dinsdag 31 juli 2018

Inge dichtbij ... Inspiratie voor boek 3






Ik weet het, ik weet het. Ik ben nog volop bezig met mijn tweede roman - de correctierondes, het maken van een auteursfoto, het ontwikkelen van de cover en volgend jaar februari, rond de boekpresentatie flink promotie maken - en ik wil niet bewust bezig zijn met alweer een volgend boek, maar het dringt zich vanzelf op. Renate Dorrestein ervoer dat ook zo: 'Die personages komen in een luchtbel langzaam mijn kant op zweven en eenmaal boven mijn werktafel spatten de bellen uiteen en moet ik er iets mee doen.'

Of ik nu wil of niet, sinds ik een idee heb voor die derde roman, zoemt de inspiratie om me heen en dringen personages zich op. Veel van wat ik lees, ervaar en doe heeft of krijgt een link met dat derde boek. Ik probeer het schrijven nog uit te stellen, want boek twee moet eerst af, maar eerlijk gezegd weet ik niet hoe lang ik dat nog volhoud.

Wat ik wel alvast doe? is de ideeën die door mijn hoofd dwarrelen opschrijven. Dat gaat schetsmatig, op alles wat los en vast zit. Dat laatste is niet zo handig, dat weet ik ook, want kan ik het nog wel terugvinden straks? Maar goed, ook daarin komt een moment dat ik alle krabbels, uitgescheurde bladzijden, artikelen, uitspraken en losse zinnen verzamel en netjes in een document in mijn computer zet. Dat klinkt inefficiënt en onlogisch -doe dat dan direct- maar zo werkt het voor mij blijkbaar. Zal wel iets met het creatieve proces te maken hebben en zo niet, dan maak ik mezelf dat graag wijs.

Een belangrijk thema in het boek gaat ‘rouw’ worden. O jee, waar begin ik nou toch weer aan. Om rouw zit een clichématig en larmoyant ‘zwart’ randje, mensen die pijn lijden, die dingen niet kunnen verwerken die ‘moeten’ loslaten. Ik weet het, ik weet het. En toch wil ik daarover schrijven. Waarom? Omdat in het huidige boek dat ik schrijf een personage opgedoken is, dat een bescheiden bijrol vervult. Emmy heet ze. Emmy is oud en weduwe en raakt bevriend met het hoofdpersonage Mariam. En ze heeft iets. Iets waardoor ik vind dat ze meer verdient, geen bijrol maar een hoofdrol. Emmy heeft iets lichts, ze heeft humor. Dus er komt ook veel humor in het boek, althans, dat is de bedoeling. Het lastige met humor is dat dit zeer persoonlijk is.

In het zomermagazine van de Volkskrant staat de komende weken een literaire top 10 van geestigheid: tien grappige fragmenten uit de Nederlandse literatuur. Ze trapten af met een column van Remco Campert: Tot zoens. Ik las de column en kwam niet meer bij. Ik las hem nog een keer en opnieuw lag ik in een deuk. Ik las de column voor aan mijn moeder (die mij nog waarschuwde dat ze mogelijk een ander gevoel voor humor had dan ik), ook zij lachte voluit en ik ook weer, bij mijn vader: idem. Blijkbaar is er dus een soort humor die elk mens aan het lachen kan brengen. Campert staat ‘slechts’ op nummer tien, dat belooft veel goeds.

Eerst vertelt hij over zijn treffen met een Spaanse schoenpoetser op de Ramblas, die zonder dat Remco daarom vraagt een stel nieuwe zolen onder zijn vrij nieuwe schoenen timmert. De zolen laten na twee dagen al los waardoor Remco als een pinguïn door de stad flappert. Het heeft alles te maken met het gebrek aan kennis van de Spaanse taal, zo gaat hij verder. En dan volgt het relaas over zijn poging om postzegels en een envelop te kopen in een sigarettenwinkel. Ik neem het stuk integraal over, want het is te leuk om het jullie te onthouden:

‘Ik wist dat het woord voor postzegel sello was en dat een envelop een sobre was: er kon dus weinig misgaan, dacht ik. Maar de winkelier keek me wanhopig aan toen ik mijn bestelling had geplaatst en begon weifelend achter zicht te tasten naar een sigarettenmerk waarvan hij bijna zeker wist dat het niet bestond. Later, toen alles op zijn pootjes was terechtgekomen, vroeg ik me af hoe het nu allemaal geklonken zou hebben als het Nederlands was geweest.
Ongeveer zó, vermoed ik.
‘Goedegommel.’ (Dat is mijn ochtendgroet bij het binnenkomen van de winkel)
‘Wat wenst u?’ (De winkelier heeft al iets schichtigs in zijn blik)
‘Twee pestzagels van zus peezzetas en een vanderlop, astamblieft.’
‘Wélk merk zei u precies?’
De winkelier begint aan een lange opsomming van zijn sigarettenmerken.
Ik begrijp dat er iets niet goed is gegaan.
‘Nee, nee, geen sigoeretzums. Ik wil poeszeggers en een ankerdop. Asserbieft.’
De winkelier helpt een paar andere klanten en drukt me dan een doosje lucifers in de hand.
Verdomme. Ik spreek het toch zeker duidelijk genoeg uit.
‘Poostzeven,’ bijt ik hem toe. ‘Twee van zus. En een anvulflop.’
Wat kán hij bedoelen? Zie ik de winkelier denken.
En hij zegt, zijn moerstaal sterk vereenvoudigend: ‘Wij deze niet hebben.’
Hij deze niet hebben? Dat wil er bij mij niet in.
‘Wat?! U niet hebben portvlegels en een appulloep?’
‘Neen. Wij hebben Kameelfilter, Marobórolo en Felipe Maurice. En natuurlijk heerlijke sigaremanze en pipotabbakos.’
Gelukkig komt er nu een klant binnen die ook postzegels moet hebben en ik begin opgewonden knikkend op de tevoorschijn gebrachte zegels te wijzen. De winkelier begrijpt me en even later heb ik er twee van zus te pakken en kort daarop mijn vanvulvop.
‘Muy bien, muy bien,’ zegt de winkelier zoals men tegen een kind spreekt dat een eenvoudige optelsom tot een goed einde heeft gebracht.
‘Hel god, hel god,’ echo ik tevreden.
En met een welgemeend ‘tot zoens’ verlaat ik de zaak.

Kijk, zo kun je dus geïnspireerd raken. Niet dat je zo’n column een op een direct kunt gebruiken of toepassen, Campert is een geweldenaar, maar het roept een gevoel op, iets dat je kunt nastreven. Daarom is veel lezen en goed om je heen blijven kijken zo belangrijk als je schrijft. Aantekeningen maken, lijstjes bijhouden, films en series kijken helpt trouwens ook.

En zo probeer ik het schrijven nog uit te stellen, aan dat boek, dat derde boek, waarvan de luchtbellen mijn kant opzweven. Het is me in ieder geval één column lang gelukt.

Inge van der Krabben

‘Vol van Maan’ – Sandra Bernart



 
Genre: roman
Uitgeverij: Palmslag – Groningen
ISBN: 978 94 917 7382 2
Uitvoering: digitaal boek
Aantal bladzijden: 240
Verschijningsdatum: 18 juni 2018

Met dank aan uitgeverij Palmslag voor dit recensie-exemplaar.



Sandra Bernart (1973) werd geboren in Hamont en studeerde economische-psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Ze publiceerde in verschillende verhalenbundels en op literaire websites. Haar korte verhalen vielen regelmatig in de prijzen. Haar debuutroman Ik zag Menno stond op de shortlist van de Hebban debuutprijs 2016. Vol van Maan is haar nieuwste roman.

Laurens van Daelen wordt door medestudente Maan overgehaald om met haar mee te doen aan een liftwedstrijd naar Lissabon. Aanvankelijk had hij daar niet veel zin in maar onder druk van zijn provocerende broer en dominante vader veranderde hij van gedachten. Hij besluit de uitdaging te accepteren met maar een gedachte: ik wil winnen. De reis voert hen door België, Frankrijk en Spanje en ze ontmoeten een aantal bijzondere mensen waarmee Maan heel makkelijk contact legt maar die Laurens soms een ongemakkelijke gevoel geven.

Tijdens de reis moeten de deelnemers aan de wedstrijd opdrachten uitvoeren. In zijn drang te willen winnen gaat Laurens bij de uitvoering van één opdracht heel erg ver en dat plaatst hem in de schijnwerpers. Tot groot ongenoegen van zijn vader die zichzelf ongevraagd opgeworpen heeft als Laurens persoonlijke coach. Ongewild wordt het een reis waarin Laurens de balans van zijn leven opmaakt en ontdekt dat het moeten voldoen aan de verwachtingen van anderen verstikkend is voor je persoonlijke vrijheid.

Hoofdpersonen in Vol van Maan zijn Laurens en Maan. Twee studenten die als team meedoen aan een liftwedstrijd naar Lissabon. Tussen de twee ontstaat een heel aparte chemie die versterkt wordt door de mensen van wie zij een lift krijgen of die ze tijdens hun reis ontmoeten. Mensen die een eigen verhaal hebben, het ene nog boeiender dan het andere en die door de manier waarop Sandra Bernart ze beschrijft tot leven komen. Het is fascinerend te lezen hoe door deze verschillende verhalen de inzichten van Laurens over zijn eigen leven beginnen te kantelen. Maan speelt hierbij een belangrijke rol. Haar ogenschijnlijk zorgeloze manier van leven en de liefde en tederheid die Laurens bij haar ervaart, geven hem de kracht de confrontatie met zijn dominante vader aan te gaan. Zo wordt deze reis naar Lissabon uiteindelijk een reis naar bevrijding en nieuwe wegen.

Sandra Bernart is erin geslaagd om de lezer een inspirerend verhaal in te trekken dat doorspekt is met dramatiek en humor en wordt bevolkt door tot de verbeelding sprekende personages. Het is ook een diep menselijk verhaal dat ontroert. Stilistisch is het prachtig. Ze maakt kundig gebruik van de vele mogelijkheden die de taal haar biedt om gedachten, emoties en gevoelens te verwoorden in prachtig en helder proza. Vol van Maan is een heerlijk boek waarvan je intens kunt genieten.

Joop Liefaard - recensent De Perfecte Buren

maandag 30 juli 2018

‘De Oversteek’ – Jeroen Siebelink



Genre: Roman
Uitgeverij: Thomas Rap
ISBN: 9789400407954
Aantal pagina’s: 334
Uitvoering: paperback
Verschijningsdatum: juni 2018

Met dank aan Thomas Rap voor het recensie-exemplaar.

Over de auteur
Jeroen Siebelink (1968) groeide op in Ede als zoon van schrijver en AKO literatuurprijswinnaar Jan Siebelink. Hij hield als kind al van voetbal en studeerde af in de bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Door zijn passie voor de sport voetbal schreef hij eerst zelf en later in opdracht van de KNVB boeken over de jeugdopleiding. Inmiddels heeft hij veel boeken geschreven met als thema twee van mijn persoonlijke verslavingen: voetbal en chocolade. Zijn boek over spits Dick Nanninga en over Tony’s Chocolonely verschenen allebei bij Thomas Rap. Jeroen heeft een vrouw en twee tienerzonen.

Inhoud
Het boek is een weergave van de reis van zes opvarenden die met een zeiljacht de Atlantische oceaan oversteken. Deze zware reis wordt aan de hand van getuigenverklaringen en in romanvorm beschreven. Het boek kent naast een inleiding en een nawoord een tiental hoofdstukken die de namen van het schip en de opvarenden draagt.

‘Naakt in een baan om de aarde, maar samen’

Het boek heeft als ondertitel ‘Het waargebeurde verhaal van een noodlottige reis’. De beschreven gebeurtenissen vonden in 1989 plaats.

Mijn mening
De omslag van het boek toont achter een grote grafische belettering een zeiljacht op de oceaan. Dat belooft een stormachtig verhaal. Op de achterzijde een foto en een korte beschrijving van de auteur na een korte omschrijving van het verhaal. Ik hoop als landrot op een avontuurlijk en spannend boek.
Het boek bevat qua inhoud een drietal hoofdonderdelen. Allereerst is daar het plan om met zes personen een aangekocht zeiljacht over te brengen vanuit de Verenigde Staten naar Nederland.

De eigenaar stelt zijn bemanning samen na het plaatsen van een advertentie in een landelijk dagblad. En hier ontstaat het tweede hoofdonderdeel qua inhoud, de interactie tussen de zes personen die elkaar niet of nauwelijks kennen. En de bijdrage van ieders persoonlijkheid en karaktereigenschap aan dit avontuur. Ten slotte is het derde en laatste hoofdonderdeel de inhoudelijke nautische kennis van het zeilschip en het zeilen.

Deze drie hoofdonderdelen tezamen garanderen een psychologisch en heroïsch zeilavontuur. De spanning rondom de overtocht en de psychologische interactie tussen de bemanning zijn mijn favoriete delen. Wanneer je, net als ik, wel eens in een bootje hebt gezeten maar er geen belletje gaat rinkelen bij woorden als genua, schoot en spinnaker, krijg je hier een behoorlijke dosis zeiljargon voorgeschoteld die af en toe remmend werkt. Dat deel is veel leuker wanneer je hier meer kennis van hebt.

De schrijfstijl is prachtig. Vlot en opgebouwd uit prachtige beelden en beschrijvingen. Soms heeft een zin slechts een paar woorden nodig om je alles te laten voelen. Met krachtige pennenstreken vaar je als zevende opvarende mee op deze barre tocht.

‘Samen zitten. Knulletjes in een teiltje, moederziel alleen in het stikdonker’.

In ieder hoofdstuk word je meegetrokken in de beweegredenen en persoonlijke omgeving van een bemanningslid. De blokkade op het toilet met getuigen is herkenbaar en de beschrijving van het aansteken van een gerolde sigaret met een Zippo, is zo prachtig dat ik na zes jaar bijna weer zou willen gaan roken. Als een commercial voor zware shag of ‘sjekje’ zoals de auteur het noemt.
Het was niet mogelijk om mij op voorhand een goed beeld te vormen wat een oversteek eigenlijk behelst. Pas nu ik dit boek heb gelezen, heb ik een diep respect ontwikkeld voor alle zeelieden die iedere minuut van de dag op onze wereldzeeën en oceanen varen.

‘De oceaan is een groezelig, onopgemaakt bed vol plooien en ophopingen’.

Eindoordeel
Het schrijven over de band tussen de bemanningsleden of het ontbreken ervan, naast het persoonlijk omgaan met tegenslag en het teruggeworpen worden op jezelf, komt zo sterk over dat ik iedere opvarende een klein beetje heb mogen leren kennen. Het meest van al wellicht de man die de belangrijkste knopen aan boord heeft doorgehakt, Robi Dattatreya. Ik ben benieuwd of de ervaring die de auteur heeft met het schrijven van een biografie hier ook debet aan is. Misschien heb ik daarmee wel een deel van de biografie van Robi Dattatreya gelezen. Het verhaal was zo beklemmend dat ik weigerde het in de zon te lezen. Uit eerbied voor de bemanning en vanuit een soort lotgenotengevoel, las ik slechts in de avond wanneer het killer werd. Ik geef dit boek 4 sterren. Wat mij betreft mag de auteur de rode broek dragen. Hij heeft “De Oversteek’ met succes voltooid.

Peter van Bavel - recensent De Perfecte Buren


Mijn persoonlijke songtekst
“Help me understand,
there doesn’t seem to be a plan
Here in motion,
we got buried in the deep Atlantic Ocean
(Albert Hammond jr. – Screamer)


‘Junglekoorts’ - Bruno Buteneers



Genre: avontuurlijke thriller
Uitgever: Dunfy
ISBN: 9789090309309
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s: 330
Uitgave: 21 juni 2018

Mijn hartelijke dank aan de uitgeverij Dunfy en Bruno Buteneers voor dit recensie-exemplaar.

Flaptekst
De ultieme droomwens van een doodzieke tiener dreigt een huiveringwekkende nachtmerrie te worden.
Mijlenver weg van de bewoonde wereld, diep in het onherbergzame
Amazoneregenwoud van Ecuador, ligt een plek die de hemel op aarde evenaart. In Resort Kolibrie maken welstellende bezoekers in ongeziene luxe kennis met de pracht van de jungle. De doodzieke Sarah en haar vader voelen zich niet thuis in de groep onuitstaanbare gasten. Al snel komen ze er achter dat het woud geen enkele zwakheid van geest of lichaam duldt. De jungle verslindt zonder de minste aarzeling diegene die zijn zwakke plek toont. Een nieuwe strijd om wat langer te leven gaat van start.

Het verhaal
In Junglekoorts maken we kennis met de doodzieke Sarah. Ze heeft een zeldzame ziekte en een medicijn lijkt niet te bestaan. Samen met haar vader Wim blijft ze echter vechten. Het is de wens van Sarah om naar Resort Kolibri te gaan in Ecuador, midden in de jungle. Maar daar lijkt het niet helemaal pluis te zijn. Zijn ze hun leven wel zeker?

Conclusie
Bruno Buteneers heeft voor dit boek zijn research gedaan. Dat is iets dat al snel duidelijk wordt. Voor de lezer op zoek naar ontspanning geeft de auteur soms zelfs een overload aan informatie. Dit komt verscheidene keren terug en zorgt soms voor kriebels. Het lijkt, alsof de auteur graag zijn kennis wil showen. Een beetje is niet erg, te veel wordt irritant. 

Het boek begint rustig. In de eerste vijftig pagina’s lees je over een groot farmaceutisch bedrijf dat zijn hulp aanbiedt aan Sarah. Na deze 50 pagina’s lees je niets meer over dit bedrijf. Daardoor heeft het voor mij geen functie gehad voor het verhaal, dat zich heel goed zonder dit bedrijf had kunnen ontrollen.

Vooral in het midden van het boek was het spannend. Bruno Buteneers weet de spanning goed op te bouwen. Jammer genoeg viel deze spanning soms eventjes weg. De personages zijn goed uitgediept, al maakten ze wel eens keuzes waarvan ik dacht, dat die in deze situatie niet normaal zijn. Wanneer je van Nederlandse origine bent moet je in Junglekoorts ook even wennen aan het Vlaamse taalgebruik. Junglekoorts heeft vrij veel taalgebruik dat vooral in Vlaanderen voor zal komen. Bijvoorbeeld anders geformuleerde zinnen en gezegden die net iets anders zijn dan in Nederland. Maar daar hoef je je verder niet aan te storen. Ik geef Junglekoorts 3 sterren.

Marc-Jan van Dam - recensent De Perfecte Buren

vrijdag 27 juli 2018

‘Soms lieg ik’ - Alice Feeney


 
Genre: Literaire thriller
Uitgever: A.W. Bruna
ISBN: 978 94 005 0975 7
Uitvoering: paperback
Aantal pagina's: 336
Uitgave: juni 2018

Met dank aan Hebban en A.W Bruna voor dit buzz-recensie-exemplaar.


Mijn naam is Amber Reynolds. Er zijn drie dingen die je over me moet weten:

Ik lig in coma
Mijn man houdt niet meer van me
Soms lieg ik

Amber is radiopresentatrice, getrouwd met Paul en heeft een zus, Claire. Zij ligt in het ziekenhuis in een coma. Ze weet niet hoe ze daar komt en weet ook niet wat haar overkomen is. Ze kan wel horen wat rondom haar gebeurt en wat er gezegd wordt - het locked-in syndroom - maar kan niet bewegen. Omdat niemand merkt en weet dat ze wakker is vangt ze diverse gesprekken op tussen Paul en Claire, maar ook van het verplegend personeel. Sommige van die gesprekken maken haar doodsbang! 

Soms lieg ik is goed opgebouwd en bestaat uit verschillende verhaallijnen. Feeney gebruikt flashbacks en neemt je mee van heden naar verleden. Dit doet ze onder andere door dagboekfragmenten die teruggaan naar Ambers jeugd. Op die manier zorgt ze ervoor dat je Amber beter leert kennen. Je krijgt een beter inzicht in haar leven en waarom ze is wie ze is..... Tenminste, dat denk je! 

Een andere verhaallijn gaat over de dagen net voor haar coma. Amber herinnert zich dat ze haar ex tegen het lijf liep en dat ze samen iets gingen drinken, maar ook dat het niet goed ging op het werk. En dat Paul soms spoorloos verdween? 

Hoe dichter naar de plot, hoe meer twijfel Feeney zaait, want is wat je leest wel allemaal waar? Ze heeft in ieder geval voor een enorme plottwist gezorgd die ik niet zag aankomen. Het boek blijft je zelfs de dagen erna nog bezighouden. Eigenlijk zou je het een tweede keer moeten lezen, om te weten: is het waarheid of liegt ze? Ik heb geen idee.

Soms lieg ik is vlot geschreven. Door de verschillende verhaallijnen - die naar het einde mooi samenvloeien - heeft Feeney een goed maar best complex verhaal neergezet met doordachte wendingen en een verrassend einde. Voor mij is dit debuut een 'psychologische' in plaats van 'literaire' thriller. Het is opletten geblazen, want ze blaast je van je sokken. 4 sterren.

Karin - Team De Perfecte Buren




donderdag 26 juli 2018

‘Prinses Leentje en de weg naar het hart’ – Babette van Veen


 
Genre: kinderboek
Uitgever: Moon
ISBN: 9789048836772
Uitvoering: hardcover
Aantal pagina's: 54
Uitgave: juni 2018

Met dank aan uitgeverij Moon voor het beschikbaar stellen van dit recensie-exemplaar.

Leentje is een heuse prinses, maar prinsesjes hebben het heus niet altijd makkelijk! Haar ouders, de koning en koningin, gedragen zich namelijk erg kinderachtig. Prinses Leentje wordt er zo knettergek van dat ze haar koffertje pakt en op zoek gaat naar het grote hart. Daar schijn je namelijk een wens te mogen doen. Nou, dan weet ze wel wat ze gaat wensen: dat haar ouders zich weer een beetje gezellig gaan gedragen en gewoon weer verliefd worden!

Prinses Leentje & de weg naar het hart is een vorstelijk voorleesboek over een stoere prinses die haar eigen weg gaat. Voor prinsessen, prinsen, lakeitjes, generaaltjes, boertjes, en alle andere dappere kinderen vanaf 4 jaar.

Prinses Leentje en de weg naar het hart is het kinderboekendebuut van Babette van Veen. De voorkant van het boek ziet er mooi en aantrekkelijk uit. Helaas komen de tekeningen in het boek minder goed tot hun recht. De stijl en het kleurgebruik lijken niet meteen heel aantrekkelijk voor de doelgroep (kinderen vanaf vier jaar).

Wat ik een pluspunt vind, is het verhalende van dit boek. Er is veel tekst waardoor Van Veen genoeg ruimte heeft gecreëerd voor een echte verhaallijn. Op zich heeft ze deze verhaallijn ook wel neergezet, maar er gebeurt te weinig om de aandacht vast te houden. Met Helena lazen wij steeds korte stukken voordat ze ging slapen, maar na zo’n drie keer wilde ze liever een ander boek lezen dan verder gaan in Prinses Leentje en de weg naar het hart.
Hoewel bepaald taalgebruik voor de volwassene geforceerd kan aanvoelen, zijn dit wel de enige momenten in het boek die Helena leuk vindt. Kokkie de kokkin noemt bijvoorbeeld de koning en koningin op één pagina ‘stelletje oliebollen’, ‘koninklijke pannenkoeken’ en ‘stelletje eierkoeken’. Zo worden door het hele boek verschillende grappige benamingen en uitspraken gebruikt. De reden waarom het gemaakt aanvoelt, is naar mijn idee omdat dit steeds weer andere uitspraken zijn. Ook de momenten waarop deze uitspraken op hun plaats zijn, lijken daarvoor speciaal gecreëerd te zijn. Maar zoals gezegd, Helena vond dit wel heel grappig.

Dit boek gaat over een vrij ingewikkeld onderwerp. De koning en koningin zijn niet meer verliefd op elkaar en maken vaak ruzie. Hun dochter, prinses Leentje, heeft hier natuurlijk veel last van en gaat zelf proberen dit probleem op te lossen. Hoewel het een goed onderwerp is om over te schrijven (aangezien er veel kinderen zijn die deze situatie helaas ook uit de praktijk kennen), is het voor de jonge lezers meteen ook wel een ingewikkeld onderwerp. Een onderwerp als ‘de dood’ is ook niet makkelijk, maar wel een stuk concreter. De situatie waarin ouders elkaar niet meer lief vinden, ruzie hebben, niet meer verliefd zijn en niet weten hoe daar mee om te gaan, is lastig, ook voor oudere kinderen.

Naar mijn mening was het beter geweest om een duidelijkere doelgroep te kiezen. De gekke uitspraken zijn grappig voor de jongere kinderen zoals Helena terwijl het onderwerp, althans de invulling hiervan, en soms ook de invulling van de ontmoeting met andere figuren, meer geschikt zijn voor oudere kinderen. Wanneer Leentje boertje Borre ontmoet bijvoorbeeld, wordt dat niet met zoveel woorden gezegd maar wordt daar wel een gevoel van verliefdheid beschreven. Het gevoel van Leentje was niet herkenbaar voor Helena terwijl een ouder kind hier misschien wel iets in kan herkennen. Het boek sluit niet helemaal aan op vierjarigen. Zelfs tijdens de reis van Leentje zijn de avonturen niet zo aantrekkelijk dat zij de aandacht van een jong kind vasthouden.

Helena heeft het boek niet helemaal uit gelezen dus ik weet niet of zij nog iets mist aan het einde, persoonlijk vond ik het jammer dat het verhaal niet afgerond voelt. De koning en koningin komen er wel achter dat ze beter alleen vrienden kunnen zijn (al lijken ze wel van plan om onder één dak te blijven wonen? Dat  vind ik dan weer vreemd en onrealistisch). Vervolgens gaat het verhaal verder met Leentje tijdens haar reis. Je komt er niet achter hoe het verder gaat, nadat Leentje haar wens heeft gedaan. Gaan de koning en koningin echt uit elkaar? Blijven ze inderdaad onder één dak wonen? Hoe gaat Leentje met de situatie om? Het is een gemiste kans om hier niks over te schrijven. Een scheiding is nooit rozengeur en maneschijn, dat maakt het ook zo lastig. Dit boek eindigt eigenlijk aan het begin van de lastige periode. Het zou kinderen juist kunnen helpen om te lezen hoe Leentje met de scheiding om gaat.

Van Veen heeft een lastig maar actueel onderwerp gekozen om over te schrijven. Hoewel ik het idee heel goed vind, mist het verhaal toch een aantal cruciale dingen. Van ons krijgt Prinses Leentje en de weg naar het hart 2 sterren.

Annelien Kruithof – recensent De Perfecte Buren



Boek van de maand - In gesprek met ... José Kruijer








De locatie is eetcafé Zilte Zoen in Schoorl, pal tegenover een enorm duin dat midden in het stadje ligt. Het ‘Klimduin’ zoals het liefkozend genoemd wordt, speelt een rol in het nieuwe boek van José Kruijer, ‘Manzanilla’. We zitten buiten op het terras aan de cappuccino. Een onvervalste Noord-Hollandse tongval verraadt haar afkomst: geboren en getogen in Heerhugowaard, vlakbij Alkmaar. De avond voor ons interview was de officiële boekpresentatie. De mooie jurk die ze nu aan heeft, was speciaal daarvoor gekocht. Prachtige kleuren, net als de voorkant van haar boek, ‘Manzanilla’.

José: ‘Ik wilde gewoon een krachtige titel hebben. Er zit een tropisch tintje in, het boek gaat ook over Curaçao. Die manzanillaboom met die giftige vruchten, daar kun je wel wat mee. Met die titel kon de ontwerper meteen een sprekende cover maken met mooie kleuren. Weet je wat het is? Je kan denken aan een andere titel, omdat je het liefst een titel wil die er nog niet is. Maar je moet wel de titel kiezen die er het beste bij past. Qua genre zou ik zeggen: spannende roman. Het is deels ook feel-good, en ook de achtergrond waarom mensen zo denken en doen vind ik interessant. Maar ‘spannende roman’ omschrijft mijn boek het beste.’

‘Mijn hele leven woon ik al in deze regio. Hier ben ik getrouwd en hier groeien mijn twee puberzonen op; ze zijn 13 en 16. Na de HAVO heb ik de PABO gedaan. Ik sta al 23 jaar voor de klas. Ik wilde altijd al juf worden. Of journalist; iets creatiefs met tijdschriften. Mijn vorige boek speelde zich af in de tijdschriftenwereld. Dit boek heeft de basisschool als achtergrond. Vroeger was ik altijd al druk met schooltje spelen. Ik had een map met 300 namen. Ik leefde daarvoor; was er altijd mee bezig. De tijdschriften wereld is ook wel iets dat ik heel leuk vind. Bij mijn vorige boek heeft de uitgeverij contact gezocht met de redactie van de Telegraaf voor mijn research. Ik werd gekoppeld aan de hoofdredacteur zelf, Marieke ’t Hart, en mocht de hele dag met haar meelopen. Alles mocht ik zien en horen, maar ik mocht niks naar buiten brengen van wat er verteld werd, natuurlijk. Het gaat om bekende Nederlanders, over het opzetten van nieuwe dingen enzovoorts. Zij zetten zoveel nieuwe dingen op! Dat was helemaal super. Geweldige ervaring. Ik merkte hoe belangrijk het is om veel van de achtergrond te weten. Bij mijn nieuwe boek leek het me daarom een goed idee dat in ieder geval één iemand zou werken op een school. Daar weet ik zelf alles van. Maar dan moet je natuurlijk oppassen dat er niets herkenbaars in komt te staan. Dus wat betreft collega’s, ouders en kinderen is alles fictie, maar ik hoor natuurlijk ook veel van collega’s van andere scholen en van andere ouders. Verder houd ik qua personages erg van uitgesproken types. Daar kun je je heerlijk op uitleven. Zodoende werken er wat spraakmakende mensen op die fictieve school. Nu werken er sowieso heel weinig mannen op de basisschool. Van alle leerkrachten op mijn school zijn er slechts een paar mannen. In je boek kun je dat lekker uitvergroten. Een boek is niet leuk als het over normale types gaat zoals jij en ik. Er moet altijd wel iets bijzonders zijn. Een school met alleen maar brave kinderen en enthousiaste ouders is geen geloofwaardige wereld.’







Er is nog iets leuks op mijn pad gekomen toen de uitgeverij contact heeft gezocht met Prima Onderwijs, dat is het grootste platform voor mensen die werken in het basis- en voortgezet onderwijs. Die geven een magazine uit. Dat wordt in een oplage van 160.000 verspreid. Dat gaat meestal over nieuwe leermethodes en achtergronden. Maar toen stelde ik voor dat het misschien wel eens leuk zou zijn als er ook iets over achtergrond en hobby’s van leerkrachten in zou komen te staan. Dat vonden ze onwijs leuk. Mijn uitgeverij heeft het verder geregeld. Nu hebben ze afgelopen weekend drie hoofdstukken uit mijn boek geplaatst, die vooral allemaal over het onderwijs gaan. Met een winactie erbij. Dat is natuurlijk superleuk. Dat is ook je doelgroep. Je stelt je wel kwetsbaar op natuurlijk; onderwijs mensen zijn kritische mensen. Maar de voorbeelden die ik gebruikt heb, kunnen echt op iedere school gebeuren. Ik vind het zelf ook altijd leuk om iets te lezen over het onderwijs, wat er leeft, waar ze het over hebben. Ons werk bestaat tegenwoordig niet alleen meer uit lesgeven; er is een groot deel opvoeding en maatschappelijk werk bij gekomen. Ik zie het wel als heel positief. Voor mij kun je het onderwijs als roeping zien. Ik werk op een Jenaplanschool. Dan zitten kinderen drie jaar bij je in de klas. Ongeacht hun thuissituatie zijn ze dan altijd een keer de jongste, de middelste en de oudste in de klas. Ze leren ook heel veel van elkaar.’

‘Kijk, ik schrijf heel graag, maar na een paar dagen in je uppie zitten en op jezelf aangewezen zijn, verlang ik weer naar de reuring van onder de mensen zijn. Het schrijfproces is eenzaam, vooral in het begin, maar op school ben je bezig als team. Die afwisseling is heel erg leuk. Mijn inspiratie krijg ik ook vanuit school. Ik kom zoveel mensen en kinderen tegen; ik hoor zoveel. Dat zijn geen dingen die je letterlijk gebruikt, maar je denkt wel in de trend van: oh, zo gaat het dus daar. Daar kun je altijd wel weer iets mee. Ik heb altijd wel ideeën. Ik heb altijd mijn aantekeningenboekje bij me, zodat ik iets opmerkelijks meteen kan noteren. Kortom, het schrijven kan ik er heel goed bij doen. Het geeft mij zoveel energie. Ik ben blij dat ik hieraan begonnen ben. Maar ik zie dat je allemaal plakkers in mijn boek gestopt hebt. Daar ben ik wel onwijs benieuwd naar. Vind je het echt een vrouwenboek?’






Roelant: ‘Ehm, ja, dat wel. Als je de hoofdpersoon neemt, Hester. Je hebt van haar een gezette vrouw gemaakt, die heel onzeker is. Ze is niet blij met haar figuur; ze denkt de hele tijd dat haar man vreemdgaat. Ze droomt er zelfs van dat haar man seks heeft met haar eigen zus. Dat zijn toch wel heel erg vrouwelijke dingen. Dat zou een man nooit denken.’

Jose: ‘Nee, dat is wel zo. Het is meer dat een personage vaak een ontwikkeling doormaakt in een boek. Bijvoorbeeld van onzeker naar zelfstandig. Of zoals in mijn vorige boek dat de carrièrevrouw erachter komt dat het alleen wonen en alleen maar werken het ook niet helemaal was. Ik vind het mooi als iemand een ontwikkeling doormaakt en dat je aan het einde van een boek denkt: ze heeft er iets van geleerd. Zo gaat het in dit boek ook. Er zijn heel veel mensen die rond de veertig zijn en denken: is dit alles? Daar staan de (vrouwen)tijdschriften mee vol. Dat is herkenbaar voor heel veel mensen. Dat zij in het verleden iets heeft meegemaakt en dat wegstopt. Uiteindelijk blijven dingen je altijd achtervolgen.’

Roelant: ‘Welke schrijvers lees jij zelf graag?’

José: ‘Nou, ik hou vooral van zoiets als dit; wat ik zelf geschreven heb [glimlacht]; iets wat lekker wegleest, maar wel met inhoud. Met name Nederlandse schrijfsters, Esther Verhoef bijvoorbeeld. Maar ik lees ook graag boeken die op waarheid gebaseerd zijn, zoals Zondagskind van Judith Visser. Ook boeken met humor vind ik leuk, Roos Schlikker, Sylvia Witteman. Herkenbare dingen, daar schrijf ik zelf ook het liefste over.’

Dank je wel, José, voor dit prettige interview.

Roelant de By – vliegende reporter De Perfecte Buren

Lees hier de RECENSIE van 'Manzanilla'

woensdag 25 juli 2018

‘De laatste magiër’ – Lisa Maxwell



Genre: fantasy
Uitgever: Boekerij
ISBN: 978-90-225-8287-9
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s: 524
Uitgave: 26 maart 2018

Hartelijk dank aan uitgeverij Boekerij voor het beschikbaar stellen van het recensie-exemplaar.

‘De laatste magiër’ is het eerste deel in een nieuwe serie van de Amerikaanse auteur Lisa Maxwell. In dit eerste deel laat ze de lezers kennismaken met de Mageus, en de Orde. De Mageus zijn mensen die magische krachten bezitten, maar in de wereld waarin zij leven, worden zij gezien als een gevaar voor de samenleving. De Orde is een organisatie die de krachten van de Mageus willen ontnemen, hen willen weren uit New York en het liefst zelfs uitroeien. Om dit mogelijk te maken hebben ze een Barrière opgericht rondom Manhattan. Deze Barrière moet Mageus die naar New York willen komen tegenhouden en de nog in Manhattan levende Mageus worden min of meer gevangengehouden in hun stadsdeel. Ze leven daar in de schaduw van de maatschappij en verbergen hun magische krachten uit angst voor vervolging.

Esta is een van deze Mageus. Ze woont in het Manhattan van de 21e eeuw en is opgeleid om magische kunstvoorwerpen te stelen. Haar gave om de tijd te manipuleren komt haar daarbij goed van pas. Ze kan dankzij haar gave door de tijdlagen van het universum reizen en de tijd vertragen. Professor Lachlan, haar mentor, stuurt haar terug naar het Manhattan van 1902. Haar opdracht is om de Ars Arcana te stelen. De Ars Arcana wordt gezien als de redding voor het voortbestaan van de Mageus. Dit eeuwenoude boek zou de geheimen van alle oude magie bevatten en cruciaal zijn in het vernietigen van de Barrière.

Lisa Maxwell weet met rake sfeerbeschrijvingen een heel goed beeld te scheppen van het leven in Manhattan in de beginjaren van de vorige eeuw. Ze versterkt deze beelden door gebruik te maken van enkele waargebeurde gebeurtenissen (zoals de bouw van de Tesla Toren) en het toevoegen van personages die daadwerkelijk in het New York van het begin 20e eeuw hebben geleefd, zoals J.P. Morgan. De bendes die in die tijd de straten van New York beheersten, worden goed in het verhaal ingepast. Zo hebben de Mageus onder leiding van Dolph een eigen bende, genaamd ‘de Devil’s own’. De corruptie die hoogtij vierde in die dagen, versterkt het verhaal van de strijd tussen de Mageus en de Orde.

Lisa Maxwell weet niet alleen rake beelden te beschrijven, maar ook een intrigerend verhaal neer te zetten met interessante personages. Ze maakt goed gebruik van geschiedenis, magie, wetenschap, tijdsbeelden, politiek, fantasie en een vleugje romantiek. Het verhaal van ‘De laatste magiër’ is intelligent, goed doordacht en de verhaallijnen zijn mooi met elkaar verweven. Het verhaal komt wel langzaam op gang, maar eenmaal er door gepakt, blijft het je boeien om af te sluiten met een verrassend einde. De ontwikkeling van de personages draagt bij tot de spannende opbouw van het verhaal. Esta groeit in de loop van het verhaal uit tot een interessant meisje. Een hoofdpersonage waarmee je kunt meeleven. Geen eendimensionaal personage, maar een complexer karakter, dat toch herkenbaar is door de strubbelingen waar de meeste mensen mee worstelen, zoals liefde, vertrouwen, loyaliteit en wijsheid. Dit geldt eigenlijk voor elk personage dat een grote rol in het verhaal speelt. De karakters lijken moeiteloos in het tijdperk te passen, van de bendebaas tot aan de loopjongen. ‘De laatste magiër’ is een veelbelovend begin van een nieuwe serie waarin het veelgebruikte thema magie gebruikt wordt om een aantal universele onderwerpen als diversiteit, angst, anders zijn en vooruitgang uit te werken.

‘De laatste magiër’ krijgt van mij 4 sterren, omdat het toch even duurde voordat het verhaal mij te pakken kreeg.  

Lisette Woest-Appeldoorn – recensent De Perfecte Buren



dinsdag 24 juli 2018

‘Concept M’ – Aafke Romeijn


 
Genre: literaire roman
Uitgever: uitgeverij de Arbeiderspers
ISBN: 9789029510639
Uitvoering: e-boek
Aantal pagina's: 211
Uitgave: april 2018

Met dank aan uitgeverij de Arbeiderspers voor het recensie-exemplaar.

Over de auteur: Aafke Romeijn (1986) is muzikant, journalist en schrijver. Ze was docent Nederlands aan een gymnasium en bracht drie albums uit. Als journalist is ze werkzaam voor o.a. Vrij Nederland. Concept M is haar debuut.

Het verhaal

Van kleinsaf aan weet Hava Gerritsen al dat ze anders is dan andere kinderen. Haar haren zijn grijs, haar huid is doorschijnend, haar ogen zijn diepzwart. Ze lijdt aan de mysterieuze ziekte kleurloosheid. Hava heeft tussen haar schouderbladen plastic apparaatje dat tegen haar ruggengraat zit geklemd om er voor te zorgen dat ze kunstmatige kleurstofcapsules kan innemen, die haar helpen een zo normaal mogelijk leven te leiden. Als ze zeven jaar is besluiten haar ouders haar te vertellen dat ze een kleurloze is.

Het is niet precies duidelijk hoe kleurloosheid is ontstaan. De eerste kleurloze baby werd in de jaren vijftig geboren. Na jaren onderzoek op het gebied van farmacie is er een behandelmethode ontwikkeld die het meeste resultaat geeft. Kleurloosheid kan niet worden gestopt en de ziekte is nog steeds niet te genezen. De cocktail van medicijnen die toegediend wordt, en die in de volksmond kleurstof heet, is inmiddels geavanceerd genoeg om het leven van een kleurloze draaglijk te maken, maar heeft ernstige bijwerkingen.

Conclusie

Het verhaal begint origineel, je krijgt eerst een adviesbrochure te lezen met de titel: "Kleurlozen" - opgesteld volgens de Nieuwe Algemene Richtlijn Kleurloosheid 2019. Onderwerpen in deze brochure zijn bijvoorbeeld adviezen voor hoe kleurlozen dienen te handelen tijdens het reizen en hoe om te gaan met discriminatie. Je krijgt op deze manier een goed inzicht wat het inhoudt een kleurloze te zijn in Nederland anno 2020.

maandag 23 juli 2018

The Darkest Minds trilogie - deel 1: 'De Overlevenden' – Alexandra Bracken


 
Genre: Young Adult
Uitgever: Karakter Uitgevers B.V.
ISBN: 9789045209289
Uitvoering: paperback
Aantal pagina's: 450
Uitgave: november 2017

Met dank aan uitgeverij Karakter Uitgevers B.V. voor het recensie-exemplaar.

Het verhaal
Er is een epidemie uitgebroken en kinderen sterven massaal. Dit gebeurt overal ter wereld, niet alleen in de VS. De Amerikaanse president spreekt het volk toe, en noemt het een verwoestende crisis. De kinderen die de epidemie overleven ontwikkelen bepaalde psychische krachten en worden gezien als een gevaar. Om dit gevaar te stoppen zijn er heropvoedingskampen gebouwd. Ruby is tien jaar en een van de eerste kinderen naar zo’n kamp wordt gestuurd. Zij wordt met andere kinderen naar Thurmond gestuurd, waar de kinderen onmenselijk behandeld worden. 

Ruby is één van de jongste kinderen in het kamp. In het begin ontkent ze voor zichzelf dat ze speciale krachten bezit en is zij erg onzeker. Het leven in het kamp is zeer hard. Toch weet ze zes jaar lang te overleven door zich gedeisd te houden. Ruby krijgt steeds meer inzicht in haar gave. Haar krachten beginnen sterker te worden en ze dreigt gevaar te lopen hierdoor. Als Ruby zestien is weet ze te ontsnappen uit het kamp.

Tijdens haar vlucht ontmoet Ruby Liam, Suzume en Chubs, drie tieners die ontsnapt zijn uit een ander kamp en ze sluit zich bij hen aan. Ze proberen een plek te vinden waar het veilig is, maar ze worden ondertussen door verschillende gevaarlijke groeperingen gevolgd. Elk van deze groeperingen heeft een eigen agenda wat de toekomst van de kinderen betreft.

Conclusie
De proloog maakt indruk en geeft je een glimp van wat Ruby in de toekomst te wachten staat. Vanaf het eerste hoofdstuk kom je er steeds meer achter wat tot de toestand uit de proloog heeft geleid. Door deze manier van opbouw werd ik erg nieuwsgierig naar de rest van het verhaal en al gauw zat ik er midden in, gefascineerd door alle onverwachte gebeurtenissen die naarmate je verder leest steeds beter te plaatsen zijn. Net als het hoofdpersonage Ruby weet je in het begin niet wat er aan de hand is. De gevoelens van Ruby als ze wordt opgepakt, haar angst, haar verdriet, haar wantrouwen en haar twijfels zijn zeer overtuigend neergezet. Net als Ruby vraag je je af, wat er aan de hand is en waarom de kinderen zo naar behandeld worden. Stukje bij beetje wordt het duidelijker wat er aan de hand is met de kinderen en waarom ze opgesloten zijn. Ruby heeft af en toe flashbacks naar hoe haar leven was toen haar krachten zich voor het eerst openbaarden. Ik vond deze scènes indrukwekkend en hartverscheurend.

Als Ruby eenmaal gevlucht is, ontmoet zij drie andere tieners die haar in eerste instantie wantrouwen, maar haar toch meenemen. Langzaamaan beginnen de vier tieners elkaar beter kennen en te vertrouwen. Je leert de achtergronden van deze drie tieners (Chubs, Liam en Zu) goed kennen. Net als die van Ruby zijn ook deze aangrijpend. Het is mooi om te lezen hoe Ruby steeds meer bij de groep gaat horen, hoe zij voor elkaar zorgen en elkaar veilig houden.

Chubs één van mijn favoriete karakters. Hij is een jongen die wantrouwend is naar iedereen en oh zo scherp in zijn observaties. Zu is een elf jarig meisje dat de nodige trauma's in haar kamp heeft meegemaakt en zij weigert te praten. Ze communiceert met potlood en papier. Ondanks haar trauma's heeft ze af en toe momenten waarin ze weer even een jong en vrolijk meisje is, dit geeft je een dubbel gevoel. Je bent op dat moment blij voor Zu, maar je weet wat voor ellende zij heeft meegemaakt. Hoe anders zou haar toekomst zijn geweest als ze een normale jeugd zou hebben gehad. Liam is de leider van de groep. Hij heeft zichzelf de zware taak opgelegd om op de anderen te letten. Gezamenlijk gaan ze op zoek naar een veilige plek in de hoop niet meer opgejaagd te worden.

De schrijfster heeft een fascinerende dystopische wereld neergezet. Het opsluiten van de kinderen heeft zijn weerslag op het gewone leven, op de maatschappij. Niet alleen het leven binnen het heropvoedingskamp is gevaarlijk, ook daarbuiten is het leven gevaarlijk geworden. De president regeert met harde hand en wil het gevaar dat de kinderen kunnen vormen aanpakken. Dit heeft zijn weerslag op de maatschappij en economie, waardoor het land in verval raakt. Dit boek is een absolute mustread. Ik begrijp heel goed waarom het verfilmd is. Het is spannend en fascinerend.

Vanaf 3 augustus 2018 draait de film The Darkest Minds in de bioscopen met in de hoofdrollen Amandla Stenberg ('Rue' in The Hunger Games), Mandy Moore en Gwendoline Christie (Star Wars en Game of Thrones).

Graag geef ik "The Darkest Minds- trilogie deel 1: De Overlevenden” van Alexandra Bracken 4,5 sterren.

Jeanine Feunekes-Both - recensent De Perfecte Buren

‘Weerzien in Italië’ - Eva de Wit



Genre: Roman
Uitgever: Zomer & Keuning
ISBN: 978 94 005 0975 7
Uitvoering: paperback
Aantal pagina's: 301
Uitgave: juni 2018

Met dank aan VBK België en Zomer & Keuning voor dit recensie-exemplaar.


Eva de Wit kennen we van haar feelgoodromans Een huis in Frankrijk en Een zomer in Frankrijk, waarmee ze haar naam vestigde als auteur. Met Weerzien in Italië zet ze die lijn voort. 

Lucia en Dani zijn zussen, maar hebben elkaar een tijdje uit het oog verloren. Als hun dementerende moeder opgenomen wordt in een verpleegtehuis en zij een oud fotoalbum in handen krijgen, ontdekken ze dat ze geen zussen, maar halfzussen blijken te zijn. Hun moeder nam het in haar jonge leven niet zo nauw met trouw en monogaam zijn.

In Weerzien in Italië nemen de zusjes je mee op hun avontuur. Ze gaan op zoek naar de biologische vader van Lucia en vertrekken richting Italië. Aan de hand van foto's uit het album wil Lucia haar roots en haar vader vinden. Na een lange rit worden ze totaal onverwacht – als ‘de nichtjes uit Holland’ - uitgenodigd op een bruiloft. Daar vallen ze van de ene verrassing in de andere en in plaats van oplossingen komen er alleen maar vragen bij. Al vrij snel blijkt dat hun moeder - jaren geleden - een heel losbandig leven heeft geleid in een kunstenaarscommune. De zoektocht van de zusjes brengt hen zelfs tot in Frankrijk, waar ze veel meer te weten komen over niet enkel Lucia's roots, maar ook over die van Dani. Er wordt hen heel wat duidelijk en ze begrijpen steeds beter waarom ze zijn wie ze zijn en hoe het komt dat ze allebei een zekere bindingsangst hebben en zich moeilijk kunnen hechten aan een man.

Weerzien in Italië is een feelgood die niet mag ontbreken in de vakantiekoffer. Het boek leest lekker weg en is - zoals het moet zijn bij een feelgood - heerlijk voorspelbaar met de nodige toevalligheden. Hoewel het eerst deel van het boek zich afspeelt in de korte tijdspanne van amper een paar weken, weet de auteur de belangrijkste karakters duidelijk neer te zetten, waardoor je voldoende feeling hebt met de personages om je te laten meezuigen in het verhaal. Alle ingrediënten - liefde, intriges, haat en een vleugje spanning - zijn aanwezig en worden lekker door elkaar gehusseld. Minpuntje is dat De Wit meerdere keren in het boek verwijst naar dezelfde situaties/gebeurtenissen - herhaling van wat al eerder gezegd is - en dat irriteert op den duur. Dat is jammer, omdat er zaken zijn die best wat meer uitgewerkt hadden mogen worden. Er zat net dat ietsje meer in!

Maar, al bij al een is Weerzien in Italië een vlot geschreven boek met realistische personages. De schrijfstijl is filmisch waardoor je je op vakantie waant in Italië en Frankrijk. De vlotte pen, de korte hoofdstukken maken dat je dit boek moeilijk kunt wegleggen. Verstand op nul, glaasje erbij en genieten maar. 3 zonnige sterren!

Karin - Team De Perfecte Buren 

Lees hier de RECENSIE van 'Een huis in Frankrijk'