel gaat het al een tijdje over de non-inclusiviteit van de samenleving: #metoo, de zwartepietendiscussie, het glazen plafond en andere exponenten van het onderliggende onrecht dat een deel van de mensen impliciet en structureel tweederangsburgers maakt van een ander deel van de mensen. Wij vinden dat heel erg, bij ons aan tafel, en kunnen ons er dan ook flink over opwinden als er weer iets gebeurt waaruit dit onrecht blijkt. Maar ik ben geen politieke schrijver, dus wil ik hier mijn Lampje niet aan wijden. Al vind ik het nog zo onrechtvaardig. Maar wat dan?

O wacht, ik weet wat. Ik zat laatst met Michael, mijn lief, te praten over mensen die spoilers heel erg naar vinden. Wij hebben dat zelf helemaal niet: je kunt ons rustig alle hoeken van de kamer in spoileren met hoe een film ver- en afloopt, en wij gaan met nog evenveel plezier kijken als toen we nog niets wisten. Misschien af en toe zelfs wel met meer plezier. Wij kijken ook graag naar films (en series) die we al eerder gezien hebben: alsof je een oude vriend herontdekt. Heerlijk om je nog een keer in die sfeer onder te dompelen en af en toe valt je iets heel nieuws op, iets wat je helemaal nog niet eerder had gezien. Spoiler-haters willen, denken wij, het gevoel hebben dat ze het helemaal zelf ontdekken. Anders kunnen we het ook niet verklaren. We hebben ook het idee dat spoiler-haters veel minder graag dan wij een film voor de tweede keer zien en dat ze veel meer dan wij waarde hechten aan dat het verloop van de film zo moet gaan als ze het zelf niet konden bedenken.

Volgens mij heb je bij lezers ook zo’n tweedeling. Sommige mensen gaan voor de sfeer en de reis; een boek werkt niet voor hen als ze niet meegevoerd worden door het gevoel. Dit zijn mensen die geen last hebben van spoileritis en het zijn ook mensen die moeite hebben met boeken wegdoen; je zet je oude vrienden tenslotte niet zomaar op Marktplaats. Andere mensen willen verrast worden, zozeer zelfs dat ze zich bijna bekocht voelen als dat voor hun gevoel niet genoeg gebeurt, of dat nu door een spoiler komt of doordat ze voor hun gevoel teveel aan zien komen waar het heen gaat in het verhaal. Volgens mij zijn dit ook de mensen die een boek na het lezen weggeven, doorverkopen of in de haard mieteren, want uit is uit, op naar de volgende verrassing. Ik geloof niet dat een van beide groepen gelijk heeft, ik denk alleen dat mensen op heel verschillende manieren media verwerken. En dat is best interessant, aangezien we tegenwoordig voornamelijk afgaan op gebruikersreviews voor alles, dus ook voor films en boeken. Je kunt dus, gezien het voorafgaande, misschien wel met goed gevolg beweren dat zomaar de helft van de reviews die je online kunt vinden waarschijnlijk helemaal niet gaan aansluiten bij je eigen ervaring, als je een film kijkt of een boek leest. Volgens mij is hier nog nooit echt onderzoek naar gedaan.
            
Als ik het niet al zo vreselijk druk had zou ik dat best graag willen doen, maar helaas, ik heb geen tijd. Ik heb de zetproef van De Meisjesmagneet nog niet gezien, maar intussen is de inkt op het contract voor het boek daarna al bijna droog.
Spoiler-alert: het heet ‘Thuiskomen’.

--
Jackie-O
edit by day, rock by night



Geen opmerkingen: