donderdag 29 augustus 2019

Rudy's wereld ... Taalperikelen







Opgelet: dit blog bevat veralgemeningen!

Zodra je naar het buitenland reist, word je als Nederlandstalige - weze het Vlaming of Nederlander - haast per definitie geconfronteerd met een andere taal. (We kunnen tenslotte niet altijd bij elkaar op vakantie gaan :-) ) Toch houdt dat ons niet tegen, integendeel: bestudeer in Frankrijk en Spanje tijdens de vakantieperiode maar eens de nummerplaten van de auto's die je ziet. Misschien verklaart dat deels ook waarom de rest van de wereld er min of meer van overtuigd is dat onze kennis van andere talen uitzonderlijk goed is of moet zijn. Engels, Frans, Duits en Spaans hebben voor ons geen geheimen meer, denken ze daar. Of we kunnen er ons op z'n minst verstaanbaar in maken. Vergeleken met andere nationaliteiten zijn wij toch de wereldkampioenen van andere talenkennis. 

Nu ja, we zijn daar zelf in elk geval van overtuigd. 
Alleen gaan wij - Nederlanders en Vlamingen - daar niet altijd op dezelfde manier mee om. Eén van de grootste verschillen lijkt me het zelfvertrouwen waarmee beide groepen reageren als het gebruik van zo'n andere taal niet kan vermeden worden. Vlamingen hebben dan over het algemeen heel veel tijd nodig om hun eenvoudige vraag in het Frans bijvoorbeeld geformuleerd te krijgen. Niet zozeer omdat ze de woorden niet kennen, maar vooral omdat ze geen fouten willen maken. Ze vragen zich haast automatisch af of hun probeersel wel grammaticaal correct is. Moet dat werkwoord nu vooraan of achteraan de zin staan, zeg ik tu of vous, hoe was die verbuiging van dat werkwoord ook alweer, vertaal ik dit hier nu niet te letterlijk, vergeet ik hier geen woord... Deze reactie is het gevolg van een oud Vlaams onderwijsprincipe dat stelt dat een andere taal correct gebruiken ten allen tijde belangrijker is dan ze te durven gebruiken. Voor fouten krijg je namelijk slechte punten. Als je je mond houdt, krijg je die niet. Je zou staan kijken hoe diep die redenering er ingebakken zit. Jullie Nederlanders hebben daar over het algemeen weinig problemen mee - om het voorzichtig te stellen. Slechts één anekdote van de vele die deze stelling in de loop der jaren hebben bevestigd.

Naar jaarlijkse traditie verbleven we ook nu weer enkele weken in la douce France. Op een plaatselijk marktje slaagde een Nederlands koppel, dat voor ons in de rij stond bij een kraampje, er zowaar in om in het Engels(!) te bestellen, in het Engels(!) af te rekenen, te vertrekken na het woordje merci met een Engelse tongval te hebben uitgesproken (waardoor het als mercy klonk, wat 'genade' betekent), hun boodschappentas even neer te zetten en binnen gehoorafstand letterlijk en luidkeels te verklaren 'dat zo'n mondje Frans(!) spreken toch best wel handig was'. Nee, ze bedoelden het niet als grapje. Dat bleek duidelijk uit hun reactie toen wij in lachen uitbarstten. Ze keken zelfs een beetje beledigd. 

Laten we er maar eerlijk over zijn. Wij Vlamingen zijn diep in ons binnenste best wel jaloers op die zelfverzekerdheid van dè Nederlander. Het gevolg dus van een onderwijssysteem waarin ‘vlot praten’ niet meteen als een competentie werd en wordt beschouwd. Uiteraard zullen er uitzonderingen zijn. Maar dat zijn het dan ook. Uitzonderingen. (Die de regel dus... juist.) Opdrachten braaf uitvoeren en bevelen gehoorzamen, lijkt nog steeds dè prioriteit. Assertiviteit, vertrouwen in eigen kunnen, lef? Zorgt alleen maar voor problemen. Op school toch. Het ziet er bovendien niet naar uit dat daar op korte termijn veel verandering zal in komen, integendeel.

Een persoonlijke anekdote als illustratie van het voorgaande.
Wij spreken thuis in de loop van het jaar nauwelijks Frans. De hernieuwde kennismaking met de taal verloopt de eerste dagen in Frankrijk dan ook niet altijd even vlot. Onze mond moet zich nog zetten, bij wijze van spreken. Het taaltje bekt nog niet. Onze lippen werken tegen, onze tong slaat in een knoop en de woordenschat moet eerst uit één of andere verborgen lade opgediept en afgestoft worden. Dat neemt nogal wat tijd in beslag. Dan al meteen naar een winkel gaan, bijvoorbeeld, is eigenlijk vragen om problemen. Maar ja: we waren vergeten eieren mee te brengen van de markt in het stadje verderop. Mijn echtgenote vroeg dus om dan toch maar even naar het dorpje vlakbij te wandelen. We wisten immers dat de plaatselijke slager daar ook eieren verkocht. 
Ondergetekende vertrok dus naar de enige zaak die het plaatsje rijk is om twaalf eieren te kopen.
Tijdens de wandeling ernaartoe had ik tijd genoeg om een en ander bij elkaar te puzzelen en mijn vraag te oefenen. Wij waren tenslotte nog maar één dag ter plaatse. Vlot en spontaan taalgebruik waren eigenschappen die nog wel een week of zo op zich zouden laten wachten. Maar twaalf eieren, dat moest lukken.
Doux oeufs, s’il vous plait.” (Twaalf eieren, alstublieft.) [Oeufs wordt uitgesproken als eu. Dus: doez eu
Ik oefende mezelf suf. Toen ik uiteindelijk bij de zaak aankwam, had ik de zin onderweg zeker een keer of twintig luidop voor mezelf herhaald. Bij de slager stelde ik echter vast dat mijn timing beter had gekund. Vijf locals vormden een rijtje van het trottoir via de open winkeldeur tot bij de kleine toonbank. Ze wachten uitermate geduldig op hun beurt, ondertussen rustig keuvelend. Ik sloot braaf aan, in de hoop dat niemand me iets zou vragen. 
Ik had geluk. Ze knikten allemaal vriendelijk, maar niemand leek behoefte te hebben aan een praatje met de nieuwkomer. Een meevaller. Kon ik mijn zinnetje, Doux oeufs, s’il vous plait, in stilte blijven herhalen. (Je weet wel: doez eu. Ja, het is belangrijk dat je de uitspraak in gedachten houdt.)
Natuurlijk duurde het een hele tijd voor ik aan de beurt was. De locals waren er niet alleen om iets te kopen. Een aantal onder hen wisselden van gedachten over het enige plaatselijke restaurantje, het resultaat van een petanque-wedstrijd werd besproken, en er waren ook vragen over de organisatie van het jaarlijkse wijnfeest, dat tijdens het weekend twee weken later zou plaatsvinden. 
Halverwege die gesprekken maakte ik een cruciale fout. Ik begon naar de conversaties te luisteren in plaats van me te blijven focussen op mijn zinnetje, doez eu. Dat wijnfeest, dat wist ik, was altijd een fijne ervaring. En de bedenkingen over het restaurantje waren ook goed om weten. Ik leek wel een local op de duur, ook al zei ik geen woord. Er arriveerden ook nog enkele nieuwe locals waardoor er ook achter me een rij ontstond.
En toen was het plots mijn beurt. 
Monsieur?” vroeg de slager.
Ik wist het niet meer. Ik had zo intens geoefend, en nu wist ik het ineens niet meer. Ik was mijn zinnetje gewoon kwijt. En ik moest meteen antwoorden, want de rij achter me was behoorlijk lang. Dus kwam er een spontaan antwoord.
Deux ou, s’il vous plait.” (Deuz oe)
De slager grinnikte.
On ne vent pas des ou, monsieur,” (wij verkopen geen ou) antwoordde hij met een uitgestreken gezicht. Al kon ik aan de twinkeling in z’n ogen zien dat hij perfect begreep wat ik bedoelde. En natuurlijk kon ik nog steeds niet op mijn zinnetje komen. 
Tant pis,”(Jammer) zei ik dan maar, en liep langs de rij achter me weer naar buiten. 
Natuurlijk herinnerde ik me mijn zinnetje al na enkele ogenblikken opnieuw. En ja, hoor, ik nam braafjes opnieuw plaats achteraan de rij. Op het trottoir dus, ja.
Toen ik een tijdje later uiteindelijk weer bij de toonbank kwam, stonden er al twee doosjes met zes eieren voor me klaar. De slager kon zijn plezier niet op. Hij troostte me - in het Frans, uiteraard - met de bedenking dat ‘ik tenminste geen Engels had gebruikt.’ Ik vermoed dat hij het verhaal de dagen daarna met veel genoegen aan zijn klanten heeft verteld.
Eerlijk? Ik krijg er zelf ook nog altijd een beetje de slappe lach van. En je zult mij nooit horen zeggen dat ik vlot Frans spreek. Ik ben tenslotte een Vlaming.

Rudy Soetewey


3 opmerkingen:

Charles Kuijpers zei

Heerlijke column, Rudy !

Ik moest denken aan de klassieker "un oeuf est un oeuf" uitgesproken als "enough is enough"

Charles Kuijpers zei

Van Toon Hermans

Roedie zei

Eén van mijn helden!