vrijdag 29 juni 2018

‘Het huis van de verzamelaar’ – Jess Kidd


Genre: roman
Uitgever: Harpercollins
ISBN: 9789402700978
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s: 352
Uitgave: mei 2018

Dank aan Uitgeverij Harpercollins voor het beschikbaar stellen van dit recensie-exemplaar.

Meneer Cathal Flood is een verwoest verzamelaar van bijzondere curiosa en heeft zijn huis al jaren niet meer opgeruimd, het is een puinhoop. Het huis barst uit zijn voegen en er moet iets gebeuren voordat de oude man letterlijk stikt in zijn verzameling. Na een eerdere poging door hulpverlener Sam wordt Maud Drennan naar meneer Flood gestuurd om te helpen. Flood is weduwnaar en woont in een monumentaal victoriaans pand in Londen, genaamd Bridlemere. Hij verzet zich in eerste instantie flink maar Maud is niet snel onder de indruk. Niet van zijn weerstand en al helemaal niet van het gemopper van deze oude baas. Op de een of andere manier intrigeert hij haar juist enorm.

Maud is op haar beurt heel bijzonder en zeker niet doorsnee. Ze is hulpvaardig en ontzettend nieuwsgierig. Vooral naar de reden waarom haar voorganger zijn werk niet heeft voortgezet op Bridlemere en vanwege het gevoel dat Flood en zijn huis haar geven. Moet ze nu bang van deze Ierse reus zijn of juist mededogen tonen? Waarom mag ze niet in de woonkamer of boven komen? Wat heeft Flood met die vos in de tuin? Maud wordt mentaal vergezeld door een flink aantal Ierse beschermheiligen, ja dat lees je goed. Je eerste gevoel zou zomaar eens kunnen zijn dat je in een sprookje terecht bent gekomen en daar zit je niet eens zo ver naast. De aanwezigheid van Dymphna, Valentijn, Sint Joris en consorten levert bijzondere, lachwekkende maar ook indringende situaties op. Je zou hen kunnen beschouwen als het geweten van Maud. Maar is dat altijd positief? Deze inval is zeker niet gewoon en past daardoor heel goed in dit bijzondere verhaal. Je krijgt te maken met de meest uiteenlopende situaties en de aanwezigheid van deze beschermheiligen is er niet voor niets. Waaróm kiest Maud voor dit soort werk, wat ontloopt ze, waar droomt ze van en welke demonen probeert ze te ontwijken door deze zelfopgelegde, naar wat lijkt, boetedoening? Zeker is dat zowel zij als Cathal Flood geplaagd worden door herinneringen en meer gemeen hebben dan op het eerste oog lijkt.

"Hele dagen gevangen in een doolhof van troep, met een 
onvoorspelbare oude maniak die elk moment zijn kop op kan steken, 
met zijn klapperende kunstgebit en zijn spuugbelletjes."

Terwijl het thema eigenlijk allesbehalve grappig is weet de auteur op eerbiedige maar humoristische wijze bepaalde stereotypen neer te zetten waar je echt wel om moet lachen. Eenzaamheid en vervuiling van ouderen zijn geen humoristische thema’s, het is bittere ernst en een groot maatschappelijk probleem. Toch weet de auteur er een absurdistische draai aan te geven door voor deze personages te kiezen en wisselt hij dit onderwerp af met zowel humor als spanning en speelt prachtig met taal. Op de cover staat vermeld: ‘voor de liefhebbers van Roald Dahl’ en inderdaad is het opvallend, dat het verhaal veel weg heeft van een bizar en vooral bevreemdend sprookje. Er gebeuren rare dingen, zweverig, bedreigend maar ook troostend. Er ontstaat een Alice in Wonderland-gevoel dat met vlagen spanning en rariteiten combineert, in alle opzichten is het boek dan ook vernieuwend.
Je nieuwsgierigheid naar het verloop van het verhaal is dan ook leidend. Je vraagt je geregeld af, wat is waar? Intussen bekruipt je een onaangenaam gevoel, dat van bespied worden, van het krioelen van meer dan ongedierte in de viezigheid van het huis. Geniaal overgebracht, mede ook dankzij de uitmuntende vertaling. Er is sprake van een thrillerachtige sfeer die wordt gevoed door spirituele dialogen die zowel grappig als soms wat eng zijn. Hoe je het ook wendt of keert, je blijft terugkomen op het absurde en de onmiskenbare originaliteit in dit verhaal. De auteur heeft heel goed nagedacht over de opbouw, de boodschap die het heeft en de vette knipoog die je moeilijk kunt missen. De vergelijking met grootheid Roald Dahl is in mijn ogen meer dan terecht.

‘Het huis van de verzamelaar’ is een apart boek dat je tweeledig kunt opvatten. Enerzijds is het een schop tegen de schenen van de maatschappij. De verwaarlozing van ouderen en het achter de feiten aanlopen wanneer er hulpinstanties ingeroepen worden is een gevoelige tik op de vingers van de geriatrie en zorginstanties. Anderzijds heeft het verhaal alles in huis voor een fascinerend aantal uren lezen. Er zijn geheimen, er zijn actieve mysterieuze signalen die geïnterpreteerd (kunnen) worden als bovenaards, en iedere personage is minstens opmerkelijk of dubieus. De auteur maakt scherpe opmerkingen die zowel gortdroog als onmiskenbaar grappig zijn, er blijkt een talentvol auteur aan het werk te zijn hier. Je moet het maar kunnen om een dusdanige bijzondere combinatie te maken in een verhaal dat best beladen is. Richting de plot is er sprake van een onverwachte wending die je ondanks dat toch een 'Ik dacht het al'- moment geeft. Geen verrassing maar niet minder indrukwekkend, hier voert het menselijk aspect de boventoon.

Het boek gaat over verlies, berouw, hebzucht, verwaarlozing, spiritualiteit, integriteit, diversiteit, geheimen, verdriet en de zoektocht naar een waarheid. Een menselijk drama maar tóch eentje met een, onmiskenbare spirituele, knipoog. Verrassend, vernieuwend en bijzonder. 4 sterren, een aanrader.

Patrice - Team De Perfecte Buren

‘Dagboek op doktersrecept’ – Marijn van Zomeren



Genre: thriller
Uitgeverij: Ambilicious
ISBN 9789492551313
Aantal pagina’s: 387
Uitvoering: ik heb het in pdf gelezen, er is een paperbackuitgave
Verschijningsdatum: april 2018

Met dank aan uitgeverij Ambilicious voor het recensie-exemplaar.

Johan Nijhuis heeft van zijn tante twee woningen geërfd in zijn geboortedorp Maartenshoef. Hij probeert de huizen te verkopen maar helaas lukt dat niet erg goed. Door zijn verslechterde financiën gedwongen, besluit hij zijn huur op te zeggen en in een van de twee woningen, zijn voormalig ouderlijk huis, te gaan wonen.

Na tien jaar keert hij dan eindelijk terug naar Maartenshoef. Van meet af aan wordt hij daar geteisterd door nachtmerries. Op het Internet gaat hij zoeken naar een remedie voor zijn terugkerende lucide dromen. Hij besluit een dagboek bij te houden om grip te krijgen op de situatie. Tegelijkertijd schakelt hij hulp in: dokter Van Praag die hem tien jaar geleden ook al behandelde. Ook dokter Van Praag vindt het een goed idee om het dagboek bij te houden, zo zou hij inzicht krijgen in de patronen van zijn onderbewuste.

Tien jaar eerder heeft eerst zijn oom en daarna zijn moeder zelfmoord gepleegd. Sindsdien heeft Johan zware medicatie die hij nu graag wil afbouwen. Tijdens een van de bezoekjes bij dokter Van Praag leert hij Caroline kennen, ook een patiënt van dokter Van Praag. Ze worden verliefd, een prille relatie start. Met de afbouw van de medicijnen en door de prille relatie met Caroline lijkt de zon voor Johan weer te gaan schijnen. Samen gaan ze de demonen uit het verleden van Johan te lijf. Maar zijn ze sterk genoeg? En is dokter Van Praag wel te vertrouwen? Waarom vertelt hij niet meer over de trauma’s die Johan tien jaar geleden opgelopen heeft? Naarmate de medicijnen verder afgebouwd worden, verandert er langzamerhand iets in Johan. Over kleine dingen windt Johan zich ineens op, zijn humeur wordt onvoorspelbaar. Wanneer hij, met hulp van dokter Van Praag zijn nachtmerries onder controle lijkt te hebben, verandert dat zijn energiepeil niet. Hij lijkt goed te slapen maar wordt vermoeid wakker, overdag kan hij amper zijn ogen openhouden. Wat is er toch aan de hand? Het verhaal ontwikkelt zich in sneltreintempo en wordt deskundig naar een onvermijdelijke climax gebracht.

Conclusie
De ondertitel van dit boek luidt: Zinnig of krankzinnig? Deze ondertitel is perfect gekozen! Het verhaal wordt verteld vanuit Johan die zijn ontboezemingen toevertrouwt aan zijn dagboek op doktersrecept, DB als afkorting. Samen met Johan maak je zijn verhaal mee. In het begin lijkt Johan zinnig, hij werkt fulltime en lijkt alleen last te hebben van een chronisch gebrek aan geld. Naarmate het verhaal vordert, verandert het taalgebruik van Johan in zijn dromendagboek. Dat doet de auteur knap, in het begin heb je het niet zo in de gaten maar soms lijkt het wel of Johan een andere persoon wordt. Zou hij toch krankzinnig zijn dan? Lees Dagboek op doktersrecept en je komt erachter! Een spannende thriller met horrortrekjes, goed opgebouwd naar een spannende climax. Voor mij vier sterren.

Jeannie Bertens - recensent De Perfecte Buren

‘Quarantaine’ – Erik Betten


Genre: Thriller
Uitgeverij: Luitingh Sijthoff Amsterdam
ISBN: 9789024580804
Aantal pagina’s: 352
Uitvoering: paperback
Verschijningsdatum: juni 2018

Met dank aan Uitgeverij Luitingh Sijthoff voor het recensie-exemplaar.

Over de auteur
Erik Betten (1976) is historicus en journalist en schreef in deze hoedanigheid boeken over geschiedenis landschap, kunst en cultuur. Quarantaine is zijn debuut als thrillerschrijver. De overeenkomst is dat in zijn boeken de focus op Friesland ligt.

Inhoud
Quarantaine beschrijft de vreselijke gevolgen van een bacteriële infectie die ontstaat bij de gaswinning in Groningen en die zich vervolgens uitbreidt over de noordelijke provincies. We volgen als lezer drie verschillende personages die vanuit hun werkveld het hoofd moeten bieden aan deze catastrofe. Vanuit de medische kant, de politieke kant en vanuit het perspectief van de media.

De omslag van het boek is een blikvanger en toont een wereld aan beide kanten van een onnatuurlijke grens. En hij verwijst naar strijd, omdat we een persoon deze grens zien overschrijden. De omslag is een uitstekende visuele weergave van de inhoud van het boek.

Het boek bevat 57 korte hoofdstukken, een epiloog en een dankwoord. De gebeurtenissen worden veelal chronologisch beschreven.

Mijn mening
‘Voor de lezers van Hex van Thomas Olde Heuvelt’ staat op de omslag geschreven. Naast het feit dat dit ook een Nederlands auteur is met een titel in het fantasy- en thrillergenre, mis ik verder de overeenkomsten. Het taalgebruik van Erik Betten is meer volwassen en bevat weinig tot geen onvertogen woorden, daar waar zijn landgenoot de zaken meer vanuit de taal van de jeugd benadert. Eerder zou ik de vergelijking aandurven met The Stand van Stephen King. 

Het verhaal laat zich op verschillende manieren lezen. Het bevat verschillende lagen. De lezer die zoekt naar spanning leest een spannende horrorroman die fans van de serie ‘The Walking Dead’ zeker zal aanspreken. Daarnaast laat het boek zich lezen als een politieke thriller waarin de media, het leger en de regering allemaal hun afweging maken tussen wat moet gebeuren en wat de publieke opinie negatief zal raken. Hoe je het boek ook leest, het is een genot om een boek van dit kaliber te lezen dat zich afspeelt in ons eigen land.

donderdag 28 juni 2018

VERS van de PERS #CrimeCompagnieContest


Persbericht: 
Heleen van den Hoven wint #CrimeCompagnieContest met 'CARPA 3521'

Rotterdam, 28 juni 2018. Uitgeverij De Crime Compagnie en lees- en schrijfplatform Sweek sloegen dit voorjaar de handen ineen om samen nieuw schrijftalent te scouten voor de uitgeverij. Deelnemers hadden ruim drie maanden de tijd om 35.000 woorden voor een thriller, misdaadroman of detective te schrijven. Dinsdag 26 juni werd tijdens de feestelijke uitreiking bekend dat Heleen van den Hoven het uitgeefcontract binnen sleept.

Wie schreef de Créme de la Crime?
Wanneer hackers de bediening van een sluis ontregelen ontstaat de vraag: is Nederland nog wel veilig? Dit is het thema van ‘CARPA 3521’, geschreven door Heleen van den Hoven. Ilse Karman, eigenaar De Crime Compagnie: ‘Dit verhaal is intrigerend en heeft alle ingredienten voor een fantastisch boek: puzzels, drama, onthullingen, meerdere belangen en vooral heel veel spanning.’ De tweede prijs ging naar ‘Ingeslagen weg’ van Heleen Smit.

Tijdens de uitreiking kregen alle acht finalisten een workshop thriller schrijven van bestseller auteur Marelle Boersma.

De wedstrijd #CrimeCompagnieContest
De wedstrijd vond plaats op lees- en schrijfplatform Sweek. Eerder won Mira Noir een uitgeefcontract bij uitgeverij Moon (onderdeel van Overamstel uitgevers) met ‘De Zwendelprins’ voor de #MoonYAcontest. In Duitsland werden al acht jonge schrijvers ontdekt via het platform. Anders dan bij andere schrijfwedstrijden, zijn de verhalen via de app en website van Sweek gratis te lezen en kunnen lezers feedback geven en verhalen liken, volgen en delen. Zo weet de uitgever meteen hoe het verhaal in de smaak valt bij het lezerspubliek en krijgt de wedstrijd een sociaal karakter.


De jury bestond uit Wendy Wenning, Anneke van Leperen, Ilse Karman, Sanneke van Duijn en Sabine van der Plas.

De winnende verhalen zijn te lezen via de volgende links:

CARPA 3521 // Heleen van den Hoven
https://sweek.com/read/157732/1400000162

Ingeslagen weg // Heleen Smit
https://sweek.com/read/143693/1400000162

Over de Crime Compagnie
De Crime Compagnie is gespecialiseerd in thrillers die stuk voor stuk misdadig goed zijn. We geven niet alleen literaire en psychologische thrillers uit, maar ook detectives, chicks & crime en misdaadromans. Als zelfstandige uitgeverij kunnen we snel schakelen en zijn we persoonlijk betrokken bij ieder boek.
http://crimecompagnie.nl/nieuw/

Over Sweek
Sweek is een open platform dat iedereen – overal ter wereld – in staat stelt om verhalen te lezen, te schrijven en te delen. Gemakkelijk, snel en helemaal gratis. Sweek maakt lezen en schrijven sociaal: hoofdstuk per hoofdstuk schrijven, feedback geven en verhalen liken, volgen en delen op sociale media. Ondertussen hebben meer dan 750.000 liefhebbers van verhalen zich wereldwijd aangesloten bij de community. Schrijvers kunnen niet alleen online verhalen delen, maar deze ook publiceren en verkopen via Sweek publishing.
http://www.sweek.com
https://publish.sweek.com/

‘Refugia’ – Erik Persoons


Genre: Kind & Jeugd
Uitgeverij: Uitgeverij Kramat
ISBN: 9789462420847
Aantal pagina’s: 167
Uitvoering: hardcover
Verschijningsdatum: 18 mei 2018

Met dank aan Uitgeverij Kramat voor het recensie-exemplaar.

Over de auteur
Erik Persoons (1965) is initiatiefnemer van het Schrijfexperiment. Een project waarbij hij scholen en individuele kinderen heeft geprikkeld en gestimuleerd een verhaal in te sturen. Waar bij schrijfwedstrijden er meestal een prijs voor de allerbeste wordt uitgereikt, pleit Erik ervoor dat iedereen winnaar is. Onder zijn regie is zo van iedere geleverde bijdrage een klein of groter deel terecht gekomen in het boek. Zelf geeft hij aan dat 80% van het boek door kinderen is geschreven. De verbinding qua verhaallijnen is door hemzelf gemaakt. Het doel van dit experiment is om de kinderen enthousiast te krijgen of te houden voor het lezen (en schrijven) van boeken. 'Refugia' is het tweede schrijfexperiment na 'Attractopia' uit 2017. Thans loopt de uitvraag voor het derde deel van dit schrijfproject.

Inhoud
Bram voelt zich ongelukkig wanneer zijn beste vriend gaat verhuizen. Hij verliest de lol in zijn dagelijkse leven en wordt tot overmaat van ramp ook nog door zijn ouders op zomerkamp gestuurd. Dit vakantiekamp is de plek waar hij een meisje ziet die hem intrigeert en vervolgens ongevraagd meesleurt in een hele serie spannende gebeurtenissen.

Mijn mening
De omslag van het boek heeft de uitstraling van een filmposter. Prachtig. Het boek bevat allereerst een overzicht met alle namen van medeauteurs uit België en Nederland.

Doordat de inhoud door kinderen wordt gemaakt bevat het een correcte kijk op de zaken die kinderen van nu bezig houden. Van hobby’s als gamen, strips lezen, muziek luisteren en YouTube kijken, maar ook de angsten en emoties die kinderen ervaren en voelen. Verlatingsangst, stress-eten als het tegenzit, pestgedrag en het hebben van nachtmerries komen aan de orde. Grappig is het om te lezen dat de kinderen er blijkbaar iets van vinden dat zij van hun ouders niet met hun mobiel in de hand mogen eten. Laat de kinderen een verhaal schrijven en je krijgt ongevraagd van alles van ze terug. Dat vind ik een kracht aan deze methodiek, waardoor het boek ook leuk is voor volwassenen.

Er zit voldoende vaart en spanning in het verhaal. Dit zal de aandacht van de generatie waarvoor dit boek bedoeld is, kunnen vasthouden. Naast focus op de directe hoofdpersonen, is er beperkt aandacht voor de overige karakters in het verhaal. Zij zijn hierdoor eerder figurant, terwijl ik als lezer graag zou weten hoe het hen verder is vergaan, ook in de onderlinge relatie.

Het viel mij op dat de naam van een karakter uit het boek wisselde waardoor Timo afwisselend ook Tibo heette, waarbij ik vermoed dat door een inzender de naam afwijkend gebruikt is.

Het verhaal zal kinderen in de leeftijd van 11 tot 15 jaar enorm aanspreken. Voor jongere kinderen is het allemaal goed te begrijpen maar wellicht iets te spannend. Het verhaal leent zich mede door het hoge tempo en de veelheid aan avonturen prima voor verfilming.

Eindoordeel
Wanneer iemand zich als auteur ten doel stelt om samen met kinderen een boek te schrijven om zodoende het leesgedrag te stimuleren, roept dat bij mij het woord missionaris of de gedachte aan zendelingswerk op van het geschreven (en te lezen) woord. Onzelfzuchtig in dienst van de toekomst: kinderen.
Het schrijfdeel door de doelgroep zelf laten doen, is een geweldig initiatief dat aandacht en vervolg verdient.

Het verhaal is vol avontuur en spanning geschreven. De samenhang tussen alle separate delen is goed geborgd op een enkele uitzondering na.
Voor kinderen uit de doelgroep een leuk boek om mee te nemen naar zomerkamp of een andere vakantiebestemming. Ik geef dit boek 3,5 sterren

Peter van Bavel - recensent De Perfecte Buren



Mijn persoonlijke songtekst
“Laughin' and a-runnin' hey hey
Skippin' and a-jumpin'
In the misty mornin' fog with
Our, our hearts a-thumpin' and you
My brown eyed girl
You my, brown eyed girl

(Van Morrison – Brown Eyed Girl)


Boek van de maand - In gesprek met ... Karin Hazendonk







“Doe geen al te nette kleren aan als je me komt interviewen, want ik heb honden die je eerst uitgebreid gaan besnuffelen.” Zo waarschuwde Karin Hazendonk mij al van tevoren. Daar bleek geen woord van overdreven. Vanaf het moment dat de fotograaf en ik de voordeur door gaan, springen er 2 enorme herdershonden tegen ons op om ons uitgebreid te begroeten. Heel lieve honden die na dat onstuimige begin verder rustig op de achtergrond blijven. Wanneer ik de auteur complimenteer met haar vorige boek, ‘Waanidee’, doet dat haar goed.




Karin: “Dat je geen moment dacht dat het door een vrouw geschreven is, vind ik wel een compliment. [lacht]. Tja, meestal worden mannen meer gelinkt aan boeken met actie en ingewikkelde complotten. Dat zou kunnen. Dat de meeste hoofdpersonen een man zijn, is logisch. Grote complotten worden veel meer door mannen uitgedacht. Ik kan me niet voorstellen dat vrouwen zoiets zouden verzinnen”

Roelant: “Maar jij hebt het verzonnen!” [beiden lachen hartelijk]

Karin: “Ik bedoelde meer: stel je eens voor: de technologie is er. Dit kan morgen gebeuren. Ik denk dat het altijd de macht van bepaalde mannen is, die nog machtiger willen worden. Zoals Victor in mijn boek. Hij trok aan de touwtjes en kon iedereen laten springen of laten vallen. Die zucht naar macht zie je meer bij mannen dan bij vrouwen.”

Opgegroeid in de ‘roaring seventies’ heeft Karin een hele fijne jeugd gehad.

Karin: “Ik ben opgegroeid als enig kind. Ik was toen best jaloers op de gezelligheid, die vriendjes en vriendinnetje thuis hadden met al die broers en zusjes. Ik was veel alleen. Toen ben ik al heel snel gevlucht in de boeken. In die tijd ben ik ook al een beetje begonnen met schrijven. Ik zal zo’n 8 à 9 jaar zijn geweest. Schriften vol schreef ik. Onder andere een verhaal over een kattendorp waar ze als mensen leefden. Was best een leuk kinderboek, denk ik zelf. Helaas allemaal verloren gegaan. Daarna de pubertijd. In de roaring seventies was dat superleuk. Alles kon en mocht. Onbekommerd uitgaan en feesten, heerlijk! Op een gegeven moment kom je dan die ene leuke jongen tegen waar je aan blijft hangen. [lacht uitgebreid]. En dan krijg je het traditionele: huisje, boompje, beestje. Van huis uit getrouwd. Kat erbij. Later de hond. Kindjes gekregen enz. Maar je trouwt gewoon te vroeg. Ik was 19. Dan volgt het besef dat je wel een ontzettend deel van je leven hebt gemist. Vervolgens een scheiding en al dat soort toeters en bellen. Zo’n scheiding is nooit grappig. Toen moest ik ook weer aan het werk. Ik heb altijd in de financiële administratie gewerkt. Dat stroomde gemakkelijk in. Altijd is daar wel vraag naar. Ik werk nu nog steeds in die sector, 4 dagen in de week. Bij een klein familiebedrijf waar ik het heel erg naar mijn zin heb. Een ijzerwaren- en staalrecyclingbedrijf. De kinderen zijn allang het huis uit. Sinds 22 jaar ben ik alweer samen met mijn huidige man. We hebben het heel goed samen. Hij heeft alleen niets met boeken. Die leest geen letter. Of ik dan geen proeflezer mis, vraag je? Nee, ik heb een geweldige proeflezer. We kunnen elkaar afbranden tot onze enkels, maar dat werkt perfect. We zijn zulke goede vriendinnen.”

Roelant: ‘Is dat soms Melissa Skaye?’

Karin kijkt verbluft: “Ja! Ik hoef niks meer te vertellen. Je weet alles al! [lacht uitgebreid]. We zien en bellen elkaar regelmatig. Door haar ben ik eigenlijk ook bij deze uitgever (LetterRijn) terecht gekomen. Daar ben ik erg blij mee. Toen ik begon om mijn eerste boek uitgegeven te krijgen, was dat een heel gedoe. Ik was zo groen als gras; ik had geen flauw idee hoe alles werkte in de boekenwereld. Dus toen een onbekende uitgever mijn boek wilde uitgeven, sprong ik een gat in de lucht. Later kwam ik er pas achter dat er niks gebeurde voordat je er zelf een stuk of 40 kocht, voor een Godsvermogen. POD, printing on demand. De titels waren ‘Kunnen vissen dromen?’, ‘Het Duistere Dorp’ en ‘Het Duistere Land’. Jeugd boeken, fantasy. Ik heb ook nog een deel 3 geschreven: ‘De Duistere Wereld’. Die heb ik niet meer laten uitgeven door die gasten. Misschien ga ik dat nog wel een keer doen. Ik zal het wel grondig moeten aanpassen, ben ik bang. Toentertijd bestonden er nog geen mobieltjes. Nu zitten die meiden eraan vastgekleefd. Maar aan de andere kant vind ik het huidige aanbod aan fantasy-boeken zo goed dat ik niet weet of ik daar wel aan moet beginnen. Dan zou ik ook erg op mijn taalgebruik moeten letten. Ik schuw enkele krachttermen niet in mijn boeken. Voor Young Adults kun je dat gewoon niet doen. Dus als ik dan in plaats van een flinke vloek iets moet schrijven in de trend van: ‘Pot-Jan-droppie, dat doet zeer!’ dan denk ik bij mezelf: laat maar. [lacht hartelijk met Roelant mee]
“Daarna schreef ik ‘Blun’, een feel-good-roman met thriller aspecten erin. Maar toen iemand de boeven in dat boek rangschikte onder het Bassie en Adriaan niveau, dacht ik ook bij mezelf: daar heb je op zich wel gelijk in; zo moet het dus niet. Dat hoort bij het leerproces. Mijn volgende boek, ‘Handelswaar’, was al een stukje beter. Speelde zich geheel af in Gouda, een stad waar ik 12 jaar heb gewoond. Dat was een groot voordeel heb ik gemerkt. Ieder hoekje van de stad kende ik. Dat schrijft heel erg fijn. Dat hoor ik van Melissa ook. Zij laat haar boeken in Hoorn afspelen omdat zij daar zo veel over weet. Alleen woon ik nu in Waddinxveen. Dat hoef ik niet als voorbeeld te nemen, want hier gebeurt er helemaal niks. [gelach alom] Serieus! Er wordt hier zelfs nog geeneens een moord gepleegd ofzo. Helemaal niks. Het meest spectaculaire is een storing van de plaatselijke brug.”






Roelant: “Uit jouw boek ‘Waanidee’, spreekt niet veel vertrouwen in de medische stand. Daar heb je zelf ook weinig vertrouwen in?”

Karin: “Dat is puur verzonnen. Er zijn niet alleen dokters die dronken opereren, ook piloten vliegen weleens dronken en noem maar op.”

Roelant: “Je maakt iemand meteen chantabel daardoor!”

Karin: “Ja, precies. Voor mijn verhaal had ik dat gewoon nodig. Je zegt dat je bij mijn boek ook een beetje aan Robin Cook moest denken. Grappig. Ik moet zeggen dat ik die boeken heel graag lees, met name de oudere. Die waren wel heel erg medisch gericht. Die Cook wist ook bepaalde ziektes te verzinnen waarvan je dacht: goh, bestaat dat? Maar hij is dokter, dus hij zal het wel weten. Dat vind ik ook zo fijn aan de schrijfstijl van Tess Gerritsen. Zij weet ook waar ze over praat. Dat is prettig om te lezen. Ik moet dat allemaal verzinnen. Ik google wat af. Of ik ga heel ouderwets naar de bibliotheek. Met streetview kijk ik naar de locaties.”

Roelant: “Die chip (uit ‘Waanidee’) die mensen geïmplanteerd krijgen, deed mij denken aan de Jodenster uit de oorlog”.

Karin: “Klopt. Dat was een stukje achterliggende gedachte. Degenen die een afwijkende chip hadden, waren naar zijn idee geen perfecte mensen. Iedereen die wat mankeerde of gewoon te oud was, kon afgeschreven worden. En dat allemaal onder het mom van opa die in zijn hoofd zat.”





Roelant: “Had je zelf een bijzondere opa?”

Karin: “Ja, die had ik. Ik kan ook zeggen dat ik hem nog steeds mis. Hij heeft de oorlog meegemaakt. Toen ook weleens wat uitgevreten, maar daar werd eigenlijk nooit over gepraat. Dat was een hele nuchtere man. Hij heeft het achter zich kunnen laten en heeft een heel leuk leven opgebouwd met oma. Vroeger was iedereen erg gesloten over privézaken. Dat is nu veranderd. De salarissen liggen op straat. Alles staat op Facebook. Ook de belastingdienst weet alles van je. Ik heb daar op zich helemaal geen moeite mee. We doen er allemaal aan mee. Ik werk vier dagen per week. Dat slokt een behoorlijk deel van mijn vrije tijd op, hahaha. Schrijven doe ik de overige dagen en ’s avonds. Ik zit dan aan het bureau tussen keuken en woonkamer in. Mijn man zit voor de televisie, de honden lopen rond. Dan kan ik het beste schrijven. Ik heb het geprobeerd om in een apart kamertje te zitten, in de afzondering met computer en prikbord, maar dat werkt bij mij niet. Ik ging naar buiten kijken, spelletje doen. Op een gegeven moment zelfs bingo op Facebook onder het mom van: ik moet even nadenken. Nou, dan weet je het wel. [lacht hartelijk] op die manier komt er geen letter op papier of op het scherm. Maar als ik lekker beneden tussen de gezelligheid zit, gaat het veel beter. Dan komt mijn man af en toe naar me toe met een bakkie. Want als ik bezig ben, vergeet ik dat helemaal. Dat werkt perfect.”

De proefdruk van Karins nieuwste boek ‘De dood heeft blauwe ogen’ ligt op tafel. Als ik Karin complimenteer over de prachtige cover knikt ze instemmend.

Karin: “Het contact met Theo (van Rijn, van uitgeverij LetterRijn) is bijzonder goed. Het idee van dit boek is al ontstaan vóór ‘Waanidee’. Het thema van de spannende boeken week van 2016 was ‘Bloed in de Polder’. Ik dacht daar kan ik wel wat mee. Ik wil alleen niet een lijk tussen de aardappels en de slaplantjes, maar iets anders. Een totaal ander boek dan ‘Waanidee’. Het boek waar ik nu mee bezig ben, is ook weer iets heel anders. Ik vind het veel fijner om lekker te variëren. Ik zou geen serie willen schrijven met dezelfde personages erin. Dan zou ik mezelf teveel beperken.”

Dank je wel, Karin Hazendonk, voor dit gezellige interview. Ook dank aan de fotograaf, Josia Brüggen.
                                                                              
Roelant de By.

Lees hier de RECENSIE van 'De dood heeft blauwe ogen'








We kregen heel wat mailtjes binnen voor de winactie.
De twee gelukkige die een exemplaar van De dood heeft blauwe ogen van Karin Hazendonk in hun bus mogen verwachten zijn:

Marjo Jacobs & Sophia Amesz-Grootjans, Proficiat !!! Graag jullie gegevens ASAP naar perfecteburen@gmail.com en het boek komt zo snel mogelijk jullie kant uit.


woensdag 27 juni 2018

Inge dichtbij ... Manuscript af en dan…






Ik voel me niet zo lekker, beetje grieperig, lamlendig. Er is een leegte, een leemte, iets onbestendigs. Mijn manuscript ligt bij de uitgever en bij een paar proeflezers. Ik hang wat rond, werk wat (al zou ik meer kunnen doen), ruim iets op, lees in twee nieuwe boeken over schrijven en een roman tegelijk. Buiten schijnt de zon, mijn kinderen lopen de avondvierdaagse, dit weekend wil ik een muur gaan verven.

Van beneden piept de droger, er is iets mee. Ik moet elke keer opnieuw op de startknop drukken als ik wil dat hij verder draait. Een dezer dagen gaat hij stuk. Ik heb geen geld voor een nieuwe. Ik heb wel een wasrek.

De witte bloemen van de orchidee, hier naast me op de eettafel, hingen gisteren slap. Ik vulde de wasbak met water en zette de orchidee erin. Het heeft geholpen, gelukkig maar.

In een van de twee boeken over schrijven las ik een mooi gedicht van Oscar Wild, het gaat zo:

Love will fly if held too lightly,
Love will die if held too tightly,
Lightly, tightly, how do I know
Whether I’m holding or letting love go?

In het boek was het woord love vervangen door art. Art kun je volgens de schrijver van het boek (Ray Bradbury, Zen in the art of writing) ook vervangen door muse, creativity, the subconscious, heat, flow. Hij vertelt dat mensen groeien door te eten en te drinken, en tegelijkertijd groeien door alles wat ze in hun leven opdoen aan geluiden, beelden, geuren, smaken en texturen van mensen, dieren, landschappen, gebeurtenissen, groot en klein. Hij zegt dat we onszelf volstoppen met deze indrukken en ervaringen en onze reacties erop. Het is voedsel waardoor de muze groeit. Het zit in ons, wij zijn het.

Het gedicht stemt me droevig, morgen stemt het me misschien vrolijk. Het kan twee kanten op met dit gedicht. Net als met mijn manuscript. Ik weet dat ik het verhaal moet loslaten, maar ik wil het nog vasthouden, vandaag. Morgen denk ik er anders over. De proeflezers zijn enthousiast, de uitgever ook. Er komen nog correctierondes, dat herinner ik me van mijn debuut, die zijn hard nodig. Want als je daar doorheen bent, komt je eigen verhaal je de neus uit.

Als ik niet kan slapen (wat vaak zo is), pak ik mijn laptop (dit bevordert de slaap niet) en lees een willekeurige passage uit mijn nog te verschijnen boek, zoals deze:

“De verhalen van mijn moeder, haar aandacht en die van mijn zussen, hun zorg en de muziek van de krekels, brengen me langzaam terug naar het land van de levenden. Dag en nacht speelt het krekelorkest haar muziek, soms zwakt het af tot er nog maar één trillende solo klinkt, of stopt het abrupt als een tussentijds ademhalen. De dirigent zwaait zijn pootje en precies tegelijk zetten alle muzikanten weer in, het getjirp zwelt aan. Het vertrouwde geluid resoneert in mijn oren en wanneer het ineens stopt lijkt de wereld te stil. De krekels horen bij mijn land, bij de droge rode aarde en de zon die verzengend op je huid brandt. Hun melodie klinkt als zoete vijgen die smaken naar room en jam, sardientjes vers uit de zee, gebakken met zout boven een vuur van kool en dennenhout, kristalhelder water met een emmer omhooggehaald uit de put, metersdiep, natuurlijk gezeefd door zand en kiezels, bergen vol fruitbomen, kruiden, noten en zaden, met gesteente in rode, paarse, bruine en gele tinten, de vijf dagelijkse oproepen tot gebed van de imam in zijn minaret die door de lucht schallen, liters thee, geurend naar mint, de hele dag door in bogen uit zilveren kannen uitgeschonken en aangeboden (uit: In je dromen ga jij).”

Of ik staar een tijdje naar het plafond en laat het idee voor mijn volgende boek door mijn hoofd dwalen. Het idee is er, dat stelt me gerust, soms.

Op de boekpresentatie van de schrijver van de roman die ik naast de twee boeken over schrijven aan het lezen ben (Saturnusplein 3, Josha Zwaan), ontmoette ik een vrouw en na een tijd met haar te hebben gesproken, constateerden we beiden dat onze ontmoeting geen toeval kon zijn; haar werk bestond uit het idee voor mijn derde roman. Ik kreeg haar kaartje, ik ga haar interviewen, ik wil van haar leren, die nieuwe wereld ingaan, nog niet, maar ergens nadat mijn huidige boek af is, echt af met een cover en een strik erom. Deze blog ontstond uit een soort tegenzin, uit lamlendigheid, want een beetje grieperig. Toch helpt het wel, schrijven, gelukkig maar.

Inge van der Krabben


‘De moord op Harriet Krohn’ - Karin Fossum



Genre: thriller
Uitgever: Uitgeverij Marmer B.V.
ISBN:
9789460683978
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s: 272
Uitgave: mei 2018

Dank aan uitgeverij Marmer B.V. voor het beschikbaar stellen van dit recensie-exemplaar.

De veertigjarige Charlo Torp zit diep in de problemen. Hij is al twee jaar werkloos, zijn vrouw is overleden, met zijn tienerdochter heeft hij weinig contact en hij heeft een speelschuld van 200.000 kronen. Torp gelooft dat alles goed komt, als hij orde op zijn financiële zaken kan stellen en hij besluit een oudere dame te beroven. Haar naam is Harriet Krohn.
Korte tijd gaat het beter met Torp. Hij betaalt zijn schuld en koopt een paard voor zijn dochter. Maar dan verschijnt inspecteur Sejer op het toneel in verband met een verkeersongeval...

Als groot leesliefhebber had ik al wel van de schrijfster Karin Fossum gehoord, maar ik had nog nooit eerder een boek van haar gelezen. Niet zozeer omdat de boeken mij niet trokken, maar omdat ik telkens andere boeken op mijn prioriteitenlijstje had staan. Toen ik dit boek dus op de deurmat zag liggen met het verzoek of ik het wilde recenseren, was dit het perfecte moment om eens te starten met het werk van Fossum.

Het boek zelf is een deel uit de serie rondom inspecteur Sejer, maar ik kreeg niet onmiddellijk het gevoel dat ik de voorgaande delen per se gelezen moest hebben. Wellicht was het leuker geweest om met deel 1 te starten, omdat je dan misschien het karakter van Sejer beter leert kennen, maar voor mij als nieuweling was het verhaal prima te volgen.

In plaats van de gebruikelijke volgorde in een thriller waarbij een moord gepleegd wordt en de politie opzoek gaat naar de dader en het motief, besloot Fossum om het bij dit boek net wat anders aan te pakken. Het verhaal wordt namelijk verteld vanuit het perspectief van de moordenaar. Deze manier van vertellen zorgt ervoor, dat het verhaal grotendeels draait om de problemen en daden van Charlo en de moord wordt meer bijzaak.

Fossum heeft er dus voor gezorgd dat haar personage ijzersterk wordt neergezet en je als lezer het gevoel krijgt, dat je die man al sinds je geboorte kent. In plaats van hem te zien als een moordenaar, ga je hem steeds meer als mens bekijken. Het boek zelf neigt ontzettend in de richting van een psychologische misdaadroman in plaats van een thriller. Zelf vond ik het boek leuk om te lezen, maar dit verhaal zou mij er niet toe aanzetten om meteen al haar andere boeken ook te lezen. Wanneer ik wat rondkijk op internet, lees ik regelmatig dat dit boek echter de minste van allemaal is, dus misschien moet ik de andere boeken toch eens een kans geven.

Ondanks dat het boek voor mij niet het spanningsgevoel oproept, dat ik normaal krijg bij Scandinavische thrillers, heeft Karin Fossum wel verstand van haar vak. De manier waarop zij haar karakters kan omschrijven, is zo levensecht dat je het gevoel krijgt, dat je met de werkelijkheid te maken hebt in plaats van met fictie. Dit boek mist misschien het echte speurwerk, maar daarentegen doet het verhaal psychologisch wel wat met je. Het boek krijgt van mij dan ook 3 sterren en ik ben toch wel benieuwd geworden naar haar andere boeken.

Claudia van Koolwijk – recensent De Perfecte Buren




‘De Zilvervos, legende van Esper 1' - Joke de Meyer



Genre: young adult
Uitgever: Uitgeverij De Belezenis
ISBN: 9789082805901
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s: 256
Uitgave: mei 2018

Ik wil in eerste instantie Uitgeverij De Belezenis en Joke de Meyer bedanken voor het recensie-exemplaar van dit boek.

