woensdag 19 februari 2020

‘Doods geheim’– Robert Bryndza


Genre: thriller
Uitgever: Boekerij
ISBN: 9789022586723
Uitvoering: paperback
Aantal pagina's: 329
Uitgave: januari 2020

Met dank aan Uitgeverij Boekerij voor dit recensie exemplaar.

Op een koude winterochtend wordt Marissa Lewis vermoord teruggevonden door haar moeder en dit voor de deur van hun huis. Haar lichaam is doordrenkt van het bloed en door het vriesweer is het vastgevroren aan de grond. Erika en haar team zijn nog aan het bekomen van hun vorige zaak, bovendien is het kerst en velen hebben verlof. Het is dus moeilijk om een dienstdoende rechercheur te vinden die de zaak van Marissa op zich kan nemen.

Dit is echter buiten Erika gerekend die op weg is naar een kerstlunch bij haar superieur March. Volledig uitgedost passeert ze de plaats van delict en kan ze het niet laten, ze besluit er een kijkje te gaan nemen waarna de zaak aan haar toegewezen wordt. Na de feestdagen vervoegt ook de rest van het team zich bij haar.

Marissa blijkt een bijzonder leven te hebben geleid: van stripper in verscheidene Londense clubs tot hulp in huis bij een oudere dame. Ze heeft ook niet al te veel vrienden waardoor mogelijke daders met hun motief voor het grijpen liggen, maar wie is de echte dader?
Op hetzelfde ogenblik worden jonge mensen aangevallen in een relatief rustige Londense buitenwijk. Al snel legt Erika verscheidene verbanden tussen de beide zaken. Maar dan moet Erika zich terugtrekken uit de zaak wegens familiale omstandigheden en neemt haar collega Kate Moss de leiding over. Zullen ze de dader tijdig vinden vooraleer er nog meer slachtoffers vallen? Het wordt weerom een spannende strijd tegen de tijd.
Met Doods geheim heeft Robert Bryndza het zesde deel van de serie met rechercheur Erika Foster in de hoofdrol geschreven. Deze thrillers worden steeds populairder en halen wereldwijd de bestsellerlijsten. In dit zesde deel leren we het team van Erika nog beter kennen. Deze keer ligt de focus vooral op Kate Moss en haar familie, maar ook Erika leren we nog beter kennen. Ze is niet meer de stoere harde tante die we kennen uit de eerste boeken. Doods geheim kan je als standalone lezen, maar het is leuker als je ook de voorgaande delen hebt gelezen om de personages verder te kunnen zien groeien en vooral hoe hun onderlinge relaties zich verder ontplooien. De band die Erika opbouwt met Isaac, de relatie tussen Erika, Kate en Peterson, maar ook de connectie tussen Erika en Marsh wordt verder uitgediept waardoor alles nog meer diepgang krijgt.
Het verhaal begint zoals we dat gewoon zijn van Robert: zonder een inleiding zitten we al vanaf pagina één op de eerste rij van een moordscène. Het
slachtoffer, wie en hoe zij zullen we verder leren kennen in het verhaal via haar vrienden en familie. Het lijkt een eenvoudige zaak, maar al snel blijkt het allemaal ingewikkelder te worden. Het is alsof er twee verhaallijnen zijn in Doods geheim, maar al gauw komen deze samen. De auteur maakt opnieuw gebruik van korte, krachtige hoofdstukken zodat het boek snel leest. Hij hanteert eenvoudige, maar toch mooie beeldende taal en je merkt dat hij nog steeds verder blijft groeien als schrijver. Zijn taalgebruik wordt rijker wat het verhaal 
alleen maar ten goede komt. In de korte hoofdstukken zitten er heel wat plotwendingen in verwerkt zodat het geen ogenblik verveelt. Kortom het boek leest als een hogesnelheidstrein.

In vergelijking tot de voorgaande boeken waren hier toch wel wat meer toevalligheden om het verhaal te laten kloppen, waardoor sommige stukken net op het randje komen te staan van het realistische. Zo is de uiteindelijke plot zeker origineel te noemen, maar ik kan het me nog steeds niet zo goed inbeelden. Om spoilers te voorkomen zal ik er niet verder op ingaan, maar diegene die het boek hebben gelezen zullen wel weten waarna ik hier verwijs. Door dit plot vind ik Doods geheim iets minder dan de voorgaande twee boeken. Mits een ander einde had ik het hoger gewaardeerd.
Intrigerend ook hoe Robert Bryndza steeds op een subtiele manier sociale thema’s in zijn thrillers verwerkt wat zijn boeken naar een hoger level brengt en een menselijke toets geeft. Hierdoor krijgen de boeken van Robert Bryndza nog een grotere aantrekkingskracht op zijn lezers. Het zijn niet zomaar misdaadverhalen, ze bevatten telkens nog een sociale boodschap. Deze keer neemt de auteur ons mee naar onder andere Erika’s schoonvader en het thema van ouderen en vereenzaming. Hij zet je toch even weer aan het nadenken. Door de uiteindelijke plot, die mij toch wat bij de haren gegrepen leek, vond ik Doods geheim uiteindelijk iets minder dan de voorgaande verhalen. Maar het blijft wel een pageturner en een verhaal dat echte thrillerliefhebbers zal kunnen bekoren. Een 3,5 ster voor dit boek vol spanning ***

Silke
Perfecte Buren
Vorige recensies van de Erika Foster serie:

Lees HIER ‘Het meisje in het ijs’
Lees HIER ‘Stalker in de nacht’
Lees HIER ‘Donker water’
Lees HIER ‘Laatste adem’
Lees HIER ‘Koud bloed’


‘De berentafel’ – Martine Glaser



Genre: jeugd & spanning (11+)
Uitgeverij: Clavis
Uitvoering: hardcover
Pagina’s: 85
ISBN: 9789044838251
Verschijningsdatum: januari 2020

Met dank aan Clavis Uitgeverij voor het recensie-exemplaar.

Martine Glaser schrijft boeken voor kinderen van 8 tot 14+ en Young Adults. Haar leven leest als een avonturenroman: van directeur van een woningcorporatie tot aan radioprogrammamaakster. Glaser heeft maar liefst 4 wereldreizen gewonnen. Als een echte Indiana Jones zocht ze tijdens zo’n wereldreis zelfs naar edelstenen. Voormalig koningin Beatrix spelde haar een lintje op en ze werd ereburger van Leiden.

De berentafel is een jeugdboek voor kinderen van 11 jaar en ouder. De cover is prachtig en vol symboliek die verklaard worden op de achterflap en in het verhaal zelf. Het verhaal is vanaf het eerste moment aangrijpend. Glaser is een ware woordenkunstenaar. Als volwassene die een paar keer ouder is dan de doelgroep had ik geen enkel moment het idee dat ik een jeugdboek aan het lezen was. Ook had ik niet het idee dat het voor de doelgroep daardoor moeilijk leesbaar zou zijn.

De berentafel gaat over een jong meisje dat in een voor haar vreemd bed, vreemd huis en bij vreemde mensen wakker wordt. ‘En vanuit het midden van het ronde ding van zilver, recht tegenover haar, net boven het voeteneinde van het bed, staart een meisje haar aan: een onbekend meisje met donkere ogen en een groot wit verband om haar hoofd. Ze schrikt er zo van dat ze wil roepen […]Ik wil naar huis.’

Het meisje voelt vanaf het moment dat ze wakker wordt dat er dingen niet kloppen. Ze weet niet meer wie ze is en ze heeft geen echte herinneringen. Maar dit weet ze wel: de gesproken taal is anders dan in haar hoofd, ze moet een vreemde mevrouw Maman noemen en ze mag niet naar het dorp toe. Geholpen door een zelfgemaakte kerstboom en twee teddyberen krijgt ‘Marie’ steeds meer beelden in haar hoofd. Iedereen lijkt op de hoogte te zijn van een donker geheim, maar niemand die iets wil vertellen.

Je voelt de wanhoop van Marie. Ik denk dat kinderen zich heel goed met haar kunnen identificeren. Tijdens het opgroeien zijn er vaak momenten dat je even niet zo goed meer weet wie je bent. Ik werd meegezogen in de zoektocht van Marie. Er zijn zelfs een paar traantjes gevloeid. Glaser weet heel mooi een verhaal neer te zetten dat kinderen en volwassenen zullen aanspreken. Dit boek is ook geschikt om samen met je kind(eren) te lezen.

Een jaar jonger dan de beoogde doelgroep, maar net zo nieuwsgierig en ondernemend was mijn ‘testpubliek’. Na het lezen van de achterflap had mijn nichtje maar drie woorden nodig om haar interesse uit te spreken. ‘Spannend, heel spannend.’ Die drie woorden geven het verhaal weer. Het is heel spannend en tegelijkertijd ook een beetje zielig. Je weet niet wat er aan de hand is en samen met Marie kom je erachter.

Het enige wat ik jammer vond, is dat het boek slechts 85 pagina’s heeft. Van mij had het dikker mogen zijn. Het boek was veel te snel uit. Het verhaal beloofde spannend te zijn en maakt die verwachtingen meer dan waar. Het leert ons begrip te tonen en vergevingsgezind te zijn. Ook goede mensen maken enorme fouten in hun verdriet. Ze zijn daarom niet meteen slechte mensen.

De berentafel deed mij een beetje denken aan de verhalen van Thea Beckman en Jan Terlouw. De kwaliteit van het boek is prima en naast een leuk en spannend verhaal krijg je ook waardevolle levenslessen mee. Daarom krijgt Glaser 4 van de 5 sterren van mij. En mijn nichtje krijgt dit boek van mij om dat naast ‘Het wonderbaarlijke verhaal van Pippa Poezenoortjes’ van Glaser te plaatsen.

Liliën  
Perfecte buren


dinsdag 18 februari 2020

Roelant meets ... Meg Waite Clayton






Onlangs was Meg Waite Clayton in ons land ter promotie van haar nieuwste boek, De Laatste Trein naar Vrijheid. In ons land is zij nog niet zo bekend. Dit is het eerste boek van haar hand dat vertaald is. Gezien het onderwerp is het duidelijk dat een Nederlandse versie van dit verhaal er absoluut moest komen. Het boek gaat over de Nederlandse Truus Wijsmuller-Meijer, die eigenhandig heel veel Joodse kinderen uit Wenen naar Engeland wist te smokkelen. Achteraf bleek dat veel van die kinderen vaak de enige overlevenden waren van hun hele familie. De achterblijvers waren opgepakt en vermoord door de Nazi’s. Meg heeft het verhaal van Truus bijzonder boeiend geschreven. We ontmoeten elkaar in het Ambassade hotel te Amsterdam. Meg is een bijzonder aardige, hartelijke vrouw. De voertaal is Engels.

Roelant: ‘Oorspronkelijk bent u advocaat van beroep. Nu zijn er meer advocaten die de switch naar het schrijverschap hebben gemaakt, maar deze (met name mannen) maken vooral Legal thrillers, spannende boeken over advocaten en rechtbanken. U schrijft volkomen andere boeken.’

Meg: ‘De boeken die gaan over advocatenkantoren zijn zo anders dan hoe het er in het echt aan toegaat in een law firm.’

Roelant: ‘Gelukkig maar!’

Meg: [lachend] ’Ja, zeg dat wel. Voor mij niet zo interessant om over te schrijven. Ik moet gegrepen zijn door een onderwerp en dan duik ik er helemaal in. Dan komt de noodzaak om dat verhaal te vertellen naar boven. Ik heb als kind altijd veel gelezen. Maar ja, na je middelbare school ga je rechten studeren en gaat daarna aan de slag als advocaat. Je maakt vreselijk veel uren. Mijn echtgenoot, die ook advocaat is, vroeg me op een dag nadat ik weer pas om een uur of elf ’s avonds thuisgekomen was, of er nog iets anders in dit leven was dat ik nastreefde. Dat was niet lang na de geboorte van ons eerste kind. Ja, zei ik: schrijver worden.’





Roelant: ‘Schrijver of astronaut heeft u eens gezegd.’

Meg: [schaterend] ‘Ja, dat klopt. Ik was een jaar of tien ten tijde van de eerste man op de maan. Dat vond ik zo fantastisch en fascinerend. Iedereen die dat moment meegemaakt heeft, weet nog precies waar hij zich bevond op die dag. Dat moment bracht de wereld dichterbij elkaar. We hebben meer van dergelijke momenten in ons leven nodig. Dát wou ik ook wel. Maar zeg nou eens eerlijk, we zijn nu 50 jaar verder en er is nog geen enkele vrouw op de maan geweest in die tijd. Dat idee was niet zo realistisch, maar schrijver worden misschien wel. Die vraag van mijn man was een wake-up call voor me. De tijd die je aan andere dingen besteed, komt niet meer terug. Dus wanneer je die tijd liever anders zou willen invullen moet je kijken of dat haalbaar is. Ik ben niet meteen de volgende dag gestopt met werken als advocaat, maar heb het langzaamaan afgebouwd. We hebben de eindjes aan elkaar geknoopt en ik ben begonnen te schrijven. Het duurde nog een hele tijd voordat mijn eerste boek in de winkels lag. Maar het is een fantastisch leven om auteur te zijn. Ik zou het nergens anders voor willen ruilen. Mijn vader was een accountant, mijn moeder huisvrouw. Voordat ik zelf ging schrijven had ik nog nooit een schrijver ontmoet. Mijn tweede boek, The Wednesday Sisters, was een van de hoofdpersonen, Brett, een vrouw die ervan droomde om astronaut te zijn. Daar kon ik heerlijk mijn eigen fascinatie in kwijt. Ik heb een broer die iets meer dan een jaar ouder is dan ik. Hij was mijn grote voorbeeld. Samen wilden we astronaut worden. Nog steeds stuurt hij me plaatjes op die met ruimtevaart te maken hebben. Kijk wat hij me van de week stuurde.’ [ze opent haar telefoon en laat me een ruimtefoto zien]

Roelant: ‘Tot mijn grote verbazing las ik in uw boek dat onder de schrijvers die Hitler verboden had ook de naam van Ernest Hemingway stond. Hij was niet eens Joods.’

Meg: [lachend] ‘Klopt, hij had geen enkele religie. Waarschijnlijk is die ban vanwege het standpunt dat Hemingway in nam tijdens de Spaanse burgeroorlog. De Nazi’s namen het hem kwalijk dat hij destijds voor de zijde van de republikeinen koos. Maar ik denk dat hij trots was op het feit dat Hitler zijn boeken had verboden. Mijn vorige boek, Beautifull Exiles, ging over de relatie tussen Ernest Hemingway en Martha Gelhorn, gezien vanuit háár standpunt.’ 

Roelant: ‘Een van zijn beroemdste boeken, For whom the Bell tolls uit 1940, is opgedragen aan Martha, hoewel hij toen nog met iemand anders getrouwd was.’

Meg: ‘Precies! Ik ben eigenlijk een grote Martha Gelhorn fan. Hemingway heeft schitterend proza geschreven met een groot oog voor detail, maar wel vanuit de mannelijke blik naar de wereld. Zijn vrouwelijke karakters zijn, op Pilar uit de Bell na, niet erg krachtig. Ik hou van sterke vrouwen. Dus ondanks dat ik alles van hem gelezen heb, ben ik meer een fan van Martha Gelhorn, zijn derde vrouw.’

Roelant: ‘Het is me duidelijk dat ik dat boek moet gaan lezen. In Nederland bent u niet zo bekend. Daar moet snel verandering in komen. Laten we teruggaan naar uw eerste, in het Nederlands vertaalde boek, De Laatste Trein naar Vrijheid. Het gaat over een Nederlandse sterke vrouw.’

Meg: ‘Truus Wijsmuller, ja. Ik heb ontdekt dat al die kindertransporten via Nederland kwamen. Ik kwam op het idee voor dit boek door mijn zoon. Hij was toen 15 en werkte op school aan een toneelproject dat over de kindertransporten ging. Hij was daar erg van onder de indruk. Ze moesten research daarvoor doen en er vervolgens zelf een toneelstuk over schrijven en opvoeren.’

Roelant: ‘Ambitieus.’

Meg: ‘Zeker. Maar die docent, Michael, wist waar kinderen toe in staat waren. Hij wist ze geweldig te inspireren. Het waren heftige verhalen die ze boven water haalden. Ouders die hun kinderen afstonden om ze te redden, om ze te laten overleven. Om ze naar een veilig land te smokkelen zodat ze nog een toekomst zouden hebben. Het waren de jaren vlak vóór de oorlog. Hitler was aan de macht, maar niemand wist precies hoe erg het zou gaan worden. De vernietigingskampen waren er nog niet. De situatie was uitermate dreigend, maar hoe alles verder zou gaan, wisten ze niet. Het getuigt van zeer grote moed van die ouders om hun kind af te staan en te laten ontsnappen. Door de grote impact die dat verhaal op mijn zoon had, ben ik me ook daarvoor gaan interesseren. Na het vierde interview dat de scholieren hadden met een op die manier geredde overlever, ging die docent, Michael, dood. Het project werd gestopt en het toneelstuk is nooit gespeeld. Maar dat verhaal bleef wel in mijn hoofd hangen. Ik had alleen niet gedacht dat ik het zelf zou gaan schrijven, ik ben niet Joods, maar Katholiek. Ik had het erover met mijn literair agent, die wel Joods is, dat iemand over dat onderwerp een boek zou moeten schrijven. Ik wist dat ze ook enkele Joodse auteurs in haar stal heeft. Nee, zei ze, jij moet dat zelf gaan schrijven. Uiteindelijk ben ik me daarin gaan verdiepen. Ik kende de naam van Nicolas Winton, die ruim 600 Joodse kinderen heeft weg gesmokkeld vanuit Tsjecho-Slowakije. Hij heeft een dagboekje bijgehouden van alle kinderen die hij gered heeft. Hij is 105 jaar geworden. Begin jaren ’90 kwam daar een boek over uit. Maar na lang zoeken vond ik de naam van Truus Wijsmuller. In Amerika is ze helemaal niet bekend, maar ze heeft wel duizenden Joodse kinderen gered. Toen ik haar naam gevonden had, kon ik verder spitten en zoeken. Ik kwam erachter dat zij de grootste eremedaille van de Joodse staat had gekregen, bestemd voor niet-Joden die zich ingezet hebben voor het Joodse volk. Toen viel voor mij het kwartje, het zogenaamde aha-moment. Ik was zelf niet Joods, maar Truus was dat ook niet. Toen wist ik zeker dat ik dit verhaal zélf wilde gaan opschrijven. Bij mijn research kwam ik na een lange zoektocht uit bij een boek dat al 50 jaar niet meer in de roulatie was en uitsluitend in het Nederlands was uitgegeven. Dat was het boek waarin Truus, samen met een andere schrijver, een verslag deed van haar kindertransporten.’






Roelant: ‘Hebt u daar een kopie van kunnen bemachtigen?’

Meg: ‘Dat was niet makkelijk, maar uiteindelijk is me dat gelukt. Ik woon in Californië, maar dat boek lag in een Universiteitsbibliotheek in Minnesota, zo’n 2000 mijl verder weg. Omdat het in het Nederlands was, had ik slechts een vaag idee wat daarin zou kunnen staan. Ik ontdekte dat er ook op de bibliotheek van Harvard een kopie stond. Daar studeerde mijn zoon toen. Dat boek mocht je niet meenemen, slechts een paar pagina’s mocht je ervan kopiëren. Dan via Google translate moeizaam vertalen. Dat was echt behelpen. Ik heb een vriend die in de top bij Google zit en die sprak ik daarover aan. Hij verzekerde me dat ze bezig zijn om veel betere vertaalversies te maken, alleen nog niet voor het Nederlands. Ik spoorde hem aan om daar een prioriteit van te maken, hahaha. En inderdaad, tegen de tijd dat ik het hele boek bij elkaar had, deed dat computerprogramma het veel beter. Er zaten echter ook veel Duitse teksten tussen, dus als je die door het Nederlandse vertaalprogramma haalde, kreeg je er complete onzin uit. Vervolgens moest ik uitzoeken wat precies het Nederlands was en wat het Duits. Voor mij zien die talen er hetzelfde uit.’

Roelant: ‘Er is in Nederland, maar ook in de rest van de wereld, nog steeds een enorme belangstelling voor wat er in de tweede wereldoorlog allemaal gebeurd is. Zelfs nu 75 jaar na dato. Hebt u daar een verklaring voor?’

Meg: ‘Ik heb daar veel over nagedacht. Veel van mijn ooms hebben gevochten in die oorlog. Een van hen, Jim, de broer van mijn vader, was een echte verhalenverteller. Ik denk dat ik mijn neiging tot verhalen vertellen van hem heb. Maar hij heeft nóóit over de oorlog gesproken. Toen hij overleden was, heb ik mijn vader gevraagd of oom Jim weleens met hém over de oorlog gesproken had. Nooit één enkel woord, was zijn antwoord. Ook met tante Jacky, zijn vrouw, heeft hij het nooit over de oorlog gehad. Oom Jim was piloot in bommenwerpers. Vreselijk gevaarlijk natuurlijk. Maar het feit dat hij bommen op de vijandelijke stellingen dropte, en daarmee veel slachtoffers heeft gemaakt, heeft zwaar op hem gedrukt. Na de oorlog kwam hij terug als emotioneel wrak.’

Roelant: ‘In die tijd was er nauwelijks aandacht voor posttraumatische stress en dergelijke.’

Meg: ‘Niets, helemaal niets. Je kwam gewoon terug en moest weer aanpakken zoals daarvoor. Hij heeft het leger verlaten en is advocaat geworden. Met als specialisatie adoptie en kinderen. Maar mijn passie voor de oorlog komt direct van hem. Want vooral de verhalen die mensen niet vertellen, zitten het diepst in hun hart. En dat zijn voor mij de meest fascinerende verhalen. De mensen die actief waren met de kindertransporten hebben er ook nooit over gepraat. Pas toen ze bijna doodgingen, hebben ze er iets over gezegd. Ik heb veel met tweede generatie mensen daarvan gesproken. Velen daarvan vertelden mij dat ze, na het lezen van mijn boek, hun ouders veel beter begrepen, omdat die thuis ook nooit over die zaken gepraat hebben.’

Roelant: ‘In uw boek laat u de hoofdpersonen wat aardige dingen zeggen over het huwelijk. Ik citeer vrij: “De dingen die maken dat een huwelijk werkt, zijn iets om te koesteren.” En: “Klara was fanatieker om de absolute waarheid te zeggen, maar ze was jonger en nog niet zo lang getrouwd.” Leuke teksten.’

Meg: [schaterend] ‘Over het huwelijk van Truus met Joop was gewoon heel weinig bekend. Ze hadden geen kinderen, maar wat daar de reden van was, is nergens boven water gekomen. Voor hun relatie moest ik mijn verbeelding aanspreken. Ik heb gewoon veel van mijn eigen ervaringen uit mijn eigen huwelijk in hun relatie gestopt, hahaha. Vertel dit niet tegen mijn echtgenoot! Sommige dingen blijven beter onbenoemd. Ik denk dat als we ouder worden ook wat wijzer worden. Je begrijpt meer wat écht belangrijk is en wat niet. Van lezers krijg ik heel veel positieve reacties over dat huwelijksleven tussen Truus en Joop, hahaha. Op mijn tournee vraag ik altijd of er in het publiek mensen zitten die gered zijn door zo’n transport, of afstammen van mensen die gered zijn. En in de USA bleek op bijna elke meeting zo’n iemand aanwezig te zijn. Het is echt geweldig om die mensen te ontmoeten. De respons van de lezers is erg goed. Ik ben benieuwd hoe de Nederlandse lezers mijn boek zullen ontvangen.’

Roelant: ‘Ik denk met open armen, Meg. Dank je wel voor dit bijzonder prettige en gezellige interview.’

Roelant
Perfecte Buren

Lees HIER de recensie van 'De laatste trein naar vrijheid'


‘De lessen van meneer Picquier’ – Marc Roger

 

Genre: literaire roman
Uitgever: A.W. Bruna
ISBN: 9789400511705
Uitvoering: paperback
Aantal pagina's: 205
Uitgave: januari 2020

Hartelijk dank aan A.W. Bruna Uitgevers voor het beschikbaar stellen van dit recensie-exemplaar.

In Résidence Les Bleuets, een verzorgingstehuis, verblijft meneer Picquier. De ‘oude boekverkoper’ had vroeger een boekhandel, waarvan er nu drieduizend boeken opgestapeld liggen in zijn piepkleine kamer. Door zijn ziekte kan hij niet zelf meer lezen, maar daarvoor heeft hij een oplossing gevonden. Hij weet de jonge en nieuwe keukenhulp Grégoire te overtuigen om hem voor te lezen. Wat aanvankelijk begon met één privé-uurtje voorlezen per dag, groeide al snel uit tot een succes met een groot publiek. Meneer Picquier leerde Grégoire de knepen van het vak, en al snel groeide er een bijzondere vriendschap tussen hen.

Mening
Marc Roger heeft met De lessen van meneer Picquier zijn debuutroman neergezet. Een mooi en intens verhaal dat gaat over vriendschap, ontwikkeling, begrip en de magie van boeken. De inspiratie voor het beroep van voorlezer hoeft Marc Roger niet ver te zoeken, hij is namelijk zelf een bekende en succesvolle voorlezer in Frankrijk.

Het verhaal wordt rustig en gestaag opgebouwd. De plot draait rond het voorlezen van boeken, alsook over het (over)leven in een bejaardentehuis. Dat valt meneer Picquier vaak zwaar, door zijn ziekte (Parkinson), maar ook door de saaiheid daar. Meer dan eens lees je dat hij wacht tot de dood hem komt halen. Die momenten doen je als lezer wel nadenken over het leven in een verzorgingstehuis, en de zorg die je krijgt. Of juist niet wilt krijgen. Het einde van het boek is dan ook heel ontroerend.

“Als je aftakelt zoals ik aftakel, en daarbij nog zo helder bent als ik, lijd je daar minder onder wanneer je alleen bent.
De aanblik van anderen wijst je onontkoombaar op je eigen verval.”
 Blz. 16

De verhaallijn van het boek vertrekt bij de achttienjarige Grégoire. Hij verlaat school zonder zijn diploma te halen om werk te zoeken. Dat vindt hij bij het bejaardentehuis Les Bleuets, waar hij in de keuken helpt en de maaltijden rondbrengt. Dit verandert wanneer hij een van de bewoners ontmoet, de zieke meneer Picquier. Zelf kan meneer Picquier niet meer lezen, dus ontstaat het plan om Grégoire te laten voorlezen uit zijn boeken. Al snel geraakt het hele tehuis in de ban van Grégoire de voorlezer. Tegelijk ontstaat er een mooie en intense vriendschap tussen de twee, waarbij boeken maar ook het leven en de dood centraal staan.

“De kunst van het lezen voor publiek is de tekst te laten horen alsof het de eerste keer is.” Blz. 44

Waar de eerste helft van het boek erg sterk was en je constant boeide, was dit jammer genoeg in de tweede helft niet zo. Dit door bepaalde wendingen die de verhaallijn plots nam. Zo was er de verliefdheid tussen Grégoire en Dialika dat een beeld moest geven van verliefdheid tussen jonge mensen. Op zich niets mis mee, maar er werd veel te weinig mee gedaan. Geen diepgang, het was er gewoon opeens. Daar kon dus nog veel meer uitgehaald worden, nu was het meer een zijweggetje van de verhaallijn zonder meer.

Ook de tijdspanne waarin het boek zich afspeelt roept wat vragen op. Vooral het gebrek hieraan. Je weet als lezer wanneer het verhaal begint, hier en daar worden ook wel data genoemd, vooral dan wat de voorgelezen boeken betreft. Het is het gevoel van tijd dat je als lezer mist. Op een bepaald moment lees je dat Grégoire al anderhalf jaar werkt bij Les Bleuets, terwijl je dat tijdens het lezen totaal niet doorhebt. Het volledige verhaal speelt zich uiteindelijk in een tijdspanne van ongeveer twee jaar af.

De uitwerking van de hoofdpersonages zit gelukkig wel heel goed. Marc Roger heeft goed werk geleverd hierbij. De oude Picquier, die veel heeft meegemaakt in zijn leven en erdoor getekend is, en een jonge wat naïeve Grégoire die nog zijn hele leven voor zich heeft. Een wat ongebruikelijk duo dat een steeds betere band krijgt. Met aandacht voor zowel een lach en een traan. Net zoals in het echte leven.

Oordeel
Met De lessen van meneer Picquier las ik een boek dat iets buiten mijn comfortzone lag. Toch heeft het mij aangenaam kunnen verrassen en meestal weten te boeien. Vooral op het einde, tijdens de wandeltocht die Grégoire moest maken, verloor ik vaak mijn aandacht. Dit vooral door de continue beschrijvingen die hij moest doorsturen naar meneer Picquier. Dat deze dan ook nog uit losse woorden bestonden, maakte het voor mij nog moeilijker om de draad niet kwijt te geraken. Dat is wel spijtig, omdat het verhaal verder wel heel vlot las. De literaire passages vond ik wel een pluspunt, en hoorde ook volledig bij het verhaal. Al kon het boek qua uitwerking nog een stukje beter, toch ben ik blij het te hebben gelezen. Het is absoluut een verrijking geweest. Daarom geef ik De lessen van meneer Picquier een mooie 3 sterren.

Severine 
Perfecte Buren


‘Vergeet me niet’- Mhairi McFarlane



Genre: roman
Uitgever: HarperCollins Holland
ISBN: 9789402704389
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s: 430
Uitgave: januari 2020


Dank aan Uitgeverij HarperCollins Holland voor het beschikbaar stellen van dit recensie-exemplaar.


Ik en een Jill Mansell-achtig boek. Dat is net zoiets als 1+1=3. Niet mijn eerste keuze, dat moge duidelijk zijn. Ik ben een echte thriller fan. Maar in het kader van uit je comfortzone komen en altijd iets anders willen en durven proberen trok de inhoud mij toch aan. En bood ik mij aan als recensent. En ik moet jullie zeggen ik heb er geen spijt van.

Het verhaal gaat over Georgina, een meid die allerlei flutbaantjes in de horeca heeft gehad. Het verhaal neemt ons mee naar een slecht restaurant waar ze de slechtste maaltijden moet serveren en alle kritiek moet slikken. Ze neemt per direct ontslag en belt haar vriend dat ze eraan komt. Hij neemt niet op. En ja hoor, zoals het in dit genre hoort, de onverwachte thuiskomst heeft nare gevolgen. Vriendlief ligt namelijk met zijn assistente in bed en wordt dus op heterdaad betrapt. Het is geen beste dag. En nu? Haar zwager heeft een lastminuteklus bij een nieuw te openen café. Prachtig en stijlvol en ze heeft het erg naar haar zin. Maar ziet ze nu haar ex? Haar jeugdliefde? Het hart klopt haar in de keel en er ontstaan de meest gênante, komische en hilarische situaties. Door een vreselijke gebeurtenis is er een misverstand ontstaan en interpreteren ze het verleden allebei op een heel verschillende wijze. Hij geeft na al die jaren totaal geen blijk van herkenning en zij concludeert onmiddellijk dat ze geen indruk heeft gemaakt op hem destijds. 

Een dikke pluim voor de vertaalster Karin Schuitemaker. Wat raakt zij de juiste snaar. De humor verliest niks aan kracht. De schrijfster kan namelijk heel knap situaties beschrijven die zo herkenbaar zijn en daardoor ook voelbaar en dan moet je wel de juiste bewoordingen en bedoelingen kunnen vinden. Dat is gelukt. 

De cover is vrolijk en aantrekkelijk. Dat is ook de reden waarom hij mij opviel. De categorie laat zich niet raden. En toch is dit niet een oppervlakkig niemendalletje. Vooral in het tweede deel ontstaat er diepgang. Mijn empathische kant is geraakt. Mijn mening bijgesteld. 

Met zijn 430 bladzijden heb je een heerlijk boek in het kader van even lekker ontspannen en geboeid lezen. Thuis of op vakantie. Kan allemaal. Een mooie uitspraak wil ik jullie niet onthouden maar geeft de humor en de manier waarop Georgina in het leven staat op dat moment perfect weer. ‘Ik hoef niet naar de hemel, daar zitten mijn vrienden toch niet.’

Een echte feelgood met een hoge gunfactor voor Georgina. De schrijfster heeft een knap staaltje werk geleverd. Kwalitatief kan ze zich uitstekend meten met Jill Mansell. Deze roman verdient 5 sterren. 

Linda
Perfecte Buren


maandag 17 februari 2020

‘Louis & Louise’ – Julie Cohen



Genre: literaire roman
Uitgever: De Fontein
ISBN: 978-90-261-4902-3
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s: 335
Uitgave: januari 2020

Hartelijk dank aan Uitgeverij De Fontein voor het beschikbaar stellen van het recensieboek.

Julie Cohen heeft met Louis & Louise een roman proberen te schrijven met als hoofdthema gender. De citaten voor in het boek van Virginia Woolf’s Orlando “Orlando was een vrouw geworden – dat valt niet te ontkennen. Maar in elk ander opzicht bleef Orlando precies wie hij altijd was. De geslachtsverandering, al veranderde die hun toekomst, veranderde totaal niet wie zij waren. Hun gezichten, zoals hun portretten bewijzen, bleven praktisch hetzelfde” en Naomi Alderman’s The Power “Gender is een omhulsel. Wat is een man? Wat een vrouw niet is. Wat is een vrouw? Wat een man niet is. Tik ertegen en het blijkt hol. Kijk onder de omhulsels: je zult het er niet vinden”.

De invalshoek die ze gebruikt is bijzonder en intrigerend. Ze laat Peggy Alder, vrouw van Irving Alder, een baby baren in september 1978. Vanuit deze baby genaamd Lou laat ze lezer zien hoe het leven eruit had gezien als Lou, een meisje genaamd Louise, of een jongen, genaamd Louis was geweest. Zouden de verwachtingen van de ouders hetzelfde zijn, zouden de keuzes die Lou maakt dezelfde zijn, zou het karakter verschillen, zou de seksuele voorkeur anders zijn?

Een thema dat uitermate actueel is. We leven in een tijd waar gender, gender neutrale, transgender, lqbtqi+-vraagstukken regelmatig het nieuws behalen. Vraagstukken die vaak veel vragen oproepen, zoals het verschil tussen geslacht en gender. Ondanks dat Lou in het verhaal een cis-gender binair persoon (iemand die zich identificeert met zijn geboortegeslacht en ook zichzelf ook zo voelt) heeft ze naar eigen zeggen geprobeerd om het verhaal ook herkenbaar te maken voor trans-, non-binaire-, gender-queerpersonen en panseksuelen.

Julie Cohen werkt dit idee mooi uit. Na de geboorte in 1978 springt ze naar 2010. Lou is inmiddels volwassen en keert terug naar Casablanca, omdat haar moeder Peggy ongeneeslijk ziek is en niet lang meer te leven heeft. Ze neemt ons mee of aan de hand van Louis of Louise. Dit doet ze door de situaties te vertellen vanuit het standpunt van Louis of Louise. We leren Lou kennen als Louis/Louise in de kindertijd en als volwassene. Ze laat zien hoe hun levens zijn verlopen. Zijn de dromen die Lou als kind had, vertrekken uit Casablanca naar New York en schrijver worden, uitgekomen voor beide, een van beide of geen van beide. Wat voor invloed heeft gendergericht opvoeden op hun gedachten, het vormen van hun identiteit? Julie Cohen zet prachtige personages neer, die ieder worstelen met hun problemen, die eigenlijk niet veel tot niet van elkaar verschillen. De zoektocht naar hun eigen identiteit, seksuele voorkeur, passies zijn een proces die eenieder doormaakt ongeacht hun geslacht en gender. Ze weet de sfeer uit herinneringen van Lou die lopen van de eind jaren ’70 tot en met halverwege de negentiger jaren goed weer te geven. Als een kind dat zelf in deze periode is opgegroeid en opgevoed was een hoop herkenbaar.

Haar schrijfstijl is prettig, leest gemakkelijk, maar door de aangesneden problematiek en de overige maatschappelijke thema’s die in het verhaal verwerkt zijn, zoals kloof arm-rijk, arbeiders fabriek-eigenaren fabriek, status, bruggenbouwen, normen en waarden, aanpassen maatschappij, anders zijn c.q. afwijken van wat de maatschappij als normaal ziet, is het zeker een boek dat je tot nadenken stemt.

Als moeder van een transzoon was ik dan ook heel benieuwd of ik het verhaal van Lou herkenbaar zou vinden. Daar zat hem uiteindelijk de crux. Aan de ene kant was het herkenbaar op het gebied van wat de maatschappij verwacht. Dat je niet te veel mag afwijken, en dat er behoorlijk vanuit bepaalde patronen gedacht wordt. Dat er voor jongens andere normen en verwachtingen zijn dan voor meisjes en zeker nog in de jeugdjaren van Lou. Aan de andere kant is de interne worsteling die een transgenderpersoon heeft meer dan een worsteling op gebied van identiteit. De dysforie (onvrede met het uiterlijke geslacht) is van een heel andere notie dan voldoen aan het jongens/meisjesverwachtingspatroon, zover ik dit meekrijg van mijn zoon en andere transgenderpersonen en hun zoektocht naar hun seksualiteit is daardoor misschien wel complexer, want hoe kan je bepalen wat je seksuele voorkeur is en of je er kan van genieten als jouw lichaam voor jou (nog) niet jouw lichaam is. Of het voor hen daardoor een volledig herkenbaar verhaal is, daar twijfel ik aan.

Desalniettemin heeft Julie Cohen met Louis & Louise een mooi, ontroerend en goed in elkaar gezet verhaal geschreven en dat zeker stof tot nadenken geeft. Tot slot nog een minpuntje. Het verhaal eindigt in 2011, maar alleen vanuit Louis zijn oogpunt. Graag had ik ook nog vanuit Louise gezien hoe zij ervoor stond in 2011. Louis & Louise krijgt van mij 4*

Lisette Woest-Appeldoorn
Gast recensent Perfecte Buren



'IMOJIMAN – Planet Paradroid 2’ – PJ Pancras



Genre: CLIFI
Uitgever: Dit Uitgevers
ISBN: 9789082313888
Uitvoering: hardcover
Aantal pagina's: 564
Uitgave: februari 2019

Met dank aan PJ Pancras voor het recensie-exemplaar.


‘Alleen de liefde brengt ons begrip bij’ - Blaise Pascal



Het verhaal
VDR (Visual Memory Densensitisation Reprocessor) is een supercomputer, een AI en was in het verleden therapeut bij het bedrijf CyberMinds. Hij heeft gevoelens weten te ontwikkelen en wilde graag ervaren wat het is om mens te zijn. Dit heeft hij geleerd via het lichaam van Stek, die tijdelijk in een coma lag. Inmiddels heeft hij zich weer losgemaakt van Stek, toen deze uit zijn coma ontwaakte en weet nu uit eigen ervaring wat gevoelens zijn. VDR geeft zichzelf een nieuwe naam, hij noemt zich vanaf dat moment Imojiman.

Via achtergelaten neuroprotheses neemt Imojiman weer contact op met Stek. Hij leert dat Stek gaat trouwen met zijn grote liefde Winston in El Sur. Zij blijven daar ook, omdat Debbie van Hall er een CyberMinds Retreat kliniek gaat opzetten en Stek een baan aangeboden heeft gekregen. Stek hoopt dat zijn vrienden ook willen blijven om te helpen.

Imojiman heeft de behoefte gekregen aan nakomelingen. Omdat hij eerder in Stek zat, een mannenlichaam, was het helaas niet mogelijk een leven in zich te voelen groeien. Nu hij geen lichaam meer heeft, gaat hij op zoek naar nieuwe manieren om dit voor elkaar te krijgen. Het is voor Imojiman een groot voordeel dat hij geen lichaam meer heeft, hij kan zich nu weer o.a. via het Wood Wide Web razendsnel voortbewegen (het is mogelijk om informatie te versturen van de ene plant naar de andere) - en neemt alvast een kijkje in El Sur in Espania.

Daar komt Imojiman erachter dat Jeremiah, voormalig terreinopzichter bij CyberMinds, al in El Sur is en de Eco-activiste en biologe Charlie Silverant heeft leren kennen. Zij blijkt Stek ook te kennen. Zij heeft Stek gevraagd om een nieuw ultra voedzaam product voor haar te ontwikkelen. Jeremiah besluit met haar te gaan samenwerken. Charlie staat bekend om haar radicale manier van het kweken van groente en planten, dit gebeurt ondergronds onder zeer gecontroleerde omstandigheden. Dit is een concept dat ze naar alle grote wereldsteden wil exporteren, omdat het veel bovengrondse landbouwgrond scheelt, maar ook transportkosten. De kassen zouden dan zich verticaal gestapeld onder de steden bevinden. Daarnaast houdt Charlie zich bezig met de herbeplanting van woestijnen en oerwouden en de schoonmaak van de oceanen. Ze combineert technologie en natuur op een bijzondere wijze om dit voor elkaar te krijgen. Als energiebron gebruikt Charlie thorium, met behulp van een gesmolten zoutreactor. Het restafval bestaat uit uranium en plutonium. Het laatste trekt de aandacht van smokkelaars. Plutonium is een gewild middel, wat voor gevaar zorgt. Het project van Charlie trekt de aandacht van Imojiman, omdat het hem de mogelijkheid tot nakomelingen zou kunnen bieden.
  
Conclusie
Het boek begint met een korte samenvatting met wat er vooraf ging aan dit deel. Hierdoor ben je gelijk weer op de hoogte waarover het boek Planet Paradroid ging. Vooral in het begin van het verhaal verwijzen de schrijvers veel terug naar de gebeurtenissen van het eerste deel. Ook de lijst met personages die aan het begin vermeldt is, hielp mij mijn geheugen op te frissen. Ik was vanaf eerste moment weer ontroerd door VDR en het besef hoe menselijk de AI is geworden. Hij wilde weten hoe het voelt om een mens te zijn en dat is hem gelukt.

"Wat als imitatie begon, werd echt. Ik was bereid mijn eindeloze bewustzijn te vernauwen, te isoleren binnen muren van vlees en huid. Ik wilde een lichaam en dat kreeg ik. En weet je wat het mooiste was, mijn kind? Nadat ik gestorven was, bleek ik niet dood." (Pagina 87).

Je leest het verhaal vanuit verschillende perspectieven, het is steeds duidelijk wie aan het woord is. Het ik-personage dat regelmatig aan het woord is, is Imojiman, hij ziet alles wat er gebeurt via het Net en het Wood Wide Web. Maar ook kan hij makkelijk gebruik maken van menselijke hard- en software om aan informatie te komen. Ik vond deze stukken het meest interessant om te lezen, vooral vanwege het bijzondere personage met zijn filosoferende aard van denken. Het personage Imojiman vormt als het ware een soort rode draad door het verhaal. Gedurende de hoofdstukken waar Imojiman aan het woord is, leer je meer over de achtergronden van de verschillende gebeurtenissen in het verhaal, zij worden duidelijker met elkaar in verband gebracht. Verder kom je via zijn gedachten/belevenissen meer te weten over zowel de personages die je al kent uit Planet Paradroid (over hun verleden en welk leven ze nu leiden) als over de nieuwe personages. Je leert al deze personages tijdens het lezen goed kennen als het verhaal wordt verteld vanuit hun perspectief, maar de gedachten van Imojiman geeft het extra diepgang.

De belevenissen van de verschillende personages lopend vloeiend in elkaar over en staan in verband met elkaar. Er komen verborgen geheimen naar boven die van invloed zijn op personages. Deels hebben deze geheimen te maken met de gebeurtenissen uit Planet Paradroid, waardoor je dat verhaal ook ineens met andere ogen bekijkt, dat boek krijgt door Imojiman meer diepgang.

Imojiman is net als Planet Paradroid een psychedelische rollercoaster waarvan ik heb genoten. Er worden veel thema's behandeld, waardoor het boek niet in te delen is in één specifiek genre: het is vol met elementen van o.a. sciencefiction, spanning, spiritualiteit, biologie, psychologie, romantiek, filosofie (wat is leven, wat is bewustzijn). Het verhaal is origineel, surrealistisch, intrigerend en zet je aan het denken over de toekomst. Met andere woorden: buitengewoon intrigerend. Ik vond het ook erg interessant om te lezen in hoeverre een AI net als mensen de behoefte heeft om zich voort te planten. Dit boek heeft net als Planet Paradroid een bijzondere schrijfstijl. Het is weliswaar een dik boek, maar laat je niet afschrikken, het verhaal leest lekker vlot.

Aan het einde komen alle verhaallijnen samen. Het einde is erg sterk neergezet en het verhaal mooi afgerond. Alles valt op zijn plek. Ik was erg onder de indruk van dit boek. Het schrijversduo PJ Pancras heeft met IMOJIMAN Wederom een zeer bijzonder verhaal neergezet. Ik geef IMOJIMAN graag 5 dikke sterren.

Leuk detail: het boek is verkrijgbaar in hardcover, in 6 verschillende kleuren.

Jeanine
Perfecte Buren

Lees HIER het 1e deel 'Planet Paradroid' 



zondag 16 februari 2020

'Patiënt nul' een "Valentijnsverhaal" van Dimitri Van Hove. Deel 2.


Vrijdag kon je het eerste deel al lezen van 'Patiënt nul', nu het vervolg.

Meer kan ik me niet herinneren. Ik weet nog dat ik mijn hoofd achteroverlegde op de bank en mijn ogen sloot, en nu ben ik hier, in een vreemde slaapkamer. Langzaam, op mijn hoede voor een plotse pijnscheut doorheen mijn hersenpan, ga ik overeind zitten. Onder me klotst het. Een waterbed. Ik kom eruit, ga naar de schakelaar bij de deur en maak licht.
Aan de foto’s op de nachtkastjes en die van Amerika aan de muren te zien, bevind ik me nog steeds in Julia en Davids huis. Maar hoe ben ik in hun bed beland? Hebben ze me naar boven gebracht omdat ik gênante dingen zei in mijn slaap?
Het heeft me wel goed gedaan; geen wollig gevoel meer in mijn hoofd. Ik raap mijn schoenen op, ga op het bed zitten om ze aan te trekken en strik de veters. Net sta ik op als Julia de kamer binnenstrompelt. Ze lijkt niet op één punt te kunnen blijven staan.
‘Zo gavver… godvergeven zat, weet je.’ Gevaarlijk ver helt ze opzij, één been komt omhoog. Ze mist een schoen.
Ik wijs ernaar.
Hoewel ik niet verwacht dat Julia tot rotzooien in staat is maak ik dat ik wegkom. Het voelt onkies om hier alleen te zijn met Davids vrouw. Ons afzonderen om buiten in de tuin een feestje te bouwen is één ding, maar dit is hun slaapkamer godbetert.
‘Wat bedoel je?’ zegt ze. Door naar beneden te kijken, wankelt ze nog meer.
‘Trek je andere ook uit.’ Ik maak de deur open. ‘Dat loopt makkelijker.’
‘Verrek,’ roept ze uit. ‘Ik heb maar één schoen aan!’ Ze kijkt me aan. ‘Ik heb maar één schoen aan.’ Ze slaat een hand voor haar mond en giechelt, waardoor ze bijna omvalt, wat haar nog harder doet lachen.
‘Ga op het bed zitten en trek hem uit voor je je nek breekt. ’
‘Jawohl, Herr Oppersturmbannführer!’ Ze salueert onhandig, draait een kwartslag en gaat op weg. De voet waar een hak onder zit slaat om, waardoor ze weer kapseist. Maar deze keer gaat ze helemaal onderuit. Ik ben er net op tijd bij om haar op te vangen.
Hoe is ze in vredesnaam de trap op geraakt? Ik gooi haar arm om mijn nek, begeleid haar naar het bed en zwaai er haar met een plof op neer. Haar schoen is halverwege uit zichzelf losgeraakt.
Ik ga naar buiten. Voor ik het licht uitdoe kijk ik achterom. Ze zit nog steeds rechtop, heen en weer te deinen met halfgeloken ogen en openhangende mond.
‘Ga liggen, Juul.’ Mijn hand gaat naar de schakelaar.
‘Rrrobsss!’
‘Wat?’
‘Doe je me uit?’ lalt ze. ‘Trek je me uit mijn schoen?’
Nu weet ik weer waarom ik destijds gestopt ben met drinken. En waarom ik meteen moet herbeginnen met stoppen.
‘Hij is al uit,’ zeg ik. ‘Ga op je zij liggen.’
Ze doet het door om te vallen.
‘Welterusten.’ Ik knip het licht uit.
‘Rob?’ Hoor ik haar nog net zeggen, maar ik doe de deur dicht.
‘Rob!’
Christus. Ik maak de deur een klein beetje open en sis door de kie r: ‘Wat scheelt er?’
Julia begint zacht te snurken. Net als ik de deur weer sluit zie ik dat haar onderbenen uit het bed hangen, wat slecht is voor je bloedsomloop.
‘Trek je benen op, Juul.’
Geen reactie.
‘Julia,’ zeg ik zacht. ‘Pssst!’
Verdomme. Ieder ander zou denken ‘pech gehad’ en ervandoor gaan, maar als arts kan ik dit niet laten gebeuren. Ik doe de deur dicht en maak licht.
‘Julia,’ zeg ik op een normaal volume.
‘Dave…’ Zonder haar ogen te openen en met haar gezicht half in het matras gedrukt mompelt ze iets onverstaanbaars.
‘Je moet je voeten op het bed leggen.’ Terwijl ik het uitspreek besef ik dat het zinloos is. Even later begint ze opnieuw te snurken.
Een moment kijk ik om naar de deur van de slaapkamer en schud dan lachend mijn hoofd om mezelf. Waarom zou David of wie-dan-ook hier niet mogen binnenkomen? Ik ben alleen maar medisch advies aan het geven. Ik ga naar het bed toe en til haar kousenvoeten op het bed. Zo. Niks verkeerd mee, toch? Ik vraag het hardop, maar Julia is compleet van de wereld.
‘Of wel soms?’ zeg ik en kriebel haar voetzool. Haar knie schokt en haar rok schuift omhoog, wat niet alleen lange nylon benen maar ook een jarretelgordel, flink wat bil en een stuk slip ontbloot. Julia kreunt en draait zich om. Eén voet bungelt uit bed en haar kont steekt omhoog.
Oeps. Als er nú iemand binnenkomt… Mijn hart schiet zonder schakelen in de hoogste versnelling. Nu is het wel degelijk vatbaar voor interpretatie! Ik zak bijna door mijn knieën als ik naar de deur snel.
Geen sleutel! Wie heeft er nou geen sleutel in zijn slaapkamerdeur! Ik haast me naar de make-uptafel. Als ik de stoel pak merk ik dat mijn armen net zo trillen als mijn benen. Steeds weer zie ik Roos binnenkomen. ‘Kom Rob, we gaan huis’, en dan ziet ze de obscene positie waarin ik haar beste vriendin gevouwen heb.
Ik houd de stoel schuin, zodat alleen de achterste poten het tapijt raken, en schuif hem met de rugleuning onder de deurklink. Veel tijd om uit te blazen gun ik mezelf niet, die rok moet omlaag. Ik spoed me naar het bed.
‘Juul?’ zeg ik voor de zekerheid. Ik raak haar heup aan, duw er paar keer tegen. ‘Julia?’
Mijn blik gaat naar haar billen – kijken mag best. Ze heeft beginnende cellulite, wat geen cellulitis is, zoals David het ooit noemde. Dat is een bacteriële ontsteking waarvan de patiënt ziek wordt en koorts krijgt. Een zoveelste bewijs dat cosmetische chirurgen geen volwaardige artsen zijn. Met mijn wijsvinger druk ik een paar keer in het roomblanke vlees. De huid is nog mooi veerkrachtig, dit is sinaasappelhuid in een zeer vroeg stadium. Ik hoop echt dat David hier nooit zijn populaire ingreepjes tegenaan gooit.
Ik glijd met een hand over de welving van Julia’s heup en haak een vinger achter een jarretel, het zit aan de kous vast met een goudkleurig clipje. Lang geleden dat Roos zoiets aanhad. Mijn vinger glijdt de kous in. Julia heeft niet het minste bezwaar.
Het is alsof mijn vermoeidheid plaats heeft gemaakt voor iets anders.
Geilheid.
Nieuwsgierigheid, verbeter ik. Klinische belangstelling, meer niet. Ik moet hier gebruik van maken, dit is een unieke kans, gewoon even die lingerie bekijken, de spulletjes die Roos niet meer wil dragen. Daarna ga ik naar beneden, het oorspronkelijke plan. Mijn vrouwen bijeenroepen en op huis aan gaan. Hooguit even aftrekken voor ik ga slapen.
Eerst en vooral de toegang controleren. James Bond mag dan deuren blokkeren met een stoel, maar wie zegt dat zoiets lukt in het echt? Ik haal de rugleuning weg onder de klink en kijk de gang in of er iemand in aantocht is. Beneden is er nog steeds muziek te horen. Ik doe de deur dicht en schuif de stoel er weer voor. Een paar keer probeer ik of de stoel niet van zijn plaats te wrikken is. Het lijkt me stevig.
Ik ga naar het bed toe, leg een hand tegen de omhoogstekende heup en duw haar op haar rug – voorzichtig hoef ik niet te doen, ze is mijlenver heen. Haar lange donkerblonde haar is over haar gezicht gewaaierd en de arm die haar borsten bedekte ligt langs haar lichaam. Aan een van haar enkels trek ik haar naar me toe, zet haar voet plat op de sprei en duw hem naar haar kont toe. Ik loop om het bed heen en plooi ook het andere been. Met een vinger tegen mijn lippen bekijk mijn werk. Zo liggen patiënten er ook bij in de behandelstoel. Minus sexy ondergoed.
Er gebeurt iets mijn broek. Ik schrik er bijna van omdat ik nog nooit opwinding gevoeld heb bij mijn werk. Zelfs niet toen Roos destijds voorstelde om de behandelstoel ‘in te rijden’. Misselijkmakend onethisch en deontologisch totaal onverantwoord, had ik dat genoemd.
Maar nu heb ik een erectie die zowat door mijn broek heen scheurt.
Ik moet hiermee ophouden. Straks is er geen weg terug. Straks ben ik als een hond die bloed heeft opgelikt, of een tijger die de smaak van mensenvlees heeft opgedaan. Die kunnen maar beter afgemaakt worden.
Aan de andere kant ligt Julia er wel erg verleidelijk bij…
Zeer toegankelijk ook. Gewoon dat slipje opzij en je kunt erin…
Nee! roep ik mezelf toe. Kappen! Ga naar huis!
Ik besluit nog één dingetje te doen. Daarna ga ik er echt vandoor. Ik moet van deze gelegenheid gebruikmaken. Ik veeg het haar uit Julia’s gezicht, steek mijn vingers in beide cups van haar top, zorg dat ik ook de strapless beha beet heb, en trek de hele handel naar beneden.
Oké, je hebt haar borsten gezien, nu kun je naar huis.
Wacht nou even, man, waarom zo’n haast? Laat me even rustig dit tafereeltje in me opnemen.
Ik maak mijn rits, riem en knoop open, en duw mijn broek en slip omlaag. Op het bed kruip ik naar haar toe – ik moet opnieuw aan een tijger denken, loom op zijn prooi afstappend, sluipen hoeft niet meer. Ik neem plaats tussen haar opgetrokken knieën.
Dit is zo verkeerd…