vrijdag 17 mei 2019

Roelant meets ... Lydia van Houten





Interview Lydia van Houten

Een van de Nederlandse auteurs waar ik alle boeken van heb verslonden, en telkens uitkijk naar een nieuwe, is Lydia van Houten. Haar nieuwste boek Ruis komt uit in juni. We hebben afgesproken op een mooie locatie aan de rand van Arnhem. Lydia is een beeldschone vrouw die geanimeerd praat over haar leven en haar boeken. Tevens is ze ontzettend grappig. Zelden heb ik zo veel gelachen bij een interview.

Lydia: ‘Ik ben in Amsterdam geboren en heb twee jongere broers (zeven en acht jaar jonger). Toen ik veertien was verhuisden we naar Arnhem. En in die omgeving woon ik nog steeds. Ik heb nu zelf ook drie kinderen.’

Roelant: ‘In eerdere interviews heb je laten doorschemeren dat je niet zo’n fijne jeugd hebt gehad.’

Lydia: ‘Nee, helemaal niet. En dat is ook de reden denk ik dat ik ben gaan schrijven achteraf gezien. Ja, dat weet ik wel 100% zeker. Ik heb mishandelingen meegemaakt als klein kind. Toen werd mij verteld dat ik daar nooit iets over mocht zeggen. Je mocht niet praten. Er werd een soort slot op mijn mond gezet. Toen heb ik mij leren uitdrukken op papier. Ik ben heel veel gaan tekenen en gaan schrijven. Dat is voor mij de omslag geweest. Want als je als kind niet mag praten, je niet mag uiten, dat is vreselijk. Als je ouder wordt besef je dat je er juist over moet praten. Zoiets vreselijks kan alleen gebeuren als er een slot op je mond zit. Daarom is er toen bij mij nooit ingegrepen. Vandaar dat ik het zo belangrijk vind om er open over te zijn. Is je iets naars overkomen, praat erover! Die boodschap wil ik aan iedereen meegeven. Verbaal ben ik vrij slecht…’

Roelant: [onderbrekend] ‘Dat vind ik helemaal niet. Je komt prima uit je woorden.’

Lydia: ‘Dat heb ik geleerd. Niet door mediatraining of iets dergelijks, maar door boeken. Ik lees heel veel. Maar die mishandelingen en psychische onderdrukking hebben mij wel introvert gemaakt; iets wat ik van karakter nooit ben geweest. Er is gewoon iets op slot gegaan bij mij. Dat uit zich alleen op papier. [lachend] Achteraf gezien is dat voor mij heel fijn.’





Roelant: ‘Ik moet denken aan Anne Frank die ook geen andere manier van uiten had: Lief dagboek, aan jou ga ik alles toevertrouwen!’

Lydia: [lachend] ‘Wat een vergelijking! Maar het klopt: ik hield ook een dagboek bij. Dat was mijn eerste manier van escape. Zeker. [aarzelend] Elke dag dat ik nu leef, geniet ik volop. Omdat ik het juist anders wil doen met mijn eigen kinderen, vooral dat. Bewust doe ik het 180 graden anders. Als mijn kinderen tegen me zeggen dat ze de gelukkigste kinderen ter wereld zijn, ben ik zó blij. Daar geniet ik enorm van. Zelf was ik heel ongelukkig als kind. Zoals ik al zei, was ik introvert geworden. Toen we verhuisden naar Arnhem werd ik ook nog eens vreselijk gepest op school. Ik was een stil muisje, een makkelijke prooi. Dus buiten de situatie thuis was het ook op school vreselijk. Uren, dagen, weken heb ik toen op de Arnhemse bibliotheek doorgebracht. Dat is zo’n belangrijke plek voor mij geworden. Als die bibliotheek er niet was geweest, weet ik niet wat er met mij zou zijn gebeurd. Ik heb daar echt van alles gelezen. Een bizar verhaal eigenlijk. Mijn leraren zeiden dat ik spijbelde. Ik leerde van alles, alleen niet op school. Toen ik 18 was en weer eens bont en blauw was geslagen, met het bloed op mijn gezicht, was het genoeg. Ik ben toen naar de politie gestapt en heb aangifte gedaan.’

Roelant: ‘Heeft die tijd in de bibliotheek ervoor gezorgd dat je discipline hebt geleerd? Als schrijver heb je discipline nodig; je bent op jezelf aangewezen.’

Lydia: [nadenkend] ‘Dat heb ik ook uit boeken. Boeken hebben mij altijd geholpen om uit de narigheid vandaan te blijven. Een soort redding. Maar goed, toen ik 18 was en weggegaan uit huis had ik niets. Ik heb drie maanden op een kamer bij een vriendin gezeten. En toen kreeg ik een baan op een cruiseschip. Zes maanden ben ik gaan varen. Fantastisch was dat. Ik kwam op prachtige plekken, ontmoette heel veel mensen. Op dat cruiseschip heb ik echt leren werken. Daar heb ik structuur geleerd. Het is een soort militaire opleiding. Daar heb ik echt discipline geleerd. De rest van mijn leven heb ik daar profijt van.’

Roelant: ‘Verliefd geworden op de boot?’

Lydia: ‘Achttien? Ja, natuurlijk. [we lachen beide hartelijk] Er was een zanger die op die boot optrad. En ik hou van muziek. Na zes maanden was het cruise seizoen over. Ik terug naar Arnhem. Ben ik bij de boekenafdeling van de Bijenkorf gaan werken en tijdelijk een paar maanden bij mijn ouders teruggegaan. Ik had niks anders. Toen heb ik mijn huidige man leren kennen. Na twee maanden vertelde ik hem dat ik ging verhuizen en dat hij twee dingen kon doen: samen met mij gaan wonen…. of niet. [we schateren het uit] Nou hij zei toen: dat is goed. Dat was het begin. Daarna alles opbouwen, laagje voor laagje. Ik had geen papieren, al mijn kennis kwam uit boeken. Later via staats examen mijn HAVO-diploma nog gehaald. Na de Bijenkorf ben ik gaan werken als secretaresse. Ik sprak veel talen. Bij de AKZO-NOBEL gaan werken. Zo’n leuke, goede baan. Ik was de enige zonder Schoevers daar. Toch kreeg ik een contract en alles. Zo kwam alles toch nog goed. Samen met mijn man heb ik drie dochters gekregen.’

Roelant: ‘Je bent betrekkelijk laat zelf gaan schrijven.’

Lydia: ‘Dat heeft te maken met mijn banen; ik heb hard gewerkt. Toen kwamen die kinderen. Je houdt niet zoveel tijd over. Maar ik heb altijd de drang gehad om mijzelf te blijven ontwikkelen. Ik ben niet iemand die graag “niks” doet. Ik heb een tijdje tekeningen en illustraties gemaakt voor boeken. Zo kwam ik in aanraking met de boekenwereld. Ik ben er eigenlijk ingerold kun je zeggen. Op school had ik niet de intentie om schrijver te worden. Het is zo gegroeid. Ik weet niet waar dit allemaal naar toe gaat uiteindelijk, maar ik wil wel steeds beter worden.’

Roelant: ‘Heb je ook een bepaalde schrijver op het oog waarvan je zegt, ja daar streef ik naar?’

Lydia: [lachend] ‘Tja, George Orwell. Hemingway vind ik ook heel goed, maar dat is niet waar ik naar toe kan, denk ik. Dat is extremisme. Dan moet je ook flink aan de drank of zo. [we schateren het uit] Zo zelfdestructief ben ik niet. Ik ben meer van de Stephen King. Ik ben nog een beetje op zoek naar een mix. Ik denk dat ik op dit moment op dat punt zit. Het mag wel die richting van Stephen King, Nicci French op, maar ik probeer echt mijn eigen stijl te vinden. Wat dat precies is, kan ik niet goed onder woorden brengen.’

Roelant: ‘Als ik naar jouw boek Prooi kijk, dan heeft het eerste deel veel weg van Nicci French, terwijl het tweede deel mij doet denken aan The Hunger Games.’

Lydia: ‘Dat was heel bewust zo gedaan. Deel Licht en deel Donker. Daar moest een flink contrast in zitten. Rustig beginnen en dan overschakelen naar de versnelling. In mijn nieuwe boek Ruis doe ik net zoiets: het heeft drie delen met een groot contrast daartussen. Ik heb hierin veel aandacht besteed aan de spanningsboog, aan de structuur. Dat was lastig bij Ruis want die moet wel kloppen natuurlijk. De flow moet goed zijn. Je moet het verhaal ingezogen worden en niet meer losgelaten. Zo zit ik ook te schrijven, best wel opgesloten in mijn huis gevangen in mijn eigen geschapen wereld. Alleen de Albert Heyn komt langs, hahaha. Ik heb mijn eigen schrijfkamer, maar daar wil je niet komen. De hele muur zit vol met foto’s, post-its en aantekeningen. Overal liggen stapels papieren en nog meer post-its. Mijn schrijfritme is om negen uur naar boven gaan. Gordijnen dicht, ik wil geen afleiding. Dan schrijf ik tot drie uur wanneer de kinderen weer uit school komen. Sinds 2015 ben ik fulltime aan het schrijven. Het is wel afzien. Je hebt geen sociaal leven meer. Ook heb ik soms minder tijd voor de kinderen. Als ik er midden in zit, zeg ik weleens: sorry meiden, maar mama heeft geen tijd om te koken. Pizza-lijn zeg je? Nee, dan liever Chinees of “iets met groenten”. [we lachen] Maar ook financieel doe je een flinke stap terug: van twee volle inkomens naar één. Dat is een heel andere auto; dat zijn geen vakanties meer. Je geeft een hele hoop op. Daar moet je toch met z’n tweeën achter staan. Soms vraag ik mijzelf af waarom ik dit allemaal doe. Een maand voordat Prooi uitkwam, lag ik in het ziekenhuis. Dan ben je helemaal…. nou ja. Maar toen het boek uitgekomen was, kreeg ik weer zoveel energie. Zoveel mensen hebben het boek met heel veel plezier gelezen! Dan besef je dat het het allemaal waard is. Ik heb mijzelf vijf jaar de tijd gegeven om een soort referentiekader te hebben, om mijzelf op de kaart te zetten zeg maar. Dus ik heb nog één jaar de tijd.’





Roelant: ‘Want, na vijf jaar…?

Lydia: ‘Ja, dan stopt het voor mij. Zeker in deze tijd waar de aandacht boog van veel mensen zó kort is, waar mensen zo snel afgeleid zijn door Netflix, You Tube en sociale media, vind ik het belangrijk om mensen weer aan het lezen van boeken te zetten. Ik weet dat dat een heel moeilijk doel is om te stellen, maar ik wil daar een aanzet aan geven door boeken te schrijven om iemand die normaliter niet leest, aan het lezen te krijgen.’

Roelant: ‘Prooi is ook in het Frans vertaald.’

Lydia: ‘Nederland is een klein taalgebied. Gewoon proberen of ik dat gebied kan vergroten. Hier in Nederland begin ik een beetje bekend te worden, maar in het buitenland begin je op nul. Van Houten is de naam van mijn man en moeilijk uit te spreken in het buitenland. In Frankrijk heb ik familie wonen. Daarom heb ik mijn meisjesnaam, de naam van mijn vader, Albadoro, gekozen om onder te publiceren.’

Roelant: ‘Zie je die Franse tak van de familie regelmatig?’

Lydia: ‘Nee, helaas niet. Ik zit alleen maar thuis; ik zie niemand!’ [we lachen allebei]

Roelant: ‘Ik wil je hartelijk bedanken dat je voor mij een uitzondering hebt willen maken om je huis uit te gaan. Dank je wel voor dit bijzonder gezellige interview.’

Roelant de By – vliegende reporter van De Perfecte Buren

Lees HIER de recensie van 'Ruis'
Lees HIER de recensie van 'Het vervloekte huis'
Lees HIER de recensie van 'Prooi'
Lees HIER de recensie van 'Doodstil'







1 opmerking:

Charles Kuijpers zei

Welk een prachtig interview, Roelant!
Vanwege de Franse raakvlakken: chapeau!