Flaptekst
De zeventienjarige schildknaap Veder woont al heel zijn leven in Arél, hoofdstad van het meest zuidelijk gelegen graafschap in het koninkrijk Esper. Een grote muur rondom de stad ontneemt alle stedelingen de vrijheid. Volgens graaf Alryn een noodzakelijke bescherming tegen de gevaarlijke Sluipers die zich schuilhouden in de vervloekte Fluisterbossen, maar de ontevredenheid onder de bevolking groeit. Wanneer een van de kunstenaars zijn openlijke kritiek op Alryns beleid met zijn leven bekoopt, is dat het begin van een revolutie tegen de machtige Graaf en zijn aanhangers. Het duurt niet lang voordat Veder een zware verantwoordelijkheid draagt en ontdekt dat waarheid en leugen moeilijk uit elkaar te houden zijn. Zeker als een ongezien kwaad de stad teistert en het ene dodelijke slachtoffer na het andere valt.

Het verhaal

In Arél kun je nog steeds ridder worden, maar dan symbolisch. De stad neemt namelijk geen nieuwe wachten meer aan. Veder en zijn vrienden voltooien de opleiding als schildknaap, maar er heerst onrust in de stad. Dat men altijd opgesloten zit in de stad zint hen niet langer en hoe waar zijn de angstige verhalen over de ‘Sluipers’? Veder en zijn vrienden raken verstrikt in een geheime opstand. En wat heeft de ‘Verloren Zoon’ hiermee te maken?

Conclusie

Ik begon enorm enthousiast aan De Zilvervos. Na enkele hoofdstukken werd ik echter een beetje sceptisch. Naar mijn idee waren zinnen krom geformuleerd en soms zelfs niet correct, maar ik weet dit aan het Vlaams. Iets verder in het boek werd dit sceptische echter weer omgezet in enthousiasme. Het verhaal greep mij. Ik houd van zulk soort verhalen en ben blij dat er nog vervolgdelen komen.

Op een gegeven moment maakt de auteur een overstap naar ‘onze wereld’. Die kwam vrij onverwacht. Ik had liever gezien dat het boek was opgedeeld in twee delen bijvoorbeeld. Uiteindelijk werd de overstap echter normaal en paste het precies in het verhaal. Dit puntje van verwarring was dus meer een dingetje in de vormgeving. Rest mij nog te zeggen dat het einde aanspoort tot verder lezen in deel twee. Ik geef ‘De Zilvervos’ drie en een halve ster.

Marc-Jan van Dam - recensent De Perfecte Buren

dinsdag 26 juni 2018

'Tweeluik' - Marc-Jan van Dam



Wie helpt Marc-Jan aan een leuke, passende titel voor zijn tweeluik?

Ha lieve lezers! Dit is het eerste verhaal in een tweeluik. Ik heb de verhalen beide nog geen naam gegeven. Nu zijn het slechts ‘Tweeluik(1)’ en ‘Tweeluik(2)’. Nu vraag ik jullie hulp! 

Weten jullie een titel die bij deze verhalen past? (voor elk verhaal een titel) Zet deze dan in een reactie onder dit Facebookbericht in de BESLOTEN groep van 'De Perfecte Buren'. De persoon die de leukste titel verzint, krijgt van mij, Marc-Jan, een leuk presentje! 



Tweeluik(1)
Zijn eeltige vingers houden het kopje stevig vast, bang dat de omgevallen melk het mee zal sleuren in zijn stroom naar de rand van de tafel. Dat de melk minimaal tien centimeter van zijn linkerhand verwijderd is, merkt hij niet op. Met samengeknepen ogen kijkt hij naar het tafereel van voorwerpen die één lijken te worden met de melk. Zijn ietwat uitpuilende ogen, lodderig van de vele drank die hij de afgelopen nachten genuttigd heeft, lijken nog het meest op die van een rat. Rood en compact, alsof er elk moment een straaltje bloed uit kan komen sijpelen. 
Met zijn wijsvinger schiet hij een week geworden stukje cornflakes uit zijn baard, die met een kleine plons in de melk belandt. Hij grinnikt. De kraaienpoten bij zijn ogen worden ietsjes groter en de hoeken van zijn dikke lippen krullen omhoog. Een rij gele tanden, het resultaat van dertig jaar lurken aan de doodstaafjes van Camel, laat zich zien. Zijn lach smelt weg wanneer een sloophamer zijn hersenen lijkt te terroriseren. Steunend en kreunend buigt hij zich voorover en pakt hij het doosje pijnstillers. De druppels melk schudt hij van het doosje af waardoor deze vervolgens op zijn roodzwart geblokte houthakkersblouse landen, die deze druppels meteen absorbeert. Met één oog dichtgeknepen kijkt hij toe hoe hij het doosje leegschudt. De strips die uit het karton komen zijn stuk voor stuk leeg. Hij vloekt inwendig. Enkel omdat zijn stem geen geluid voortbrengen kan. Het pakje gooit hij opnieuw naar de melk. Zuchtend haalt hij dan zijn brede schouders op terwijl hij, bij gebrek aan beter, een fruitsnoepje van Runts in zijn mondhoek duwt. Smakkend kijkt hij voor zich uit, krabt aan zijn ontblote kruis, haalt zijn hand door zijn grijze haren en staat dan wankel op. Zijn rechterbeen wordt gesierd door grote littekens en een zwarte spalk die hem verbiedt zijn knie te buigen. Mank loopt hij naar de andere kant van de tafel. Uit de grote glazen kan met water neemt hij enkele grote slokken. Hij zet de kan met een klap terug op de tafel waarna hij zich opnieuw naar de stoel begeeft. De gordijnen zijn geopend en dat de voorbijlopende mensen hem zien, gekleed in alleen een blouse, zijn jongeheer ontbloot, doet hem vrij weinig. Met een zucht zakt hij weer op de stoel en kijkt hij roerloos voor zich uit.
         
Marc-Jan van Dam
recensent en auteur voor De Perfecte Buren
@Marc-Jan van Dam op Facebook
@mjvdam op Instagram




Tweeluik(2)

Toen hij op die eerste dag van maart 1970 wakker werd naast zijn vrouw en zijn benen over de rand van het ledikant wilde gooien, voelde hij een snijdende pijn in zijn rechterbeen. Zijn knie en scheenbeen betastend hoopte hij de oorzaak van deze onverwachte pijn vast te stellen.
‘Is het kanker?’ vroeg hij zich af toen hij enkele minuten later voor de spiegel zijn been opnieuw bevoelde. Hij had de pijn echter niet opnieuw ontwaard en besloot het voorval maar te vergeten.

***

Ruim op tijd om naar de kerk te kunnen had hij de tafel gedekt. Zijn bord tegenover dat van zijn vrouw, op de kop het serviesje van hun zoontje. Zo stond het altijd, als in een onbreekbare drie-eenheid. Vandaag was het anders. Zijn vrouw, normaal uitbundig uitgedost voor de zondag, kwam in enkel haar witte nachtjapon aan tafel en ging zitten op de stoel schuin voor hem. Vrijwel meteen stond ze weer op waarna ze een bord en bestek pakte.
Daar zaten ze dan. Hij aan de linkerkant van de tafel, zij daar schuin tegenover en op de kop hun kleine dreumes. Er hing een haast onverbreekbare stilte tussen hen in. De kleine jongen begon, als was het een teken van de onnatuurlijke situatie, hartverscheurend te huilen. Het hielp echter niet, veroorzaakte geen barstjes in de stille massa die onbreekbaar op hen drukte.
‘Is er iets schat?’ Hij gaf de stilte woorden, trachtte deze te doorbreken. Het waren loze woorden, enige betekenis was hen vreemd. Het antwoord was al bekend. Hij wist het. Hij wist dat zij het wist. Ze wisten het beiden.
Waar zij eerst roerloos naar haar bord had zitten staren, begon ze nu een broodje te smeren. Haar bewegingen waren rustig. Te rustig. De roomboter op haar mes, nog hard, trok haar brood tijdens het smeren in flarden. Ze stopte, legde in stilte haar mes neer en keek hem aan. Koud. IJzig.
Ook hij stopte met bewegen. Ze bevestigde het. Ze wist het.

Afgelopen vrijdag was het gebeurd. Na twee jaar was hij ontdekt. Het was een vrouw uit de kerk. Onder het rode licht van de ramen, her en der gedimd door een zwart gordijn waar een klant werd geholpen, stond ze. Samen met enkele andere overijverige vrouwen uit andere kerken sprak ze de vrouwen aan. Zijn werknemers, zijn meiden. Twee jaar had hij zijn geld ermee verdiend. Twee jaar ging alles goed. Alles liep in de soep door één overdreven gemotiveerd vrouwtje dat zijn naam te weten kwam en hem confronteerde met haar ontdekking. Ze kende zijn vrouw, zijn zwakke punt. Ondanks zijn dreigen, het tonen van zijn gebalde vuist voor haar neus, had haar moraal het gewonnen. Ze was uit de school geklapt.

‘Wat wil je dat ik zeg?’ Zijn stem klonk ondanks zijn teleurstelling vast. Ze pakte haar mes weer op en smeerde jam op haar brood. Ze nam een grote hap en stond op, haar mes stevig in haar hand. ‘Ik wil,’ begon ze terwijl ze naar hem toe liep, ‘dat je niets zegt. Woorden doen niets.’ Ze klemde haar vingers nog eens iets steviger om het mes. ‘Ik wil dat je voelt!’ Terwijl ze dit zei drong ze met het mes diep door in het vlees van zijn rechterbeen. Zijn gillen verbrak eindelijk de stilte. Haar steken, steeds weer opnieuw gaf haar voldoening. Het rode bloed vermengde zich met de restjes jam die op het mes klonterden.

Marc-Jan van Dam
recensent en auteur voor De Perfecte Buren
@Marc-Jan van Dam op Facebook
@mj_vdam op Instagram



‘Zoektocht’ – Jeannette Mimi Funk


 
Genre: detective
Uitgever: Vertelpunt
ISBN: 9789491220906
Uitvoering: paperback
Aantal pagina's: 272
Uitgave: augustus 2016

Met dank aan uitgeverij Vertelpunt voor het beschikbaar stellen van dit recensie-exemplaar.

De rustige provinciehoofdstad wordt opgeschrikt door een brutale moord op een zonderling. Commissaris Esther Kreif en Ilona Berkochek staan voor de moeilijke taak de dader zo snel mogelijk in te rekenen. Waarom werd die sukkelaar vermoord? Hoe heette hij? De vragen stapelen zich op. Esther en Ilona vallen van de ene verbazing in de andere als er een man komt beweren, dat ze de verkeerde hebben vermoord. Door die verklaring wordt de zaak steeds mysterieuzer en dat blijkt het begin van een zoektocht…

Voor mij een eerste kennismaking met deze auteur en ik moet zeggen dat ik erg moest wennen. Als Nederlandse heb ik vaker boeken van Vlaamse auteurs gelezen, maar daar was op een enkel woord na niet direct veel van te merken. Het taalgebruik van Jeannette Mimi Funk is enorm Vlaams, waardoor ik mij hier constant van bewust was. Dit is niet per se een negatief punt, maar dus wel behoorlijk wennen. Bepaalde bewoordingen en uitdrukking zijn mij niet bekend waardoor ik meer moeite moest doen om het verhaal vlot te lezen.
Verder had ik ook moeite met haar schrijfstijl. Vooral in het begin kwam ik totaal niet in het verhaal. De schrijfstijl voelde wat afstandelijk, alsof het verhaal wel verteld wordt maar de beleving ontbreekt. Ook worden er veel, misschien te veel, details beschreven. Zo komen er hele opsommingen voorbij, bijvoorbeeld van wat een slachtoffer in zijn zakken had of van wat er in een huis op een tafeltje werd gevonden. In plaats van dit in een mooie zin te verwerken, wordt het echt als een opsomming gebracht. Deze puntjes doen toch enige afbreuk aan Zoektocht.

Zoals gezegd, Esther en Ilona staan voor een moordzaak en al vrij snel ontdekken zij dat er iets niet klopt met het slachtoffer dat wordt gevonden. Gekleed in vodden maar wel goed verzorgd, verwondingen die niet overeenkomen met het mogelijke verhaal en bijzondere types waarmee ze te maken krijgen. De naam Hendrik duikt steeds weer op en is iedereen wel wie hij zegt te zijn? Personages hebben hun eigen agenda, wat de zaak er niet makkelijker op maakt.

De zaak is mysterieus en blijft verschillende kanten op gaan, zodat je langere tijd niet weet hoe het zit. Hieruit blijkt dat Zoektocht een goede titel heeft gekregen. Eenmaal halverwege het boek weet het verhaal de lezer iets meer te pakken en wordt het lezen aangenamer. Er wordt meer nieuwsgierigheid gewekt waardoor je meer interesse krijgt in hoe het verhaal nou echt in elkaar zit.
Het mysterie wordt ontrafeld en daar neemt Funk haar tijd voor. Dit is prettig al is het misschien wel daarom dat het vluchtige einde erg opvalt. Waar je in de rest van het boek wordt meegenomen in het verhaal, is het einde vrij abrupt.

Ik vond het lastig om dit boek een score te geven. De eerste helft van het boek was weinig pakkend waardoor ik aan 2 sterren dacht. Toen werd het in het tweede deel beter. De schrijfstijl leek vloeiender en eindelijk werd ik nieuwsgierig naar het verhaal. Hierdoor zou ik denken aan 3 sterren. Omdat ik vind dat ik het boek in zijn geheel moet beoordelen, ga ik in het midden zitten en is mijn eindconclusie 2,5 ster.

Annelien Kruithof – recensent De Perfecte Buren