woensdag 16 januari 2019

In gesprek met ... Marijke Verhoeven





In mijn zoektocht naar, voor mij, nieuwe auteurs en onbekende boeken kwam ik op mijn Kobo-plus abonnement De Beproeving van Marijke Verhoeven tegen. Proberen maar. Vanaf het begin was ik gegrepen door de onconventionele presentatie van de hoofdpersoon. Ze slaat iemand in elkaar, steelt een zak met geld en vlucht naar een eiland. En dan moet het verhaal nog gaan beginnen. Meteen ging ik op jacht om een papieren exemplaar te kopen alsmede alle andere boeken die ik van haar te pakken kon krijgen. Uiterst benieuwd naar de vrouw achter deze heerlijke boeken begeef ik me naar het Noorden. In een hippe lunchroom aan de rand van de stad Groningen zitten we tegenover elkaar aan de koffie. Uiterst openhartig staat ze mij uitvoerig te woord.

Marijke: ‘Ik ben een echte Noorderling. Geboren in Groningen en op een kleine uitstap naar Assen na, steeds in Groningen of daar vlakbij gebleven. Het is ook weleens lastig om je hele leven in een klein dorp te wonen. Iedereen weet alles van elkaar. Maar daar kun je ook weer leuke boeken over schrijven [lacht]. Ik heb één broer, twee jaar ouder. Een vrij traditionele opvoeding gehad. Prima, veilig. Ik heb hier in Groningen na de Havo de middelbare Hotelschool gedaan. Ik was toen hevig verliefd en wilde niet ver van huis gaan om een opleiding te gaan doen. Maar tijdens die opleiding dacht ik al dat de horeca niets voor mij was. Je moet altijd werken als iedereen vrij is. De vriend die ik toen had, werd fysiotherapeut en werkte overdag als ik vrij had. Niet ideaal. Na mijn opleiding heb ik eerst een tijdje als intercedente gewerkt bij een uitzendbureau en daarna bij de meldkamer van de Wegenwacht. Zat ik weer in die onregelmatige diensten! In die tijd kreeg ik een andere relatie, met wie ik kinderen kreeg. Eind twintig was ik toen. Dat huwelijk hield niet lang stand. Ik weer terug naar Groningen. Omdat het een heel hectische periode was, en omdat mijn kinderen ook nog heel jong waren, was het heerlijk om weer in de buurt van mijn familie wonen. Ik ben tien jaar met mijn zonen alleen geweest. Heb daardoor wel een heel goede band met ze opgebouwd. Dat is erg fijn. Ze wonen nog steeds thuis, mijn stiefzoon kwam er later fulltime bij. Dus ik heb er nu drie. Ik voel me ook een echte jongens-moeder. Het enige waar ik steeds tegen aan sta te hikken, is die wasmand. Die wil maar niet leeg… Regelmatig komt daar de was van het voetbalteam bij. Maar het is wel heel gezellig.
Frans, mijn man, heb ik via het voetbalteam van mijn jongste zoon leren kennen. Hij was op dat moment de coach. Al meteen had ik een klik met hem. Toen mijn zoon zijn arm brak met een fietsongeluk, kwam Frans heel attent langs met een cadeautje…’

Roelant: [schaterend]’ Voor de zoon, hahaha.’

Marijke: ‘Ja, inderdaad. Maar toen was het al snel tegen de jongens: gaan jullie maar weer even naar buiten, dan kan ik nog even met je moeder praten.’

Roelant: [lachend] ’Naar buiten gestuurd met zijn gebroken arm!’

Marijke: ‘Ja, hahaha, zoiets ja. Dat werd een goed gesprek. Hij is niet meer weggegaan…
In die jaren dat ik alleen was, heb ik ook altijd geschreven. Met name ’s avonds, in de winter, als de jongens in bed lagen. In de zomer was daar veel minder tijd voor. Eigenlijk moet je elke dag schrijven om goed in het verhaal te blijven, om geen details te vergeten. Ik werkte toen een tijd op het TT-circuit van Assen. Erg leuk, maar in de zomer heel druk natuurlijk. Daarna een korte periode gewerkt in een ziekenhuis in Groningen, maar dat beviel minder goed, van beide kanten overigens. Ik was het vrije leven op het circuit gewend en kon niet aarden in de ziekenhuiswereld. Het was eigenlijk een opluchting toen mijn baan daar eindigde. En eenmaal thuis, heb ik me volledig op het schrijven gestort. Frans heeft me daar heel erg in gesteund. Hij zag hoe ik zat te stralen als ik met schrijven bezig was.

Ik heb een grote liefde voor de Waddeneilanden. Niet alleen die van Nederland, maar ook die van Denemarken. Sinds ik Denemarken heb leren kennen, dankzij Frans, heb ik mijn hart daaraan verloren. In 2010 nam Frans mij voor het eerst mee naar Denemarken. De rust, de ruimte en het groen daar vind ik heerlijk. Qua oppervlak net zo groot als Nederland, maar er wonen slechts zes miljoen mensen, waarvan ruim een miljoen in Kopenhagen. Dan blijven er maar weinig over die zich over de rest van het land hebben verspreid. Denen zijn vriendelijke mensen die je met rust laten en niet heel nieuwsgierig zijn of zo.
Vanuit interesse en ook voor mijn boeken, volg ik al twee jaar een cursus Deens. Best een lastige taal om te leren spreken, de Denen slikken veel woorden in, maar in de cursus leer ik ook veel over de cultuur en tradities van het land. Mijn boekenserie speelt zich af op een eiland voor de kust van Denemarken dat ik zelf bedacht heb. Ik heb het Kenning genoemd. Het woord kenning is overigens een poëzie-vorm uit de oud-Scandinavische literatuur. De straten en huizen op ‘mijn’ eiland zijn gebaseerd op bestaande streken en gebouwen waar ik meestal zelf geweest ben in Denemarken, maar geplaatst naar eigen inzicht op Kenning. Ik heb er thuis een plattegrond van gemaakt zodat ik overzicht heb van waar alles ligt en hoe de routing is. Dat geeft een hoop vrijheid en is ook heel erg leuk. Helemaal als je merkt dat het gaat leven en dat mensen erover praten alsof het echt bestaat.’





Roelant: ‘Maar dat is bijna fantasy dan. Helemaal als je dat combineert met die geestverschijningen.’

Marijke: ‘Klopt. Die combinatie van spanning, romantiek en een beetje fantasy vind ik zelf geweldig leuk. Maar wat fantasy betreft, wel zo dat ik net op het randje wil zitten van dat het best eens waarheid zou kunnen zijn. Het is niet vreemd dat mensen die onder invloed zijn van bijvoorbeeld drugs, dingen of zaken waarnemen die er niet echt zijn. De ene ziet het wel, de andere niet. Waar precies die grens ligt, mag de lezer zelf bepalen.
In mijn nieuwste boek, Het Geschenk, heb ik me in een eerste versie iets teveel laten meeslepen door Fiona, de geestverschijning. Mijn man en ook mijn uitgever (Ilse Karman van de Crime Compagnie) hebben me toen gewezen op de verminderde geloofwaardigheid van het verhaal, want dat zie je zelf op een gegeven moment niet meer. Gelukkig zijn er dan uitgevers en redacteurs die je bij de les houden.
Via een schrijfwedstrijd ben ik bij de Crime Compagnie gekomen trouwens. Ik had net mijn derde boek uitgegeven, Onderschat, toen er een wedstrijd uitgeschreven was voor een erotische thriller. Ik heb meegedaan en heb gewonnen. Dat was mijn start bij Ilse, want de eerste prijs bestond uit een uitgeefcontract bij de Crime Compagnie. Zomerhitte was de titel (2015). Dat boek verkocht heel goed. Er kwam vrij snel een tweede druk. Momenteel is Zomerhitte alleen als e-boek beschikbaar. Misschien verschijnt aankomende zomer weer een papieren versie. Ik denk er nog over na om er een soort vervolg op te gaan schrijven.’

Roelant: ‘Was dat leuk om te doen, zo’n erotische thriller schrijven?’

Marijke: ‘Ja [aarzelend], mijn man vond het fantastisch om te lezen; om proeflezer te zijn. [we schateren het uit] Die zegt: schrijf nog maar zo’n boek! Die ziet het wel zitten, hahaha. Pfff, ik krijg het er warm van. Een jaar of vijf geleden waren boeken met veel erotiek erin zeer populair, zoals 50 Tinten Grijs. Nu nog steeds, maar ze zijn wat over hun hoogtepunt heen. [blozend proest ze het uit na deze onverwachte woordspeling]. Op het moment dat ik het zeg denk ik, Oh God! In Het Geschenk zit zeker minder erotiek. Ik wil me niet in een hokje zetten als louter erotische schrijfster.’

Roelant: ‘Waarom komt er geen officiële boekpresentatie van Het Geschenk?’

Marijke: ‘Ik ben ook intensief met een ander project bezig, samen met een historische vereniging organiseer ik twee thema-avonden over een honderd jaar oude, onopgeloste moord. Toevallig vinden deze avonden vrijwel tegelijkertijd plaats met het verschijnen van Het geschenk. Om dan ook nog een boekpresentatie te gaan houden, wordt mij wat veel.
Ik heb eigenlijk ook liever signeersessies. Vind ik heel erg leuk om te doen, je hebt dan toch meer tijd en contact met je lezers. Kijk, ik wil natuurlijk graag mijn boeken verkopen, maar ik hoef niet zo nodig op een podium te staan. Van huis uit ben ik bescheiden en ook ben ik best onzeker. Zal met de Groningse mentaliteit te maken hebben. Hier is het meer van: doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Dat zit me ook wel eens in de weg. Met mijn inmiddels zevende boek heb ik eindelijk het idee dat ik het wel kan, dat schrijven. Maar beter laat dan nooit, haha.
Mijn lezers zijn voornamelijk vrouwen. Ik denk dat vrouwen meer lezen dan mannen. Behalve mijn man had ik voor Het geschenk nog een mannelijke proeflezer. Die was erg enthousiast.’

Roelant: ‘Dat verbaast me niets!’

Marijke: ‘Dank je wel. Ik was een beetje klaar met verhalen waarin de heldin gered moet worden door de sterke, liefdevolle man. Ik wou iemand neerzetten die geen blanco verleden heeft, geen keurig meisje is. Daarom laat ik mijn vrouwelijke hoofdpersoon ook geweldsdelicten plegen, stelen en zelfs de politieagent een kopstoot geven.’

Roelant: ‘Dat klinkt precies als een moeder met zonen, hahaha.’

Marijke: ‘Dat klopt natuurlijk. Waar ik momenteel mee bezig ben? In mijn hoofd dient zich al een tijdje een boek aan dat ook in Denemarken speelt, maar niets te maken heeft met Kenning. Maar vanaf januari wil ik me ook storten op de historische detective die ik wil schrijven over die onopgeloste moord waar we het eerder over hadden.
In 2017 was het honderd jaar geleden dat in Paterswolde het lichaam van de vermoorde vrouw was gevonden en de regionale krant weidde er een paginagroot artikel aan. Ik bewaarde dat krantenbericht om, zodra ik deel drie van Kenning had afgerond, iets met die moordzaak te gaan doen, in de vorm van een historische thriller wellicht.
Maar toen, alsof het zo moest zijn, werd ik begin 2018 gebeld door de historische vereniging uit het dorp waar ik woon. Met thema-avonden wil de vereniging graag de herinnering levend houden aan gebeurtenissen die bijzonder veel impact hadden op de bevolking. Zo ook met deze raadselachtige moord op die nog jonge vrouw. En of ik als thrillerauteur in de rol van gastspreker bij die avonden aanwezig wilde zijn. Een fantastische uitdaging natuurlijk. Vanaf dat moment heeft die zaak me ook niet meer losgelaten. Ik ben de archieven ingedoken, ben langdurig op zoek geweest naar oude politiedossiers, heb oude kranten uitgeplozen, genealogisch onderzoek laten doen, enzovoorts. Deze 28-jarige vrouw was ongehuwd en woonde bij haar moeder thuis. Ze was op de fiets onderweg van Groningen naar Paterswolde, maar kwam nooit aan op de plaats van haar bestemming. Zeven maanden na haar vermissing werd haar lichaam bij toeval gevonden in het bos, in een ondiep graf langs de weg. Ondanks dat ze met man en macht, compleet met speurhonden, naar haar gezocht hebben. Kortom heel veel vragen, voor mij heel interessant om daar een mysterieus verhaal van te maken en de moordenaar alsnog een gezicht te geven.’





Dank je wel, Marijke, voor dit zeer gezellige interview.

Roelant de By – vliegende reporter van De Perfecte Buren


1 opmerking:

Charles Kuijpers zei

Dat is duidelijk heel gezellig geweest. Leuk interview!