donderdag 26 september 2019

Roelant meets... Ilse Ruijters




Vanavond in Boekhandel Stumpel te Almere is het de boekpresentatie

Meisje van me
een thriller van Ilse Ruijters


Roelant – onze vliegende reporter – ging eerder deze maand op pad en ontmoette Ilse in Almere bij Boekhandel Stumpel waar ze een gezellig gesprek hadden. Lees je mee?

Als klap op de vuurpijl mogen wij van Ambo|Anthos twee exemplaren verloten van Meisje van me. Hoe en wat kun je later op de avond ontdekken. Hou ons dus in het oog!

Nu eerst het interview met Ilse Ruijters.

Het heeft even geduurd maar nu ligt toch de derde thriller van Ilse Ruijters in de winkel. Meisje van me is de titel. Een geweldige titel, helemaal als je beseft dat de auteur nog niet zo lang geleden is bevallen van een dochter. We ontmoeten elkaar in de gezellige koffiehoek van boekhandel Stumpel in Almere. Hier blijkt Ilse best vaak te zitten om te schrijven.

Ilse: ‘Op zich kan ik echt overal schrijven en altijd, maar hier op dit plekje, in zo’n nis waar je lekker naar buiten kunt kijken, is het erg fijn om te zitten en te werken. Soms heb ik de stilte van thuis nodig, maar op andere momenten heb ik juist behoefte aan een café en een kopje thee en dan ga ik daar schrijven. Ik wissel het heel erg af. Nu ik een klein kindje heb, kan ik vaak niet uitzoeken waar ik schrijf. Ik laat me leiden door haar ritme. Wanneer ze slaapt, pak ik mijn laptop en ga schrijven. Als dat thuis is, heb ik mazzel. Maar als zij in de auto in slaap valt, dan schuif ik mijn autostoel naar achteren om ter plekke mijn laptop te installeren. Past precies tussen mijn stoel en mijn stuur.’

Ilse is een knappe verschijning en een gezellige prater. Wanneer ik haar complimenteer met de cover van haar nieuwe boek hebben we het ook even over de cover van haar eerste boek, De Onderkant van Sneeuw, waar ik wat kritischer over ben.

Ilse: ‘Ik begrijp je kritiek wel. Die Hello Kitty sokjes wilde ik ook graag op de voorkant zetten. Maar, ik zal je uitleggen hoe het werkt. De uitgever geeft een opdracht aan de ontwerpstudio. Ze vermelden daarbij waar het verhaal een beetje over gaat. Dan komt die studio terug met een voorstel. Dat was deze cover. Toen zei ik, ja, moet je horen: het speelt zich in de winter af, in de sneeuw met Hello Kitty sokjes. Nu staat er een foto van een meisje in een zomerjurkje op rode sandaaltjes. Dat wil ik niet. Maar de reacties van de uitgeverij waren heel goed. Zó goed zelfs dat ze me hebben overtuigd om er toch akkoord mee te gaan. Toen heb ik het eind herschreven. Op een gegeven moment neemt ze dat kindje mee naar Frankrijk. Dan doet Liesbeth haar een nachtjaponnetje aan met rode schoentjes.’

Roelant: ‘Dus je hebt naar de cover toe geschreven! Wat grappig!’

Ilse: ‘Eerst zat dat stukje er niet in. Maar ik wou gewoon een link hebben naar die cover. Zo is dat ontstaan. Maar dat zijn dingen die je wel erg bij blijven. Want later blijken die zaken waarvan je van tevoren gedacht hebt dat ze niet lekker zitten, die een beetje wringen, toch altijd uit te komen. Neem nu de titel van mijn tweede boek, Later als ik dood ben. Die heeft minder goed verkocht dan ik had gehoopt. Waarschijnlijk mede door die titel. Mensen kregen de indruk dat het een boek over kanker was of iets dergelijks en daar hadden ze geen zin in. Daar ging het boek natuurlijk helemaal niet over, maar ze associeerden die ziekte wel met de titel. We hadden gewoon een andere titel moeten kiezen, denk ik achteraf. Daarom ben ik nu zo blij met Meisje van me.’

Roelant: ‘Een fantastische titel!’

Ilse: ‘Over die andere titels heb ik zó lang zitten denken, maar deze kwam in een flits binnen. Anderhalf jaar geleden heb ik een kindje gekregen. Jij was trouwens de eerste van de bloggers die wist dat ik in verwachting was, want dat heb ik jou toen verteld.’

Roelant: ‘Dat vond ik heel bijzonder, want het was helemaal niet bekend.’

Ilse: ‘Nee, pas later zette ik het op Facebook. Maar goed, tijdens die zwangerschap lukte het me niet om thrillers te schrijven. Ik was zo bezig met dat kindje. Ik heb er heel lang op moeten wachten tot ik eindelijk zwanger was. Ik wilde alleen maar een pure, mooie, schone, serene omgeving voor dat kindje. Daarnaast werd ik ook een beetje gek van die hormonen. Mijn concentratie boog werd veel korter. Toen ben ik wat anders gaan schrijven, Vruchtbaar, non-fictie. Een boek over vrouwen die moeilijk in verwachting raakten. Gewoon noodzaak was dat. Ik geniet van het schrijven, van die woordjes op een rij te zetten.’ 

Roelant: ‘Door dát boek deel je iedereen mee dat het zo moeilijk voor jou was om zwanger te worden.’

Ilse: ‘Klopt. Ik vind dat zoiets best in de openheid mag. Een op de zes stellen doet er meer dan een jaar over om zwanger te raken. Ondertussen zwijgen we daarover. Veel mensen die in zo’n traject zitten, willen er liever niet over praten. Ik ben er zelf best open over geweest, maar om dat nou op internet te gaan vertellen ging mij een stap te ver. Ik wilde ook niet altijd die vragen van hoe “het” er nu mee staat. We wilden het een beetje voor onszelf houden. Maar toen ik was bevallen en mijn boek Vruchtbaar klaar was, wilde ik weer een nieuwe thriller schrijven. 
Ik had een synopsis van 25.000 woorden geschreven over een lesbisch stel waarvan de ene vrouw het eitje van de ander droeg wat weer bevrucht was door de man van een ander stel. De vrouw van die man had ervoor gezorgd dat hij zijn sperma doneerde. De vraag wie nu eigenlijk de moeder is, stond centraal. Want op die manier voelden ze zich alle drie moeder. Dat was het uitgangspunt. Maar Harold (de Croon) zei: Ilse, dit gaat hem echt niet worden; dit is zo complex. Maar ja, ik zat gewoon nog helemaal in die hormoon-bubbel. Ik gaf ook nog borstvoeding. Je kunt dan echt niet zo helder denken heb ik gemerkt.
Tijdens het voeden, met Betje aan mijn borst, dacht ik: ik word de Paul McCartney van de literatuur. Ik ga alleen maar boeken schrijven waar de mensen helemaal jubelend blij van worden; ik ga de wereld liefde brengen en een boodschap vol positiviteit. Toen Harold opperde dat dat mijn hormonen waren die spraken, ontkende ik dat in alle toonaarden. Ik moest en zou die blije roman schrijven. Ten slotte kreeg ik daar zelfs alle ruimte voor van de uitgever, maar dat is hem natuurlijk niet geworden. Het duurde even voor ik besefte dat ik liever een thriller ging schrijven.
Harold zette me helemaal terug in mijn basisidee: een draagmoeder, en wie is dan de moeder? We zaten samen in een restaurant erover te brainstormen. Ik ging op een gegeven moment naar de wc en toen wist ik opeens de titel: Meisje van me.’



Roelant: ‘Ik mocht het al vooruit lezen en ik vind het een geweldig boek geworden. Je beste tot nu toe, terwijl ik die andere twee ook al heel goed vond.’

Ilse: ‘Deze heb ik eigenlijk in één keer opgeschreven. Over die andere twee boeken heb ik elk twee jaar gedaan. Dat was een enorme worsteling. Later als ik dood ben heeft 37 versies gehad.’

Roelant: ‘Wat ik zo ontzettend knap van je vind, is dat je heel dicht bij jezelf blijft, net een baby gehad, maar daarin puur ondersteunend van het verhaal blijft. Het is een heel sterk verhaal geschreven door een getuigendeskundige die al die gevoelens en twijfels zelf ondervonden heeft.’

Ilse: ‘Ik heb wel het idee dat ik mijn stem heb gevonden met dit boek.’

Roelant: ‘Dat klinkt heel goed. Laten we even teruggaan naar vroeger. Je bent in Amsterdam geboren?’

Ilse: ‘Ja, en opgegroeid in Duivendrecht, ligt tegen Amsterdam aan, zeg maar. Ik heb heel erg lieve ouders. Ze wonen nog steeds in hetzelfde huis, mijn ouderlijk huis, en nog steeds heel gelukkig met elkaar. Ik heb één zusje. Gewoon een onbezorgde, fijne jeugd gehad. Middelbare school het Sint-Nicolaas Lyceum in Amsterdam-Zuid. Ik ben dan wel niet gepest maar ik had ook niet veel aansluiting met mijn medeleerlingen. Ik ben nooit zo’n meeloper geweest en dan hoor je er al snel niet echt bij. Daarna communicatiewetenschappen gestudeerd. Na mijn studie een grote reis gemaakt met mijn toenmalige vriendje. Terug in Nederland was het lastig werk te vinden. Ik wou het liefste bij een tijdschrift werken. Maar de economie zat toen in een dip en ik werd nergens aangenomen.
Eigenlijk had ik Nederlands willen studeren, maar communicatiewetenschappen was veel breder zodat ik die studie heb gekozen. Dat was ook meteen het probleem van die studie. Je leerde toen nergens praktische vaardigheden. Ik vind het een groot probleem dat in Nederland de studies vaak niet aangesloten zijn op de arbeidsmarkt. Heb je je diploma gehaald, krijg je geen werk. Heel frustrerend. Toen ben ik bij de Gamma gaan werken, bij de informatiebalie. Daar ontmoette ik mijn eerste man. Het zwaarste wat mij ooit overkomen is, is mijn scheiding van hem. Toen kwam ik in een donker, zwart gat. Naar aanleiding van die periode heb ik mijn eerste boek geschreven. Na een jaar van rouw ben ik begonnen te daten. Ik maakte met mijzelf een date-afspraak, een soort uitdaging: iedereen die me mee uit vraagt, daar zeg ik ja tegen. Maakt niet uit of het een man is of een vrouw, of hij 18 is of 68, of hij blank is of zwart. Tegen iedereen zei ik dat ik de afspraak met mijzelf had gemaakt: Ik zeg ja tegen je maar ik ga niet met je naar bed; ik wil geen seks hebben totdat mijn boek klaar is. Ik wilde niet een nieuwe relatie instappen met het idee dat “ik ooit een boek wil schrijven”. Er zit een héél groot verschil tussen “ik wil ooit een boek schrijven” en “ik ben schrijfster”. Vooral in het begin leveren boeken niks op. Dus je hebt heel veel tijd nodig voor jezelf waar geen financiële compensatie tegenover staat. Ik wist dat ik letterlijk een boek nodig had om die ruimte voor mijzelf te claimen. In dezelfde week dat ik het boek afgemaakt had en een afspraak met Harold (van de uitgeverij) had, heb ik Bas ontmoet. Ik wist gewoon: dit is hem. Met hem getrouwd, klaar, Dat was heel snel bekeken. Toen bezig aan mijn tweede boek. Dat was nogal een worsteling want ik had gewoon niks meer om te verwerken.[uitgebreid gelach] Met de komst van Betje kreeg ik weer nieuwe dingen.


Tom, uit het boek Meisje van me, heeft die mindset academy en is heel erg bezig met geluk. Hij is natuurlijk helemaal gemankeerd, maar de dingen die hij zegt over hoe je naar het leven moet kijken komen overeen met hoe ik zelf naar het leven kijk. Kijk, mijn scheiding was heel zwaar en dat het zwanger worden niet lukte was ook heel zwaar. Dat zijn de twee moeilijke tijden in mijn leven. Maar toch was het nooit alleen maar somber en negatief op misschien twee dagen na. De rest van de tijd waren er altijd zoveel momentjes die positief waren. Ik weet nog heel goed dat ik met liefdesverdriet huilend over straat liep hier in Almere. Het had geregend en dan zijn die lantaarnpalen zo heel donkergrijs en die bestaan allemaal uit kleine stukjes. Ik weet niet hoe ze lantaarnpalen maken, maar het is een soort mozaïek van stukjes staal. Toen dacht ik oh wat mooi. Dat was me nooit eerder opgevallen. En daar werd ik zo blij van. Dat soort kleine dingetjes. Je moet er wel je ogen voor openhouden. Dan voel ik me gezegend dat ik zoveel in mijn leven heb.’

Dank je wel voor dit gezellige interview.

Roelant de By
Vliegende reporter voor De Perfecte Buren


Lees HIER de recensie 'Meisje van me'.

Geen opmerkingen: