donderdag 14 maart 2019

Boek van de maand - ’Voor de meisjes - Bookflash en WIN actie!






Doe je mee? 
We mogen van Uitgeverij Cargo vijf exemplaren weggeven.
Lees het fragment, lees de vraag onderaan, lees de voorwaarden 
en 
waag je kans. 

***



Voor de meisjes

'Voor mijn meisje'

Hoi Lisa! Hoi! Hoe gaat het? Goed! Wie ben jij? Ik ben Kai, ik werk voor een modellenbureau. Echt? Vet zeg. Ja, dat is zeker vet Waarom schrijf je mij? Omdat jij heel knap bent. Ik denk dat jij model kan worden! Haha, ik ben pas 8! Het is ook voor kinderen. Kijk maar naar alle reclames. Dat vinden mijn ouders nooit goed! Als jij straks beroemd bent vinden ze het alleen maar leuk. Zeker weten! Beroemd? Ja, je bent echt erg mooi. Heel bijzonder. Zie je dat zelf niet? Nee... Nou, dat ben je hoor! Maak anders eens wat fotootjes van jezelf voor mij. Dan stuur ik die door naar het modellenbureau. Als ze jou geschikt vinden dan praat ik wel met je ouders. Dat komt helemaal goed! Foto’s?!? Dat mag ik echt niet!
Snap ik hoor, weet je wat, dan kijk ik gewoon weer verder. Wacht...

Ja? Morgen, oké? Is goed, Lisa! Slim, daar ga je geen spijt van krijgen


1

Kim van Rijn trok de koelkastdeur open en legde de boter en de kaas erin. Ze liep terug naar de kamer. Pakte haar lunchbordje, bestek en koffiemok. Terug in de keuken stopte ze alles in de vaatwasser. Ze bukte, opende het kastje ernaast, haalde een vaatwastablet uit de doos, deed deze in de machine en zette hem aan.

Ze rekte zich uit, keek op de klok. Bijna één uur, ze moest nu echt beginnen met haar tekst. Aan het einde van de middag moest ze die aanleveren bij het opmaakbureau. Dat veranderde nooit, ze deed altijd eerst honderdduizend andere dingen voordat ze begon. Een beetje druk maakte haar teksten beter, maar relaxed was anders. Er schoot haar iets te binnen: het printpapier was bijna op. Ze printte haar werk altijd een keer uit voor een laatste controle voordat ze het opstuurde. Shit, dan moest ze nog naar de kantoorboekhandel. Waar was haar tas? Zoekend keek ze om zich heen. Ah, daar. Ze liep de kamer door, de hakken van haar laarzen tikten hard op het visgraatparket. Sorry onderburen. Ze griste haar tas van de bank en keek snel of alles erin zat.

In de hal schoot ze haar jas aan en hing haar tas eroverheen, schuin over haar borst. Na weken van hitte en zomerjurkjes was het ineens aanmerkelijk koeler en had ze haar jas weer opgezocht. Ze keek in de spiegel, trok haar zwarte staart wat rechter en veegde wat tandpasta weg uit haar mondhoek. Zo moest het maar.

Net toen ze de trap af wilde gaan om te vertrekken ging de bel.

Het verwarde haar en besluiteloos bleef ze boven aan de trap staan. Karel drukte haar altijd op het hart om niet open te doen als ze niemand verwachtte. Daar was hij heel dwingend over, terwijl hij verder zo gemakkelijk was. Ze beschouwde dat als lief bezorgd, maar natuurlijk nergens voor nodig. Ze was tweeëndertig, geen twaalf, en ze woonden in een veel te dure bovenwoning in de gewilde buurt De Blaak in Tilburg, niet ergens diep in Stokhasselt. Langzaam liep ze de trap af. Ze moest weg, wie het ook was, ze moest erlangs.

Toen ze halverwege de trap was, ging de bel nog een keer. Van schrik greep ze zich vast aan de leuning, het geluid galmde enorm in het trappenhuis en sloeg tegen haar trommelvliezen. Snel nam ze de laatste treden, voor de bel nog een keer zou gaan.

Ze keek door het raampje in de voordeur en glimlachte. Een chagrijnig kijkende vrouw in een bekende rood met gele trui, met onder haar arm een pakket geklemd. Kim zag dat de vrouw haar hand ophief richting de bel. Snel trok ze de deur open. De vrouw schrok, liet haar hand zakken en plooide haar lippen in een professionele glimlach. ‘Goedemorgen,’ zei ze. ‘Mooi, u bent toch thuis.’ ‘Eh... ja,’ zei Kim en ze glimlachte terug. ‘Maar ik heb wel haast.’

‘Wie niet in deze buurt?’ antwoordde de pakketbezorgster en er trok iets misprijzends over haar gezicht. Ze stak het pakket uit en in een reflex pakte Kim het aan. Het was minder zwaar dan de omvang deed vermoeden en ineens schoot het haar te binnen wat het kon zijn. Fijn!

‘Dankjewel,’ zei ze en ze keek naar de vierkante kartonnen doos. Het was geadresseerd aan Karel. Goed dat hij die wifi-versterker zo snel had geregeld, dan kon ze vanmiddag ook boven werken.

‘Spoedbestelling,’ zei de vrouw. ‘Wilt u even tekenen?’ ‘Ja, ja tuurlijk,’ zei Kim afgeleid. Ze zette de doos op de trap en krabbelde met haar wijsvinger op de tablet die de vrouw haar voorhield. Spoedbestelling? Dat was wel wat overdreven, zo hard was het nou ook weer niet nodig. Maar wel lief.
‘Mooi, dank u wel,’ zei de vrouw. ‘En ik zou het maar snel openmaken als ik u was.’

‘Wat?’ vroeg Kim, die op het punt stond om de vrouw te volgen en de deur achter zich dicht te trekken. Ze keek naar de bezorgster, die knikte naar iets achter haar. Kim keek over haar schouder. Het pakket. Aan de onderkant was een natte plek zichtbaar.

‘Er lekt iets,’ zei de vrouw en ze liep weg richting het busje, dat ze dubbel had geparkeerd, een eindje verderop. ‘Fijne dag!’

Shit, dacht Kim, die aarzelend op de stoep bleef staan, met haar hand op de deurklink. Ze ging weer naar binnen en pakte het pakket op. Als het inderdaad die versterker was, dan was het vast niet handig dat het ding nat werd. Maar hoe kon het lekken? Onmogelijk. Het pakket had vast ergens in of tegenaan gestaan. Ze baalde ervan; als het apparaat stuk was door het vocht, dan gaf dat weer een hoop gedoe.

Besluiteloos bleef ze even staan, maar rende toen toch de trap op. In de keuken zette ze het pakket in de gootsteen en veegde haar handen af aan de theedoek. Ze trok een lade open en haalde er een mes uit. Karel begreep het vast wel, toch? Ze kon dit onmogelijk laten staan.

Kim stak het mes door de adressticker heen in de gleuf tussen de kartonnen flappen boven op de doos. Ze zette kracht en het mes schoot door het papier en raakte... iets zachts! Gadver, dacht Kim en er bekroop haar een onaangenaam gevoel. Wat was dit? Ineens voelde ze een enorme weerstand. Kom op, sprak ze zichzelf streng toe en met een ruk trok ze het mes door het restant van de adressticker.

Een heftige rottings-geur sloeg haar in het gezicht. Wat wás dat? Kokhalzend en met uitgestrekte arm pakte Kim met duim en wijsvinger het karton vast en vouwde de bovenkant van de doos open. Ze zag paars vloeipapier, met daarbovenop een dichtgevouwen kaartje. Walgend pakte ze het ervan af en trok het vloeipapier een stukje open. Haar hersenen registreerden wat haar ogen zagen, maar wilden de verbinding nog niet leggen. Ze trok iets verder. Het was... Het was... een vacht. En zag ze nou een stáárt? Zat er verdomme een díér in?

Geschokt deinsde ze naar achteren, de woonkamer in. Ze liet zich zakken op de houten bank bij de eettafel en probeerde haar ademhaling onder controle te krijgen. Het briefje, dacht ze. Ze had het nog in haar hand, en trillend vouwde ze het open. De blokletters dansten voor haar ogen. ‘Focus, Kim,’ sprak ze zichzelf toe en terwijl ze de boodschap aan haar man las, bouwde de paniek in haar lijf zich op tot een allesoverheersende en kortsluiting veroorzakende schokgolf: Karel, je weet wat we doen met verraders, toch? vernietig alles wat je hebt en hou je bek. anders gaat het levende broertje van deze in de doos van je vriendin. gaan we gezellig samen kijken hoe snel die zich naar buiten vreet. Ik reken op je. Ciao.



2

Met een aankoop in haar hand die ze liever niet in een winkel in haar eigen buurt wilde doen, liep Joyce Vermeer het Kruidvat aan het Bijlmerplein uit. De zenuwen teisterden haar ingewanden, ze was nooit over tijd. Haar borsten waren gespannen, ze was intens moe en zelfs al een beetje misselijk. Zou het gelukt zijn? Zo snel al?

Schichtig keek ze om zich heen en ze besloot haar scooter hier te laten staan en het laatste stuk naar de portiekflat waar haar zus Michelle woonde te lopen. Er liepen veel zakelijk geklede mensen rond. Alleen, gehaast en bellend, of in groepjes, kletsend en lachend. In de Amsterdamse Poort zaten flink wat bedrijven, waaronder een grote bank. Joyce verbaasde zich er telkens weer over dat die gebouwen zoveel mensen uit konden spugen. Het was de ‘witte lunch- golf ’, zoals ze dat altijd noemde toen ze nog bij haar moeder woonde, een eindje verderop.

Buiten kantoortijden heerste hier een volledig andere sfeer. Tot zeker tien uur ’s ochtends was het er uitgestorven en de meeste bewoners hielden niet van koud weer. Op mooie dagen was het net feest; dan zat iedereen buiten op de vele bankjes in mooie kleding en was het kijken en bekeken worden. Daar had ze vroeger van genoten, samen met Michelle. Maar de Bijlmer had ook een schaduwkant, want niet iedereen hier had het beste met je voor. Vooral handel in drugs vormde een probleem en de sfeer daalde ’s avonds in negatieve zin mee met het afnemende zonlicht.

Haar oudere zus Michelle was in de Bijlmer blijven wonen. Ze werkte parttime bij de H&M en kon de huur van haar flat nauwelijks betalen. Joyce gaf haar af en toe geld of kleding en andere spullen waar zij op uitgekeken was. Snel stak Joyce schuin het plein over naar de ingang van de flat. Ze belde aan en wachtte. Ze had geappt dat ze zou komen om samen de zwangerschapstest te doen; dit deed ze toch liever niet alleen.

‘Ha zus,’ klonk Michelles stem krakerig door de intercom en direct klonk de zoemer. Joyce duwde opgelucht de deur open en ging de trap op. Ze sloeg de hoek om en zag Michelle in de deuropening staan. Ze droeg een fluwelen huispak in een onbestemde lila kleur en Joyce zag direct dat ze weer was aangekomen.

Haar laatste vriend had haar onlangs gedumpt. Per app bericht nog wel. Joyce was er niet rouwig om, hij was megafout. Hij werkte niet, maar had altijd de nieuwste designerspullen én volop pillen bij zich. Mooie kop, mooi lijf, maar verder klopte er niks van die gast. Michelle was beter af zonder hem. Binnenkort was ze jarig en dan zou Joyce haar zus eens lekker mee uit eten nemen. Proosten op een nieuw levensjaar. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

‘Ja ja, ik weet het,’ zei Michelle, die direct doorhad dat Joyce haar extra kilo’s zag. Ze draaide zich resoluut om en verliet het halletje naar de aangrenzende woonkamer. Joyce volgde haar en trok de deur achter zich dicht. Haar ogen moesten wennen aan het schaarse licht in de woonkamer. Ze knipperde een paar keer en oriënteerde zich. Michelle had alle gordijnen dicht, niet alleen aan de voorkant maar ook die voor de deuren naar het balkon aan de achterkant. Op de keukentafel in het achterste gedeelte van de kamer, een open keuken, stonden een paar brandende kaarsen. Waarschijnlijk geurkaarsen, want er hing een zware, zoete vanillegeur. In het voorste deel van de kamer, het woongedeelte grenzend aan het Bijlmerplein, brandde een klein schemerlampje op een tafeltje naast de bank.

‘Gaat het wel?’ vroeg Joyce en ze haalde wat spullen van de stoel af die naast de bank stond. Een boek, wat kleding en een knuffelbeer.

‘Redelijk,’ zei Michelle, die op haar af liep met uitgestoken lila fluwelen armen. ‘Geef maar. Wil je koffie? Ik heb net gezet.’

‘Nee, dank je,’ zei Joyce, die al misselijk werd bij het idee, terwijl ze normaal juist gek was op koffie. Ze gaf de spullen aan en ging zitten. Michelle dropte ze op de keukentafel naast de kaarsen en begon bij het keukenblok te rommelen. ‘Je moet echt een beetje op je gewicht letten, Michelle,’ zei Joyce en ze hoorde haar wat mompelen als antwoord.

‘Sorry?’ vroeg ze. ‘Hou toch op, zei ik,’ beet Michelle haar fel toe. ‘Ik bedoel het niet gemeen,’ zei Joyce zuchtend en ze draaide met haar ogen. Michelle kwam met een mok in haar hand naar haar toe lopen.

‘Het is al goed, zus. Sorry, ik ben mezelf niet door dat gedoe met Kenneth. Heb je de test bij je, of moet je ’m nog kopen?’ Michelles toon was ineens een stuk zachter en ze ging naast Joyce op de bank zitten. Joyce keek naar haar zus, die hetzelfde hartvormige gezicht en net zulke amandelvormige ogen had als zij. Maar waar zij de afgelopen jaren alle tijd en geld had gehad om aan haar uiterlijk te werken, gold dat niet voor Michelle. Het wilde leven begon zich af te tekenen op Michelles gezicht, dat nu ook pafferiger was dan normaal. Maar als ze zich goed voelde en wél aandacht aan zichzelf besteedde, trok ze net als Joyce alle aandacht. De zusjes waren in de Bijlmer bekend om hun mooie uiterlijk. Ze waren half Moluks en die genen zorgden voor een koffie-met-roomkleurige huid, zwarte haren en diepbruine ogen. Zo hadden ze tenminste nog iets aan hun vader te danken, volgens hun verbitterde moeder, die de twee meisjes alleen had opgevoed.

‘Heb ’m al.’ Joyce trok het plastic tasje tevoorschijn. ‘Oké,’ zei Michelle. ‘Nou, je weet waar de wc is...’ Joyce knikte weer en haar handen leken een eigen leven te leiden. Michelle legde er een kalmerende hand bovenop. ‘Het komt wel goed, zus. Hij draait vast bij als het zo is.’ ‘Ik hoop het,’ verzuchtte Joyce en ze liep terug naar het gangetje, waar het toilet was. Gelukkig was Leonard die ochtend naar Duitsland vertrokken voor een zaak en zou hij morgen pas laat in de middag weer thuis zijn. Dat gaf haar tijd om de uitslag van de test te verwerken en haar betoog richting Leonard voor te bereiden. Hij zou toch wel blij zijn na de eerste schrik? Dat moest!

Met trillende handen haalde ze het doosje tevoorschijn en ze maakte het open. Ze haalde de inhoud eruit, scheurde de verpakking open en trok het plastic staafje eruit. Ze deed de dop eraf en ging op het toilet zitten. Door de zenuwen kostte plassen geen enkele moeite en ze hield het papieren uiteinde van de test in de straal. Na enkele seconden duwde ze de dop weer op de test. Nu moest ze een paar minuten wachten op het resultaat. Ze sloot haar ogen, durfde niet te kijken, ook al wist ze al dat de test positief zou zijn. Dat voelde ze aan alles. In haar hoofd bestond de baby al.

‘Gaat het, Joyce?’ klonk het even later bezorgd aan de andere kant van de deur. Joyce stond wankelend op en trok haar onderbroek omhoog. Ze hield de stick voor zich uit alsof het een besmettelijk virus bevatte en ze deed de deur open.
‘Kijk jij maar,’ zei ze met verstikte stem en ze kneep haar ogen steviger dicht. De stilte was tergend.

Uiteindelijk waren Michelles gefluisterde woorden: ‘Ik word tante.’ 

***


Weet jij het antwoord op onderstaande vraag?
Stuur dan vlug een mailtje met je antwoord naar perfecteburen@gmail.com met in het onderwerp 'Voor de meisjes'!
  
Wat gaat Joyce Vermeer in het Kruidvat aan het Bijlmerplein kopen?

Lees ook de voorwaarden:

- Mail het antwoord voor 21 maart middernacht
- Vermeld in je mail - buiten je eigenlijke naam - je gebruikersnaam op Facebook en je adresgegevens
- Zorg dat je lid bent van onze besloten facebook groep, want enkel dan ding je mee en zet daar onder deze post: 'Voor de meisjes'
- Nog geen lid? Gefikst in een KLIK