zondag 14 april 2019

In gesprek met Wilma Geldof



In het pittoreske Haarlem ontvangt Wilma mij in haar mooie huis. Een gezellig muziekje op de achtergrond zet ze gelukkig uit zodat mijn opname apparatuur ongestoord aan de slag kan. Nadat ik enkele souvenirs uit Azië en Zuid-Afrika heb bewonderd, gaan we aan tafel zitten en drinken koffie.

Wilma: ‘Ik ben geboren in Alphen aan de Rijn als jongste in een gezin met vier kinderen. Daar heb ik tot mijn twaalfde gewoond. Toen met het gezin naar Papendrecht. Daarna studeren en op kamers in Voorburg. Vervolgens naar Den Haag verhuisd waar ik lang heb gewoond, en onder meer in psychiatrische ziekenhuizen heb gewerkt.’

Roelant: ‘Vanwaar je interesse in de gezondheidszorg?’

Wilma: ‘Eigenlijk had ik de Sociale Academie willen doen. Maar dat deed mijn zus al. En er stond tussen ons een groot verbod op na-apen, zodat dat niet meer ‘kon’. In de vakantie heb ik een baantje in de zwakzinnigen zorg, zoals dat toen heette. Ik vond het echt fijn werk, maar ik dacht als ik dat drie jaar gedaan heb, weet ik het wel. En toen vond ik de psychiatrie interessanter. Stiekem ook om mijzelf te helpen, om dingen te leren waar ik zelf wat aan zou hebben. Maar ik was ook heel geïnteresseerd in mensen en in wat mensen beweegt. In Den Haag heb ik zo’n vijftien jaar in de psychiatrie gewerkt, daarna lange tijd bij de Raad voor de Kinderbescherming waar ik Rob heb ontmoet. Ik ben bij hem ingetrokken. In Almere… Sinds tien jaar wonen we in Haarlem. Haarlem is heerlijk, hier wil ik graag blijven. Het is ook een stad met een flink oorlogsverleden. Fijn om mijn boeken zich hier te laten afspelen.’ 


Roelant: ‘Dat zei mijn nichtje nog, die erg genoten heeft van jouw boeken trouwens, dat ze het zo leuk vond om de straten en de locaties die erin voorkomen te herkennen. Je woont hier in een enorme kinderrijke wijk. Een en al jonge gezinnen om je heen met kinderen. Jullie hebben zelf geen kinderen?’ 

Wilma: ‘Rob heeft een zoon, maar we hebben samen geen kinderen, nee. Dat had ik graag gewild, maar ook via IVF is dat niet gelukt. Het is een groot verlangen geweest en een groot gemis. Dat gaat nooit helemáál over.’

Roelant: ‘In eerdere interviews heb je verteld over het NSB-verleden van je vader. Ik kan me voorstellen dat je zoiets ook beter wilt kunnen begrijpen?’

Wilma: ‘Ja, hoewel dat NSB-verleden maar één deel van hem was. Nu verwacht je misschien iets van: verder was mijn vader heel lief of zo. Maar dat was hij niet. En dát deel heeft eigenlijk een veel grotere rol gespeeld in mijn leven. Tegelijk was dat NSB-lidmaatschap altijd een verzwegen verleden en was het goed om erover te schrijven in Elke dag een druppel gif. Naast het feit hoe mijn vader zich thuis gedroeg, ging het ook over hoe hij zich in de wereld had gedragen: de angst voor hoe slecht hij was geweest. Dat bleek overigens mee te vallen, maar dat ontdekte ik pas toen ik bijna veertig was en zijn dossier inzag in het Nationaal Archief in Den Haag. Ik heb mij vroeger echt voor hem geschaamd. Ik begrijp dat het geen eigen verdienste is als je geweldige ouders hebt, maar hoe je ouders zijn straalt wel op je af. Het was goed om dit boek te schrijven en het achter me te kunnen laten. De schaamte is er nu gelukkig vanaf. Ik praat erover op scholen en heb het zelfs op TV benoemd. Alleen als ik Joodse mensen tegenkom, en dat weet ik meestal niet direct, schrik ik nog altijd. Dat vind ik even wat anders.’

Roelant: ‘En dan nu een boek over een verzetsheld.’ 

Wilma: ‘Het Meisje met de Vlechtjes gaat over een jong meisje, Freddie Overstegen, dat al op vijftienjarige leeftijd actief is in het verzet. Ik heb haar uitgebreid gesproken. Helaas heeft ze het boek niet meer meegemaakt. Vlak voor het uitkwam, is ze overleden.’ 

Roelant: ‘In het begin moet Freddie als lokaas Duitsers en landverraders mee de bossen van Haarlem inlokken waar er dan verzetsmannen klaarstaan om hen te doden. Ik merkte dat ik zó meeleefde met het meisje dat ik dacht, toen ze in dat bos met zo’n engerd zat: schiet nou op! Waar blijven de hulptroepen? Ze staat op het punt om verkracht te worden! Mooi beschreven, Wilma. Maar later gaat ze zelf schieten. Het is een glijdende schaal.’

Wilma: ‘Peter van Gestel, een van Nederlands beste kinderboekenschrijvers, heeft eens gezegd: als je een boek uit 1960 over Indianen leest, dan lees je niet over Indianen, maar je leest hoe er in 1960 gedácht werd over indianen. Dat verklaart een van de verschillen tussen een boek als Het Meisje met het Rode Haar (over Hannie Schaft) en Het Meisje met de Vlechtjes. Er wordt nu anders aangekeken tegen verzetsdaden dan vroeger. Dat merk ik. Waar er nu soms kritisch gereageerd wordt op de liquidaties door Freddie, zei niemand iets dergelijks over Hannie Schaft. Dat vind ik interessant. We kijken steeds anders naar dezelfde geschiedenis.’

Roelant: ‘Ik vind dat je dat heel mooi in jouw boek zet. Die meisjes, Freddie en haar zusje, doen precies wat hun leider hen opdraagt. Ze kennen de mensen die ze moeten liquideren niet. Daar kan gemakkelijk misbruik van worden gemaakt. Zij volgen zelf ook het credo van de Duitsers op: “Befehl ist Befehl”. Hoe weten ze dat het werkelijk zulke foute schoften zijn als hen wordt verteld? Ze nemen voor waar aan wat wordt meegedeeld. Die twijfel beschrijf je prachtig op een typische show-don’t-tell manier. Terwijl die meisjes denken dat ze mee mogen beslissen, zijn het in feite kindsoldaten.’ 

Wilma: ‘Frans is de leider en die vertrouwen ze volkomen. Dus doen ze wat hij zegt. Maar in oorlogstijd is het erg moeilijk om te weten wie je kunt vertrouwen en wat voor motieven iemand heeft. Ze waren ook nog zo jong! Overigens kregen ze een keer de opdracht om de kinderen van Seyss-Inquart te ontvoeren, maar daar hebben ze nee tegen gezegd.’


Roelant: ‘Een enige scène beschrijf je in je boek waar de meisjes leren om sexy te lopen en verleidelijk te kijken. Hilarisch!’

Wilma: ‘Freddies ouders waren gescheiden, Haar vader was een echte flierefluiter. Freddies beeld van mannen was dan ook dat die bij verleiding direct voor de bijl gingen. Ze was zestien jaar toen ze met dat verleiden en meelokken begon. Bij die eerste liquidaties hadden ze nog geen pistool en moesten de mannen uit de groep een mes gebruiken. Gruwelijk. Freddie komt uit een communistisch nest, de boodschap was: de “strijd” is belangrijker dan jouw kleine bestaan. Ze rolde langzaam in het verzet. Al heel jong brachten zij en haar zus bijvoorbeeld verzetskrantjes rond.’

Roelant: ‘Erg sterk beschrijf je die eerste moord met een mes. De Duitser blijft Freddie aankijken terwijl hij gestoken wordt. Ontzettend heftig.’ 

Wilma: ‘Door die eerste moord hebben ze een wapen en kogels. Het lijkt eenvoudiger: iemand ombrengen met een pistool. Afstandelijker. Cowboytje spelen, zo beschrijft Freddie dat in het begin. Ze was zeventien bij haar eerste liquidatie. Nog steeds erg jong. Dat heeft haar ook wel beschadigd. Dat doet iets met je, iemand ombrengen, hoe slecht die persoon ook is. Bovendien waren er ook ‘aardige’ slechteriken. Op hoge leeftijd had Freddie nog last van nachtmerries. Iemand doden schept een band voor het leven, schijf ik daarover. Maar ik heb geen biografie geschreven, ik heb een verhaal willen vertellen. Gebaseerd op echte mensen en gebeurtenissen. Diverse gaten heb ik zelf opgevuld. De opbloeiende liefde tussen Freddie en Peter is niet historisch, maar Peter was nodig als antagonist: hij staat lijnrecht tegenover Freddie in hoe hij denkt over verzet. Daarnaast vond ik liefde fijn in dit verhaal en passend. Al was het oorlogstijd en moest Freddie vreselijke dingen doen, ze was ook jong en had gevoelens van verliefdheid zoals zoveel tieners.’

Dank je wel, Wilma, voor dit bijzondere interview. Nieuwsgierig naar Het meisje met de Vlechtjes? Klik HIER naar het verslag van onze leesclub.

Roelant de By
Vliegende reporter van de Perfecte Buren.

Geen opmerkingen: