donderdag 28 februari 2019

‘Homo Deus’ – Yuval Noah Harari


Genre: literaire non-fictie
Uitgever: Thomas Rap
ISBN:
9789400407237
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s:
444
Uitgave:
februari 2017

Met dank aan uitgeverij Thomas Rap voor het beschikbaar stellen van een recensie-exemplaar.

Samenvatting van het verhaal
In Homo Deus toont Yuval Noah Harari zijn visie op de toekomst van de mens op basis van zijn (uitvoerige) analyse van de geschiedenis van de mensheid (welke hij in Sapiens behandelde). Hij beschrijft de maakbare mens, de consequenties van de secularisatie en de hypothese dat we allen slechts algoritmen zijn. Er is geen ziel, er is geen God. Maar zolang er groei is ….

Conclusie
In tegenstelling tot Sapiens is Homo Deus een stuk taaier om doorheen te komen. Yuval Noah Harari herhaalt – waarschijnlijk ten behoeve van de individuele leesbaarheid van de boeken – veel van Sapiens in de eerste 2 delen van Homo Deus. Dit is ook nodig om de lezer voor te bereiden op het ‘concluderende’ derde deel. Als je Sapiens vrij recent nog hebt gelezen, werkt dit behoorlijk remmend tijdens het lezen. Als je Homo Deus los zou lezen, zal dit waarschijnlijk meevallen, maar in het geheel genomen is Homo Deus minder toegankelijk geschreven dan Sapiens. Maar de aanhouder wint.

Het blijft namelijk fascinerend om te lezen hoe Yuval zijn visie – in dit geval op de toekomst van de mens(heid) – weet op te bouwen en uiteen te zetten. De wijze waarop hij verschillende disciplines (o.a. biowetenschap, genetica, technologie en theologie) bij elkaar brengt en de trends binnen deze disciplines vertaalt naar een toekomstbeeld van de mens, is briljant en tegelijk ietwat onbehaaglijk te noemen. Hoewel hij zelf aangeeft dat dit slechts een visie is en dat het niet (in zijn geheel) zo hoeft te lopen als hij schetst, komen de conclusies van Yuval toch onheilspellend geloofwaardig over. Hoewel de bevindingen van Yuval soms klinken als Science fiction, zijn deze in het licht van de huidige ontwikkelingen niet onwaarschijnlijk. Naast Sapiens is Homo Deus dus zeker ook een belangrijk boek om te lezen. Want het ontbreekt de mens nog weleens aan perspectief. Misschien dat Yuval ons in zijn meest recente boek 21 lessen voor de 21ste eeuw wat gerust kan stellen.

Beoordeling
De maakbare mens, van heilig individu teruggebracht tot een algoritme. Yuval Noah Harari weet de lezer weer bijzonder te prikkelen met zijn kijk op de mens. Homo Deus is een indrukwekkend verslag, vooral het concluderende derde deel. De vele herhalingen uit Sapiens halen – als je deze recentelijk gelezen hebt – behoorlijk de vaart uit het verhaal, maar de inzichten die Yuval levert, maken dit meer dan goed. Interessant, prikkelend en ongemakkelijk, maar een absolute must om te lezen. Ik geef Homo Deus 3,5 ster.

Chester Gerritse – recensent De Perfecte Buren

Lees HIER de recensie van 'Sapiens' 


Boek van de maand - In gesprek met ... Liesbeth van Kempen







In een sprookjesachtig sneeuwlandschap, midden in Friesland, heb ik een ontmoeting met Liesbeth van Kempen. Haar nieuwe boek, Verpest, is net uitgekomen. We hebben afgesproken in een ruim, best druk Grand café. In stijl met de kou buiten drinken we warme chocolademelk. De sfeer is uiterst gemoedelijk. Liesbeth is warm en open en heeft een mooie stem. Ze lacht veel en praat gemakkelijk.

Roelant: ‘Ik wist helemaal niet dat je in Friesland woonde. Ben je hier geboren?’

Liesbeth: ‘Mijn moeder was een echte Friezin, maar ik ben in Amersfoort geboren en getogen. Daar naar school gegaan. Daarna op veel verschillende plekken gewoond, maar altijd in het centrum van Nederland. Als kind kwam ik vaak in Friesland op vakantie, maar dan zei ik altijd: ik wil hier nóóit wonen. Nou, zeg nooit nooit. Zeven jaar geleden ben ik hier naartoe verhuisd. Het bevalt me zeer goed. Ik heb er nog geen dag spijt van gehad. De rust hier en het relaxte; de natuur is ook zo mooi. Heerlijk om met de hond te wandelen.’

Roelant: ‘Na je schooltijd meteen gaan werken?’

Liesbeth: ‘Ja, ik heb heel veel banen gehad. Onder meer als accountmanager bij Famed. Dat ken je vast wel. Schrijven heb ik altijd al gedaan, maar meer voor mijzelf.’

Roelant: ‘Pesten is het grote thema in jouw nieuwe boek. Je bent zelf ook gepest toen je op school zat. Dan is schrijven een mooie uitlaatklep.’

Liesbeth: ‘Klopt. Dat begint met een dagboekje of een schriftje waar je van alles in opschrijft. Kinderen kunnen wreed zijn.’

Roelant: ‘Je hebt geen kinderen; nooit gewild?’

Liesbeth: ‘Nee. Ik heb geen moedergevoelens, nooit gehad. En verder val ik op vrouwen. Nu weet ik wel dat er allerlei manieren zijn om toch zwanger te worden, maar daar had ik geen behoefte aan. En de partners die ik had ook niet. Op een na, maar zij wilde ze dan niet zelf baren. Ja, sorry, zei ik: ik ga het ook niet doen! [daar moesten we beide uitgebreid om lachen]. Ik vind het wel leuk hoor, kinderen van anderen, maar voor mijzelf, nee. Een beetje onzin ook, dat je als vrouw altijd kinderen zou moeten willen.’




Roelant: ‘In je boek laat je Saskia zeggen: Ik heb sowieso meer op met dieren dan met mensen. Zij zijn wie ze zijn, volkomen authentiek; je weet wat je aan ze hebt. In jouw boek is de workshop van Barbara gebaseerd op het werken met een paard.’

Liesbeth: ‘Ik ken iemand die workshops geeft met paarden. Zodoende ben ik daarop gekomen. Vroeger heb ik zelf paardgereden. Prachtige dieren, en zoveel meer dan alleen rijdieren. En dan bedoel ik niet om op te eten. Ik ben vegetariër en eet dus sowieso geen dieren. Als tiener heb ik ook een tijd geen vlees gegeten. Mijn moeder, de lieverd, vond dat best wel lastig, maar kookte wel altijd iets anders voor me. In die tijd was vegetarisch eten niet zo gangbaar als dat het nu is. Daarna een tijdje wel weer een beetje vlees gegeten. Maar nu eet ik al jaren helemaal geen vlees meer en voel me daar erg goed bij. Het voelt ook gezonder. Ik kan niet echt duiden hoe, zonder in ontlasting details terecht te komen, hahaha. Maar het voelt wel anders.’

Roelant: [lachend] ‘Voordat het nu wel een heel vies praatje wordt, snel over naar iets anders. Het schrijven!’

Liesbeth: ‘Ik vind het altijd mooi wanneer mensen een passie hebben. Ik heb heel lang in de verkoop gewerkt. Mensen dachten dan vaak, oh, die wil alleen maar iets aan me slijten. Sommigen waren dan heel stug en gaven nauwelijks antwoord. Als ik op een gegeven moment in zo’n gesprek opeens in iemands passie terecht kwam, zag ik dat ze dan helemaal open bloeiden. Dat vind ik zó mooi. Dan raak je kennelijk iets wat ze niet kunnen afsluiten. Dat heeft bijna iedereen wel, maar je moet het weten te vinden. Mijn passie is schrijven. Altijd al geweest, maar soms zat ik er vreselijk tegen aan te hikken. Maar als ik dan eenmaal bezig was, dacht ik: wat is dit toch heerlijk! Dat is het mooie van een passie: je voelt zelf dat er iets gebeurt als je er mee bezig bent, en het geeft altijd energie. Neem nou iemand die bijvoorbeeld depressief is en geen passie heeft, geen enkel lichtpuntje; het lijkt me verschrikkelijk om in die duisternis te moeten leven.’

Roelant: ‘Jij vertelt dat je altijd al hebt geschreven.’

Liesbeth: ‘Na schriftjes vol te hebben gepend, kreeg ik van mijn vader een oude type machine, een Triumph. Kon ik daar mijn gang op gaan. Dolblij was ik daar mee. Carbonpapiertje ertussen en maar typen. Toen ben ik begonnen met verhaaltjes te schrijven. Hoe oud ik precies was, weet ik niet meer. Een tiener zeg maar. Het is te lang geleden, hahaha.’

Roelant: ‘Je beschrijft het pesten uitgebreid in je boek. Is dat jou ook precies zo overkomen?’

Liesbeth: ‘Gepest worden doet iets met je, het vormt je. Daarom wilde ik er iets mee doen. En hoewel het verhaal fictief is, heb ik wel mijn eigen ervaringen er in verwerkt. Zoals fysiek geweld, het buitengesloten worden. Ik heb het destijds een keer aan mijn moeder verteld. Zij is toen naar mijn school gegaan en heeft met de leraar gesproken. Hij is er toen slecht mee omgegaan en heeft het helemaal fout opgepakt. Al vrij snel daarna maakte hij een nieuwe indeling van de tafels en stoeltjes in de klas waarbij hij mij precies te midden van het groepje pestkoppen zette, allemaal jongens. Op een gegeven moment tikte zo’n jongen mij op mijn schouder. Toen ik me omdraaide, zag de leraar dat en gaf de hele klas strafwerk omdat ik niet zat op te letten. Toen was zelfs de hele klas tegen me, natuurlijk. De tijd daarna was gewoon een hel. Dat groepje jongens bleef me pesten en de meisjes stonden eromheen en deden niks. Dat heeft heel veel impact op een kind. Gelukkig is er tegenwoordig meer aandacht voor, maar het gebeurt nog steeds. Voor ouders lijkt het me ook erg moeilijk om mee om te gaan. Mede daarom laat ik die in Verpest ook aan het woord. Ik heb het er na die ene keer nooit meer met mijn ouders over gehad. Ik schaamde me ervoor. Dacht zelfs dat het mijn eigen schuld was. En weet je, als mijn moeder nog had geleefd, had ik dit boek nu niet geschreven. Het zou haar te veel pijn hebben gedaan.’

Liesbeth: ‘Meisjes pesten heel anders dan jongens. Die kunnen je volledig negeren, doen alsof je niet bestaat. Dat heb ik op de middelbare school meegemaakt. In Verpest laat ik een van de personages die vroeger ook gepest is, zeggen dat op een gegeven moment sommige kinderen medelijden kregen en dat die dan maar de vriendjes en vriendinnetjes werden, maar dus eigenlijk niet zelf gekozen. Je krijgt een heel verknipt zelfbeeld als gepest kind.
Ik was in essentie een rustig, ingetogen maar vrolijk kind. Wel een beetje op mijzelf. Dat was mijn aard. Maar ik was van mijzelf uit zeker niet iemand die in een hoekje ging zitten. Door het systematisch pesten ging ik me in de pauzes verstoppen, om maar niet geschopt, geslagen, uitgelachen of uitgescholden te worden. Later moet je daar mee leren omgaan. Uiteindelijk maakt het ook sterk. Ellende brengt je ook altijd iets, zo probeer ik ernaar te kijken. Ik kan bijvoorbeeld heel goed alleen leven, goed voor mijzelf zorgen en ben een zeer onafhankelijk mens. Het heeft mij mentaal zeker heel sterk gemaakt, maar misschien was ik dat al.
Uiteindelijk kunnen ze je natuurlijk wel kapot maken, dat geldt voor iedereen, hoe sterk je ook bent. Maar ik had een grote overlevingsdrang en veel doorzettingsvermogen. Ik zocht vaak troost bij dieren. Die zijn altijd authentiek. Ik denk dat je een uitweg voor jezelf gaat zoeken, een soort van uitlaatklep. En het schrijven was voor mij daar zeker één van, inderdaad.’

Roelant: ‘Maar als je al zo lang schrijft heeft je debuut wel lang op zich laten wachten. In 2015 Gevaarlijk Spel.’

Liesbeth: ‘Ja, maar je moet in jezelf geloven, natuurlijk, haha. Ik heb lang gedacht: wie zit er nou op mij te wachten, op een verhaaltje wat ik heb geschreven. Toch?’

Roelant: ‘Oh nee, wat erg!’

Liesbeth: ‘Maar dat hebben wel meer mensen, hoor. Daar hoef je niet voor gepest te zijn.’

Roelant: ‘Ik denk echt dat dat meer iets voor vrouwen is…’

Liesbeth: ‘Ja, dat ook. Die zijn vaak minder zeker van zichzelf dan mannen. Absoluut.’

Roelant: ‘Mannen hebben meer iets van: de wereld zit op mij te wachten! Rustig aan maar mensen, het komt!’ [we lachen hartelijk]

Liesbeth: ‘Ja, hahaha, dat geloof ik. Het is waar wat je zegt. In al mijn banen in de verkoop waren de mannelijke collega’s meestal van die haantjes. Misschien is het wel iets genetisch, vanuit de oertijd. Vrouwen zeggen ook veel vaker sorry.

Roelant: ‘De personages Louise en Suzan hebben een liefdesrelatie. Heb je hier bewust voor gekozen?’

Liesbeth: Op mijn 14-de werd ik verliefd op een meisje in mijn klas. Nota bene een meisje dat mij pestte. Op mijn 16-de heb ik pas aan mijn moeder verteld dat ik alleen maar op meisjes viel. Dat vond ik best eng om te doen, want ze was gereformeerd opgevoed. Maar ze heeft er toen geweldig op gereageerd. Ja, in het begin schrok ze natuurlijk. Zo van: wat krijgen we nou? Ik was een heel stil kind geworden en dan komt er opeens zoiets uit. Hahaha. Dat had ze niet zien aankomen. Maar ze heeft het goed opgepikt. Grappig is dat twee neefjes van mij erg blij waren dat ik uit de kast was gekomen, omdat het daardoor voor hun makkelijker was om dat ook te doen. Dus mijn moeder en haar zus konden elkaar daar goed in vinden. Dat was fijn voor ze. Ze hebben zich er ook in verdiept. Mijn vader wist overigens opeens heel veel leuke jongens voor mij… Hahaha. Zoiets van: dat gaat wel weer over, dat komt wel weer goed. Nee, nooit goed gekomen met mij, hahaha.’




Dank je wel Liesbeth voor dit bijzondere en gezellige interview.

Roelant de By – vliegende reporter van De Perfecte Buren.

Lees HIER de recensie van 'Verpest' 
Lees HIER de recensie van 'Gevaarlijk spel'

De winnaars van de bookflash van dit boek zijn : Ineke Brouwer en Lianne Clappers 
Gelieve jullie adresgegevens naar perfecteburen@gmail.com te sturen onder vermelding van 'WINACTIE Verpest' 







woensdag 27 februari 2019

‘Het Laatste Paleis’ – Norman Eisen



Genre: non-fictie (Geschiedenis)
Uitgever: Spectrum
ISBN: 9789000350377
Uitvoering: paperback 
Aantal pagina's: 525
Uitgave: januari 2019

Met dank aan uitgeverij Spectrum voor dit recensie-exemplaar

Korte inhoud

“De drie heilige regels van de hamburgers.
Doe altijd het juiste. Wees altijd loyaal. En serveer altijd de beste  hamburger die je in je hebt, met andere woorden: lever altijd je beste werk, wat er ook aan de hand is.” Frieda

Otto Petchek behoorde tot een Duitstalige Joodse familie in het toenmalige TsjechoSlowakije, bovendien behoorden ze begin 20ste eeuw tot één van de rijkste families van het land. Ze hadden heel wat koolmijnen in hun bezit en waren ook een grote noemer in de financiële wereld door hun vele banken. Otto Petchek zorgde dat het Petchek-imperium nog groter werd, maar hij had ook een grote droom, die bijna tot de ondergang van de familie leidde: het bouwen van een groots paleis voor zijn vrouw en kinderen. Het moest groter, mooier en geavanceerder worden dan Versailles of enig ander paleis in Europa. Hij was perfectionistisch en het paleis kostte bijna het ganse vermogen van zijn familie. Begin jaren 1920 was het paleis eindelijk af, maar Otto zou er niet lang van kunnen genieten. In 1938 moest de familie Petchek het land uitvluchten voor de Duitse Nazi-bezetter.

Tijdens de Duitse bezetting van Tsjechoslowakije woonde Generaal Rudolf Toussaint in het Otto Petchek’s paleis. Hij is het zeker niet altijd eens met de tactieken van zijn Nazi-oversten en wil niets liever dan geweld voorkomen. Hij draagt zorg voor het Paleis als een goede huisvader,  zelfs Otto’s verzameling Joodse boeken laat hij staan. Zo zorgt hij ervoor dat het paleis zijn authenticiteit blijft behouden.

Na WOII komt Laurence Steinhardt, ambassadeur van de Verenigde Staten naar Praag. Zijn ambtswoning is aan vernieuwing toe, zelfs zo erg dat het niet meer bewoonbaar is. Laurence raakt in de ban van Otto’s meesterwerk en hij wil het beschermen. De enigste optie lijkt het hem om van het paleis de ambassade van de Verenigde Staten te maken. Dit heeft veel voeten in de aarde, maar uiteindelijk lukt het hem en krijgt hij toestemming. Vanaf dat ogenblik huist de Amerikaanse ambassade in Otto’s paleis.

Tijdens de Fluwelen Revolutie is Shirley Temple Black de ambassadeur van de Verenigde Staten en verblijft zij in het Paleis. Zij komt op voor de lokale bevolking en wil een einde maken aan het communistische totalitaire regime.

Frieda is de dochter van een Tsjechoslowaakse rabbijn en heeft veel dromen. Graag zou ze gaan studeren en later dokter worden, dit zeer tegen de zin van haar orthodoxe ouders die haar het liefst als brave huisvrouw zien zoals de traditie voorschrijft. Midden in deze huiselijke spanning rukken de nazi’s op en wordt de familie afgevoerd naar Auschwitz. Alleen Frieda en haar zus overleven. Terug in Tsjechoslowakije zien ze het communisme oprukken en besluiten voorgoed hun geboorteland te verlaten en om naar Israël te gaan.

Conclusie

Norman Eisman heeft een Joods Tsjechische achtergrond. Zijn moeder Frieda groeide op in Tsjechië en heeft Auschwitz overleefd. Hijzelf heeft carrière gemaakt als senior fellow bij Brookings. Hij was ambassadeur van de Verenigde Staten van 2011 tot 2014 en tijdens zijn ambtstermijn raakt hij gefascineerd door de geschiedenis van zijn ambtswoning: het Otto Petchek Paleis in Praag. In de bibliotheek vindt hij Joodse boeken, onder zijn antieke werktafel ziet hij het gekende  Nazi symbool, het zilveren bestek heeft de  Petchek familiestempel, … Hij raakt geboeid en besluit een onderzoek te doen naar de geschiedenis van het Paleis, hiervan is Het Laatste Paleis het resultaat.

Wie van Europese geschiedenis houdt zal zeker en vast van Het Laatste Paleis genieten. Norman Eisen geeft de verhalen weer van Otto Petchek, Rudolf Toussaint, Laurence Steinhardt en Shirley Temple tijdens de periode dat zij in het Paleis verbleven, met als rode draad het verhaal van zijn eigen moeder Frieda. We zien ook de geschiedenis van Europa door hun ogen en hoe zij de woelige periodes hebben beleefd. Het boek leest als een roman, maar toch blijft het non-fictie. Norman heeft  een zeer vlotte pen, hij weet tal van feiten en data te verwerken zonder dat het saai wordt. Als lezer wil je steeds verder lezen om te weten hoe het verder gaat met Petchek’s Paleis, hij maakt van een stukje geschiedenis een boeiende reis naar het verleden. Hierdoor leest het als een spannende roman die je niet opzij kunt leggen.

Gezien zijn Joodse achtergrond is het ook opvallend hoe hij het verhaal van Rudolf Toussaint op een positieve manier brengt. Hij staat open om de man achter de nazi-façade te leren kennen en deze lijkt niet te zijn wie we denken dat hij is. Toussaints personage en verhaal fascineert mij dan ook het meest.
Het boek is op een manier samengesteld dat het prettig leest: af en toe een foto (niet te veel, niet te weinig) en de noten die anders vervelend onderaan een pagina terug te vinden zijn worden allemaal samen gebundeld en zijn achterin het boek terug te vinden. Norman geeft ook een korte uitleg bij zijn bronvermeldingen waardoor alles nog duidelijker wordt.

Persoonlijk mistte ik wel wat extra achtergrond informatie bij de verhalen van Shirley Temple Black, zoals de Praagse Lente en de Fluwelen Revolutie. Of laten we het anders zeggen, als je helemaal nog niets kent van de geschiedenis van Europa zal het boek toch af en toe wat moeilijker leesbaar zijn. Ik kende de Praagse Lente en Fluwelen Revolutie in grote lijnen en heb het toch opnieuw moeten opzoeken om het verhaal beter te kunnen volgen, wat een beetje jammer is. Maar dit is dan ook het enige minpuntje.

Interessant ook is de rode lijn in Het Laatste Paleis hier wordt de auteur persoonlijk en vertelt hij het verhaal van zijn eigen moeder. Zo kunnen we als lezer te twee kanten van het verhaal leren kennen en kunnen we deze ook naast elkaar leggen, zoals bijvoorbeeld het verhaal van Rudolf Toussaint de Duitse Generaal en Norman’s moeder die door de Duitse bezetter naar Auschwitz werd afgevoerd.

Ik raad dit boek aan aan iedere geschiedenisliefhebber, het is vlot geschreven en heeft een andere inkijk op de geschiedenis van Europa. Ik geef het boek dan ook een verdiende vier sterren.

Silke Wimme - recensent De Perfecte Buren




'De verhalen van Auruco 1 - Een rijk in verval' - Koen Sebastiaan

 
Genre: fantasy
Uitgever: Zilverbron
ISBN: 9789463081061
Uitvoering: paperback
Aantal pagina's: 329
Uitgave: november 2017

Met dank aan Sebastiaan Koen voor het recensie-exemplaar.

Samenvatting van het verhaal
Het dorp waar Dorvin en Edilion wonen wordt aangevallen door Borreks en zij moeten halsoverkop vluchten. Felkon, de laatste van de Onsterfelijke Demonos-familie heeft deze gevaarlijke niets ontziende wezens geschapen.
Dorvin vlucht samen met zijn broer en enkele familieleden. Vlak voor zijn vlucht krijgt hij een zwaard van zijn vader, een belangrijk erfstuk.

Er gaan vier jaar voorbij waarin ze door familie worden opgevangen. Ze wonen bij de broer van hun vader, oom Riloss, in de hoofdstad. Gedurende deze vier jaar heeft Edilion regelmatig verontrustende nachtmerries, vooral rond de periode dat de aanval plaats vond. Op een dag komen er wachters van de koning aan hun deur. Hun oom blijkt diep in de problemen te zitten en ze worden gevangen genomen en naar de koning gebracht. Ondanks dat Dorvin en Edilion onschuldig zijn, worden ze veroordeeld om deel te nemen aan het Spel der Vrijheid, een bloederig gevecht, waar veel mensen hun leven verliezen. In karren, vol andere gevangenen, maken ze de reis naar de Donkerrode stad waar het Spel zal plaats vinden. De reis naar de Donkerrode stad is onmenselijk. Ook het Spel der Vrijheid is keihard en de broers overleven het maar ternauwernood. Dan blijkt dat Felkon en zijn Brolleks ondertussen een nog grotere dreiging zijn geworden en de broers besluiten dat Felkon voor eens en altijd gestopt moet worden. Samen met medestanders, die zij onder andere hebben ontmoet tijdens hun gevangenschap en hun vlucht uit de Donkerrode stad, gaan ze de strijd aan.

Conclusie
Een rijk in verval heeft een aangename schrijfstijl en leest lekker weg. Het duidelijke lettertype vond ik ook zeer prettig tijdens het lezen. De schrijver trekt je vanaf het begin direct in het verhaal. De overval door de afschuwelijke Borreks is zeer spannend beschreven. Tijdens deze angstaanjagende overval krijg je al wat achtergrondinformatie over Dorvin en Edilion en hun familie. De manier waarop het is beschreven verhoogt de spanning en belooft veel voor de rest van het verhaal. Zo was ik erg benieuwd of Edilion daadwerkelijk magie zou kunnen beoefenen zoals zijn moeder en was ik benieuwd welke rol het zwaard zou gaan spelen.

Wat een enorme spanning zit er in het verhaal! Vooral tijdens het Spel der Vrijheid leefde ik intens mee met de twee broers en ik hield mijn hart vast op sommige momenten. Ik kon gewoonweg niet stoppen met lezen. De spanning van de gewelddadige strijd van de broers om te overleven spat van de pagina's af. En dit is nog maar het begin. Als de gebroeders Staalhart eenmaal besluiten om achter de Onsterfelijke Felkon aan te gaan, was stoppen met lezen zo goed als onmogelijk. Wat een geweldig en soms hard avontuur was het. Wat ik erg prettig vond, is dat het geen voorspelbaar verhaal is. Elke keer was ik weer verrast door de nieuwe uitdagingen die de personages moesten ondergaan.

Buiten de gebroeders Staalhart beleef je het verhaal ook vanuit de perspectieven van andere personages, zoals bijvoorbeeld Elisia en Skjald. Zij zijn bewoners van de Donkerrode stad en zijn de wachters van deze stad. Met andere wachters verkennen zij het gebied rondom te stad om dreigingen op tijd te zien aankomen. Ze willen een nieuwe aanval van de Borreks, zoals vier jaar eerder, voorkomen. Zij ontmoeten de gebroeders Staalhart en enkele bondgenoten na het Spel der Vrijheid en zij besluiten om gezamenlijk de strijd aan te gaan tegen de Onsterfelijke Felkon.

De karakters zijn stuk voor stuk goed uitgewerkt en je leeft met hen mee. Vooral de gebroeders Staalhart zijn goed neergezet. Ze hebben een bijzondere band en beide personages groeien naarmate het verhaal vordert. Ze beginnen te beseffen wat hun krachten zijn en hoe zij deze ten goede kunnen gebruiken.

Wat ik zelf prettig vond aan dit boek is de landkaart in het begin en een uitleg van het maandenstelsel. Het maandenstel van Auruco verschilt met die van onze wereld en je krijgt een duidelijke en overzichtelijke uitleg hiervan voordat het verhaal begint.

Wat ik ook een groot pluspunt vind, is dat er achterin het boek een pagina is die je kunt uitvouwen. Het is een overzicht met woorden uit de Oude Taal die in dit boek gebruikt worden. Doordat je de pagina kunt uitklappen, kun je deze gedurende het lezen er gemakkelijk bij houden in plaats van elke keer terug te bladeren. Bij het eerste hoofdstuk wordt ook door middel van een voetnoot uitgelegd, dat de vertaling van de Oude Taal achterin staat. De woorden in deze taal staan in het verhaal zelf schuingedrukt.

Sebastiaan Koen heeft een fantastisch debuut neergezet met Een rijk in verval. Het is een absolute aanrader voor elke liefhebber van dit genre. Ik heb erg genoten van het boek en kijk er nu al naar uit om het tweede deel te lezen: Een koninklijk verraad. Ik geef Een rijk in verval graag 4 sterren.

Jeanine Feunekes-Both - recensente De Perfecte Buren




dinsdag 26 februari 2019

Win actie !!! Win een pakket van Chris Houtman !!!






Chris Houtman was na een carrière in het Amsterdamse Theater De Engelenbak jarenlang werkzaam bij IDTV als eindredacteur en scenarioschrijver. Hij maakte daar onder meer programma’s als Taxi, de dramaserie Finals voor BNN en Westside voor AT5/NPO. Daarnaast schreef en regisseerde hij verschillende theaterproducties op locatie en was hij betrokken bij historische festivals. Sinds 2016 legt hij zich volledig toe op zijn schrijverschap. 

Onze vliegende reporter Roelant had onlangs een interview met Chris en dankzij Karakter Uitgevers mogen we een pakket verloten met zijn boeken Het negende gebod, Getal van het beest en Akte van berouw. Wie wil deze boeken nu niet in zijn boekenkast hebben staan?  

Hoe kun je winnen?
Heb jij het interview dat Roelant met Chris had al gelezen? Nee?
Klik dan vlug HIER, lees, beantwoord de vraag hieronder en misschien WIN jij wel dit mooie pakket !

Waar heeft Chris in de jaren '70 gewoond en om welke reden? 

- Mail je antwoord voor zondag 3 maart middernacht naar perfecteburen@gmail.com met in het onderwerp 'Chris Houtman'
- Vermeld in je mail - buiten je eigenlijke naam - je gebruikersnaam op Facebook en je adresgegevens
- Om mee te dingen naar onze winacties dien je lid te zijn van onze besloten groep op Facebook. Dus ben je dat nog niet (hoe kan dat nou??) meld je dan snel aan via DEZE LINK. Op deze groep kun je ook de oproep van deze winactie vinden én nog veel meer! We zien je daar graag verschijnen, gezellig!


Waar gaat ‘Getal van het beest’ over?

Wanneer de Nederlandse televisiemaakster Hannah Soehari wordt gevraagd om een documentaire te maken over megakerken in de VS, reist zij af naar de plaats Wapakoneta, in de staat Ohio. Hier bracht ze in 2004-2005 een schooljaar door bij een Amerikaans gezin als foreign exchange student. Het goedmoedige dorp van toen is gepolariseerd: voor- en tegenstanders van Donald Trump slaan elkaar nog nét niet de hersens in.

Hannah ontmoet haar high school-liefde Rick Hurley, die kampt met PTSS na zijn diensttijd in Irak en Afghanistan. Hij assisteert bij de research voor haar film, waarin zij dubieuze televisiedominees en prosperity preachers wil ontmaskeren. Waarom zijn ze zo enthousiast over de president? Belichaamt Trump de apocalyptische profetie van het Getal van het Beest? Maar ook: hoeveel kan de wapenindustrie verdienen aan deze opgefokte angst voor de naderende eindtijd?

En dan duikt Rick Hurley plotseling op in Nederland. Hij heeft een baan bij de Amerikaanse ambassade. Gaandeweg begint Hannah echter te twijfelen aan diens geestesgesteldheid en motieven. Ze ontdekt zijn geheim: gevoed door duistere christelijke krachten en mede geïnspireerd door de ophitsende taal van kringen rond het Witte Huis, broedt hij samen met andere oud-strijders die tegen ISIS hebben gevochten, op een apocalyptisch strijdplan. Lukt het Hannah om Europa voor een catastrofe te behoeden?


Waar gaat ‘Het negende gebod’ over?

Als bij een antiquariaat in Parijs een onbekende tekst van de Romeinse schrijver Plinius de Jongere te koop wordt aangeboden, beseft Anthony Mulligan, conservator van het British Museum, dat hij op een historisch unicum is gestuit.

Tegelijkertijd wordt de Nederlandse scenarioschrijfster Esther van Baerle gevraagd voor een internationale speelfilm die de vrouwenhaat binnen de Rooms-Katholieke Kerk aan de kaak wil stellen op basis van ditzelfde Plinius-document. Als Esther voor haar research op bezoek gaat bij haar vroegere professor, expert op het gebied van manuscripten uit de oudheid, treft ze hem aan in zijn werkkamer, badend in het bloed, vermoord.

Ze doet vervolgens een beroep op de geschiedkundige expertise van Anthony Mulligan, die vroeger luitenant in het elite-SAS-corps van het Britse leger blijkt te zijn geweest. Samen worden ze meegezogen in een meedogenloze intrige, waarbij zij de militante en duistere kanten ontdekken van de oerconservatieve katholieke organisatie het Legioen van Christus.

Niet alleen ontdekken zij hoe Maria Magdalena en andere belangrijke vrouwen in de eerste eeuwen van het christendom werden verketterd, maar ook hoe gevaarlijk fake news uit de christelijke oudheid zelfs vandaag nog kan zijn. Worden zij slachtoffer van religieuze fanatici die 'het ware geloof' en de onderdrukking van de vrouw verdedigen?

Waar gaat ‘Akte van berouw’ over? 

Martin Hochtstettler, commandant van de Zwitserse Garde, staat voor de grootste uitdaging van zijn leven als hij een aanslag op de paus moet zien te voorkomen. Het roept traumatische herinneringen bij hem op. Herinneringen aan de nacht van 28 september 1978, de nacht dat Paus Johannes Paulus I tijdens zijn wacht overleed onder mysterieuze omstandigheden. En nu lijkt de geschiedenis zich te herhalen.

Hochstettler moet alles op alles zetten om de veiligheid van de paus te waarborgen. Maar hij heeft te maken met een eigenzinnige en tegendraadse Franciscus die ook nog eens op ramkoers lijkt te liggen met de oude garde in het Vaticaan. De paus heeft aangekondigd het onderzoeksverslag over de bank van het Vaticaan openbaar te maken. De laatste paus die voornemens was een dergelijk onderzoek openbaar te maken was binnen 33 dagen dood...

Dank je wel https://www.karakteruitgevers.nl/ voor deze toffe winactie!!







In gesprek met .... Chris Houtman






Soms komt er een interview waar je tegenop kijkt. Als je een boek leest waar er flink tegen bepaalde katholieke groeperingen aangetrapt wordt, is dat even slikken als belijdend katholiek. Uiteindelijk de moed bij elkaar geraapt en een afspraak met Chris Houtman gemaakt. Na een verleden als cabaretier, theatermaker in de Engelenbak, radio- en televisiemaker bij de KRO en een belangrijke positie in het creatieve team van IDTV kreeg Chris keelkanker. Na een succesvolle behandeling hiervoor is hij thrillers gaan schrijven. We spreken af in een grand café in Alkmaar.

Chris: ‘Momenteel ben ik bezig met een kinderboek. Het wordt het levensverhaal van een over-over-over grootmoeder van Barack Obama, die geboren is in 1620 in Leiden. Zij was de dochter van een van de Pilgrim Fathers. Na een moeizame overtocht is ze in 1629 in Amerika aan gekomen. Ze heeft elf kinderen gekregen en heel veel nazaten. Waaronder drie Amerikaanse presidenten: Bush sr, Bush jr en Barack Obama. Die zijn verrassend genoeg familie van elkaar. Grappig hè.’

Roelant: ‘Vanwaar een kinderboek? Het klinkt als een spannend verhaal, een thriller.’

Chris: ‘Het wordt ook een spannend jeugdboek. Om het voor kinderen te schrijven geeft me iets meer vrijheid, iets meer ruimte om mijn fantasie te gebruiken. Vergelijk het maar met Kruistocht in Spijkerbroek.’ 

Roelant: ‘Kun je voor volwassenen minder je fantasie gebruiken, moet je je dan meer aan de feiten houden?’

Chris: ‘Nou, kijk, er is wel redelijk wat over de hoofdpersoon bekend, maar eigenlijk te weinig om een heel boek over haar te maken. En door het op een soort kinderfantasie te brengen kan ik, op een bepaald niveau, dingen zeggen die heel plausibel zijn, en waarschijnlijk ook wel zijn gebeurd, maar waar niemand me er dan op zal aanvallen. Eigenlijk is het een boek wat heel erg tégen de Pilgrim Fathers is. En tégen de conservatieve stroming in Amerika.’

Roelant: ‘Ja, dat is een van jouw paradepaardjes: de afschuw van religieuze fanatici. Wat ik persoonlijk erg moeilijk vond, is het schoppen tegen de kerk in, met name, jouw boek Het Negende Gebod. Je bent erg bezig met allerlei heilige huisjes omver te schoppen. Waarmee ben je aan het afrekenen?’

Chris: ‘Ik ben oud student van de Katholieke Theologische Hogeschool van Amsterdam. Dat was niet het seminarie, maar wel de priesteropleiding van toen. Daar komt mijn kritische houding vandaan’

Roelant: ‘Toen was je wel positief over het geloof?’

Chris: [aarzelend] ‘Nee, ik was zoekend. Hoopte om antwoorden te vinden. Ik ben heel Rooms opgevoed. Was goed bevriend met mensen van een bepaalde orde. Daar ging ik ook heel vaak naartoe. Over die orde spreek ik ook heel liefdevol in mijn eerste boek.’

Roelant: ‘Ik moet bekennen dat ik na het lezen van Het Negende Gebod, waar ik best wat moeite mee had, jouw eerste boek Akte van Berouw, thuis ongeopend in mijn boekenkast heb laten staan. Jouw boek is heel goed geschreven en spannend daar niet van, maar dat je priesters laat schieten en moorden gaat mij gewoon te ver.’

Chris: ‘Maar dat eerste is juist een heel liefdevol boek. Ook over de Paus spreek ik heel liefdevol. Wel kritisch over een aantal van zijn kardinalen, maar dat zal jij ook zijn. Ook over die Nederlandse priester in Rome schrijf ik heel positief. Dat personage is geënt op een priester die ik heel erg bewonderde. Toen ik ging studeren in Amsterdam ging ik naar de Dominicus [noot Roelant: de Dominicus is een RK-kerk in Amsterdam die bekend stond om zijn progressieve ideeën]. Inspirerende mensen als Van Kilsdonk en Oosterhuis heb ik daar ontmoet. Door de tegenstroming van conservatieve krachten is deze kerk de nek omgedraaid. Die vorm van katholicisme die wat vrijer was, bepleit ik in mijn eerste boek. Dus dat kun je gerust lezen, eerlijk waar.’ [gelach alom] Om het nog even over die schietende en moordende priesters te hebben uit Het Negende Gebod: ken jij die club, het Legioen van Christus die in het boek voor komt? Want dit is dus wel zoals het is. Dit zijn zulke extreme mensen! Die denken bijvoorbeeld ook dat het einde der tijden nabij is. En dat ze zich daarop moeten voorbereiden. Ze halen die hele enge evangelische clubs, die je in Amerika hebt, links en rechts in. Pater Marcial Maciel die het Legioen heeft opgericht, die Mexicaan, is zo’n verschrikkelijke enge man geweest!  Het lukte hem gewoon om tientallen miljoenen per jaar los te weken aan donaties van oude dames; in zijn eentje. Hij leidde een dubbelleven. Hij had twee, drie, vier vrouwen waar hij kinderen bij had verwekt. En die vrouwen geloofden allemaal dat hij bij de CIA werkte. Omdat hij een soort Godheid was binnen zijn eigen club was er niemand die hem vragen stelde. Als hij bij een maîtresse was geweest, vertelde hij dat hij op retraite was gegaan. Alles wat ik over die man schrijf, is waar. Goed, die man is uit zijn ambt gezet (door Paus Benedictus) en is verbannen naar een klooster in Texas, een gesloten instelling, eigenlijk een soort gevangenis zeg maar. Daar heeft hij de laatste paar jaar van zijn leven gewoond. Maar ondertussen had zijn club zoveel macht en geld opgebouwd. Mel Gibson is ook lid van die club. Op de aftiteling van zijn film The Passion of Christ zie je dat ze hebben meebetaald aan die film. Er zijn binnen die Rooms Katholieke Kerk waar ik hele warme gevoelens voor heb, hele rare uitwassen. Dan Brown beschrijft Opus Dei in zijn boek. Ook een enge club, maar veel minder eng dan dat Legioen. Ik vond het leuk om daarover te schrijven.’




Chris is duidelijk zeer goed ingevoerd in de materie. Grondige research heeft hem veel inzicht gegeven. Ook is hij in zijn jeugd zelf met die groeperingen in aanraking geweest.

Chris: ‘Ik heb een tijdje in een Opus Dei huis gewoond in Amsterdam. Als student zocht ik toen een kamer. Maar ik heb ook een jaar in Ohio gewoond in de jaren ’70, als uitwisselingsscholier. Het Legioen van Christus werd toen net actief. Iedereen was vol lof en enthousiasme. Maar toen vond ik het al een beetje een rare club. Ze hadden bijvoorbeeld kledingvoorschriften voor de vrouwen. Bij dat soort voorschriften word ik direct heel argwanend.’

Roelant: ‘Als je dit zo zegt, moet ik meteen denken aan die serie The Handmaid’s Tale.’

Chris: ‘Ja, bijvoorbeeld. Geweldige serie. Beklemmend ook. Maar dat is wel waar dit soort ontwikkelingen naartoe gaan. Toen ik in Ohio woonde, zat ik vlak bij de grens van Kentucky. Ken je die staat? Waarmee moet je het vergelijken? In Nederland is er gewoon niet een streek te bedenken die zo achterlijk is als Kentucky.’

Roelant: ‘Hahaha, echte red-necks?’

Chris: ‘Ja, maar in het kwadraat. En zo, zo eng. Toen mijn Amerikaanse gastouders met mij door Kentucky reden, tankten ze vlak voor de grens en stopten ze verder niet. Ze reden zo snel mogelijk door die staat heen. In die staat barst het werkelijk van de godsdienst fanatici. Vreselijk. Dankzij mijn verblijf daar heb ik een grote interesse in Amerika gekregen. De opkomst van die evangelisten en fanatici daar is enorm. Grote kerken worden er gebouwd. Er gaat heel veel geld in om.’

Roelant: ‘En na dat jaar in Amerika terug naar Nederland, school afmaken in Wassenaar en daarna studeren in Amsterdam?’

Chris: ‘Klopt. Die theologische opleiding was erg boeiend. De eerste twee jaar geven ze je alle ruimte om zo kritisch mogelijk al die kennis tot je te nemen. Maar dan komt het moment, aan het begin van het derde jaar, dat we onze kennis moesten gaan theologiseren. Zo noemden ze dat in het vak dogmatiek. Het kwam erop neer dat we de kritische geest, de kritische manier van denken die was aangeleerd, moesten hervormen op een dusdanige manier dat die in de dogma’s van de kerk gingen passen. En dan moet je met woorden gaan goochelen. Dat kon ik niet opbrengen. Vanaf dat punt ben ik steeds kritischer geworden op de kerk en ook op de grondteksten. Dan loop je tegen dingen aan. Veelal kleine dingen.’

Roelant: ‘Noem eens een voorbeeld.’

Chris: ‘Foutjes die erin staan. Kleine, historische foutjes. Wij geloven dat de evangelisten dichtbij het Jodendom stonden en vanuit hun Joods-Christelijke traditie hun verhaal achteraf hebben opgeschreven. Zoals bijvoorbeeld Jezus die op Palmpasen Jerusalem binnen rijdt. De menigte eromheen zwaait met palmtakken en zingt Hosanna. En dan schrijven de evangelisten dat het gebeurt tijdens het Joodse Paasfeest! Maar als je iets van het Jodendom weet, klopt het wel dat Joden met takken in de hand staan, maar niet bij Pasen. Dat is bij het Loofhuttenfeest. En daar hoort dat gebed van Hosanna ook bij. Kortom de schrijver van deze tekst was geen Jood. Deze haalt namelijk twee essentiële Joodse feestdagen door elkaar. Net alsof je Pinksteren met Kerstmis verwisselt. Kom je op dat niveau dan houdt de betrouwbaarheid van die tekst voor mij op. Kleine foutjes. Zoals ook een officier van Justitie kijkt naar kleine foutjes om zo de betrouwbaarheid van een verklaring onderuit te halen. Als je kijkt naar apocriefe teksten, teksten op papier die veel ouder zijn dan het Evangelie, daar kom je veel minder van die foutjes tegen.’

Roelant: ‘Ik moet meteen denken aan het boek van Jeroen Windmeijer, Het Pauluslabyrint, waarin hij schrijft dat Paulus het Christendom gesticht heeft.’

Chris: ‘In mijn boek stip ik dat ook aan. Jeroen en ik hebben daar hele leuke gesprekken over.’

Wanneer ik nog een koffie wil bestellen, zie ik dat Chris de zijne nog niet heeft aangeraakt.

Chris: ‘Praten, drinken en eten tegelijk is een beetje lastig voor me. Dat is gewoon een fysiek dingetje. Ik heb keelkanker gehad en praat met een stem prothese.’

Roelant: ‘Dat praten gaat verbazend goed. Ik versta alles. In je boek beschrijf je iemand met longkanker en ook iemand die zijn been had verloren en daarna in een existentiële crisis terecht kwam. Kwam jij ook in een crisis na je ziekte?’

Chris: ‘Er is pas een nieuw rapport verschenen van het KWF {kanker bestrijdingsfonds}. Ik heb meegedaan aan dat onderzoek. Er werd gevraagd naar lange termijneffecten van zo’n ziekte als ik heb gehad. Ik heb ook een heel moeilijke tijd gehad.’

Roelant: ‘Dat vind ik zo grappig dat je in je boek allerlei dingen van jezelf…’

Chris: [interrumperend] ‘Die boeken gaan allemaal over mij! [gelach alom] Als ik ooit een biograaf krijg dan heeft hij een leuke puzzel. Er komt in dit boek een antiquariaat voor. Ik heb daar zelf gewerkt in mijn studenten tijd; alleen stond die winkel niet in Parijs, maar in Amsterdam op de Keizersgracht. Een Joodse man, Salo Meyer, was de eigenaar. Heel veel discussies met hem gevoerd over het geloof.’

Roelant: ‘Daar stond hij wel voor open?’

Chris: ‘Papen pesten vond ie heerlijk, hahaha. Het waren pittige discussies. Maar daar kijk ik met veel plezier op terug.’

Roelant: ‘Je hebt in die tijd ook aan cabaret gedaan.’

Chris: ‘Dat was daarvoor. Toen studeerde ik Nederlands. Ik zat in het Lage Landen Cabaret. Als duo hebben we de Camaretten gewonnen. Daarna volgde het kleine zalen circuit. Op een gegeven moment stopte die samenwerking zoals het wel vaker met duo’s gaat. Vervolgens wilde ik wat levensvragen beantwoorden waar ik mee rondliep en ben begonnen met die theologie studie. Naast het antiquariaat werkte ik ook twee avonden en op zondag in een kroeg. Dat waren goede leermomenten voor mijn studie. Mijn pastorale training heb ik daar opgedaan. De hoofdpersoon uit Akte van Berouw heet Jaap Hofhuis. Hij is vernoemd naar een van de klanten uit dat café. Later een van mijn beste vrienden geworden. Hij is overleden, jammer genoeg. Hij was Katholiek, heel gelovig. Veel van de karaktereigenschappen van de hoofdpersoon uit Akte van Berouw zijn eigenlijk van Jaap Hofhuis. Alleen heb ik van hem een priester gemaakt, wat Jaap nooit was. Dat vind ik het leuke aan schrijven: je kunt een mensen die je dierbaar zijn op een creatieve manier ook weer een beetje tot leven wekken.’




Dank je wel, Chris, voor dit fijne gesprek.

Thuis gekomen ben ik meteen Akte van Berouw gaan lezen. Ik had er spijt van dat ik dit niet eerder gedaan had, want dan was ik het interview met Chris beslist minder sceptisch ingegaan. Een prachtig boek dat natuurlijk wel de misstanden in de kerk aankaart, maar genuanceerd genoeg is om ook positieve geluiden te laten horen.

Roelant de By - vliegende reporter van De Perfecte Buren





‘My love story’ – Tina Turner



Genre: non fictie / biografie
Uitgever: Lev.
ISBN: 9789400510579
Uitvoering: hardcover
Aantal pagina's: 320
Uitgave: oktober 2018

Met dank aan uitgeverij Lev voor het recensie-exemplaar.

Wat zegt het over een vrouw wanneer zij haar levensverhaal, dat zich kenmerkt door veelvuldig vallen (lees: heel veel klappen te hebben gehad en te zijn vernederd) en vervolgens weer triomfantelijk opstaan, betiteld als een liefdesverhaal? Dit terwijl ze juist liefde tekort kwam, in haar jeugd maar ook als jongvolwassene. Wat zegt het over een artiest, altijd hard aan het werk en verdiend wereldsuccessen boekte, als een sterke, sexy vrouw tot op latere leeftijd op stiletto’s swingend op het podium heeft gestaan? Dan heb je het over een echte powervrouw, een vrouw met pit, een vrouw op missie, een dappere vrouw in woorden en daden. Niet bang haar dromen uit te spreken en deze tot realiteit uit te bouwen. Zo iemand dwingt alleen maar respect af. We hebben het over Tina Turner, in mijn ogen een legende. In haar ogen ziet ze zichzelf gewoon als iemand zoals iedereen. Niets bijzonders, gewoon Tina. Een meisje dat als Anna Mae Bullock in 1939 werd geboren in Nutbusch, Tennessee.

Vanaf een recente mijlpaal in haar leven kijkt Tina terug en neemt je mee in haar leven. Op chronologische volgorde loop je vervolgens met haar mee, leer je haar diepste gedachten, geheimen en feiten kennen. Ze vertelt het op een dusdanig fascinerende wijze dat het boek van meet af niet weg te leggen is. Tina neemt je mee op reis, vertelt over haar opvallend liefdeloze kindertijd. Je herkent zaken die ze noemt wellicht aan de hand van nieuwsberichten of de film maar lang niet alles komt bekend voor, sommige dingen waren echt onbekend en zelfs schokkend. Deze vrouw heeft een hard en doordrongen leven achter de rug. En toch, zoals ze vertelt, is ze dankbaar en eigenlijk maar heel gewoon gebleven, alles blijkt relatief. Die houding, die levensovertuiging dwingt respect af. Hard werken, eerlijk zijn en altijd blijven geloven in je eigen kunnen, het viel niet altijd mee. Daarbij werd dat laatste er door Ike Turner op harde hand zowat uitgeslagen. Ze wilde artiest zijn, maar wel op haar voorwaarden. Je kunt veel van haar vinden, Tina is een doorzetter. Precies dat laatste dwong ook respect af bij mensen die het wél goed met haar voor hadden en die combinatie zorgde voor de successen in haar leven. Ook zij worden niet vergeten in haar verhaal. Tina koestert die vriendschappen en de liefdes in haar leven.

Ook nu ze ouder is en er verdriet op haar pad is gekomen, haar gezondheid verslechtert, blijft ze een vechter, op het koppige af. Je leest over haar fouten, haar dromen en gevoelsmatig gaat ze geen enkel onderwerp uit de weg, het voelt als bijzonder intiem. Inmiddels heb ik al heel wat biografieën gelezen en ik moet zeggen dat dit verhaal verbazingwekkend openhartig is. Het boek gaat dan ook vooral over haar en niet over haar muziek en dat maakt het ook bijzonder. Alles komt van de bron zelf, Tina is aan het woord. Opvallend aan haar karakter en hoe zij in het leven staat is de no nonsens houding.

Dit boek is een échte kijk in het leven van Tina Turner. Ik had de film 'What's love got to do with it' al gezien en haar vorige biografie I Tina gelezen die ten grondslag lag voor de film. Toch verrast dit boek in vele opzichten. Het lijkt geen geheimen meer te herbergen, het doet open en eerlijk aan. Je leert nu echt de vrouw achter al de glitter en glamour kennen, nog meer van haar leven dan wat je al wist. Haar geluk met Erwin Bach, haar echtgenoot, heeft haar leven ondanks vele tegenslagen tot een rijk geheel gemaakt, dat ze de ware liefde heeft gevonden heeft haar leven tot een hoger level getild. Op de een of andere manier is dit zelfs een kwetsbaar verhaal, Tina schroomt niet om te vertellen waar haar zwakke of kwetsbare punten liggen, waar haar geluk ligt, maar ook haar verdriet en gemis. Geregeld had ik een brok in m'n keel van ontroering. Het laatste hoofdstuk in dit boek is zelfs hartverscheurend, het gaat over haar zoon Craig en behuist de nachtmerrie van iedere ouder. Tina deelt haar leven met je, er lijken geen gesloten deuren en dus raakt dit boek je vol in het hart.

Tina Turner geniet, met een merkwaardig positieve kijk op de toekomst, samen met haar man Erwin van haar pensioen en woont in Zwitserland. In de overtuiging dat ze ondanks alles dat ze heeft meegemaakt een gezegend mens is toont aan hoe bescheiden ze eigenlijk is. Op dit moment is ze nauw betrokken bij de totstandkoming van de musical die op haar leven is gebaseerd. Dit is misschien wel de mooiste autobiografie die ik ooit las, juist vanwege die bijzondere openhartige toon. Daarom geef ik My Love Story dan ook graag het maximaal aantal sterren, vijf stuks!

Patrice - Team De Perfecte Buren