donderdag 12 september 2019

Roelant meets ... Robert Pollack








Op sociale media is Robert Pollack een grote onbekende. Om van tevoren iets over hem te weten te komen is lastig. Hij heeft geen Facebook of Instagram accounts. Gelukkig heeft hij kortgeleden een uitgebreid (en erg goed) interview gegeven aan het Parool (door Els Quaegebeur). Hij heeft een verleden in de advocatuur, waar hij 25 jaar bij hetzelfde kantoor (De Brauw) heeft gewerkt. Een cliënt noemde hem ooit een sluipmoordenaar, omdat hij geruisloos en effectief kon opereren. Een mooi bruggetje om nu thrillers te gaan schrijven. Als auteur heeft hij onlangs gedebuteerd met de thriller De Taak. We ontmoeten elkaar in het café-restaurant van het Stedelijk Museum te Amsterdam.

Robert: ‘Ooit zat ik op Facebook, maar ik deed er niet veel mee. Ik had zeven vrienden; zelfs mijn dochter had me geweigerd. Dan houdt het op.’

Roelant: ‘De belangrijkste informatiebron was dat geweldige interview in het Parool.’

Robert: ‘Ja, dank je, ik vond het ook goed. Ik kende Els een heel klein beetje, omdat ze korte tijd op hetzelfde advocatenkantoor heeft gewerkt. Ze kende de wereld waar ik uit kwam; dat merkte je wel in het interview.’

Roelant: ‘Een prachtige carrière van 25 jaar advocaat bij een van de meest prestigieuze kantoren van het land. En daarvan ook ruim vijftien jaar als partner. Dan kun je spreken van een grote ommezwaai als je dat achter je laat en als schrijver gaat beginnen. Hoe is dat zo gekomen?’

Robert: ‘Schrijven heeft altijd mijn interesse gehad. In 2008 heb ik enkele korte stukjes geschreven in het NRC. Ik was in het ziekenhuis geopereerd aan mijn knie met een ruggenprik. Ik was daar dus zelf volledig bij. Maar onder invloed van Dormicum, een kalmerend middel, had ik een soort high en ging ik hallucineren. Daar heb ik toen over geschreven. Dat werd door NRC geplaatst, met een gekke tekening erbij. Ik merkte dat ik dat erg leuk vond. Een paar maanden later plaatsten ze weer een stuk. Het jaar daarop ben ik begonnen met een schrijfcursus, elke dinsdagavond, bij Nicolien Mizee. Ook na die cursus stuurde ik haar soms verhalen op, waar ze dan flink op inhakte. Zo zijn we steeds in contact gebleven en vrienden geworden. Ik beschouw haar nog altijd als mijn juf, hoewel we nu ook collega’s zijn.’

Roelant: ‘Je boek, De Taak, heeft als aanleiding het waar gebeurde verhaal van de dood van de advocaat Magnitski in een gevangenis in Rusland. Je neemt wel een advocaat als uitgangspunt.’

Robert: ‘Na 25 jaar advocaat te zijn geweest, ben ik toch in hoge mate gevormd door dat beroep en ook door De Brauw. Ik heb daar vrijwel uitsluitend mooie herinneringen aan overgehouden. Dat een advocaat die 
de zelfverrijking van de machthebbers in Rusland aan de orde stelt onder verdachte omstandigheden overlijdt, is een gegeven dat zich goed leent voor een spannend boek. Tegelijkertijd wilde ik laten zien hoe de machtsuitoefening binnen verschillende politieke omgevingen, in de eerste plaats in Rusland, werkt.’

Roelant: ‘In je boek laat je twee mensen van de Raad van Europa een onderzoek ter plaatse uitvoeren naar dat geheimzinnige overlijden. Nu
kennen we het beeld uit de koude oorlog dat dergelijke mensen geïntimideerd, gecompromitteerd, omgekocht of verleid worden. Uit jouw boek blijkt dat die praktijken niet veranderd zijn.’

Robert: [lachend] ‘Mijn boek is fictie, hè? Het begint met de scène dat een directeur van een onderneming in Rusland de toegang tot zijn eigen fabriek geweigerd wordt. Ternauwernood kan hij vluchten naar Amerika. Zijn advocaat is degene die in een cel overlijdt. Vandaar dat die directeur alles in het werk stelt om de onderzoekers van de Raad van Europa te ondersteunen in hun zoektocht naar de waarheid achter de dood van zijn advocaat. In het echt mocht die directeur Rusland niet meer in en werd zijn bedrijf geconfisqueerd. Overigens ontdekte ik onlangs in mijn leven als jurist dat ook in Nederland situaties voorkomen waarin plotseling een directeur de toegang tot zijn eigen bedrijf ontzegd wordt en hem het bedrijf uit handen wordt getrokken.’

Roelant: ‘Jij laat jouw hoofdpersoon, Steffen, zeggen dat “kunst uiteindelijk een modeproduct is”. Vind je dat zelf ook?’

Robert: [aarzelend] ‘Ehh, nou. Steffen zegt dat; hij wil ook iets stevigs zeggen om tegendruk te geven aan Dmitri. Dus als je het me zó vraagt: nee, dan vind ik dat niet, maar het is ook geen totale onzin. Kunst en artistieke uitingen, daar zitten ook modieuze kanten aan. Natuurlijk bestaat er tijdloze kunst, maar heel veel kunst heeft een modieus aspect.’





Roelant: ‘De sfeer van jouw boek, spionage en doofpotaffaires in het Oostblok, ademt ook die van de serie “The Americans”. Niets en niemand is te vertrouwen en dat maakt iedereen achterdochtig. Je schrijft: “Het ontzag van Russische overheidsdienaren voor processen-verbaal, notariële akten en formulieren met officiële stempels is omgekeerd evenredig aan hun waarheidsliefde.” Als alles maar officieel is geregistreerd, wordt het de waarheid zeg je hier eigenlijk mee.’

Robert: ‘Tja, dat is stevig, dat geef ik toe. De Russen zijn erg gevoelig voor officiële stukken. Die worden echter vaak gebruikt voor zaken die totaal niet waar zijn. Aan de ene kant worden er dus met het grootste gemak allerlei leugens verteld, maar aan de andere kant is er een soort ontzag voor gewichtige papieren. Dan wordt het een beetje méér waar. Dat hadden de communisten ook. Die waren ook erg bezig met wetgeving en dergelijke, terwijl tegelijkertijd terreur werd uitgeoefend. Dat zag je bij 
de nazi’s ook. De misdaden werden allemaal in keurige regels en verordeningen mogelijk gemaakt. Dat gaf een soort schijn van legaliteit. Ergens gek natuurlijk. Als je genocide wilt plegen, wat kan het je dan schelen of dat netjes in de verordening staat? Maar kennelijk is er toch steeds een soort behoefte aan legitimatie.’

Roelant: ‘Dan praten ze het voor zichzelf goed als het ware. En vervolgens worden, in jouw boek, al die daden prompt ontkend. “Nee, dat doen we hier niet”, “Daar weet ik niks van”. Daar herken ik de advocaat in. Al die verdachten ontkennen ook altijd alles.’

Robert: ‘Iedereen liegt, dat klopt. Raymond van den Boogaard, voormalig correspondent van de NRC, heeft mijn boek uitgebreid vergeleken met de echte Magnitski-zaak in de Nederlandse Boekengids. Hij kwam tot de conclusie dat mijn boek de werkelijkheid akelig dicht nadert. Iedereen liegt, zegt hij ook. Dat liegen is een soort van machtsvertoon. We weten allebei dat wat ik zeg niet waar is, maar jij kan er niks tegen doen, want ik ben sterker dan jij. We kunnen ook een paar politici noemen die dat hebben…. ‘

Roelant: ‘Geloof jij in de goedheid van de mens?’

Robert: [stellig] ‘Nee. Niet in het algemeen, nee. In een bepaalde context kunnen mensen een goede gezindheid hebben. In veel situaties zijn
mensen geneigd om het goede te doen. Maar aan de andere kant geloof ik ook dat wanneer de context verkeerd is, mensen tot heel veel kwaad in staat zijn. Ook zogenaamd “goede mensen”. Ik vertrouw mezelf ook niet.’

Roelant: ‘Wanneer Christine en Steffen een geheime afspraak met een informant hebben in een parkeergarage laat jij Christine zeggen: “Waar is toch onze Deep Throat?”. Steffen, de jonge jongen, begrijpt het niet. Hier openbaart zich een leeftijdsverschil.’

Robert: ‘Je moet zowel wat ouder zijn, als ook weten dat die term gebruikt werd door Woodward en Bernstein, de journalisten die Watergate onthulden, voor hun topinformant, met in hun achterhoofd de pornofilm met die titel. Je hebt natuurlijk mensen die de pornofilm kennen, maar niet weten hoe dat precies met Watergate zat. Denk je niet? Mensen die niet zo politiek geïnteresseerd zijn, maar wel in porno? Dat kan. Mijn kinderen begrepen het ook niet. Maar zulke knipogen in je boek zetten vind ik erg leuk. Geeft ook een bondje met degenen die het wel begrijpen.’

Roelant: ‘Wanneer in je boek de onderzoekers spreken met de moeder van de vermoorde advocaat laat je die vrouw in vertwijfeling achter. Ze begrijpt er niets van. Ze verwacht daden van die commissie en het enige wat er gebeurt in haar ogen zijn rapportages.’

Robert: ‘Dit soort dingen is zo ingewikkeld. Veel mensen die daar niet in zitten begrijpen er ook niks van. Eerlijk gezegd, de gemiddelde burger weet ook niet precies het verschil tussen strafrecht en civiel recht. Onderzoek door de Raad van Europa, wat doen die eigenlijk? Die moeder wil gewoon een vonnis, een oordeel dat dit fout is.’





Roelant: ‘Wat ik nogal een boute uitspraak vond in het boek is deze: “Je moet je nooit laten intimideren, vooral niet door machthebbers en hun helpertjes. Als je de intimidatie eenmaal doorziet, verliezen de potentaten hun macht.”

Robert: ‘Dat laat ik Steffens vader zeggen. Niet alles wat iemand in mijn boek zegt, is automatisch een observatie die ik onderschrijf.’

Roelant: ‘Maar je schrijft het wel op!’

Robert: ‘Ik zie het ook wel zo. Intimidatie berust heel vaak op angst. Als je eenmaal begrijpt dat dat het mechanisme is waardoor je wordt geïntimideerd, dan wordt die angst minder. Natuurlijk kan de bedreiging zo groot worden dat je niks meer kunt doen, maar er vindt ook intimidatie plaats die, wanneer je je los kunt maken van de situatie, ineffectief wordt. Als advocaat heb ik daar veel mee te maken gehad. Partijen bedreigden mijn cliënten soms met geweld, soms met allerlei juridische rimram. Anders doen we dit en dat, gaan we beslag leggen, je huis afpakken, in de krant laten zetten wat je misdaan hebt, noem maar op. Als advocaat moet je kijken: wat is hier reëel, wat is niet reëel. Als iets voor 90% niet reëel is en je kunt je cliënt daarvan overtuigen, dan verliest zo’n bedreiging, zo’n intimidatie, zijn kracht. Dat bedoel ik hiermee te zeggen.’

Roelant: ‘Een andere opvallende quote in je boek vond ik je uitspraak dat je identiteitsfraude “opstapcriminaliteit” noemde.’

Robert: ‘Ik weet niet meer zeker of ik dit in criminologische literatuur heb gevonden of dat ik het verzonnen heb. Waarschijnlijk ben ik dat ergens
tegengekomen in mijn zoektocht naar identiteitsfraude. Opstapcriminaliteit is het begin van iets anders. Daarom trekt dat altijd bovengemiddelde belangstelling bij de politie, schrijf ik.’

Roelant: ‘Net als geweld tegen dieren door jonge mensen.’

Robert: ‘Ja, dat schijnt een aanwijzing te zijn voor een ernstig psychische stoornis. Daar moet je als politie meteen bij zijn en bovenop zitten. Wreedheid die geoefend wordt op dieren om later op mensen nog eens dunnetjes over te doen.’

Roelant: ‘Ik wou het nog even over het slot hebben. Ondanks alle ellende is er toch een redelijk positief einde. Je houdt van een happy end?’

Robert: ‘Oh, ja. Dat laatste hoofdstuk is misschien een stijlbreuk met de rest van het boek. Nicolien Mizee vergeleek het slot met een James Bond film. Dan ligt hij daar met een schaars geklede mooie vrouw in een bed met hagelwitte lakens. Steffen is natuurlijk geen James Bond, maar in het suikerzoete van het eind zit enige overeenkomst. Ik vond dat gewoon leuk. Een toefje zoete slagroom, lekker.’

Dank je wel voor dit bijzonder interessante interview.

Roelant de By
Vliegende reporter van De Perfecte Buren

Lees  HIER de recensie van 'De Taak'


Geen opmerkingen: