donderdag 30 april 2020

Boek van de maand - Roelant meets... Martine Kamphuis








Het interview met Martine Kamphuis is vanwege de Corona helaas niet live, maar gebeurt via FaceTime. Een uiterst vriendelijke vrouw lacht me toe via de telefoon. Ze heeft een prettige stem en praat ontspannen. Naast haar werk als psychiater schrijft ze boeken: Thrillers, Young Adults en kinderboeken. 

Martine: ‘Ik ben geboren in de omgeving van Utrecht als middelste van drie zussen. We zijn vroeger vaak verhuisd, onder meer een aantal keer naar de Verenigde Staten. Terug in Nederland heb ik in Utrecht mijn opleiding geneeskunde en daarna mijn specialisatie psychiatrie gedaan. De afgelopen 20 jaar woon ik in Rotterdam met mijn gezin. Geweldige stad is dat trouwens. Spectaculair! Ze zijn hier qua architectuur heel gedurfde dingen aan het doen. Kijk maar naar die gekke markthallen. Er is ook veel groen. Ik ben hier heel content.’

Roelant: ‘In je boeken, zowel de thrillers als de Young Adults, belicht je regelmatig de verschillen van kinderen binnen één gezin, en dan in het bijzonder de voorkeursbehandeling die door een of beide ouders wordt gegeven.’

Martine: ‘Die tegenstelling binnen in een gezin van Zwarte Schaap en Golden Child is vaak heel schrijnend. Ook voor het lievelingetje is het een onveilige situatie. Zo’n kind voelt ook wel dat diens uitverkoren positie buitenproportioneel is en niet altijd ergens op gebaseerd, en daardoor ook zomaar weer afgepakt kan worden. Dat geeft een heel broos zelfbeeld. Ook kinderen met heel veel talenten kunnen soms in een kramp raken en gaan daardoor juist onderpresteren. Een kind dat juist ergens voor moet werken, weet dat het ‘m niet allemaal komt aanwaaien, en beseft dat er hard voor gewerkt moet worden. Een kind wie het allemaal komt aanwaaien, is niet gewend ervoor te knokken, is krampachtiger en ook bang om het te verliezen. Een soortgelijke dynamiek speelt ook bij die zogenaamde Golden Children. Die kinderen ervaren hun ouders als onbetrouwbaar. Toevallig zitten zíj aan de goede kant.’

Roelant: ‘Dat is heel opvallend wat je zegt. Je schrijft ook dat juist dié kinderen zich niet kunnen losmaken uit de puberteit. Ze durven niet te puberen omdat ze bang zijn om hun geliefde status kwijt te raken. Je schrijft: ze ondervinden dat de liefde van hun ouders voorwaardelijk is. Dat vind ik boeiend! Daar heb ik nooit bij stil gestaan!’

Martine: ‘Ja, dat is tragisch. Ik schrijf daarover in mijn thriller Zondebok. Het Zwarte Schaap durft zich op een gegeven moment te realiseren dat het niet klopt hoe er tegen hij of zij gedaan wordt. Dit gaat niet over mij, is dan een gedachte die opkomt. Terwijl dát besef voor een Golden Child veel lastiger kan zijn, want dat is veel bedreigender en gevaarlijker. Zijn huidige status is zó onnatuurlijk hoog, dat deze alleen maar iets kan verliezen. Die zal veel later pas hulp gaan zoeken om wat afstand van die ouder te kunnen nemen.’

Roelant: ‘Fascinerend. Opvallend is ook dat je zegt dat met die ouders erover praten geen enkele zin heeft. Maar dat gesprekken met de broers en zussen wél effect kunnen hebben. Prachtig hoe je die inzichten in je boek Zondebok hebt verweven.’

Martine: ‘Ja. Dat is de serie van Wynona Post, de psychologe. Daar kon ik heerlijk veel in kwijt. Er zitten onderwerpen in waar ik voor mijn vak artikelen over heb geschreven. Bij Alibi ging het over slachtoffers die dader worden. Ook heel interessant. Het is een heel leuke manier om echte gebeurtenissen aangepast in boekvorm neer te zetten. In Spiegelbeeld gaat het over vriendschap en wat daarin mis kan gaan. Ik werkte toen met adolescenten. Daar gebeurt natuurlijk van alles in vriendschappen, gaat van alles mis, ook digitaal. Maar om dat in een boek te verwerken schrijf je op een totaal andere manier dan voor vakbroeders. Dat was ook weer heel nuttig voor mijn werk. Zo heb ik gemerkt dat mijn dagelijks werk en die boeken schrijven elkaar versterken.’






Roelant: ‘Je taalgebruik voor Dit mag niemand weten, je nieuwste boek, is totaal anders dan dat in jouw thrillers met de psychologe als hoofdpersonage. Dat is erg goed gedaan’

Martine: ‘Dank je wel. Dat is ook leuk om te doen. Ik heb 19 jaar bij adolescenten gewerkt. Dat was ontzettend leuk. Maar eigenlijk hebben die adolescenten allemaal een beetje, wat we bij volwassenen persoonlijkheidsstoornis noemen. Ze denken zwart-wit en met grootse uithalen. Wat je in mijn werk in de psychiatrie altijd probeert te doen, is op zoek gaan naar het leuke stuk. Hoe naar en vervelend iemand ook doet, er zit uiteindelijk altijd iets leuks in iemand. Daar probeer ik contact mee te maken. Mensen met een heftige problematiek nodigen normaliter uit tot een bepaalde respons. En die krijgen ze dan ook van iedereen.’

Roelant: ‘Self fulfilling prophecy.’

Martine: ‘Precies. Als therapeut probeer je een andere reactie te geven. Ik ga op zoek naar iets positief, iets leuks van iemand, zodat ik daar een oprecht compliment over kan geven. Een van mijn leermeesters noemde dat: uit de pas lopen. Adolescenten dagen vaak uit tot het geven van een negatieve reactie. Dan noemen ze mij of een collega bijvoorbeeld een fossiel. Dan gaan ze dingen beschrijven die ze met jou zouden willen doen. Ze bedoelen daarmee: stuur mij maar weg. Ze zijn, vaak onbewust, uit op een herhaling van de afwijzing. En dan is onze taak om, wat er ook gebeurt, iets te ontdekken aan die persoon wat leuk is. In Dit mag niemand weten komt een meisje voor, Fleur, die mijn redacteur heel vervelend vond. Maar ik vind haar hartstikke leuk. Ze moet alleen nog wat volwassener worden. [we lachen voluit] Ik werd altijd heel vrolijk als ik over haar mocht schrijven. Ze is misschien een klein beetje een cliché, maar niet zo erg. Want dit gedrag komt gewoon voor in die leeftijdsgroep.’

Roelant: ‘In het begin is Fleur helemaal niet zo geïnteresseerd in Wouter, maar als ze deze met een ander meisje ziet lopen, gaat ze er achteraan en wil ze weten wat er precies aan de hand is.’

Martine: [lachend] ‘Ze hebben dat typische adolescente in zich. Maar wat ik wel probeer is om er, net als in mijn boeken voor volwassenen, iets van een ontwikkeling in te stoppen. Iets van een nuancering, een rijping. Het leuke om voor die leeftijdsgroep te schrijven is dat je zelf weer een beetje jong wordt.’

Roelant: ‘Hoeveel kinderen heb je zelf?’

Martine: ‘Ik heb drie zoons, grote kerels al, 22 en een tweeling van 20. Maar wat ze er nooit bij vertellen als je kinderen krijgt, is dat je levenslang gegijzeld bent. Het geluk wat je hebt in de rest van je leven wordt mede bepaald door dat van je kinderen. Er is altijd veel herrie in huis, vroeger ook al. Waar we wel vrij snel mee begonnen zijn, is het instellen van een gezamenlijk ritme. Qua leeftijd zitten ze vlak bij elkaar, ze wilden ook graag op één kamer liggen, dan hadden ze de grootste lol. Maar door de structuur, van allemaal op dezelfde tijd naar bed en dergelijke, kreeg ik ook tijd voor mijzelf. Dat is ook het moment geweest dat ik ben begonnen met schrijven. In het weekend en op woensdagmiddag mochten de kinderen dan een uurtje TV kijken. Ik leerde om precies die momenten te gebruiken om te gaan schrijven. Telkens had ik héél kort om te schrijven, maar wel dagelijks. En zo is het begonnen. Dat was genoeg om erin te raken.’

Roelant: ‘Je hebt je boeken bij diverse uitgeverijen uitgebracht.’

Martine: ‘Dat valt wel mee. Mijn thrillers altijd bij de Crime Compagnie. Mijn jeugdboeken wel bij verschillende, maar dat is best gebruikelijk in dat genre. Ik had bijvoorbeeld bij uitgeverij Clavis een jeugdboek uitgegeven, De Weeshuisbende. Toen ik daar een vervolg op had geschreven, hadden ze geen interesse meer. Later was ik een keer op vakantie op Ameland. Ik had net Mist uitgebracht (bij de Crime Compagnie) en dat speelt zich gedeeltelijk af op Ameland. Toen sprak de boekhandelares in Ameland mij aan om samen eens koffie te gaan drinken. Ik dacht, ja, ik ben op vakantie, wat nou koffiedrinken. Toch gedaan. Toen vroeg zij mij of ik niet in eigen beheer iets voor kinderen wilde gaan doen. De uitgevers willen geen vuurtoren op de cover van een boek, zei ze, maar dat verkoopt hier juist heel goed. Toen had ik dat manuscript nog liggen dat zich op een Waddeneiland afspeelde. Toen ben ik dat boek zelf gaan uitgeven. Was heel veel werk, maar je leert het boekenvak ook op een andere manier kennen.’

Roelant: ‘En je noemde hem: Vuurtorenboox.’

Martine: ‘Ja, dat vond ik wel grappig. Dat eerste boek is een enorme klapper geworden. Alleen de bibliotheken al hebben er meer dan 400 stuks van besteld. In Ameland liep dat boek ook als een trein. Nacht over Ameland heette dat. Daarna nog twee jeugdboekjes gemaakt in eigen beheer. Erg leuk, maar ik heb er gewoon te weinig tijd voor. Laat de uitgeverij lekker zijn ding doen.’





Roelant: ‘En tevreden over de uitgeverijen waar je mee werkt?’

Martine: ‘Jazeker. Ik zit nu al heel lang bij de Crime Compagnie. Dat is een bijzondere uitgeverij. Ze zijn heel inventief met bedenken van dingen. De boeken blijven leven. Ze hebben nu net die bundel De Donkere Dagen gedaan en dan wordt dat opgevolgd daarna met al die e-boeken van de Crime Compagnie die bij Storytel beschikbaar komen. Op deze manier blijven de boeken leven, ze blijven meedoen. Dat zie je bij andere uitgevers niet. Daar is het op een gegeven moment klaar. Dan gaan ze door naar de volgende ronde. Ook op het gebied van de E-books zijn ze erg goed bezig.’

Roelant: ‘Hoe zit jij in de discussie papieren boeken versus E-books?’

Martine: ‘Ik ben helemaal om. De e-reader is het helemaal voor mij. Maar wat ik ook ontdekt heb nu ik elke dag een uur moet reizen naar mijn werk, is het luisterboek. Geweldig! Maar natuurlijk is het ook heel leuk als een boek er in de papieren versie is; dat je het in je handen kunt houden.’

Roelant: ‘Om quotes uit je boek te halen, is een papieren versie veel gemakkelijker dan een e-boek of luisterboek. Ik heb hier nog wel een quote uit je boek Zondebok, als WP het heeft over bewuste manipulatie: 

Zat ze nu met een potentiële geliefde hetzelfde te doen? En als het werkte, als Hans meer van zichzelf ging laten zien omdat zij zich dwong om meer achterover te leunen, wat had ze dan bereikt?

Dit vind ik zó leuk! Hoe ze worstelt met relaties en daar naar kijkt met haar therapeuten bril op.’

Martine: ‘Dat is in het therapeuten leven ook ingewikkeld. Je manipuleert met de beste bedoelingen. Maar je bent gewend om te judoën. Je wilt iets bereiken en je weet hoe je het aan moet vliegen. Ik vind het een voorrecht om dit werk te mogen doen. Het blijft heel bijzonder. Ik heb met allerlei doelgroepen gewerkt (TBS, jeugd, verslaafden enz.) Maar in principe is de doelstelling hetzelfde, je helpt mensen om weer de regie te voeren van hun eigen leven, om uit die herhalingspatronen te komen, om grip te krijgen op dingen. De onderstroom blijft altijd: hoe kan deze persoon zo autonoom mogelijk leven.’

Roelant: ‘Maar het is altijd een kwestie van een lange adem. Het duurt lang voor er resultaat komt. Daar moet je tegen kunnen. En soms komt het helemaal niet. Het gebeurt dat ondanks al je energie en aandacht mensen toch zelfmoord plegen.’

Martine: ‘Ja, klopt. Maar zelfs bij die bijna hopeloze gevallen is het de moeite waard om je stinkende best te doen. En als het dan toch niet lukt, kan ik daar vrede mee hebben. Dan weet ik dat ik er alles aan gedaan heb.’

Roelant: ‘Je schrijft, ik citeer: Macht misvormt.’

Martine: ‘Dat is een van mijn stokpaardjes. Dat merkte ik al in mijn opleiding toen ik coassistent was. Hoe je omgaat met macht, zegt iets over hoe je bent. Met name in allerlei afhankelijkheidsrelaties speelt dat een grote rol. Ik heb zelf een paar jaar geleden de opleiding tot supervisor psychotherapie gedaan en een van de opdrachten die we daar kregen was dat we na moesten denken over onze eigen supervisors. Wat was er goed, wat niet. Dat was een verrukkelijke opdracht. Ook daar heb je allerlei machtsongelijkheid met soms nare uitingen daarvan.

Roelant: ‘Je hebt in een eerder interview eens gezegd dat WP een soort tegenstelling van jou is, dat ze veel impulsiever is.’

Martine: [lachend] ‘Ja, klopt. Misschien zit er iets van mijn jongere ik in WP. Ik kleur veel meer binnen de lijntjes dan zij doet. In mijn vroegere boeken stond het verhaal en met name het slot minder sterk vast. Dan liet ik me weleens leiden door de flow. Tegenwoordig is de verhaallijn duidelijk en weet ik precies waar ik naar toe ga. Ik strooi wel lekker met red-herrings [noot R: dat zijn mensen of gebeurtenissen opvoeren die onmiddellijke verdenking op zich laden, maar achteraf toch onschuldig blijken] maar dat is het métier van de (thriller)schrijver. Heerlijk is dat.’

Dank je wel voor dit buitengewoon interessante interview, Martine.

Roelant
Perfecte Buren

Lees HIER de recensie van 'Dit mag niemand weten'

Meegedaan met de winactie? 
Kijk dan snel of je een van de vijf winnaars bent.
Proficiat Luc Van Wolvelaer -  Claudia Benders - Ramona van Londen - Annemiek Cornet - Vicky Hansen. Jullie gewonnen boek komt zo snel mogelijk jullie kant uit, maar in tijden van corona kan dit wat vertraging hebben. 



Geen opmerkingen: