donderdag 26 maart 2020

Boek van de maand Roelant meets ... Lieneke Dijkzeul









Na jaren is er weer een nieuw boek met inspecteur Paul Vegter verschenen. Een mooie gelegenheid om de auteur, Lieneke Dijkzeul, op te zoeken. We hebben afgesproken in een rumoerig cafeetje, midden in het centrum van Culemborg. Wat meteen opvalt, is haar mooie, warme stem, zonder een zweempje accent.

Lieneke: ‘Hoewel ik in Sneek ben geboren, praat ik geen Fries. Wij spraken thuis gewoon Nederlands. Ik kan het Fries wel verstaan en goed lezen, maar spreken is toch iets anders. In mijn boeken gebruik ik het wel hier en daar. Voor Talsma is het leuk. Als er iémand Fries is, is het Talsma wel. Dan is het leuk om er af en toe iets Fries in te stoppen. Maar dat moet ik wel opzoeken in een Fries woordenboekje.’

Roelant: ‘Hoe lang heb je in Friesland gewoond?’

Lieneke: ‘Toen ik begin twintig was, ben ik naar Amsterdam verhuisd en nooit meer teruggekeerd. Maar Sneek was een leuke plaats met aardige kroegen en leuke koffietentjes waar je gezellig kon afspreken. Het was heel gemoedelijk. Veel leuker dan Leeuwarden destijds.’

Roelant: ‘De mensen lijken daar minder haast te hebben. Je hebt ergens gezegd dat je het tegenwoordige leven zo jachtig vindt. Dat je zou willen dat de tijd wat langzamer zou gaan.’

Lieneke: ‘Ja, dat is ook zo. Het moet tegenwoordig allemaal ongelooflijk snel. Gelukkig valt dat in Groningen, Friesland en Drenthe nog wel mee.’

Roelant: [aanvullend] ‘En Limburg?’

Lieneke: [lachend] ‘Limburgers zijn uitermate traag. Dat is weer het andere uiterste. Maar verder moet alles snel tegenwoordig. Het wordt er allemaal ook niet vriendelijker op ook. Mensen zijn bot. Dat is ook de reden dat ik geen gebruik maak van Twitter en Facebook en dergelijke. Mijn man heeft een Facebook-account en als je ziet wat er langs komt… Dan denk ik: zo ga je niet met elkaar om. Men braakt maar iets uit. De helft anoniem ook nog. Bedreigingen zelfs. Zoveel ontevreden mensen. En dat wordt dan aangewakkerd door Forum van Democratie, PVV, noem maar op.’

Roelant: [lachend] ‘Je licht al een klein tipje van de sluier van je politieke voorkeur op.’

Lieneke: ‘Nou ja, hoe ouder je wordt, hoe cynischer natuurlijk.’

Roelant: ‘Is dat zo?’

Lieneke: ‘Ja, ik wel. Je hebt alles al heel vaak langs zien komen. Ook alle schone beloften van politici waar nooit iets van terecht komt. Ook al weet je dat eigenlijk wel, je wordt er toch telkens door teleurgesteld. Als je ouder wordt zie je veel mensen om je heen doodgaan. Ik heb dat gezien met mijn schoonmoeder bijvoorbeeld. Ze werd hulpbehoevend, maakte niets meer mee. De bezoekjes van kinderen en kleinkinderen waren verplichte nummers. Kennelijk verlies je dan de interesse in de buitenwereld. Je volgt de politiek niet, leest geen krant meer. Er verandert niets voor je gevoel. Politiek bedrog is van alle tijden. Haat en nijd, oorlog.’

Roelant: ‘Qua wereldleiders zitten we nu in een slechte tijd: Trump, Putin noem maar op.’

Lieneke: ‘Ja, ik zie dat met angst en beven tegemoet. Mijn tijd zal dat wel uitduren, maar ik heb ook kleinkinderen. Dat gewetenloze van die leiders is zorgwekkend. Zo’n Trump heeft een vocabulaire van misschien 500 woorden. Ongelooflijk dat hij president kon worden. En dat na Obama, toch een toonbeeld van beschaving.’





Roelant: ‘Als we even terug in de tijd gaan. Begin twintig ben je naar Amsterdam gegaan. Ging je studeren?’

Lieneke: ‘Nee, ik ging meteen werken. Op Schiphol. Kamer gezocht en gevonden in Amsterdam. Dat was een heerlijke tijd, jaren 70. Hippie tijd. Daar mijn man ontmoet. Hij werkte destijds in een distributiecentrum voor boeken in Hoofddorp. Dat werd overgenomen door Centraal Boekhuis. Die zaten in Culemborg. Ik moest eerst opzoeken waar dat lag. Verhuizen van Amsterdam naar Culemborg was best een flinke stap. Anderzijds liggen je wilde jaren een beetje achter je. Onze relatie was stabiel. En als je dan kinderen wil, liever niet in Amsterdam. De huisvesting was toen al beroerd. We woonden toen in een souterrain op de Keizersgracht. Mijn man vond zijn werk leuk, zodat we zijn meeverhuisd naar Culemborg. Daar hebben we eigenlijk nooit spijt van gehad. In het begin was het héél stil, zo komend uit Amsterdam. Je dacht: gebeurt hier wel iets? Maar we kregen wel een goed huis met een tuin. Dat was een enorme vooruitgang. Zeker die tuin was heel plezierig. Was het in het begin wennen, nu appreciëren we de rust enorm. Mijn man is geboren en getogen Amsterdammer, maar vindt het nu een vreselijke stad. Ik vind een dagje Amsterdam nog wel leuk om familie of vrienden te bezoeken. Of een keertje naar het Concertgebouw.’

Roelant: ‘Je hebt eens gezegd dat je van alleen zijn houdt. Je schrijft het liefste ’s avonds en ’s nachts.’

Lieneke: ‘Ja, ik vind dat prettig. De wereld slaapt en ik ben wakker. Altijd gehad. Voor het schrijven is dat heel prettig. In de zomer schrijf ik de laatste tijd wat meer overdag, omdat ik dat in de tuin kan doen. Ik schrijf alles met de hand. Ik ben teruggegaan naar het oude handwerk. Ik heb gemerkt dat dat de concentratie versterkt. En dat werk ik dan ’s avonds uit in mijn werkkamer op de PC. Dat print ik en ga ik het nakijken. Dan heb je al een beetje afstand tot de tekst gemaakt. Dan zie je scherper wat nog niet deugt en wat nog aangepast moet worden. Zo maak ik kopie na kopie na kopie.’

Roelant: ‘Als lezer merk je dat jouw boeken heel erg gestript zijn. Er zitten geen overbodige woorden in, de tekst is helder en compact. Qua stijl moet ik zelfs aan Hemingway denken, die zijn teksten altijd terugbracht tot de essentie.’

Lieneke: ‘Dat vind ik wel een compliment!’

Roelant: ‘Dat vind ik ook, want Hemingway is mijn held. Die korte, kernachtige zinnen, die bespiegelingen.’

Lieneke: [lachend] ’Ik begrijp het wel. Het is een beetje arrogant, maar ik begrijp wel wat je bedoelt. Die schitterende dialogen van hem. Ik heb er veel van gelezen en kan daar erg van genieten. Nog één zo’n compliment en ik heb de fles wijn die je voor me meegenomen hebt echt verdiend, hahaha.’

Roelant: ‘Je bent begonnen met kinderboeken. Ook de Okki en de Taptoe…’

Lieneke: ‘En de Donald Duck. Ja, korte verhalen. Je moet ergens beginnen en je weet niet van tevoren of je het kunt. Je begint niet meteen met een boek. Je kijkt eerst naar het aantal woorden dat je mag gebruiken. Dat is al een uitdaging, om te kijken of je binnen die beperking kunt blijven. Als dat allemaal lukt, is het wel geweldig dat je wordt betaald voor wat je schrijft. Dat herinner ik me nog heel goed, dat was ontzettend leuk. Zoiets is heel bemoedigend.’

Roelant: ‘Hoe oud was je toen?’

Lieneke: ‘Achter in de dertig. Mijn dochter was een jaar of zeven. Dat is de tijd dat ik ben begonnen met schrijven. Ik las haar ontzettend veel voor. Er waren toen ook al heel veel goede kinderboeken, maar je kwam ook veel troep tegen. Zo slecht geschreven… Dat ik echt dacht van, nou…’

Roelant: ‘Dat kan ik beter.’

Lieneke: ‘Precies. Nou dan moet je het doen ook. Een paar jaar vingeroefeningen gedaan zeg maar. En daarna de stoute schoenen aangedaan en opgestuurd. Dat kleuterblad Bobo, hele series voor geschreven. Vervolgens aan een boek begonnen. Maar, nee. Ik voelde mijzelf op Annie MG Schmidt lijken en dat moest ik niet doen. Weggegooid en opnieuw begonnen. Daarna opgestuurd naar twee uitgeverijen tegelijk. Die wilden het allebei hebben. Ik heb toen voor Lemniscaat gekozen.’

Roelant: ‘Een gerenommeerde uitgever van kinderboeken!’

Lieneke: ‘Ja, de grote namen zaten daar. Jan Terlouw, Thea Beckman, enz. En toen rolde het balletje. Heel veel jaren gedaan. Daarnaast scenario’s en liedjes voor kinderen geschreven voor televisieprogramma’s. Dat heb ik ook een jaar of vijftien gedaan. Tot er een bezuinigingsronde bij de publieke omroep kwam, waarin alleen herhalingen werden uitgezonden. Zodoende kreeg ik opeens veel tijd. Eindelijk tijd om mijn werkkamer eens op orde te brengen. Kwam ik een kort verhaal, dat ik ooit eens geschreven had, tegen. Ik las dat. Het was niet heel best, maar het leende zich wel voor iets veel groters. Het had iets in zich waar ik verder mee aan de slag kon. Ik had op dat moment de tijd. Ik begon al om tien uur in de ochtend te schrijven, wat normaal niets voor mij is, zo vroeg. Maar het was ontzettend leuk om te doen. Ik zat helemaal in de flow. Dat werd De Stille Zonde. Het was ook een soort eyeopener voor mijzelf. Als je voor volwassenen schrijft, kun je je hele vocabulaire aanschrijven. Elk onderwerp dat je maar wilt. Ik heb jarenlang gezegd dat ik nooit voor volwassenen zou gaan schrijven omdat kinderen een veel leuker publiek zijn. Maar na dat boek werd het een ander verhaal. Ik liet het lezen in huiselijke kring en die waren ook enthousiast. Vervolgens aan Ambo-Anthos aangeboden en de rest is geschiedenis. Je kunt natuurlijk jezelf kleiner maken dan wie je bent door dingen niet te durven. Maar als je iets niet probeert….’






Roelant: ‘Het genre dat jij schrijft, de politieroman, wordt in Nederland niet zo heel veel gedaan. De sfeer in jouw boeken is heel Scandinavisch. Ik moet denken aan Henning Mankell met zijn Wallander reeks. Cynisch, duister.’

Lieneke: ‘Dat is waar. De Zweden zijn nu eenmaal niet de vrolijkste mensen. Ik kan me dat ook voorstellen met dat klimaat, hahaha. Ik ben bevriend met Inger Frimansson, een Zweedse thriller auteur. Haar boeken vind ik erg goed. Vergelijkbaar met mijzelf is zij óók begonnen met het schrijven van kinderboeken. Die Zweedse taal is bijzonder aantrekkelijk. Via haar Zweedse kinderboeken heb ik een beetje Zweeds geleerd. Dat lukte wonderwel. Het is een mooie taal, verwant aan het Fries. Tegenwoordig lees ik ook haar thrillers in het Zweeds. Ik ben ook een groot bewonderaar van de boeken van Sjöwall & Wahlöö.’

Roelant: ‘Klassiekers, absoluut. Grappig ook hoe in hun boeken de politie er soms helemaal niet uitkomt en dan door een toevalligheid de zaak opgelost wordt. Niks geweldig politiewerk.’ [we lachen uitgebreid]

Lieneke: ‘Ja! Ik moet opeens aan Raymond Chandler denken. [noot interviewer: Chandler=een beroemd Amerikaans misdaadauteur uit het midden van de vorige eeuw] Ik vind zijn boeken volstrekt onleesbaar trouwens, want je bent absoluut de draad kwijt. En dat was hij zelf óók. Een beroemde uitspraak van hem was dat wanneer hij het kwijt was of er niet meer uit kwam, dan liet hij een deur opengaan in zijn verhaal en kwam er een vent binnen met een pistool. Dan kon hij weer door. Dat proefde je bij Sjöwall & Wahlöö ook wel een beetje. Er zitten heel zwakke plekken in hun boeken, maar je smult er wel van.’

Roelant: ‘Wat zij ook in hun boeken gestopt hebben, is een flinke portie maatschappijkritiek. Dat doe jij minder, of anders. Jij zet mensen neer die eenzaam zijn, die slecht behandeld worden door het systeem.’

Lieneke: ‘Ja, dat is meer mijn thema. Het kleine, individuele leed. Dat vind ik prettiger. Ik doe het liever op microniveau. Ik heb niet de behoefte om de maatschappij aan de kaak te stellen. Althans, niet in die grote lijnen. Mijn schoonvader heeft 41 jaar bij de politie gewerkt. Daar hoorde ik af en toe verhalen van waarvan ik dacht, dit kan eigenlijk niet. Maar hij had daar totaal geen moeite mee. Talsma in mijn boeken doet hetzelfde. Een goede, integere politieman die desondanks af en toe dingen doet die buiten het boekje zijn. Op de een of andere manier spreekt me dit wel aan. Er is een soort recht buiten de wet. En daar ben ik het wel mee eens, binnen bepaalde grenzen.’

Dank je wel, Lieneke, voor dit heerlijke gesprek.

Roelant
Perfecte Buren 

Meegedaan met de winactie? Kijk dan snel of jij een van de gelukkige bent die binnenkort een exemplaar in zijn brievenbus mag verwachten. 
Proficiat Marja Legius - Marian Boersma - Marc Caluwé - Jannie Weerts - Anton van Alphen
Het antwoord op de vraag is Klaas en Wolf.


Lees HIER de recensie 'Een vorm van verraad' 


Geen opmerkingen: