woensdag 18 december 2019

Roelant meets .... Joyce Spijker



@Josia Brüggen


Op een prachtige locatie, restaurant de Kas in Amsterdam, heb ik afgesproken met Joyce Spijker. Haar nieuwe boek heet Volg Me en gaat over de wereld van de influencers. Op Facebook heeft ze diverse malen een poll gemaakt waarin haar lezers, volgers, een keuze kunnen maken waar vervolgens de hoofdpersoon uit haar boek in mee gaat. Een grappige interactie van de realiteit en de fictieve wereld van haar boek. Hoewel ze er een hele dag vol interviews en ontmoetingen op heeft zitten, oogt ze fris en onvermoeid. Als we op verzoek van de fotograaf even van positie en later ook van tafeltje wisselen, volgt ze heel professioneel en ervaren alle aanwijzingen op. Ze denkt en praat snel en gedreven. Haar Limburgse tongval verraad haar afkomst. 

Joyce: ‘Het afwerken van het boek gaf nog heel veel gedoe. Na het persklaar maken van het manuscript, wanneer je eigenlijk alleen maar wat punten en komma’s mag veranderen, heb ik het hele boek nog omgegooid. Ik heb er 11.000 woorden uitgehaald, waarvan 9.000 in de eerste helft, en heb ik ook het einde veranderd.’

Roelant: ‘Wat een stress!’

Joyce: ‘Dat was niet heel ontspannen inderdaad, maar ik vond wel dat het nodig was. Iedereen had al gezegd het is goed, het is klaar. Maar dat voelde voor mij niet zo. Vandaar dat dit proces wel een bijzondere voor mij was. Dat ging de vorige keren heel anders. Het moest een thriller worden, dat was de bedoeling. Dan moet er dus moord en doodslag en dergelijke in komen. Ik had heel erg mijn best gedaan om die elementen er zoveel mogelijk in te stoppen. Maar het voelde niet goed. Alsof ik op twee gedachten zat te hinken. Daardoor kwam mijn boodschap niet over; er liep veel te veel doorheen. Toen heb ik dat er allemaal uitgegooid. Het werd daardoor minder een thriller, maar wel een coherent geheel. Er zit zeker spanning in, maar die komt pas later op gang. Er moet eerst veel uitgelegd worden. Niet iedereen kent het wereldje van de influencers. Toen mijn boek praktisch af was, sprak ik met René Appel. Hij vroeg naar mijn manuscript. Toen ik hem zei dat het iets anders geworden was dan in mijn hoofd zat, zei hij waarom schrijf je dan niet gewoon op wat in je hoofd zit. Het is te laat dacht ik. In blessuretijd moest ik een 3-0 achterstand wegwerken. Maar ik heb het toch gedaan. Zodoende is het minder een thriller geworden, maar wel een beter verhaal.’

Roelant: ‘Je hebt al eerder een thriller geschreven?’

Joyce: ‘In de familie was ook een thriller, uitgebracht in 2016. Daarvoor had een meer roman geschreven, en daarna non-fictie. Ik ben niet zo genrevast. Volg Me zit eigenlijk een beetje tussen die eerste twee boeken in. Ik ben gewisseld van uitgever (van de Boekerij naar Ambo-Anthos). Dit is mijn eerste boek daar. Daarom wilde ik ook persé de deadline die we hadden afgesproken, halen. Afspraak is afspraak vind ik. Dat was flink doorwerken de laatste tijd.’

Roelant: ‘Hoe is jouw schrijfroutine?’

Joyce: ‘In het begin van mijn denkproces schrijf ik alles met de hand, op losse vellen. Grote mind-maps maak ik voor de overzichten.’

Roelant: ‘Die vellen bevestig je op de muur boven je bureau?’

Joyce: [lachend] ‘Nou, meestal is dat meer een soort vloerbedekking. Ik heb wel een heel lang bureau.’

Roelant: ‘Je hebt geen kinderen?’

Joyce: ‘Nee, dan zou dat niet werken met al die vellen op de grond. Ik snap het, hahaha. Na die vellen gaat alles in Scrivener op de computer. Ik ben een plotter, anders heb ik geen overzicht. Onze zolder hebben we als werkruimte ingericht, de helft is voor mij, de andere helft voor mijn man.’

Roelant: ‘Wat doet je man?’

Joyce: ‘Hij is sales trainer. Hij helpt bedrijven om meer te verkopen en zichzelf te positioneren in de markt. Ironisch is dat hij vindt dat ik mijzelf niet goed verkoop. Maar dat hele marketing gedoe vind ik best ingewikkeld. Ik doe mijn best, maar het is niet het gemakkelijkste onderdeel van je schrijfcarrière opbouwen.’

Roelant: ‘De meeste schrijvers zijn daar niet zo goed in.’

Joyce: ‘Nee, en dan denk ik dat ik zelf nog aan de positieve kant sta. In de zin van dat ik het wel doe. Mijn posts op social media probeer ik wel rondom het thema van mijn boek te houden. Ik merk dat het achter-de-schermen-kijken, waarvan ík denk: niet boeiend, dat vinden de mensen het leukst. Doordat ze mee kunnen kijken met het proces van het tot stand komen van dit boek, is er wel een grote interesse gewekt naar het uiteindelijke boek.’



@Josia Brüggen


Roelant: ‘De totstandkoming van dit boek met al die vragen op social media waar mensen op konden stemmen, is vrij uniek te noemen.’

Joyce: ‘Ik vond dat ook leuk, om al die antwoorden daarin te verwerken. Het boek gaat tenslotte over de social media en de invloed daarvan. Maar ik wou niet suffe vragen als: drinkt de hoofdpersoon koffie of thee in de morgen? Dat interesseert me niet. Maar bijvoorbeeld de locatie waar een personage woont is wél interessant.’

Roelant: ‘Jouw beschrijving van het leven als social media influencer heeft grote parallellen met het modellenleven, met die graatmagere modellen.’

Joyce: ‘Ik denk dat het misschien de opvolger is van de modellenwereld voor een groot deel als je het zo bekijkt. Ooit hadden we popsterren, vanaf de jaren 90 kwam die modellen hype en nu 20 jaar later zijn het DJ’s en influencers. Dit is wat al die kinderen willen worden nu. En het lijkt heel haalbaar. Iedereen kan een Instagram account aanmaken en iedereen begint met nul volgers. Het voelt heel democratisch en iedereen kan het, maar dat is natuurlijk niet zo. Het is loodzwaar. Ik heb voor influencers gewerkt, geholpen met planning en dergelijke in een ondersteunende rol. Maar bij iedere seconde dacht ik: dit zou ik zelf niet kunnen volhouden. Het gaat maar door en stopt nooit. Soms zitten die mensen binnen 24 uur in drie tijdzones. Je staat mooi op de foto in een restaurant, maar die mensen eten daar niet eens, want ze moeten weer weg naar de volgende afspraak. En zo gaat het de hele dag door. Op termijn voelt het ook heel leeg, want wat ben je nog? Een wandelende reclamezuil, een doorgeefluik. Je wordt goed betaald, maar wat is je eigen identiteit nog? Je staat nooit “uit” en je speelt altijd de rol van een ander.’

Roelant: ‘Je praat erover alsof je medelijden met ze hebt.’

Joyce: [aarzelend] ‘Nee, eerder compassie, want ik zie ook de mooie kanten ervan. Het is niet alleen kommer en kwel, maar ik wil een realistisch beeld schetsen van die wereld. Het is niet alleen maar goud wat er blinkt. Je moet er verrekte geschikt voor zijn, net als je geschikt moet zijn om een topsporter te zijn bijvoorbeeld. Je moet er véél voor laten om daar te komen. Ik wilde die weg daarnaartoe een beetje laten zien. Ik heb ook mensen op die weg zien sneuvelen, die het niet halen. Het onderwerp is urgent genoeg om het daar eens over te hebben. Ik wil graag de discussie oproepen met mijn boek om te kijken in hoeverre we het tot een gezonde industrie kunnen maken. Het is er nu eenmaal, en gaat niet meer weg, maar op deze manier ben ik bang dat er heel wat mensen aan onderdoor zullen gaan. Sommige mensen redden het, maar veranderen vervolgens helemaal van karakter. Leuk en lief aan de voorkant, kil en zakelijk achter de schermen, omdat ze niet anders kunnen. Ik vind dat triest. Ik heb het boek laten proeflezen door een meisje dat in die wereld gezeten heeft. Die heeft me huilend opgebeld en verteld dat ik opgeschreven had wat zij al anderhalf jaar aan mensen probeert uit te leggen, maar waar ze geen woorden voor had. Zelf volg ik ook enkele influencers. Het gevaar is dat je het gevoel krijgt dat je die mensen kent ook al heb je ze nog nooit gezien. Een eerste indruk krijgen van iemand bestaat niet meer. Je kunt van alles al van tevoren checken. Neem nu mijn non-fictie boek Ruimte voor Liefde. Als je kijkt naar de Liefde in onze tijd leven we in een oud model, namelijk monogamie voor de rest van je leven. Dat doen we al 500 jaar, dat is ooit bedacht en vonden we handig. Dat is de norm en gaan we naleven. Maar het matcht zó niet meer met de maatschappij waar we in leven! Niemand houdt dat vol.’

Roelant: ‘Zo voel jij dat ook?’

Joyce: ‘Ik ben al 18 jaar met mijn man, en ben de uitzondering op de regel. Dat was ook de reden voor dat boek. Ik ben de norm, heb een vast vriendje, man-vrouw, samenwonen in hetzelfde huis; alles is volgens de norm. En in de tussentijd ben ik de enige in mijn omgeving die dat heeft. Dat kan niet! Dan klopt de norm niet. Dan moeten we een nieuwe norm, toch? Dat is toch raar? Met onze norm die we nastreven, gaat iets fout. Ik vind dat zonde. Want daardoor hebben een heleboel vriendinnen van mij het gevoel dat ze falen in de liefde, dat is doodzonde.’

Roelant: ‘Ook al zo’n lekker actueel onderwerp dat je aangepakt hebt.’

Joyce: ‘Ik hou van actualiteit en onderwerpen die schuren. Dat is niet voor iedereen, want je moet wel bereid zijn om aan het denken te worden gezet. Een bepaalde groep mensen vindt de onderwerpen waar ik het over heb fantastisch en willen daar alles over lezen en weten, maar een andere groep geeft duidelijk aan niet te weten of het wat voor hen is. En dat is ook goed. Voor de verkoopcijfers is het alleen wat minder gunstig als je thema’s aanpakt die niet voor iedereen zijn.’


@Josia Brüggen


Roelant: ‘Dat geloof ik niet. Het is juist goed om je te onderscheiden.’

Joyce: ‘Nou, hoe dan ook, dit past bij mij en ik denk dat je je beste werk maakt als je je verdiept in zaken die je interesseren en die bij je passen. Kinderen, daar zie je me niet snel over schrijven bijvoorbeeld.’

Roelant: ‘Jij hebt geen kinderwens?’

Joyce: ‘Nee, die heb ik niet, dus ik doorvoel dat thema niet. Ik kan me zeker inleven en als schrijver of acteur hoef je niet alles meegemaakt te hebben, maar het moet wel ergens iets triggeren. Anders heeft het geen zin om je daarmee bezig te houden.’

Roelant: ‘Over Amsterdam schrijf je niet erg lovend in je boek. Ik citeer: alweer die pokkestad, klote stad, parkeren acht euro per uur…’

Joyce: ‘Ik hou van Amsterdam, maar mijn personage Joëlle (die dat zegt) komt uit Den Bosch en zij is dat niet gewend. Zij kan daar overal doorrijden, voor drie euro per uur parkeren enz. Voor heel veel mensen die uit de provincie komen, is Amsterdam een soort vesting geworden. Dat wilde ik daarmee een beetje illustreren.’

Roelant: ‘Aan de andere kant beschrijf je Limburg als veel rust en ruimte, maar ook beklemmend en bekrompen.’

Joyce: ‘Ja, Limburg heeft twee kanten. Het is gastvrij en warm, maar de sociale controle is groot en de samenleving erg naar binnen gericht. Daar moet je tegen kunnen. Ik ben ermee opgegroeid dus ik weet niet beter, maar ik stoor me ook regelmatig aan die gesloten mentaliteit. Ik vond het wel leuk om die twee werelden een beetje tegenover elkaar te zetten in mijn boek. Ik heb altijd in Limburg gewoond, op mijn studie in Nijmegen na. Ik heb Nederlandse taal en letterkunde gestudeerd. Na zo’n studie word je heel nederig en denk je niet: oh, zo’n boek schrijven kan ik ook. Zeker tien jaar heeft het geduurd tot die wens om zelf een boek te schrijven weer omhoogkwam. Ik maak alleen geen literatuur, ik maak entertainment met urgentie. Ik wil dat mensen genieten en aan het denken gezet worden, maar een literaire prijs winnen bijvoorbeeld is niet mijn ambitie. Ik wil liever door heel veel mensen gelezen worden.’




Dank je wel, Joyce, voor dit fijne interview.

Roelant
Perfecte Buren



Geen opmerkingen: