zaterdag 18 mei 2019

MichielZiet



De scheet zit dwars!

Ik kan nooit de enige man zijn die er last van heeft! Plasangst. De wat? Je hoort het goed. Plasangst. Nee, natuurlijk niet op je veilige eigen toilet of elk toilet waar je je alleen begeeft. Dat zit wel snor. Ik bedoel de pisbakken bij drukke openbare gelegenheden. Op zijn chique heten ze urinoirs, echter hanteert elke vent in de volksmond de term pisbakken.

Alle mannen die deze column lezen. Hoeveel van jullie heeft het wel eens meegemaakt dat je bijvoorbeeld bij een voetbalstadion blij bent dat het rust is. Omdat je moet plassen als een paard. Dat je niet weet hoe vlug je bij de toiletten moet komen. En wanneer je eindelijk bij een urinoir staat, volkomen blokkeert omdat voor je gevoel zestig man met je mee staan te loeren. Nou? Precies! Dat dacht ik al. 

Sta je daar. Starend naar je kleine heer. Hem bijna dwingend met je ogen om te plassen. Niets. De blikken van de anderen voel je op je branden. Als je een beetje pech hebt staat er een dronken tor naast je die een keer brutaal over het muurtje loert. Jouw ziend als een Rasta Rostelli die zijn eigen penis probeert te hypnotiseren. 

Eenmaal over de eerste psychologische drempels heen gekomen, kom je bij de volgende knijpende kwestie. Wanneer het je eindelijk lukt te plassen tussen de massa, dan treedt er onherroepelijk een andere wet in werking. De plas weigert in een keer eruit te komen.

Je voelt dat er nog iets meer in zit, maar je blaas weigert de prijs te geven. Oplossing? Iets harder persen. Het is dan onvermijdelijk dat de darmen dan ook een stukje luchtdrukverplaatsing meekrijgen. Elke man weet dat. Had je op je eigen toilet gestaan, dan had je allang ongegeneerd een dikke scheet gelaten. Maar dat doe je niet in een openbare gelegenheid. Helemaal niet als het er spitsuur is.

Geconcentreerd kijk ik naar mijn kleine heer. Voorzichtig persend om ook dat laatste beetje eruit te krijgen. Om mij heen staan twee andere zeikerds. Bewust negeer ik ze. Een met mijn zaakje daaronder. Zen boven de pisbak. Ik pers weer voorzichtig mijn blaas. Ja, ja, ik voel wat komen! Ik focus volledig op benee. Ik voel dat de leiding begint te lopen. Ik voel ook een opkomende scheet. Deze probeer ik krampachtig te voorkomen. Dus nu moet ik persen en blokkeren! Wat een drama. Een man is al zo slecht in multitasken. Op pure wilskracht duw ik de scheet weg. Opgelucht kan ik me weer richten op het plassen.

Het voelt als om me heen iedereen met me meeleeft. Lukt het hem, of lukt het hem niet? De druk op de darmen is weg. Met zelfvertrouwen pers ik het laatste beetje urine voorwaarts. Met iets téveel zelfvertrouwen, want het moment dat de plas begint te lopen, knettert mijn scheet dwars door de het toiletgebouw heen! Voor mijn gevoel is het nog net geen schokgolf. 

Als een stoïcijnse zombie blijf ik onschuldig staren naar mijn piemel. Die zich ook angstig probeert terug te trekken. Ik weet niet hoeveel ogen er op mij gericht zijn, maar de opmerking “zo hee!” op de achtergrond is voor mijn signaal genoeg om de totale omgeving te negeren. 

Uiteindelijk heb ik daar heel schijnheilig mijn handen staan wassen. Toen ik achter mij weer dat knetterende geluid hoorde. Gelukkig! Er was een nieuw plasslachtoffer! 

(Meer lezen over de fratsen maar ook serieuze kanten van Michiel? www.michielziet.com staat boordevol columns van deze tukker die toevallig ook boeken schrijft, mantelzorger is en papa is van een tienerzoon)

Geen opmerkingen: