dinsdag 1 oktober 2019

Roelant meets... Yvonne Franssen



De afgelopen maanden werden Facebook en Instagram met foto’s en filmpjes bestookt om het nieuwe boek van Yvonne Franssen onder de aandacht te brengen nog voordat het verschenen was. Deze vrolijke en vaak grappige filmpjes maakten nieuwsgierig naar de auteur. Het interview vindt plaats vlak voor haar boekpresentatie. Een heerlijke, Limburgse tongval verraadt haar afkomst. Het wordt een ontzettend gezellig gesprek waar heel veel gelachen wordt.

Roelant: ‘Vanochtend heb je nog gewerkt, vertelde je me. Wat voor werk doe je?’

Yvonne: ‘Ik werk op het advocatenkantoor van mijn man. Daar bedreig ik de mensen die hun rekening niet betalen. Administratie dingetjes, zeg maar. Hiervoor heb ik in het bankwezen gewerkt, in hetverzekeringswezen en bij het UWV. Weet je, dat UWV bijvoorbeeld, alles is goed op orde, vast contract etcetera, een superveilige baan, maar het is zo saai als wat. Maar alles is zó goed geregeld dat je eigenlijk niet weg kunt gaan.’

Er klinkt een vrolijk muziekje, beetje blikkerig geluid.

Yvonne: ‘Dat is toch niet míjn telefoon? Niemand belt mij ooit! Het is net een nieuw toestel; ik had de beltoon niet eens herkend. Maar goed, mijn werk bij de UWV. Ik werkte 32 uur, had de woensdag vrij. Ik moet me niet zo aanstellen, dacht ik nog. Twee dagen werken, dag vrij, twee dagen werken, weekend. Hoe erg kan dat zijn? Nou, zo erg dat ik bij mijn toenmalige schoonzus, nu nog steeds beste vriendin, elke avond zat te klagen met rode wijn en oude kaas over hoe afschuwelijk het allemaal was. Toen ik ging scheiden, leerde ik mijn huidige man kennen. Die heeft de echtscheiding gedaan. Dat was in 2002. [lachend] Die rekening liep zo de spuigaten uit, ik dacht: ik trouw er gewoon mee. Dat is al heel lang geleden inmiddels. Maar dat alles terzijde.’

Roelant: ‘Nou, jouw Kamer 305 is wel een pittig boek. Al dat vreemdgaan van iedereen.’

Yvonne: ‘Pure fictie allemaal, hahaha. Dit boek is heel snel tot stand gekomen. Toen ik er met Marcel [Futuro Uitgevers] in april een gesprek over had, had ik nooit gedacht dat het in september al in de boekwinkel zou liggen. Ik ben nog nooit zo gedisciplineerd geweest. Maar het is gelukt.’

Roelant: ‘Als er iemand goed is in self-promoting, dan ben jij dat wel. Ik herinner me vorig jaar die reeks foto’s met die kerstmuts op. Hilarisch, tot aan Madame Tussauds toe waar je met kerstmuts op je hoofd en je boek in de hand tussen al die beroemde mensen in ging staan.’




Yvonne: ‘Ja, dat was erg leuk. Dat deed ik samen met de ex-vriendin van mijn broer. Met zijn tweeën hebben we zoveel plezier. Gingen we op pad naar de Randstad met een koffertje vol boeken. We hoopten erop om een bekend iemand tegen te komen. Via het Mediapark, noem maar op. Dat lukte allemaal niet. Wij op naar de Dam in Amsterdam. Konden daar nauwelijks iemand vinden die Nederlands sprak. En dan moest het ook nog iemand zijn die weleens een boek las. En áls je die vond, was die alleen geïnteresseerd in geschiedenis of zoiets. Tenslotte doken we de boekenafdeling van de Bijenkorf in en hebben daar gefilmd. Maar dan hebben we zoveel plezier. Daarna zijn we naar Madame Tussauds gegaan, die liepen niet weg.’

Roelant: ‘Je bent een rasechte Limburgse?’

Yvonne: ‘Ja, ik kom uit de buurt van Echt. Het is het smalste stukje Limburg, daar zijn ze erg trots op. Maar eigenlijk betekent het: hier is niks te doen.’

Roelant: ‘Maar links heb je België en rechts Duitsland.’

Yvonne: ‘En dat is maar goed ook. Als je de grote winkelstraat bekijkt in ons dorp dan staat deze halfleeg. Nee, je moet doorrijden naar Maastricht. Dat is hartstikke leuk. Je hebt er boekwinkels waar fijne boekpresentaties worden gegeven, hahaha.’

Roelant: ‘Uit je boeken maak ik op dat je geen kinderen hebt.’

Yvonne: ‘Ik heb een stiefzoon van 18. Die woont bij ons, maar ik heb zelf geen kinderen, nee. Waarom dacht je dat?’



Roelant: ‘In je boeken, maar ook in je gedichtjes, gaat het totaal niet over kinderen. Ze worden nauwelijks genoemd. Kortom, ze spelen geen rol in je hoofd. Het gaat niet om kinderen, niet interessant. Dat kan alleen maar geschreven worden door iemand die zelf geen kinderen heeft. Dat is althans mijn theorie. Als ik een boek lees, probeer ik altijd wat dingetjes eruit te pikken die iets over de schrijver zelf vertellen.’

Yvonne: ‘Dat is interessant, want stel dat Kim kinderen zou hebben, dan had ik dat verhaal anders moeten vertellen; dan had ze niet zoveel bewegingsvrijheid. Als je elke keer een oppas moet regelen of je kinderen moet meeslepen, en als die er verder voor het verhaal niet toe doen… Dan zou het ook een heel ander verhaal zijn geworden.’

Roelant: ‘Dat bedoel ik precies! Ik vind het een heerlijk boek, trouwens. Geweldige titel. Super goed hoe je die titel gebruikt in je verhaal.’

Yvonne: ‘Even heb ik gespeeld met Donor als titel. Maar dan heb je een associatie met medische dingen en daar gaat het niet over.’

Roelant: ‘In je boek speelt orgaandonatie en wat dat eventueel kan doen een belangrijke rol. Ben je zelf voorstander van orgaandonatie?’

Yvonne: ‘Zeker, ik ben heel erg vóór donorregistratie. Er is een boek, Het Geheugen van het Hart, waarin staat dat mensen die een transplantatie hebben ondergaan opeens dingen kunnen die ze daarvoor niet konden. Dat kleine meisje dat opeens een moordenaar aanwijst, is een voorbeeld uit dat boek. Als een van mijn personages uit mijn boek het heeft over stamceltransplantaties dat je dan, zeker als kind, je gaat afvragen hoe dat nou eigenlijk werkt. Mijn boek gaat over gewone mensen die in ongewone situaties terecht komen. Ik zou het zelf moeten kunnen meemaken, zeg maar. Ik weet ook niet zoveel over politiewerk. Dus als ik zou moeten schrijven hoe iemand de politie te slim af moet zijn, zou ik dat ook niet een-twee-drie weten, nat als mijn hoofdpersoon Kim.’

Roelant: ‘Kim doet ook geen handschoenen aan als ze dat lijk vindt.’

Yvonne: ‘Precies. Ze handelt uit pure paniek. Denkt niet na over DNA of vingerafdrukken. Alleen maar: wat moet ik hiermee? Wat moet ik doen? Mijn redacteur viel over het feit dat Judith haar meisjesnaam had gehouden en dat daarom niet meteen de link naar de familie gevonden werd. Maar dat is toch normaal om je naam te houden? Dat doen toch heel erg veel mensen? Dat doe ik zelf inmiddels ook. Ik bedoel, als je steeds maar blijft trouwen en al die namen… ‘

Roelant: [schaterend]’ Ben je vaak getrouwd?’

Yvonne: ‘Drie keer. En die andere twee keer had ik wel die naam overgenomen.’ 

Roelant: ‘En nu je het langste bij deze echtgenoot bent niet.’

Yvonne: ‘Ja maar, dat weet je van tevoren niet! En bovendien als je boeken schrijft is dat ontzettend onhandig als je steeds een andere achternaam op de kaft hebt staan. Of kijk maar naar Heleen van Royen. Die zit nog steeds met van Royen op de kaft, hoewel die man al lang passé is. Vroeger was dat makkelijker.’

Roelant: ‘Heb je een hang naar vroeger?’

Yvonne: ‘Oh nee. Ik ben altijd liever in het nu. Ik zou best wel jonger willen zijn, maar ik verlang niet terug naar vroeger, nee. Als kind bij je ouders wonen, nee. Mijn jeugd is veel te gladjes om überhaupt schrijver te kunnen worden. Alles was prima en lief; niemand was aan de drank of sloeg elkaar in elkaar. Een en al dorpse perfectie. Mijn broer en ik waren altijd de braafste kinderen. Netjes en welopgevoed. En dat was eigenlijk iets wat ik helemaal niet wilde zijn. De eerste 16 jaar van mijn leven is het nooit in mij opgekomen om iets te doen wat niet mocht. Herinneringen van je rapport laten zien, komen nu boven. Dan moest je met je rapport langs de buren om dat te laten zien. Die haalden hun kinderen erbij en zeiden dan vermanend: kijk, zo kan het ook! Verschrikkelijk was dat. Je wilt niet de braafste zijn, maar je wilt de leukste of grappigste of slimste zijn, of wat dan ook, maar niet de braafste.’




Roelant: ‘Je ging naar het gymnasium.’

Yvonne: ‘Ja, maar daarna ben ik niet gaan studeren. Ik had een baan aangenomen bij de AMRO-bank. Iedereen in mijn omgeving werkte, het  kwam niet in mijn hoofd op om te gaan studeren. Volgens mij was ik de dertig al gepasseerd toen ik erachter kwam dat ik mijn eigen plan moest trekken.’

Roelant: ‘Toen had je al twee huwelijken achter je kiezen.’

Yvonne: [aarzelend] ’Dat ook. Bij die huwelijken zei ik ook braaf: ja. Die dingen lopen zo. Dan ben je zestien en heb je een vriendje omdat je vriendin ook een vriendje heeft. Ik kan het later altijd weer uitmaken zeg je tegen jezelf, maar dat vergeet je dan. Vijf jaar later ben je getrouwd. Je doet alles keurig hoe het hoort. Dat huwelijk eindigde eigenlijk doordat een ander gehuwd persoon verliefd op mij werd. Toen dacht ik: dát is het.
Was het natuurlijk niet, want die man ging niet scheiden. Ik toen wel en daar ben ik nu nog blij om. Maar ja, toen kwam de volgende. Dat was op zich een beter huwelijk. Maar wij groeiden erg uit elkaar. Ook omdat wij [aarzelend] een heel vrij seksleven gingen leiden. Maar als er dan een keer iemand was tot wie je je echt aangetrokken voelde, dan kwam meteen de vraag op: waarom moeten al die anderen er dan nog bij zijn? Dus dat is lastig. Dat huwelijk eindigde lelijk met de ontmoeting van de scheidingsadvocaat tot gevolg. Als ik het zo bekijk heb ik trauma’s genoeg eigenlijk. Ik moet alleen wat harder nadenken. Hoe jij lacht! Nu moet jíj wat vertellen. Hoe oud ben je eigenlijk?’

Dank je wel voor dit bijzonder gezellige interview.
Roelant de By

Vliegende reporter voor De Perfecte Buren

Geen opmerkingen: